3.20.87 Inventaris van het archief van de familie Van Wassenaer van Duvenvoorde, 1226-1996

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Inhoud en structuur van het archief

Verantwoording van de bewerking

Afgezien van enkele losse aanwinsten kwam met het fonds Rosande in 1891 het eerste archief Van Wassenaer op het Algemeen Rijksarchief. Rijksarchivaris Th.H.F. van Riemsdijk roemde de inhoud van het archief
VROA., 1891, pp. 9-11
. De bewerkers van de nieuwe inventaris P.A.N.S. van Meurs en J.H. Hingman wezen daarentegen op de onnauwkeurigheid van de bijgeleverde inventarissen en het vele werk, dat daarom nodig was
VROA., 1891, pp. 7-8
. De bewerkers slaagden er in de gestelde tijd om die reden - het moest in een jaar gereed zijn - slechts in een globale inventaris te leveren, die in elf Romeinse nummers de leden van de familie Van Wassenaer afzonderlijk behandelde. De andere families werden meestal gezamenlijk behandeld. De stukken kregen het Romeinse nummer van de hoofdrubriek en een letter als volgnummer
VROA., 1891, pp. 32-92
. Met deze hybride "nummering" heeft men het honderd jaar moeten doen.
De reactie van de gebruiker op het werk was niettemin positief. Zo noemde M.G. Wildeman het archief van de familie Van Wassenaer van Rosande "uitmuntend geïnventariseerd"
"De Nederlandsche Leeuw", 1894, kolom 164.
. Deze lof is wat overdreven maar het is zeker waar, dat beide inventarisatoren meer begrip voor de structuur van een familiearchief hadden dan hun collega, die het archief Hoekelum zestig jaar later behandelde.
Het volgende archief, dat het Algemeen Rijksarchief in 1914 bereikte
VROA., 1914, pp. 18-19.
, was dat van het kasteel Duivenvoorde. Het werd bewerkt door H.A. Poelman. Het drukken van de inventaris moest echter wachten, omdat meer stukken van Duivenvoorde in het vooruitzicht gesteld waren. Inderdaad arriveerden deze in 1919, waarna de inventaris, voltooid door D.P.M. Graswinckel
VROA., 1920, pp. 231-454
, kon worden gedrukt. Afgesproken was, dat stukken behorend aan de familie Steengracht, niet zouden worden opgenomen. In overeenstemming daarmee werd nu inv. 417 verwijderd, omdat dat een retroakte was voor een huis, dat Nicolaas Steengracht (1754-1840) in 1792 kocht
Th. Wijsenbeek-Olthuis, Het Lange Voorhout, Zwolle 1998, p. 253, nr. LV 29.
. De inventaris werd voorzien van een regestenlijst tot 1572. Het geheel was van behoorlijke kwaliteit.
Helaas werd het archief minder overzichtelijk door omvangrijke aanwinsten. De aanwinsten van 1948 werden door J.L. van der Gouw beschreven in een supplement van 71 nummers. Het supplement van 1959 werd voorlopig doorgenummerd tot 90, waarna het in 1993 door C. Venema opnieuw werd beschreven en genummerd van 72-253.
Inmiddels was het archief van de familie Van Wassenaer Starrenburg op het Algemeen Rijksarchief gearriveerd. Het werd in hetzelfde jaar van een beschrijving voorzien door J.M. Sernée
VROA., 1916, pp. 363-439
. Door de te betrachten snelheid was het haar helaas niet mogelijk een inventaris zonder veel fouten af te leveren, zij verzorgde echter een redelijke regestenlijst. Uit de toelichting maken wij op, dat de stukken der hoofdpersonen niet direct door die van hun kwartieren worden gevolgd maar apart na de familie zijn geplaatst. Deze zonderlinge en weinig practische methode van een kwartierinventaris hebben wij slechts zelden mogen aanschouwen. Toch komt hieronder een voorbeeld ter sprake, waarbij de ondeugdelijkheid van dat systeem zal worden aangetoond.
Niet vermeld in de inleiding is de omstandigheid, dat bij elkaar behorende stukken van processen en vicarieën uit elkaar zijn getrokken. Bepaald komisch was, dat de inventaris ons wijsmaakte dat het huis Egmond aan de Vijverberg, overgedragen ten overstaan van schepenen van Den Haag, in Egmond lag
Starrenburg, nr. 168
. Deze rubriek wordt in de inventaris direct gevolgd door stukken betreffende huizen te 's-Gravenhage.
