Algemeen
Het in deze inventaris beschreven archief bevat stukken uit de jaren 1946 - 1975. Het voorgaande deel (1850 - 1945) was in 1982 overgebracht naar het toenmalige Rijksarchief in Zuid-Holland.
NA, Inventaris van de archieven van het provinciaal bestuur van Zuid-Holland 1850 - 1945 (Den Haag 1995) (nummer toegang 3.02.27.01).
In het archief bevinden zich ook een aantal oudere te bewaren stukken, welke in de meeste gevallen als 'voorstukken' deel uitmaken van een te bewaren dossier. Andere oudere (en jongere) stukken komen voor in de bijlage Repertorium en in de gedeponeerde archieven. Van de overige aangetroffen stukken van vóór 1945 is een aparte aanvulling op het Griffiearchief 1850 - 1945 gemaakt, die daar als supplement aan zal worden toegevoegd.
Gedeponeerde archieven
Zoals hiervoor al werd opgemerkt werd in deze inventaris naast het Griffie-archief ook een aantal gedeponeerde archieven opgenomen. Hieronder volgen korte inleidingen op deze bestanden met een verwijzing naar het betreffende paragraafnummer waaronder de archiefbeschrijvingen zijn opgenomen.
4.1. Vereeniging van Personeel in dienst van de Provincie Zuid-Holland en voorganger Vereeniging van ambtenaren ter Provinciale Griffie van Zuid-Holland, 1918 - 1942 en 1945 - 1949
De oprichting van deze vereniging werd goedgekeurd bij KB d.d. 19 dec. 1918, nr. 78.
In de vergadering van 30 september 1919 werd besloten toe te treden tot de (Landelijke) Algemeene Bond van Provinciaal Personeel in Nederland. Bovendien was de vereniging sinds 1937 ook vertegenwoordigd in de Algemeene Commissie voor georganiseerd overleg in ambtenarenzaken.
De naamswijziging in de Vereeniging van Personeel in dienst van de Provincie Zuid-Holland vond plaats vóór of op 25 maart 1929. In 1942 werd de vereniging opgeheven, om in 1945 heropgericht te worden. Het jongste stuk in het archief dateert van 1949. Onbekend is wanneer de vereniging is opgeheven.
4.2. Stichting Landverbetering Zuid-Holland, 1938 - 1968
Bij Besluit der Staten d.d. 21 december 1937 nr. II waren Gedeputeerde Staten gemachtigd tot oprichting van deze stichting. Het dagelijks bestuur bestond uit personeel van de griffie, leden van Gedeputeerde Staten, Rijksdienst voor werkverschaffing, Rijksdienst voor werkverruiming, een inspecteur bij het Staatsbosbeheer, een wethouder van Dordrecht en een dijkgraaf van het Hoogheemraadschap de Krimpenerwaard. Het belangrijkste doel van de stichting was werkverruiming. Tijdens de vergadering op 31 mei 1966 is unaniem besloten tot opheffing van de stichting omdat ze geen reden van bestaan meer had.
4.3. Provinciale Raad voor de Volksgezondheid, en voorganger Provinciale Commissie voor de volksgezondheid in Zuid-Holland, 1949 - 1985
De commissie werd begin 1949 ingesteld met als doel het bevorderen van de lichamelijke en geestelijke gezondheid. De commissie had daarbij een stimulerende, coördinerende en adviserende taak. Op 30 juni 1959 werd de naam gewijzigd in Provinciale Raad voor de Volksgezondheid. Deze heeft tot omstreeks 2000 bestaan.
4.4. Stichting Personeelsfonds der provincie Zuid-Holland, 1950 - 1971
De stichting werd opgericht door Gedeputeerde Staten op 21 juni 1951 en heeft/had als doel het vormen en in stand houden van een fonds tot het verlenen van financiële hulp aan de leden, evenals aan hun weduwen en wezen, in die gevallen waarin deze personen naar het oordeel van het bestuur van de stichting op grond van hun financiële omstandigheden hulp behoeven.
4.5. Ideeënbuscommissie voor de provincie Zuid-Holland, 1952 - 1991
De Ideeënbuscommissie voor de provincie Zuid-Holland werd bij besluit van Gedeputeerde Staten van 19 december 1955 ingesteld. Het doel was tweeërlei. Ten eerste zag men de ideeënbus als middel om de denkbeelden van werknemers op te vangen en te laten doorstromen naar de leiding, waardoor de productiviteit verhoogd kon worden en de efficiency verbeterd. Ten tweede zou de werknemer door het invoeren van de ideeënbus meer bij het werk betrokken kunnen raken, meer het gevoel krijgen medeverantwoordelijk te zijn en op die manier zou een eerste stap kunnen worden gezet op de weg naar medezeggenschap.
Het instellen van een Ideeënbuscommissie bij de provincie Zuid-Holland paste binnen de maatschappelijke ontwikkelingen van die tijd. Bijna op hetzelfde moment werd er over hetzelfde onderwerp overleg gevoerd binnen zowel de andere provincies als binnen diverse particuliere bedrijven en de Rijks- en gemeentelijke overheid.
Hoewel de naam anders zou doen vermoeden was het niet de bedoeling gebruik te maken van een ideeënbus als object, maar deze aanduiding slechts als begrip te hanteren.
