3.19.15 Inventaris van het archief van de Heren van Haarlem, 1254-1321

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Inhoud en structuur van het archief

Verantwoording van de bewerking

Aan de gewone inventaris is ook ditmaal een inventaris van verloren stukken toegevoegd, zoals reeds eerder gebeurde bij de heren van Voorne
Kort, Archief heren van Voorne, pp. XXI-XXIV.
. Ook de opzet van deze inventaris is gelijk aan de daar toegepaste.
Voor een nader begrip is de volgende lijst van hier geciteerde verouderde inventarissen toegevoegd.
  1. LRK. 418 : Inventaris van Pieter van Renesse van Beoostenzweene, 1441.
  2. LRK. 433 : Inventaris, ca. 1450.
  3. V.I. 12 f° 354-363 : Inventaris van de lade "Hamburgensis Cervisia". ca 1500.
  4. V.I. 2 : Inventaris van Jan van Oudheusden, 1511.
  5. V.I. 12 f° 372-377 : Inventaris van de lade D, ca. 1550.
  6. Suys Inventaris van Cornelis Suys, begonnen 1552.
  7. LRK. 117 c. leen : Inventaris van leenakten, ca. 1560.

Ordening van het archief

Daar de inventaris niet van een regestenlijst is voorzien, werd gezocht naar een andere oplossing voor verwijzing naar afschrift en druk. Gekozen werd voor de plaatsing van het afschrift linksonder de beschrijving en voor de druk ter rechterzijde. De aandacht van de gebruiker wordt zo toch op handzame hulpmiddelen gericht.
Ter aanvulling van de inventarissen is een repertorium op de lenen van de hofstede Haarlem toegevoegd, dat zoveel mogelijk is voortgezet tot het jaar 1581. Dit is gedaan in het kader van de bewerking van de leenregisters van de graven van Holland.
De lenen zijn kenbaar in de eerder genoemde ongedateerde lijst
LRK. 37 f° 18v nr. 118.
, die een vrij summiere opgave inhoudt van de leenmannen van wijlen Jan van Bergen met hun lenen, die deze nu bij de graaf hebben verheven. De lijst moest naar verwachting opgesteld zijn binnen jaar en dag na de dood van de gestorven leenheer, zodat zij op het jaar 1322 gesteld mag worden. Inderdaad komt Reinier van Heemstede, een van de leenmannen, in dat jaar als man van de graaf voor
Van Mieris,Charterboek, II, p. 296.
. Hiermee stemt ongeveer overeen, dat de heer van Voorne, aan wie eveneens een deel van de leenkamer van Jan van Bergen was toegevallen, in 1323 een betreffende belening verricht
Kort, Archief heren van Voorne, regest nr. 616.
.
Niet allen hebben hun leen in 1322 verheven, zodat de grafelijke registers op hun voorkomen elders is nagezocht. In sommige gevallen konden de mannen voor hun recht geen akte overleggen, zodat zij alleen mondeling bewijs konden leveren. Dit is in het repertorium verwerkt. Anderen waren wel in het bezit van akten, die zij bij gelegenheid hebben laten afschrijven in de grafelijke registers. Deze akten vallen op door hun datering, die voor het jaar 1322 te plaatsen is.
Voor het overige is in dit repertorium de beproefde werkwijze van de heer C. Hoek te Rotterdam gevolgd, zoals hij die in het tijdschrift "Ons Voorgeslacht" regelmatig in praktijk brengt. Twee afwijkingen zijn echter ingevoerd. De spelling van de eigennamen is in de eerste plaats zoveel mogelijk aan de huidige aangepast, zoals dit ook in de inventaris gebeurt. Daarnaast zijn alle lenen naar gemeente gerangschikt, waarin zij behoren volgens Kuyper's Gemeenteatlas.
De heren van Haarlem bezigden bij de benoeming van het jaar de jaardagstijl. Dit blijkt uit een akte op naam van Hendrik van Diepenheim, gedateerd zondag na St. Agniet 1316
LRK. 37 f° 22 nr. 142.
. Deze akte speelt gelijktijdig met een drietal van de graaf van Holland, die gedateerd zijn: woensdag na Pontiaan onderscheidelijk vrijdag na vastenavond 1315
LRK. 37 f° 21v nrs. 139-141.
. Daar de graven van Holland de Paasstijl toepasten, heeft Hendrik van Diepenheim en met hem het geslacht van Haarlem zich bediend van de jaardagstijl.
Tenslotte is voor een beter inzicht in de voortgang van de heren van Haarlem een genealogie van het geslacht toegevoegd.