Melding functionaliteit niet beschikbaar

Het downloaden van scans is momenteel niet in alle gevallen mogelijk. U kunt de scans wel online bekijken. Onze excuses voor het ongemak.

3.18.26 Inventaris van het archief van het klooster Sint Michiel in den Hem bij Schoonhoven

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Tot het stichten van een klooster in den Hem bij Schoonhoven, in het gerecht Bergambacht en de parochie 's-Heer-Aartsberg, nemen het initiatief eenige vrome burgers van Schoonhoven, van wie Claes Hoec, Vrederic Smit, priesters, en Jan Aerntsz. van Diest genoemd worden in een brief van 1396 waarin Guy de Chastillon, graaf van Bloys en heer van Schoonhoven, zijn toestemming verleent, om in den Hem een klooster met kapel te stichten. Een openbare kapel is er niet aanstonds geweest, slechts een oratorium met altaar.
Het jaar 1396 wordt voor het stichtingsjaar van het klooster gehouden, ofschoon de eerste inrichting, uit hoofde van den Arkelschen oorlog, geen stand hield, en een tweede omstreeks 1407 op dezelfde plaats begonnen is door den priester Willem Clinkert (Clinkairt, Clinkaers), geboren te Schoonhoven en in 1444 in den Hem overleden. Aan dezen priester zijn niet alleen de herleving en opkomst van het klooster St. Michiel te danken, maar zonder twijfel is hij ook de man geweest, die bewerkt heeft, dat in Holland een stichting in het leven werd geroepen, zooals hij die, tijdens zijn verblijf in het Fraterhuis van Deventer, in de Congregatie van Windesheim had leeren kennen.
De bisschop van Utrecht verhief in 1407 op verzoek van Willem Clinkert de wederom opgevatte inrichting van Broeder der Derde Orde van St. Franciscus in den Hem tot een "religieus en conventuaal huis", en heeft tegelijkertijd de concessiën bevestigd, hun enkele dagen te voren verleend door den pastoor van 's-Heer-Aartsberg, welke concessiën inhouden, dat de Broeders zich van de parochiekerk afscheiden en een openbare kapel en een eigen begraafplaats hebben mogen. Wat de kapel aangaat, hadden zij alle rechten, behalve het recht van doopen en trouwen, en hun begrafenisrecht strekte zich sedert 1409 uit tot allen van de parochie 's-Heer-Aartsberg, die te kennen hadden gegeven, dat zij op het kloosterkerkhof wenschten te rusten.
De Broeders der Derde Orde van St. Franciscus in den Hem, aangesloten bij het in 1401 opgerichte Derde-Orde-kapittel van Utrecht, zijn omstreeks 1418 tot de Orde der reguliere kanunniken van St. Augustinus, kortweg Regulieren genaamd, overgegaan. Het kloosterleven dezer Orde was streng vanwege abstinentie en vasten. Buiten de geestelijke oefeningen hielden de Regulieren van den Hem zich bezig met handenarbeid, vooral met het afschrijven en later met het drukken van boeken.
Reeds vóór het jaar 1431 is in Holland, naar model van de Congregatie van Windesheim, een Congregatie van Augustinenkloosters met een generaal kapittel aan het hoofd tot stand gekomen. In genoemd jaar bestond de Hollandsche Congregatie uit vijf kloosters van reguliere kanunniken en zes kloosters van reguliere kanunnikessen, gemeenlijk Regularissen genaamd, en Willem Clinkert, prior in den Hem, was haar prior-generaal. De Congregatie omvatte in 1444 zeven mannen- en zeven vrouwenkloosters.
Het generaal prioraat en de kapittelvergaderingen waren aan een bepaald klooster der Congregatie niet gebonden, totdat men, overeenkomstig het verlangen van den pauselijken legaat van Duitschland, Nicolaus van Cusa, in 1452 daartoe overging en het klooster Sion bij Delft heeft aangewezen. In 1441 was prior-generaal van het kapittel Johannes Nicolausz., prior van Emaus in het land van Stein, dien wij drie jaren nadien als prior-generaal en prior van Sion ontmoeten.
Het eigenlijke kapittel van Sion, dat naderhand aan de Hollandsche Congregatie van Augustinenkloosters zijn naam heeft gegeven, is dus vele jaren jonger dan de Congregatie zelf. Betrekkelijk de boven genoemde jaartallen heeft Römer
Kloosters en Abdijen I, 374.
zich een paar keeren vergist. Hij vermeldt, dat de broeders in den Hem in 1414 den derden regel van St. Franciscus aannamen en in 1444 of eenigen tijd te voren zich voegden bij het kapittel van Sion. Gelijk gezegd is, waren zij reeds in 1407 d. i. vanaf het begin Tertiarissen, aangesloten bij het Utrechtsche Derde Orde-kapittel, en wat zijn ander bericht aangaat Römer heeft klaarblijkelijk over het hoofd gezien, dat Willem Clinkert, prior in den Hem, in 1431 als prior-generaal van het kapittel fungeerde.
Ten slotte nog enkele bijzonderheden. Een zeer vriendschappelijke verhouding heeft steeds bestaan tusschen den Hem en het klooster van den Hemsdonk of kortweg van den Donk te Brandwijk, Dat komt hier vandaan, dat de Donk een spruit van den Hem is.
Het klooster in den Hem is in 1495 door den bliksem getroffen en door brand beschadigd, vooral de kerk. ,,Prior Zeger Jansz. heeft de afgebrande kerk ten deele door het uytschrijven van boeken, in welke kunst hij meesterlijk ervaren was, ten deele door de drukkunst weder opgetimmert." Hij is gestorven in 't jaar 1510. 2).
V. Rijn - V. Heussen. Kert. Hist. II. 470. uitg. 1726.
Buitendien hebben de gezamenlijke kloosters van het kapittel van Sion de Hemsche Regulieren, die zeer arm waren, bij den herbouw van de kerk financieel gesteund.
Behalve den voornoemden Willem Clinkert, die Overste van het klooster in den Hem was - de Tertarissen noemden hun Overste minister en de Regulieren prior - en tevens prior-generaal van de Congregatie, althans in 1431, zijn onder de Hemsche kloosterlingen bijzonder bekend geworden: Cornelius Aurelius als latinist en schrijver van wetenschappelijke werken, maar voornamelijk als leermeester van Erasmus; voorts de vier conventualen, die door krijgslieden van Lumey mishandeld en omgebracht werden.
Het klooster is 6 Juli 1572 in de asch gelegd. De Staten van Holland hebben in 1599 de kloosterinkomsten aan Gorinchem afgestaan voor het nieuwe gasthuis, met last de conventualen van den Hem te alimenteeren.

Geschiedenis van het archiefbeheer

De meeste stukken van dit archief behoren aan het Algemeen Rijksarchief [nu Nationaal Archief] en zijn aangekocht te Cheltenham in 1889 en 1890.
Het archief is door aankoop verworven.