3.02.22 Inventaris van het archief van de Griffie van de provincie Zuid-Holland, (1826) 1946 - 1975 (1991)

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Organisatie

In deze inventaris wordt het archief van de Griffie van de provincie Zuid-Holland in de periode 1946 - 1975 beschreven. Tot en met 1986 maakte de Griffie onderdeel uit van het ambtelijk apparaat van het provinciaal bestuur, het jaar dat de Griffie in navolging van de provincie Gelderland werd opgeheven.

1.1 Provinciaal bestuur

Evenals tegenwoordig bestond het provinciale bestuur uit de volgende drie organen:
  • Provinciale Staten
  • Gedeputeerde Staten
  • Commissaris van de Koningin
De samenstelling en bevoegdheden van deze organen waren geregeld in de Grondwet en de Provinciewet. Provinciale Staten bestond voor de Provinciewet 1962 uit 82, daarna uit 83 leden. De Staten worden om de vier jaar rechtstreeks door de inwoners van de provincie worden gekozen. Zij vergaderden lange tijd in de oude vergaderzaal van de Staten van Holland, die zij vanaf 1848 samen met de Eerste Kamer der Staten-Generaal moesten gebruiken. Een regeling, die decennialang spanningen opleverde. Vlak na de Tweede Wereldoorlog vergaderde het college ook wel in de gehuurde panden aan de Korte Voorhout 1 en de Lange Houtstraat 27
Verslag over het jaar 1949. Gedaan door de Gedeputeerde Staten aan de Staten der Provincie Zuid-Holland (Den Haag 1950) 50. Ibidem 1953 (Den Haag 1954) 22.
. Met het gereedkomen van het laatste deel van het Provinciehuis aan de Zuid-Hollandlaan/hoek Koningskade, vleugel III, kregen de Provinciale Staten in 1975 eindelijk voor het eerst een eigen vergaderplaats.
J. van Viegen, 'Provinciaal Bestuur van Noord- en Zuid-Holland van 1840 tot 1990', in: H.M. Brokken, e.a. (eindred.), 150 Jaar Noord-Holland en Zuid-Holland. Gedenkboek bij het 150-jarig bestaan van de provincies Noord-Holland en Zuid-Holland (Stichting Hollandse Historische Reeks, 's-Gravenhage 1990) 163 - 197; 166.
Het bestuur van de hoofdzaken van wat er in de provincie moest gebeuren behoren tot de taak van Provinciale Staten. Hierbij viel te denken aan het maken van verordeningen en het nemen van belangrijke bestuursbesluiten. Op hun beurt benoemden de Statenleden uit hun midden de leden van Gedeputeerde Staten. Dit bestuurscollege vormde, samen met de Commissaris van de Koningin, het dagelijks bestuur van de provincie.
De Commissaris der Koningin werd benoemd door de Kroon. Hij was zowel voorzitter van de Provinciale Staten als van de Gedeputeerde Staten. Verder legde hij ambtsbezoeken af aan gemeenten, deed hij aanbevelingen van kandidaten voor het burgemeestersambt, en was hij verantwoordelijk voor de handhaving van openbare orde en veiligheid en de bevordering en behartiging van de provinciale belangen.
Uitgebreid in: J.W. Janssens, De commissaris van de Koningin; historie en functioneren (Den Haag 1992).