De aanvulling op dit fonds uit het jaar 1921 werd bewerkt door J.F.I.M. Tielens
VROA., 1921, I, pp. 254-268
, die eveneens zorgde voor een regestenlijst. Dit werk van een fragment was correct. De volgende supplementen werden slechts in de jaarlijkse aanwinstenlijsten geanalyseerd en vervolgens in getikte beschrijvingen aan de eerdere inventarissen toegevoegd.
Het archief van de heerlijkheid Katwijk, dat in 1940 aan het Algemeen Rijksarchief in bewaring was gegeven, werd in 1940 ter bewerking toevertrouwd aan de stagiaire L.J. Noordhoff
VROA., 1940, p. 15.
. Bij zijn vertrek in 1941 was de inventaris echter niet gereed(
VROA., 1941, p. 13
. Zij werd weer in 1957 opgevat en voltooid door de chartermeester G.J.W. de Jongh
VROA., 1957, p. 18
. De inventaris, vergezeld van een regestenlijst tot 1550, werd in het volgende jaar overgetikt.
Wellicht voorzag men, dat de inventaris geen definitieve status zou hebben en inderdaad werd dit fonds Katwijk aangevuld met meerdere grotere of kleinere supplementen. Bovendien kon het verband met het fonds Rosande ondanks kleinere ingrepen niet overtuigend worden gelegd. Daarom stelde ondergetekende in 1985 aan de rijksarchivaris van Zuid-Holland voor en kreeg toestemming om de dan bekende archieffondsen van de familie Van Wassenaer te verenigen in één inventaris. Deze arbeid moest in 1989 in verband met automatisering worden afgebroken. In 1998 werd het werk hervat nu in het kader van het project "De Van Wassenaers in Hollands archiefperspectief". Afgesproken werd, dat niet alleen de stukken in het Algemeen Rijksarchief zouden worden beschreven maar ook elders berustende archivalia. Bovendien zouden zo mogelijk beschrijvingen van stukken worden opgenomen, die niet meer in origineel bestaan maar waarvan afschriften of vermeldingen resteren. Twee voorbehouden werden echter gemaakt: de stukken moesten niet reeds op een afdoende wijze in een andere inventaris zijn opgenomen zoals Twickel of Sypestein en ook werd geen apart onderzoek gewijd aan de opsporing van leenakten. Deze zijn immers niet al te moeilijk via de overvloedige litteratuur of in leenregisters te vinden
J.C. Kort, Leenkamers en genealogische onderzoek voornamelijk in Holand, in: Gens Nostra, 1989, pp. 445-448; J.C. Kort, Overzicht van de leenkamers in Holland, Den Haag, 1996/3
.
In het kader van deze bewerking werden stukken van de familie Torck
Duvenvoorde, nrs. 593 en 642.
overgedragen aan het Rijksarchief in Gelderland om te voegen bij het archief van het huis Rosendaal. Stukken van de familie Van Balveren
Rosande XVII a-i; Duvenvoorde, nr. 645.
werden overgedragen aan het Rijksarchief in Gelderland ten einde ze te voegen bij het archief van het huis Hoekelum en voorts allerlei stukken betreffende het beheer van Hoekelum
Inv. 3400
.
Voor de goede orde dient hier met enige woorden op dit archief van het huis Hoekelum te Bennekom, dat eveneens behoort aan de familie Van Wassenaer, te worden ingegaan. Het werd in 1927 door Karel Gerrit Willem van Wassenaer (1864-1946) aan het Rijksarchief in Gelderland in bewaring gegeven. De beschrijving ervan werd vijf en twintig jaar later gepubliceerd
H.L. Driessen, Het oud-archief van het huis Hoekelum onder Bennekom, Den Haag 1952.
. Men zou denken, dat Gelderland na dit zilveren jubileum een meesterwerk zou hebben afgeleverd. Helaas is het tegendeel het geval. Zo ziet men onder nr. 2 een oude inventaris, die behoort bij stukken betreffende de overdracht van Hoekelum in 1635. Nummer 3 zijn de originele titels voor het bezit van Hoekelum tot 1635, nummer 4 stukken, die in 1635 wel werden overgedragen maar niet in nr. 2 stonden -hoe weet de bewerker dit?- en nr. 5 bevat de leenakten vanaf 1635! Bij de rubriek "goederen" in diverse streken pleegt bewerker de akten van overdracht aan de familie Van Balveren bijeen te nemen
Bv. Hoekelum, nrs. 54, 62, 70 enz.
