Verantwoording van de bewerking
De Tweede Afdeling had haar inventaris, gemaakt van 1942 tot 1949 door mej. J. Vaissier en C. Postma in het kader van hun stage het eerst gereed. Ook de Derde Afdeling zette stagiaires aan het werk. Nog tijdens de oorlog maakte mej. C. Cremers een begin met de ordening. Zij werd gevolgd door mej. M.H. de Vries, die in 1951 het archief verliet zonder de inventaris voltooid te hebben. Daarna hield A.V.D. de Brauwere zich vanaf 1953 met het archief bezig, in 1958 gevolgd door L.J. van der Klooster, die in 1962 vertrok. In 1963 werd de ordening voortgezet door dr. H.C.M. van den Krabben, die het archief evenwel in 1970 verliet nog steeds zonder de inventaris voltooid te hebben.
Intussen was het archief van Offem in de genoemde periode aanmerkelijk verrijkt. In 1955 vond een ruil plaats met de gemeente Noordwijk, waar het archief geordend werd
W.E. Smelt, Inventaris van de archieven der gemeente Noordwijk, z.pl. (1962), p. I.
. Negentien nummers van de gemeente konden geruild worden tegen twaalf Offem. Het betrof stukken, die ten onrechte in het andere archief waren achtergebleven.
Groter nog was de terugkeer van stukken, die sinds 1906 bij de boedelscheiding van jonkvrouwe S.G.F. Gevers van het huis Offem waren afgedwaald en terechtgekomen in het archief van het kasteel Marquette, dat later in bewaring werd gegeven aan het Gemeentearchief van Amsterdam. Het betrof bijna tweehonderd nummers, die jonkheer A.D.Th. Gevers in 1962 ten behoeve van Offem afstond. Daar tegenover staat een aantal nummers behorend aan de familie Gevers, dat in 1906 op Offem achterbleef en voor de familie Gevers gereserveerd is. In 1979 droeg jonkheer Gevers nogmaals een aantal stukken over, dat kennelijk op het kasteel Marquette was achtergebleven. Ook de heer F.W. graaf van Limburg Stirum te Noordwijk droeg in 1980 en 1982 stukken aan het Algemeen Rijksarchief over, die veertig jaar voordien blijkbaar over het hoofd waren gezien. In december 1980, toen ondergetekende de inventarisatie had overgenomen, werden de beide gedeelten van 1941 herenigd door overdracht aan het Rijksarchief in Zuid-Holland.
Tenslotte werden elders stukken gevonden, die eertijds tot het archief van Offem behoord hebben. In het Rijksarchief van Groningen bevonden zich in het archief van het huis Nijenoord stukken uit de periode 1543 tot 1630 van de familie Van der Does, die daarmee de oudste persoonlijke stukken van die familie uitmaakten. Voorts worden in de Handschriften van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde in de UB. Leiden twee albums van Jan van der Does bewaard
Inv.nrs. 383*, 384*.
. Een rekening van de goederen, behorend tot de heerlijkheid Offem, van het jaar, 1534
Inv.nr. 796*.
bevindt zich tenslotte in het Gemeentearchief van Alkmaar in het archief van het Provenhuis van Zessen. In 1836 waren meer stukken van Offem op het kasteel Salmonsart te Bergen in Henegouwen aanwezig. In het capucijnerklooster te Edingen, waar een gedeelte van deze stukken in een fonds van de familie de Mérode berust, werden de stukken van Offem echter niet aangetroffen. Van de opgespoorde stukken buiten het archief zijn met uitzondering van de Leidse foto's aanwezig. Zij zijn in de inventaris met een asterisk (*) gemerkt.