1.2 Ambtelijk apparaat

Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten en de Commissaris van de Koningin werden door de provinciale ambtenaren in hun taken bijgestaan. In de periode 1946 - 1975 waren deze verdeeld over drie diensten: de Griffie, Provinciale Waterstaat en de Provinciale Planologische Dienst. Provinciale Waterstaat hield zich vooral bezig met de advisering over en de uitvoering van zaken betreffende wegen, fietspaden, bruggen, waterwegen, sluizen en veren.
Daarnaast was de dienst ook bij andere onderwerpen betrokken, zoals recreatie en milieu.
J.L. van der Gouw (red.), Honderd jaar Provinciale Waterstaat in Zuid-Holland. Enige opstellen over de geschiedenis ( 's-Gravenhage 1975).
Het werkterrein van de Provinciale Planologische Dienst bestreek de ruimtelijke ordening binnen de provincie.
De Griffie was het ambtelijk apparaat van Gedeputeerde Staten met aan het hoofd de griffier. De schriftelijke neerslag van de besluitvorming van dit bestuursorgaan werd in het Griffie-archief bewaard. De Griffie bestond in de periode van deze inventaris uit vijf en vanaf 1947 uit zes afdelingen
Het eerste en het tweede bureau van de Vierde afdeling gingen over naar de Eerste en de Tweede afdeling.
met daaronder een toenemend aantal ressorterende bureaus, die ieder een bepaald taakveld voor hun rekening namen. Tussentijds wisselden taken soms van afdeling. De personeelsbezetting van dit dienstonderdeel groeide navenant met de toename van de werkzaamheden.
Op 1 januari 1948 telde de Griffie 238 personeelsleden, terwijl dit er op 1 januari 1971 397 waren. Zie: Verslag over het jaar 1947. Gedaan door de Gedeputeerde Staten aan de Staten der Provincie Zuid-Holland (Den Haag 1948) 11-16. Ibidem 1970 (Den Haag 1971) 76.
In 1946 was de taakverdeling over de vijf afdelingen als volgt:
  • Eerste afdeling: waterstaat, wegen, verkeer en vervoer, ruimtelijke ordening c.a., planologie en bestemmingsplannen, recreatie, landschapszorg en natuurbescherming, milieubeheer, drinkwater- en energievoorziening.
  • Tweede afdeling: financieel beleid van de provincie, de financiële administratie, het beheer van eigendommen, volksgezondheidszorg, maatschappelijk werk.
  • Derde afdeling: gemeentefinanciën, de gemeentebedrijven, overige controletaken.
  • Vierde afdeling: provinciaal personeel, onderwijs, culturele zaken, maatschappelijk werk, volksontwikkeling, land- en tuinbouw.
  • Vijfde afdeling: juridische zaken en bestuurszaken, Statenvergaderingen en drukwerk, paspoorten, rijbewijzen, financiële administratie van de afdeling, typekamer.
In 1960 zag deze er als volgt uit:
  • Eerste afdeling: waterstaat, wegen, verkeer en vervoer, ruimtelijke ordening c.a., planologie en bestemmingsplannen, recreatie, landschapszorg en natuurbescherming, milieubeheer en drinkwater- en energievoorziening.
  • Tweede afdeling: financieel beleid van de provincie, de financiële administratie, het beheer van eigendommen, volksgezondheidszorg, maatschappelijk werk.
  • Derde afdeling: gemeentefinanciën, de gemeentebedrijven, overige controletaken.
  • Vierde afdeling: provinciaal personeel, onderwijs, culturele zaken, maatschappelijk werk, volksontwikkeling, land- en tuinbouw.
  • Vijfde afdeling: juridische zaken en bestuurszaken, Statenvergaderingen en drukwerk, paspoorten, rijbewijzen, financiële administratie van de afdeling, typekamer.
  • Zesde afdeling: registratuur, archief, bibliotheek en documentatie, expeditie, huishoudelijke dienst.
    Provinciale Almanak voor Zuid-Holland 1960 (Alphen aan den Rijn 1960) 21-26.
Taken
De taken van de provinciale Griffie waren uiteraard niet los te zien van die van het provinciaal bestuur. Deze waren voornamelijk omschreven in de Provinciewet en lieten zich in de praktijk het best omschrijven als 'het voeren van de huishouding van de provincie'. Het provinciale bestuur mocht echter zelf bepalen, wat het tot de huishouding van de provincie wilde rekenen en wat niet.
Dit betekende, dat de taken per provincie enigszins verschillend lagen. Binnen deze grenzen kan gesteld worden, dat deze op het terrein van algemeen bestuur lagen, alsook op dat van openbare orde en veiligheid, ruimtelijke ordening, milieu, verkeer en vervoer, waterstaat, volksgezondheid, maatschappelijke zorg, onderwijs en cultuur, economische zaken en arbeid en natuurbeheer. Niet in de laatste plaats had het provinciaal bestuur een toezichthoudende taak op de lagere overheden. Vergelijk van de organisatieschema's van de Provinciale Griffie in de Provinciale Almanak maakt goed inzichtelijk hoe de taken in de loop van de tijd verschoven, terwijl er ook geheel nieuwe bijkwamen, zoals op het gebied van educatie, ouderenbeleid, bodembeheer en afvalstoffen.
