Geschiedenis van het archiefbeheer
Het archief van Offem telt thans veertien strekkende meters. Hoe was dat vroeger gesteld? Ter beantwoording van die vraag staan ons enige beschrijvingen van de verzamelingen uit de achttiende eeuw ten dienste
Inv.nr. 1319.
. Wij moeten het echter doen zonder beschrijvingen uit de tijd van de familie Van Limburg Stirum. Deze familie heeft de stukken naar alle waarschijnlijkheid in hun geheel bijeengehouden. Er kunnen wel stukken bij boedelscheidingen aan de familieleden toebedeeld zijn. Ook schonk de heer F.A.G. graaf van Limburg Stirum in 1882 en 1901 een verzameling brieven van François van Aerssen aan Johan van Oldenbarnevelt aan het Algemeen Rijksarchief. Deze waren in 1619 tijdens het proces tegen Van Oldenbarnevelt in beslag genomen en aan prins Maurits gestuurd kennelijk met het oog op hun politieke inhoud. Van Aerssen, die naderhand deel had in de afwikkeling van deze zaak, oordeelde blijkbaar, dat zij het best uit het oog waren bij de familie Van der Mijle, van-waar zij op de familie Van der Does vererfden. Een paar brieven waren in 1933 in het bezit van de heer J.C. baron van Wassenaar te Nederhemert, die ze wel geërfd zal hebben van Frederica Louise van der Does, die huwde met Otto Frederik van Lynden
S.P. Haak, Johan van Oldenbarnevelt. Bescheiden betreffende zijn staatkundig beleid en zijn familie, 's-Gravenhage 1934, pp. IX-X.
. Of hun plaatsing in het archief van Oldenbarnevelt valt daarover archivistisch niets aan te merken .
Ten tijde van de familie Van der Does gingen daarentegen grote hoeveelheden archief verloren. Daarbij heb ik niet zozeer het oog op het archief van de heerlijkheid De Lier, dat onder meer het hofboek van 1583 en voorts stukken van 1512 tot 1768 bevatte. Het zal ongeveer een meter groot zijn geweest. Dit verdween uit de familie door vererving
Boven p. X.
. Wel zie ik daarvoor Gerlach Jan Doys van der Does aan, die in 1795 een groot gedeelte van zijn archief verscheurde. Hij was begonnen met de papieren van de familie Doys, waaruit hij naar schatting zeven omslagen vernietigde. Over de rest bepaalde hij, dat die op een enkele uitzondering na naderhand verscheurd of verbrand moest worden
Inv.nr. 609.
. De familie Van Limburg Stirum gaf aan deze oproep echter geen gehoor. Krachtdadiger pakte Gerlach de vernietiging der stukken van zijn eigen familie aan. Wij schatten, dat hij elf pakken, zeventien omslagen en twee katernen liet sneuvelen, bijeen ongeveer twee meter. Ze hadden naar zijn oordeel uitgediend. De stukken betreffende de heerlijkheid Noordwijk bleven bij de operatie vrijwel ongeschonden.
Uit zijn beschrijving komt de toestand van het archief in 1795 duidelijk naar voren. De stukken van de familie Van der Does waren toen bijeengebonden in zestig pakketten, waarvan er zestien bewaard werden, vierendertig verscheurd en negen bij andere stukken gevoegd en soms ook vernietigd. Waarschijnlijk zijn alle overgebleven stukken thans nog aanwezig. Alleen een gedrukte opdracht voor een astronomisch werk van Hugo de Groot aan de Staten van Holland werd niet teruggevonden. Het zal behoord hebben tot zijn Syntagma Arateorum, dat in 1600 te Leiden werd gedrukt
J. ter Meulen en P.J.J. Diermanse, Bibliographie des écrits imprimés de Hugo Grotius, 's-Gravenhage 1950, pp. 152-154 nr. 413.
.
