De stamreeks van het geslacht Berkhout vangt aan met Jan Berckhout, die in het eind van de 15de eeuw te Hoorn leefde. Een zestal oudere generaties, in manuscript-genealogieën vermeld, zijn onbewezen en bij de huidige stand van het onderzoek onwaarschijnlijk.
De achterkleinzoon van Jan Berckhout, ook Jan genaamd (1549-1632), komt ook voor onder de naam Tedingh Berckhout, aangezien hij genoemd was naar zijn moederlijke grootvader Jan Joost Tedingsz. (van Crabbenburgh).
Jaarboek van het Centraal Bureau voor Genealogie 1955, pag. 13.
Diens kleinkinderen beginnen zich Tedingh van Berckhout te noemen, terwijl in de loop van de 18de eeuw de schrijfwijze gemoderniseerd wordt tot Teding van Berkhout.
Met uitzondering van de stamvader, van wie weinig bekend is, hebben leden van het geslacht bijna onafgebroken zitting gehad in de vroedschappen van Hoorn, Monnickendam, Delft en Leiden, terwijl de stamvader van de middelste, nog voortlevende tak voor 1795 schepen van Haarlem was.
Afvaardiging naar de Staten van Holland en de Staten-Generaal, commissies en de gewestelijke en Generaliteits rekenkamers en de Admiraliteiten en het optreden als bewindhebbers der Oost- en Westindische compagnieën hingen hiermee samen. Het meest op de voorgrond getreden zijn wel Jan Pietersz. Berckhout (1516-1587), een voorman tijdens de Opstand, en mr. Paulus Tedingh van Berckhout (1609-1672), eerste raad en rekenmeester der domeinen en rekenkamer van Holland, financiëel expert.
De jongere tak, die te Monnickendam en Hoorn bleef wonen, schijnt uitgestorven, maar een grondig onderzoek hierna moet nog verricht worden. De eerste “Standeserhebung”, die de familie ten deel viel, was het verlenen in 1689 van de titel van Heilige Roomse Rijksridder aan Joan Tedingh van Berckhout, heer van Sliedrecht (1648-1720); hij stierf echter kinderloos.
Uit het huwelijk van mr. Jan Teding van Berkhout (1713-1766) en Cornelia Hillegonda van Schuylenburch stammen drie takken, van welke de middelste in 1954 uitstierf. De oudste tak splitste zich opnieuw in drie takken; de oudste hiervan, merendeels in Overijssel gevestigd, stierf in mannelijke lijn in 1956 uit. In 1815, 1833 en 1885 werden leden van het geslacht in de Nederlandse adel verheven, zodat thans alle levende leden hiertoe behoren.
Tot nu toe is geen volledige genealogie van de familie in druk verschenen; wel is in de loop der tijden door verschillende familieleden materiaal daartoe verzameld, dat zich in het archief bevindt, maar tot afwerking hiervan en uitgave is het nog niet gekomen.
Genealogisch overzicht van de personen, die in het archief vertegenwoordigd zijn
Links:
Midden:
Rechts:
1 Des H.R. Rijksgraaf resp. -gravin