De provincie had dus bemoeienis met tal van zaken. In de periode 1946 - 1975 eiste echter een aantal specifieke onderwerpen in Zuid-Holland bijzondere provinciale aandacht. Voor de eigen organisatie betrof dit de bouw van een nieuw Provinciehuis. Het voorgebouw van het pand aan de Korte Voorhout 9, dat sinds 1823 als zodanig was gebruikt, was evenals de later aangekochte panden 5 en 7 namelijk als gevolg van een per vergissing door de Engelsen op 3 maart 1945 op het Bezuidenhout uitgevoerde bombardement geheel verloren gegaan. Dit bombardement was bedoeld om de door de Duitsers in het Haagse Bos opgerichte V-2 installaties uit te schakelen. De in de jaren dertig achter Korte Voorhout 9 gebouwde nieuwe vleugel, waarin het archief onder meer werd bewaard, was echter gespaard en werd nog tot 1964 gebruikt.
Dit was samen met de panden Schouwburgstraat 9 en 11 al aan het Rijk verkocht, maar mocht nog worden gebruikt. Zie: Verslag over het jaar 1962. Gedaan door de Gedeputeerde Staten aan de Staten der Provincie Zuid-Holland (Den Haag 1963) 80.
Hoewel de provincie al in 1948 bij Koninklijk Besluit van 15 december no. XVII toestemming had gekregen voor de aankoop van een terrein voor de bouw van een nieuw Provinciehuis en een ambtswoning voor de Commissaris van de Koningin, duurde het tot 1958 voordat op het terrein van de voormalige Dierentuin een begin werd gemaakt met de bouw van een Provinciehuis.
Verslag over het jaar 1948. Gedaan door de Gedeputeerde Staten aan de Staten der Provincie Zuid-Holland (Den Haag 1949) 54-55. Ibidem 1957 (Den Haag 1958) 61.
Op 21 mei 1964 werd het werkgedeelte van dit gebouw officieel in gebruik genomen.
Ibidem 1964 (Den Haag 1965) 75-76.
Een ander geheel onvoorziene taak waarmee de provincie Zuid-Holland veel bemoeienis had, was de Watersnoodramp van 1953, die naast Zeeland deze provincie ook zwaar trof.
Andere belangrijke zaken uit deze tijd waren de snelle uitbreiding van het wegennet, de problematiek rond de ruimtelijke ordening en milieu en de opbouw van de verzorgingsstaat. Bovendien ontstond in de jaren zeventig door de behoefte aan inspraak van de bevolking een meer openbare procedure door het ter visie leggen van plannen en het houden van hoorzittingen.
J.L. van Zanden, 'Verkeer en vervoer', Brokken (ed), 150 jaar Noord-Holland en Zuid-Holland, 99-120, 114. Zie ook: `Vijf en twintig jaar tertiair wegenplan in de provincie Zuid-Holland', in: Verslag over het jaar 1962. Gedaan door de Gedeputeerde Staten aan de Staten der Provincie Zuid-Holland ( 's-Gravenhage 1963) 13-43.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Het archief van de Griffie werd gevormd door de verschillende afdelingen en bureaus van de Griffie. Vanwege de door de jarenlange onderbezetting ontstane achterstand werd in 1951 een vierde man bij de afdeling Archief in dienst genomen. Daarnaast werd in 1954 ook al geklaagd over het toenemende ruimtegebrek.
Verslag over het jaar 1954. Gedaan door de Gedeputeerde Staten aan de Staten der Provincie Zuid-Holland (Den Haag 1955) 31.
Het jaar daarop werd een begin gemaakt met het maken van een wetenschappelijke inventaris. In dat kader werden de in de oorlog vergane indices tevens gereconstrueerd en werden de bewaard gebleven agenda's en indicies gerestaureerd.
Ibidem 1954 (Den Haag 1955) 31; Ibidem 1955 (Den Haag 1956) 26.
Na het verliezen van het directe bedrijfsbelang werd het archief bewaard in de depots van het semi-statisch archief in het Provinciehuis. Tot het betrekken van het nieuwe Provinciehuis werden jaarlijks alle voor bewaring aangemerkte stukken van het afgelopen jaar naar het statische archief overgebracht. Omdat het bergingsvraagstuk ondanks de vernietiging van daarvoor in aanmerking komende stukken bleef bestaan, ging men in 1958 onderzoeken in hoeverre er van de oudste nog aanwezige stukken voor vernietiging in aanmerking kwamen.
Ibidem 1954 (Den Haag 1958) 61.In 1949 werden de daarvoor in aanmerking komende stukken van 1945 - 1947 naar het Archief overgebracht, terwijl het jaar daarop de stukken van 1948 en 1949 volgden. In 1951 gebeurde dit met de stukken van 1950 en de eerste helft van 1951.
Vanaf 1964 kreeg het bureau Archief als nieuwe taak `het bijvoegen van de retro-acta bij de ingekomen post en in verband daarmee werd het gehele dynamische archief van de registratuur [toen] overgebracht naar het Archief.
Ibidem 1964 (Den Haag 1965) 77.
Als gevolg van de afschaffing van de Provinciewet 1962 werden de taken van de provincie uitgebreid. Dit had tot gevolg dat Gedeputeerde Staten steeds meer beslissingen moesten nemen, wat ook een toename van het archief betekende. Bedroeg het aantal beslissingen in 1860 nog 3.356, in 1950 was dit al 28.757. Tien jaar later was dit met 20.000 vermeerderd, terwijl het totaal in 1970 54.770 bedroeg.
Ibidem 1970 (Den Haag 1971) 89-90.
Intussen groeide de personeelsbezetting van het Archief ook en waren daar in 1975 tien man in dienst.
Idem 1951(Den Haag 1952) 51. Provinciale Almanak van Zuid-Holland 1975 (Alphen aan den Rijn 1975) 21.

De verwerving van het archief

Overbrenging van een overheidsarchief