Om een beter inzicht te bieden in de toestand van 1795, geven wij een samenvatting van de verliezen, die Gerlach Jan van der Does soms uitgebreider beschreef. Er verdwenen: stukken betreffende een geschil tussen erven Steven van der Does en Anna van der Does, 1620-1639; betreffende de loopbaan van Wigbold van der Does als lid van de Ridderschap en gouverneur van Sluis, 1650-1658; betreffende de financiën van Jan van der Does, ritmeester, 1672-1681; betreffende de loopbaan van Steven van der Does als baljuw van Rijnland, baljuw van Hulst, lid van de Ridderschap en lid van de admiraliteit van Amsterdam, zijn Engelse effecten en de huishouding, gevoerd door juffrouw Vos, en zijn nalatenschap, 1701-1730; betreffende de financiën van Theodora Odilia Doys, zijn vrouw, 1725-1771; een rekening van Wigbold van der Does van de abdijen Rijnsburg en Leeuwenhorst, 1721-1722; betreffende een geschil tussen Caspar van Ewsum en Cornelis van Watervliet, 1627-1724; betreffende de nalatenschap van Johan van den Kerckhove, 1632-1665; betreffende de begrafenis van Arnout van Wassenaar, heer van Duvenvoorde, 1721; rekeningen van Anna Taillefer de Moriac betreffende Piershil, 1681-1718; testament van Katharina van Kats, gehuwd met Johan van Hesse, 1633, en stukken betreffende de nalatenschap, 1634-1645; staat van de boedel van Johan van Oldenbarnevelt, 1625; kaveling van de goederen van Reiner en Petronella van Oldenbarnevelt, 1624-1629; overdrachten aan de familie Oldenbarnevelt in Middelharnis, 1582-1641; rekeningen van De Lier, St. Anthoniepolder en de tienden van Monster, 1678-1685; betreffende Emmikhuizen, 1643-1704; betreffende de kerk van Renswoude, 1640-1641; een lijfrente voor Frederik van Reede op de provincie Utrecht, 1631; rekening van Frederik van Reede van de abdij Rijnsburg, 1714-1715; betreffende zijn begrafenis, 1715; staat van het huwelijksgoed van Adriaan van der Mijle, 1688; betreffende zijn nalatenschap, 1688; betreffende Marquette, 1657-1717; betreffende de nalatenschap van Maria Agatha van der Mijle, 1659-1727; betreffende de voogdij door Van der Mijle over de kinderen van Françoise van Oldenbarnevelt, 1644; rekeningen van Dubbeldam, 1611-1674; betreffende de hof, waar de Winterkoning in woonde, 1661-1664; betreffende de financiën van Van der Mijle, 1678-1712; betreffende huizen te 's-Gravenhage, Rijswijk, Noordwijk en Wieldrecht met tekeningen, 1620-1675, betreffende de verkoop door Wigbold van der Does van het huis te 's-Gravenhage aan de Prinsessegracht, 1639-1651; betreffende de verkoop door Van der Mijle van, het-huis te Andelst, 1693; betreffende de verkoop door Maria.Agatha van der Mijle van bet huis te 's-Gravenhage aan de Kneuterdijk, 1697; en betreffende de verkoop van het eigen goed in Büderich, 1653 Van Noordwijk vernietigde Gerlach tenslotte enige bijlagen tot rekeningen, gedaan door secretaris Boekweyt over 1727 tot 1732.
In vergelijking met de opruiming, die Van der Does hield in zijn familiepapieren, was de vernietiging van stukken Doys slechts een kleinigheid. Het betrof brieven aan Elisabeth Mechtelina Doys; stukken betreffende de compagnie van Gerlach Doys en van zijn nalatenschap, 1734-1742; betreffende de financiën van Johan Theodoor Doys , 1726-1731; brieven en particuliere zaken van Govert Timon Doys; betreffende de compagnie van Hendrik Adriaan Wecke en eindelijk betreffende de goederen onder Etten, 1631-1730.
Tot zover kunnen wij de duidelijke verliezen volgen van het archief van de familie Van der Does zoals het voornamelijk vanaf het begin van de zeventiende tot het einde van de achttiende eeuw was gevormd. Het archief van de voorgaande eeuw, waaronder dat van Jan van
der Does, verdween al eerder. Enige stukken verhuisden in de zeventiende eeuw naar de Nijenoord in Groningen
Boven p. XII.
. De stukken betreffende de eigendommen in de provincies Utrecht van Wijk bij Duurstede tot Breukelen, bij Woerden en Velsen waren daar niet bij. De bibliotheek en de brieven had Jan van der Does in 1604 vermaakt aan zijn jongste zoon Dirk
Inv.nr. 394*.
, die zich op het huis Bergestem bij Amerongen vestigde. Daar zal hij de brieven aan Arnout van Buchel hebben getoond
Boven p. V.
, waarna ze niet meer zijn teruggezien
CL. Heesakkers, Petrus Scriverius as the publisher of the Poemata of Janus Dousa, in: Quaerendo, jrg. 5, 1975, pp. 116-117.
. Twee alba van Jan van der Does, die in de vorige eeuw tevoorschijn kwamen
Boven p. XII.
, zullen ook van Bergestein afkomstig zijn. De papieren van dit huis zijn thans onvindbaar.
Het archief van de familie Doys volgde de hoofdtak slechts gedeeltelijk, daar Gerlach, jongere zoon van Dirk Doys, de stukken grotendeels meenam
Boven p. VII.
. In tegenstelling tot zijn naamgenoot van het eind van de achttiende eeuw, was hij zeer zuinig op zijn stukken. Hij schreef ze zelfs af in het zogenaamde handschrift Doys
Boven p. VII.
. De akten, die op de familie betrekking hadden, liepen in dat werk van 1442 tot 1605
Handschrift Doys, I, pp. 82-151.
. Dan waren er nog stukken van de aangetrouwde families Swaerte (1399-1479)
Handschrift Doys, I, pp. 163-165.
en Wevel (1539-1571)
Handschrift Doys, I, pp. 169-171.
en ook van zijn Poolse schoonfamilie Goraisky, die wij hier buiten beschouwing laten.
Tenslotte behandel ik de verzameling schilderijen, die tot 1812 op Offem aanwezig was
Inv.nr. 379.
