In deze inventaris wordt het archief van de Griffie van de Provincie Zuid-Holland in de periode 1976-1986 beschreven. Tot en met 1986 maakte deze onderdeel uit van het ambtelijk apparaat van het provinciaal bestuur.
Provinciaal bestuur
Evenals tegenwoordig bestond het provinciaal bestuur uit de volgende drie organen:
- Provinciale Staten;
- Gedeputeerde Staten;
- Commissaris van de Koningin.
De samenstelling en bevoegdheden van deze organen zijn geregeld in de Grondwet en de Provinciewet 1962. Provinciale Staten bestaat uit 83 leden, die om de vier jaar rechtstreeks door de inwoners van de provincie worden gekozen. Sinds 1975 vergaderen de leden maandelijks onder leiding van de Commissaris van de Koningin in het nieuwe provinciehuis aan de Zuid-Hollandlaan/hoek Koningskade, dat het jaar daarvoor op 21 mei officieel in gebruik was genomen. Het bestuur van de hoofdzaken van wat er in de provincie moet gebeuren behoren tot hun taak. Hierbij valt te denken aan het maken van verordeningen en het nemen van belangrijke bestuursbesluiten. Op hun beurt benoemen de statenleden uit hun midden de leden van Gedeputeerde Staten. Dit bestuurscollege vormt, samen met de Commissaris van de Koningin, het dagelijks bestuur van de provincie.
De Commissaris der Koningin wordt benoemd door de Kroon. Hij is zowel voorzitter van de Provinciale Staten als van de Gedeputeerde Staten. Verder legt hij ambtsbezoeken af aan gemeenten, doet hij aanbevelingen van kandidaten voor het burgemeestersambt, en is hij verantwoordelijk voor de handhaving van openbare orde en veiligheid en de bevordering en behartiging van de provinciale belangen.
Ambtelijk apparaat
Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten en de Commissaris van de Koningin worden door de provinciale ambtenaren in hun taken bijgestaan. In de periode 1976-1986 waren deze ambtenaren verdeeld over drie diensten: de Griffie, Provinciale Waterstaat en de Provinciale Planologische Dienst. Provinciale Waterstaat hield zich vooral bezig met de advisering over en de uitvoering van zaken betreffende wegen, fietspaden, bruggen, waterwegen, sluizen en veren. Daarnaast was de dienst ook bij andere onderwerpen betrokken, zoals recreatie en milieu betrokken. Het werkterrein van de Provinciale Planologische Dienst bestreek de ruimtelijke ordening binnen de provincie.
De Griffie was het ambtelijk apparaat van Gedeputeerde Staten met aan het hoofd de griffier. De schriftelijke neerslag van de besluitvorming van dit bestuursorgaan werd in het Griffie-archief bewaard. De Griffie bestond in de periode van deze inventaris uit zes en aan het eind acht afdelingen met daaronder ressorterende bureaus, die ieder een bepaald taakveld voor hun rekening namen. In 1976 was de taakverdeling over de afdelingen als volgt:
- Eerste afdeling: waterstaat; wegen, verkeer en vervoer; ruimtelijke ordening c.a., planologie en bestemmingsplannen; recreatie, landschapszorg en natuurbescherming; milieubeheer en drinkwater- en energievoorziening.
- Tweede afdeling: financieel beleid van de provincie; de financiële administratie; het beheer van eigendommen; economische zaken.
- Derde afdeling: gemeente-financiën; de gemeente-bedrijven; overige controle-taken.
- Vierde afdeling: onderwijs en culturele zaken; maatschappelijk werk; volksgezondheid.
- Vijfde afdeling: juridische zaken en bestuurszaken; Statenvergaderingen en drukwerk; paspoorten; rijbewijzen; financiële administratie van de afdeling.
- Zesde afdeling: post- en archiefzaken; tekstverwerking; interne en externe expeditie; huishoudelijke dienst en bodedienst.
Doordat de waterstaatszaken en milieubeheer in 1977 bij een nieuwe afdeling werden ondergebracht telde de Griffie vanaf die tijd zeven afdelingen. Het duurde vervolgens tot 1984 voordat hier nog een Achtste afdeling bijkwam.
Behalve de bemoeienis met Gedeputeerde Staten behandelde de Griffie echter ook zaken van de Commissaris van de Koningin. Dientengevolge maakte naast het Kabinet van de Commissaris ook een aantal bijzondere afdelingen, bureaus en adviseurs van de Commissaris van de Koningin deel uit van de Griffie: de Centrale Afdeling Personeelszaken en Documentatie, het Bureau Organisatie in algemene dienst, het Bureau Voorlichting in algemene dienst, de Provinciale inspectie der archieven, de Adviseurs van het provinciaal bestuur, te weten de adviseur voor de gasvoorziening in Zuid-Holland, de adviseur voor de elektriciteitsvoorziening in Zuid-Holland, de accountant en de archeoloog voor Zuid-Holland.
In 1978 werd de Provinciale Inspectie der archieven als eerste een afzonderlijke organisatieonderdeel, dat op dezelfde hoogte kwam te staan als het Kabinet. In 1980 kwam daar nog een zelfstandige Afdeling personeel en organisatie bij. In dat zelfde jaar kreeg de griffier naast de Juridisch adviseur een Bureau Bibliotheek en documentatie en de Bedrijfsgeneeskundige dienst als ondersteunende bureaus. Deze kregen het jaar daarop al een andere plaats binnen de organisatie doordat ze binnen de lijnorganisatie op hetzelfde niveau als de Provinciale Inspectie en de Afdeling personeel en organisatie werden opgenomen. Geheel nieuw was het Bureau voorlichting, dat in 1982 werd ingesteld.
Op 18 april 1985 besloten Provinciale Staten de provinciale organisatie te vernieuwen. Om deze reorganisatie te begeleiden en vorm te geven werden een projectgroep, een stuurgroep en een aantal werkgroepen in het leven geroepen. De werkgroep Hoofdstructuur nam hierbij het voortouw.
Bij de reorganisatie werd het takenpakket van de provincie voortaan ingedeeld in zesentwintig hoofdtaken, die op hun beurt waren verdeeld over vijf nieuwe diensten: Ruimte en Groen, Water en Milieu, Welzijn, Economie en Bestuur, Verkeer en vervoer en de Facilitaire Dienst. Daarnaast kende men evenals daarvoor ook in de nieuwe opzet centrale afdelingen met ondersteunende bureaus (Afdeling kabinet; Afdeling financiën; Afdeling personeel en organisatie), respectievelijk Centrale bureaus (Bureau bedrijfsgezondheidszorg; Bureau griffier; Bureau voorlichting en inspraak). Op 1 januari 1987 werd deze nieuwe organisatiestructuur van de provincie Zuid-Holland ingevoerd.