3.18.81 Inventaris van het archief van het bestuur van het Bisdom Rotterdam, (1842) 1956-1970 (1995)

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Inhoud en structuur van het archief

Inhoud

Het bestand vormt een aanvulling op de bestanden die in 1971 en 1990 aan het ARA in bruikleen zijn gegeven.
De hoofdmoot van de stukken dateert uit de jaren 1956-1970, de ambtsperiode van bisschop M.A. Jansen. De stukken zijn opgemaakt of ontvangen door de bisschop en zijn vicaris-generaal, A.C. Schaaper, en behoren tot het bestuursarchief van het bisdom Rotterdam.

Selectie en vernietiging

Selectie is toegepast in die zin dat dubbelen, kasbescheiden en een grote hoeveelheid documentatie van instellingen (jaarverslagen, folders, reclamemateriaal e.d.) verwijderd werden. Hierdoor is de omvang van ongeveer 40 m' teruggebracht tot 12,4 m'.

Verantwoording van de bewerking

De oprichting van het bisdom Rotterdam op 2 februari 1956 markeert het feitelijke beginpunt van het bestand. In verband met de bewaargeving aan het ARA werd als eindjaar het vertrek van bisschop Jansen in 1970 aangehouden. Daarnaast zijn ook stukken van oudere en jongere datum in de inventaris opgenomen.
De oudere stukken, de periode 1842-1955 betreffend, zijn afkomstig uit het archief van de bisschop van Haarlem. Deze stukken, waarvan enkele vóór het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie gedateerd zijn, hebben betrekking op zaken binnen het van Haarlem afgesplitste grondgebied van het bisdom Rotterdam. Om die reden werden zij in 1956 aan het bisdom Rotterdam overgedragen.
Hoewel het merendeel van deze stukken administratief volstrekt geen nut meer had, werd toch nog een aanzienlijk deel daarvan als "voorstukken" in de nieuw aangelegde dossiers gehecht. Waar dit gebeurd is, is dat zo gelaten. Waar dit niet gebeurd is, zijn zij in een apart hoofdstuk van de inventaris als gedeponeerde stukken beschreven, inv.nrs. 912-1106.
De stukken met betrekking tot de bedevaartplaats van de H.H. Martelaren van Gorcum in Brielle werden al in 1959 door A.L. Oversaag beschreven. Zijn archiefinventaris, waarin hij voornamelijk de inhoud van de stukken weergeeft, is tezamen met de betreffende archiefstukken opgenomen onder inv.nr. 1085A-1085T. Twee bestanddelen daaruit bleken al bij het ARA te berusten, maar zijn hier wel vermeld.
Incidenteel zijn de stukken na 1970. Het betreft hier voornamelijk correspondentie met instellingen waarmee het bisdom geen bemoeiing meer heeft omdat zij werden geseculariseerd of opgeheven. Het leek daarom weinig zinvol om deze stukken uit hun verband te lichten.
Van een rangschikking volgens organisatie van deze taken is om practische redenen afgezien, hoewel de vicaris-generaal, die in het bijzonder het financieel beheer van het bisdom behartigde, eigen archief vormde. Na verwijdering van dubbelen en verjaarde kasbescheiden bleek dit voornamelijk nog te bestaan uit de financieel technische beoordeling van allerlei zaken waarvan de kerkordelijke en/of pastorale beoordeling zich in het archief van de bisschop bevond. Een goed voorbeeld hiervan vormt de bouw van het klein-seminarie Leeuwenhorst waar beide functionarissen intensief bij betrokken waren (zie inv.nrs. 46-72).
Het bestand bestaat hoofdzakelijk uit stukken m.b.t. tot de uitvoering van de taken. Zij hebben betrekking op de regeling van en de contrôle op de discipline van de sacramenten, cultus, prediking, aflaten, geloof en onderricht, op het beheer van de kerkelijke goederen, en op de ontwikkeling van de parochies en andere kerkelijke of katholieke instellingen in het bisdom. Ongeveer 1/2 gedeelte betreft correspondentie met deze instellingen, die instellingsgewijs werd opgeborgen. De oorspronkelijke "dossiers" zijn gehandhaafd en onder de inv.nrs 91-709 beschreven. De meer beleidsbepalende stukken zijn ten opzichte van deze "routinestukken" van geringe omvang. Beide categorieën echter geven in hun onderlinge samenhang een goed beeld van het bisdommelijk beleid en de uitvoeringspraktijk in die jaren.

Ordening van het archief

Bij de ordening van de stukken is primair uitgegaan van de taken van het bisschopsambt. Daarbij is een onderscheid gemaakt tussen stukken met betrekking tot het bisdom als organisatie en de feitelijke taakuitoefening.