, de overige overdrachten aan personen zonder verband met Hoekelum zijn daarentegen apart opgesomd. Dat zullen wel retroacta zijn bij latere overdrachten aan de familie Van Balveren maar de inventaris laat niet meer dan die veronderstelling toe.
Bij het geheel is een net ogende regestenlijst gevoegd, die doet zien dat nr. 87 niet alleen stukken over Ophemert bevat maar blijkens regest 59 ook over Gendt bij Nijmegen. Ter compensatie verzekert een N.B., dat het goed in Ophemert oorspronkelijk geen bezit van de familie Van Balveren was. Uiteraard bestond in dat geval de noodzaak van aankoop niet en waren daarover ook geen stukken geproduceerd.
Een toelichting op de wijze van inventarisatie ontbreekt. Zo ziet men alleen in de inventaris, hoe bij de persoonlijke stukken te werk werd gegaan volgens de "kwartiermethode". Zie bv. nrs. 162 met 165 en 166. In de laatste zijn stukken van de familie Van Eck van Pantaleon en van de familie Verbolt, de "kwartieren", tot pakketten verenigd. Bij dit gebrekkige werk verbaast het niet, dat bewerker in de loop der tijd "kwartieren" vergat. De familie Goris, die verwant was door huwelijk van Frederik van Heuckelom met Martina Wilhelmina Goris
Hoekelum, p. 35.
, belandde zo in een beschrijving van "stukken, betreffende families, welke als verdwaald zijn te beschouwen, of waarvan het verband met de familie Van Balveren niet kon aangetoond worden"
Hoekelum, nr. 213.
.
Het verband ontging de bewerker ook bij zijn nummers 201, 203 en 204. Deze stukken blijken bij bestudering behoord te hebben aan Johan Walraven van Balveren (1675-1746) en Walraven van Balveren (1716-1775), beiden ambtman van de Overbetuwe en met persoonlijke stukken in het archief aanwezig. Bewerker is kennelijk ontgaan, dat men in deze tijd en eerder ambtelijke stukken gewoonlijk niet aan de opvolger overleverde.
Een deel van die ambtelijke stukken, die Wamel en Altforst betreffen, waren bij vergissing meegegaan naar Rosande
Rosande, Vqqq.
. Overbodig te zeggen, dat bewerker de gedrukte inventaris Rosande niet raadpleegde, daar tenminste niet naar verwees zomin als naar de boven genoemde persoonlijke stukken van de familie Van Balveren en verwanten.
Voor deze inventaris zijn alle stukken opnieuw doorgenomen. Bij het ineenzetten van de inventaris is te werk gegaan volgens een methode, die sinds de inventarissen van de families Van Assendelft de Coningh en Berg
G.M. van Aalst, Het archief van de familie Van Assendelft de Coningh, 1645-1959, Den Haag 1975; J.P.A. Louman, Archief van de familie Berg, 1338-1977, Den Haag 1980.
gangbaar was bij het Rijksarchief in Zuid-Holland. Zo wordt onderscheid gemaakt tussen stukken van persoonlijke aard en stukken van zakelijke aard, die de eigendommen behandelen, die in handen van meer dan een lid van de familie waren. Bij de stukken van persoonlijke aard zijn de stukken naar persoon, die voorzien is van een Romeins volgnummer, gegroepeerd. Binnen elke persoon zijn de stukken nader verdeeld naar:
  1. Familieleven
  2. Loopbaan
  3. Eigendommen en financiën
  4. Voogdij
  5. Nalatenschap
Ook wanneer weinig stukken van een bepaalde persoon aanwezig waren, is dit schema aangehouden. De koppen zijn dan echter weggelaten.
Aan de inventaris zijn diverse bijlagen toegevoegd en wel regestenlijsten op de stukken, opgenomen in de genealogie Hagens en thans verloren, op de teksten in de registers Twickel AA en A, voorzover niet opgenomen in de Regesten Twickel, en tenslotte van de verloren stukken van de familie Van IJsselstein van Ten Bosch, die aanwezig waren in het fonds Obdam. Naast deze toegangen kan de gebruiker als nadere toegang op het archief gebruik maken van de regestenlijsten, die bij de fondsen Duvenvoorde, Starrenburg en Katwijk geleverd waren.
Als handreiking aan de onderzoeker hebben wij voorts lijsten van bezitters of eigenaren opgesteld van huizen en heerlijkheden voorzover zij met stukken in dit archief voorkomen. Het is mogelijk en komt ook voor, dat over deze huizen en heerlijkheden in hun nalatenschappen min of meer uitvoerig mededeling wordt gedaan. Tenslotte is een lijst van kaart en tekeningen toegevoegd.