Bron: Nota 11 oktober 1922, Sectie VIII nor. 2523
Inrichting archief Vesting Holland. Het archief is gesplitst als volgt:
Het beheer dezer archieven, zomede het agenderen der inkomende stukken geschiedt door
Voor het sub I genoemde archief wordt door den registrator een klapper aangehouden volgens kaartsysteem
Ingekomen stukken, telegrammen, enz.
Met uitzondering van de persoonlijke of geheime stukken worden alle ingekomen brieven, telegrammen, pakketten enz. geopend door de registrator. De persoonlijke stukken worden overgedragen aan de kapitein-adjudatn, de geheime stukken worden door de registrator ter hand gesteld van de luitenat belast met het toezien op de registratie, die deze stukken opent en beoordeelt in welk register zij moeten worden ingeschreven.
De ingekomen stukken worden over de navolgende sectiën verdeeld
- Sectie I. Generale StafI
- Sectie II. Intendance
- Sectie III. Geneeskundige Dienst.
- Sectie IV. Artillerie; (a) tactische aangelegenheden, (b) personeel, (c) materiëel
- Sectie V. Genie; (a) algemeen, (b) electrische verbindingenl, (c) inundatiënl
- Sectie VI. Rechtspleging
- Sectie VII. Diensten te Water; (a) Marine, (b) Torpedisten, (c) Vrijwillige Landstormkorps Vaartuigen Dienst
- Sectie VIII. Huishoudelijke en administratieve diensten
Voor de behandeling wordt verwezen naar paragraaf 11 D.V.S. met dien verstande dat voor "bij Sectie I" moet worden gelezen "door den Chef van den Staf" , voorts naar paragrafen 12 en 16
Voor zover de te behandelen stukken een bepaald Front betreffen, wordt echter het sectienummer aangegeven door één der letter N (Noordfront), O (Oostfront), Z (Zuidfront) of W (Westfront), bijv.: "Sectie II.Z no. 198 Geheim. Betreft het stuk twee of drie fronten, dan worden alzoo twee of drie letters toegevoegd
Van de stukken, die van blijvend belang zijn voor een bepaald Front, wordt door de zorg der betrokken sectie-hoofden een afschrift gegeven aan de Kapitein van de Generale Staf, met de oorlogsvoorbereiding van dat Front belast.
Deze afschriften worden door laatstgenoemde officieren in een eigen register ingeschreven en opgelegd om bij mobilisatie te dienen voor het betrokken front. Hij die de stukken ter bewerking krijgt geeft aan op het stuk zelf of op de minuut bij welk nummer het moet worden opgeled, bijv. "opgelegd bij Sectie IVa no. 321/'21". Minuten die voor andere sectiën van belang zijn worden eerst de Chef van de Staf aangeboden, nadat zij door de betrokken sectiehoofden zijn geparafeerd. Voor elk bij een sectie te lichten stuk, moet een bon in de plaats gesteld worden. het stuk moet na afloop van de behandeling worden terugbezorgd, waarna de bon wordt vernietigd.
Uitgaande stukken
Als regel gaat elk stuk uit op het nummer waaronder het is binnengekomen, steeds onder bijvoeging van het nummer van de sectie en eventuele aanduiding van het Front. Bij voorkeur moet gebruik gemaakt worden van minuutpapier, waarvan het model is vastgesteld en waarop door de stellers al die aanwijzingen moeten worden ingevuld, welke nodig zijn voor de registrator en de schrijver, o.a. aan wie de minuut ter kennisneming moet worden toegezonden. Een der toegevoegde luitenants is belast met het toezicht op de registrator en de dienst van de hulpschrijvers. Inkomende en uitgaande stukken de mobilisatie betreffende , worden voorzien van de aanduiding "mob", bijv. "Sectie I no. 654 Mob. Geheim"