. Het waren er tien en wel een altaarstuk, waarop afgebeeld Adriaan van der Does en zijn twee echtgenotes Elisabeth van Kats en Geertruida van Reimerswaal, Margaretha Oom van Wijngaarden, moeder van Elisabeth van Kats, als ook haar grootmoeder, twee dochters en zoon Dirk van der Does. Voorts het schilderij van Jan van der Does met Elisabeth van Zuilen en hun zeven kinderen, dat thans in de Lakenhal te Leiden hangt. Dan vermoedelijk als dubbelportretten Wigbold van der Does, van wie een schilderij te Hoorn aanwezig is, en Anna van den Kerckhove, Steven van der Does en Louise Taillefer de Moriac, Wigbold van der Does en Wilhelmina Henriette van Reede en tenslotte Steven van der Does en Theodora Odilia Doys met haar zoon Wigbold Johan Theodoor van der Does. Omdat diens leeftijd op zes jaar werd geschat, moet het laatste schilderij dateren van ongeveer 1732. De schilderijen maakten in 1812 deel uit van de boedel van Gerlach Jan Doys van der Does
Inv.nr. 517.
. Zonder nadere specificatie werden zijn persoonlijke bezittingen toen verdeeld tussen de families Van Limburg Stirum, Van Lynden, de Heerdt van Eversberg en Van der Heim. Sindsdien zijn zeven portretten spoorloos, zodat Gerlachs verwoestende arbeid in het archief postuum lijkt te zijn voortzet. Slechts de familie Van Limburg Stirum bewaarde het erfdeel en schonk het resterende schilderij aan de stad Leiden
Inv.nr. 92.
Bij het ineenzetten van de inventaris is gewerkt volgens een methode, die sinds de inventarissen Van Assendelft de Coningh en Berg
G.M. van Aalst, Het archief van de familie Van Assendelft de Coningh, 1645-1959, 's-Gravenhage 1975 (Rijksarchieven in Holland Inventarisreeks nr. 4); J.P.A. Louman, Archief van de familie Berg, 1338-1977, 's-Gravenhage 1980 (Rijksarchieven in Holland Inventarisreeks nr. 15).
gangbaar is. Zo word onderscheid gemaakt tussen stukken van persoonlijke aard en stukken van zakelijke aard, die de eigendommen behandelen, die in handen van meer dan een lid van de familie waren. Bij de stukken van persoonlijke aard zijn de stukken naar persoon, die voorzien is van een Romeins volgnummer, gegroepeerd. Binnen elke persoon zijn de stukken nader verdeeld naar:
- Familieleven
- Loopbaan
- Eigendommen en financiën
- Voogdij
- Nalatenschap
Ook wanneer weinig stukken van een bepaalde persoon aanwezig waren, is dit schema aangehouden. De koppen zijn dan echter weggelaten.
Daar het archief van Offem de archieven van de families Van Limburg Stirum, Van der Does en Doys bevat, zijn deze als drie aparte families met hun stukken opgevoerd. Daarna volgen de heerlijkheden en tenslotte is als een aanhangsel het archief van het klooster St. Barbara en Katharina te Noordwijk opgenomen. In feite zijn deze stukken te beschouwen als retroacta bij de goederen van dat klooster, die de heer van Noordwijk in de loop van de zeventiende eeuw wist te verwerven.
De indeling van de stukken betreffende de heerlijkheden is conform die in de inventaris Berg
G.M. van Aalst, Het archief van de familie Van Assendelft de Coningh, 1645-1959, 's-Gravenhage 1975 (Rijksarchieven in Holland Inventarisreeks nr. 4); J.P.A. Louman, Archief van de familie Berg, 1338-1977, 's-Gravenhage 1980 (Rijksarchieven in Holland Inventarisreeks nr. 15).
. Aan te tekenen valt wel, dat bij aanwezigheid van weinig stukken geen aparte koppen zijn gemaakt. Wel verloopt de indeling van de stukken van algemeen en, bijzonder, zodat zij daarom niet strikt chronologisch behoeven te staan. Zo komt onder de kop "baljuw en schout"
Inv.nrs. 989-997.
eerst het meest algemene stuk, daarna de bijbehorende brieven, dan de aanstellingen van afzonderlijke functionarissen en tenslotte stukken betreffende de recognitie of het salaris
Het archief van het huis Offem werd in 1941 met het oog op oorlogsgevaar door de heer L. graaf van Limburg Stirum aan het Algemeen Rijksarchief in bewaring gegeven. Dit gebeurde in twee gedeelten. Een ouder gedeelte, dat evenwel ook stukken van de negentiende eeuw bevatte, arriveerde op 30 mei en een gedeelte met voornamelijk stukken van de negentiende eeuw kwam op 15 oktober daarna. Zij werden respectievelijk op de Derde en Tweede Afdeling van het Algemeen Rijksarchief geplaatst.
Het archiefblok bevat archiefstukken onder verschillende rechtstitels verworven.
De verwerving van het archief
Het archiefblok bevat archiefstukken onder verschillende rechtstitels verworven.