In het Reglement, vastgesteld op 19 december 1955 werden twee commissies ingesteld, namelijk
1. Eén commissie voor de gehele administratieve sector (die dus zowel de Provinciale Griffie als de Provinciale Waterstaat zou omvatten)
2. Eén commissie voor de gehele technische sector
(Deze inventaris betreft het archief van de eerstgenoemde commissie)
Beide commissies bestonden elk uit zeven leden, van wie de secretaris in eerste instantie de chef van de Tweede Afdeling van de provinciale Griffie was, terwijl later zijn collega van de Vierde Afdeling deze functie vervulde.
Als ideeën werden beschouwd alle opmerkingen en suggesties, welke verbetering tot stand brengen van de organisatie, de werkmethode en de werksfeer in de ruimste zin van het woord.
4.6. Stichting tot instandhouding van de Molenviergang van de Tweemanspolder, 1953 - 1977
De stichting werd opgericht op 20 oktober 1952, krachtens besluit van Provinciale Staten van 1 juli 1952, nr. XXXI. Zoals de naam aangeeft was het doel van de stichting de instandhouding van de vier molens van de Tweemanspolder te Zevenhuizen. Het secretariaat is gevestigd in het provinciehuis.
4.7. Stichting Onderzoek Midden-Delfland, 1962 - 1984
De stichting werd opgericht bij notariële akte d.d. 4 juni 1964 door betrokken gemeenten en de provincie met als doel:
a. het onderzoek naar de mogelijkheden om het landelijke karakter te handhaven van het tot Midden-Delfland behorende agrarische gebied, dat deel uitmaakt van het grondgebied van de gemeenten Delft, Maasland, Schiedam, Schipluiden en Vlaardingen;
b. het bestuderen van de agrarische belangen en - met inachtneming van deze belangen - van de massale recreatie en van de zandwinning in het sub a bedoelde gebied;
c. het voorbereiden van een vorm van samenwerking tussen alle daarvoor in aanmerking komende belanghebbenden terzake van gemeld gebied.
Provinciale Almanak van Zuid-Holland 1975 (Alphen aan den Rijn 1975) 73.
Per 31 december 1984 werd de stichting ontbonden.
4.8. Commissie van voorbereiding van het Zuid-Hollands Groene Hart, 1963 - 1975
De commissie werd in 1964 opgericht en had tot taak om een Gemeenschappelijke regeling voor de landschapsverzorging en openluchtrecreatie in Zuid-Hollands Groene Hart tot stand te brengen tussen de gemeenten Alphen aan den Rijn, Benthuizen, Bergenschenhoek, Bleiswijk, Bodegraven, Boskoop, Gouda, Hazerswoude, Moerkapelle, Moordrecht, Nieuwerkerk aan den IJssel, Reeuwijk, Waddinxveen, Zevenhuizen en Zoetermeer. Dit gebeurde in het kader van de ontwikkeling van een landschaps - en recreatieplan voor het Groene Hart van Zuid-Holland. In 1973 nam een gedeputeerde van de Provincie het voorzitterschap van de burgermeester van Waddinxveen over in een poging het overleg nieuw leven in te blazen. Door de komst van gewesten en recreatieschappen is de gemeenschappelijke regeling uiteindelijk niet tot stand gekomen.
4.9. Commissie voor adressen en bezwaren, 1970 - 1976
De commissie werd bij besluit van Provinciale Staten van 17 december 1970, nr. 29 ingesteld, met als taak het behandelen van adressen en bezwaren tegen beslissingen van het provinciaal bestuur. De commissie werd in 1976 opgevolgd door de Commissie AROB.
Aanwijzingen voor de gebruiker
Aan de gebruiker van de inventaris kunnen een aantal aanwijzingen meegegeven worden.
Ten eerste werden enkele beschrijvingen in verband met de privacy-wetgeving geanonimiseerd.
Ten tweede komt het voor dat de looptijdaanduidingen van sommige deelbeschrijvingen elkaar overlappen, omdat er geen scheiding op dag of maand aan te geven was. Dit houdt verband met de manier waarop de dossiers destijds werden gevormd.
Verder zijn er twee bijlagen in deze inventaris opgenomen. Allereerst het Repertorium, een aparte serie, bestaande uit de akten en overeenkomsten van de provincie uit de periode 1826 - 1985. Deze is genummerd met zogenaamde Repertoriumnummers en toegankelijk via een register. Er kan echter ook in worden gezocht op onderwerp, zoals weg, rijwielpad, vaarweg, brug en recreatieschap.
Vervolgens is er een bijlage, waarin alle verleende vergunningen voor ontgrondingen of opspuitingen zijn opgenomen.
Voor onderwerpen, die niet in de looptijd van dit archief zijn afgehandeld, dient de onderzoeker de inventaris van het archief van de Griffie van de provincie Zuid-Holland 1976 - 1986 te raadplegen.
Nationaal Archief, Inventaris van het archief van de Griffie van de provincie Zuid-Holland (1958) 1976 - 1986 (1991) (Den Haag 2007) (nummer toegang 3.02.46).
Verder kan hij bestekken die hij in dit Griffie-archief niet aantreft, mogelijkerwijs in het archief van Provinciale Waterstaat vinden.