4.BLF Inventaris van kaarten, tekeningen en modellen van de waterbouwkundig ingenieurs J. Blanken Jz. [1755-1838], A. Blanken Jz. [1767-1824] en J. v. Lakerveld Blanken [1793-1885], behorend tot het archief Blanken-Crucquius-Florijn, 1784-1838

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Verwant materiaal

Beschikbaarheid van kopieën

Inventarisnummers van dit archief zijn niet in kopievorm beschikbaar

Verwante archieven

  • Nationaal Archief, Archief Blanken-Crucquius-Florijn (nummer toegang 3.20.05)

Publicaties

Lijst van publicaties van J. Blanken Jz.

  1. "Over de gebreken in de ordinaire scheprad molens", in: Verhandelingen van de Hollandse Maatschappij van Wetenschappen, 29,(1793),40.
  2. "Verhandeling over het aanleggen en maken van zoogenaamde drooge dokken in Hollandse zeehavens, bijzonder toegepast op de gelegenheid van ' s lands dok en werf te Hellevoetsluis ", in: Verhandelingen van het Bataafs Genootschap voor proefondervindelijke wijsbegeerte, 12,(1796), 1.
  3. "Memorie over de rivier het Haringvliet en de reede van Hellevoetsluis", in: Verhandelingen van het Bataafs Genootschap voor proefondervindelijke wijsbegeerte ,10, (1796), 67.
  4. "Nader en meer uitvoerig verslag van 's lands nieuwe stoom-machine te Hellevoetsluis ", in: Kunst- en Letterbode , 32 (1802),87-94.
  5. "Over de oorzaken van de toenemende opslibbing van het IJ, en de middelen tegen dezelve", in: Verhandelingen Koninklijke Maatschappij van Wetenschappen, 4, 1e stuk, (1808),1.
  6. "Nieuwe ontwerp tot het bouwen van min kostbare sluizen, welke alle vereischten der bekende sluizen bezitten en daarenboven de steeds ontbrekende , meer uitgebreide nuttigheden van dezelve vervullen kunnen". 's-Gravenhage, 1808.
  7. "Antwoord aan A.F.Goudriaan tot wederlegging van dezelfs in druk uitgegeven bedenkingen, wegens het Nieuwe Ontwerp der sluizen". 's-Gravenhage, 1808.
  8. "Memorie over de zogenaamde verhang in den waterspiegel van de voornaamste kanalen en boezems, mitsgaders over de ruimte der sluizen enz., tot nader verklaring van het ontwerp ter verleging van de Linge naar Steenenhoek". Utrecht, 1818.
  9. "Korte opgaaf van een nieuw middel tot verbetering der uitwerking van de watermolens tot bemaling der polderlanden", in: Verhandelingen 1e klasse Nederlands Instituut van Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten, 4 (1818), 151.
  10. "Beschouwing over de uitstrooming der Opper-Rhijn en Maaswateren door de Nederlandsche rivieren tot in zee, benevens de overwegingen hierover van H.H. Goudriaan, Van Utenhove, Moll en Donker Curtius". Amsterdam, 1819.
  11. "Memorie ter verklaring der grondbeginselen, waarop rustende zijn de beschouwing en de daarbij voorgestelde ontwerpen tot het herleiden en verenigd openen van de zoogenaamde Werkendamsche Killen in ééne Nieuwe Merwede, als hoofdrivier door de grootte Westkil, enz., volgens derzelver bestaande natuurlijke srtekking naar het Hollandsen Diep met de bedijking der Oude Beneden-Merwede en den Biesbosch". Amsterdam, 1819.
  12. "Vervolg-memorie tot oplossing van bijzondere bedenkingen tegen het ontwerp tot het herleiden en vereenigd openen van de zoogenaamde Werkendamsche Killen in ééne Nieuwe Merwede en daarmede verbondene bedijkingen van de Oude Beneden-Merwede, den Biesbosch en het geheele Bergsche Veld". Amsterdam, 1820.
  13. "Kort bijvoegsel tot de vervolg-memorie over het herleiden en vereenigd openen van de zogenaamde Werkendamsche Killen in ééne Nieuwe Merwede". Amsterdam, 1820.
  14. "Nota ter algemeene overdenking wegens de bedreigde veiligheid der provinciën Holland, Utrecht en Gelderland, door de jaarlijkse opklimmende gevaren van overstroming". Amsterdam, 1821.
  15. "Memorie betrekkelijk den staat der rivieren in opzigt harer bedijkingen, der dijkbreuken en der overstromingen, van vroeger tijden tot 1821, benevens de daarin opgeslotene aanmerkingen op het proefontwerp tot sluiting van de rivieren den Neder-Rhijn en de Leek en het storten van derzelver water op den IJssel van Baron C.R.T. Krayenhoff". Utrecht, 1823.
  16. "Memorie van korte aantekeningen wegens de geaardheid der grondslagen en de strekking en nabijheid van het Groot Amsterdamsche kanaal door N-Holland"., in: Verhandelingen 1e klasse Ned. Instituut van Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten, 60 (1823), 101.
  17. "Nota over de inrigting om de beweegkracht eener stoommachine op de schepradmolens tot te passen". Z.p., 1824.
  18. "Beschrijving van de wijze hoe, door vermindering en wijziging in het zamenstel van de raden der schepradmolens, te bewerken zij dat iedere molen, met minder kracht van wind meerder zal uitwerken dan hij tegenwoordig doet", in: Nieuwe Verhandelingen Bataafs Genootschap, 6 2de stuk, (1826).
  19. "Beschrijving van het ontwerp der vereenvoudigde samenstelling van de raden-en gaande werken der gewone wondmolens", in: Nieuwe Verhandelingen Bataafs Genootschap, 6, 2de stuk (1826).
  20. "Beschrijving van het ontwerp der vereenvoudigde samenstelling van de rader- en gaande werken der gewone windmolens, ingerigt om bij windstilte ook door stoomvermogen te kunnen malen". Rotterdam, 1826.
  21. "Memorie over de proefmalingen, welke gedurende dezes winter zijn gedaan met de Culemborgsche wind-wipmolens aan De Horn bij Leerdam". Utrecht, 1827.
  22. "Verhandeling over polder-windmolens met meer dan een wateropvoer-wekking (scheprad of watervijzel)", in: Verhandelingen 1e kl. Ned. Inst.v. Wet., Lett. en Sch. K., 4, 1818, 151.
  23. "Waterstaat-en werktuigkundigbetoog tot het weder in gebruik stellen der nog over vijf voormolens van den Zederikboezem bij Ameide". Utrecht, 1828.
  24. "Korte verhandeling over het vereenvoudigend stelsel in de rader-werken van onze poldermolens". Amsterdam, 1829.
  25. "Memorie over de hooge aangelegenheid van den Noorder-Lekdijk en zijne sluizen". Utrecht, 1829.
  26. "Memorie van geschiedkundige aanteekeningen van vroeger binnendijksche waterontlastingen door sluizen en waterleidingen tot in de buitenrivieren en daarop volgende eerste stichting der wind-watermolens met derzelver lage en hooge boezems". Utrecht, 1834.
  27. "Eerste vervolg-memorie van geschiedkundige aanteekeningen over de vroeger binnendijkse waterontlastingen door sluizen en waterleidingen tot de buiten-rivieren". Utrecht, 1835.
  28. "Verhandeling over de algemeene rivier- en waterstaatkundige onderwerpen welke van de vorige eeuwen tot op heden gevormd en uitgevoerd of nog in overweging zijn, met de uitwerkselen tot op den tegenwoordigen tijd, enz.". Utrecht, 1836.
  29. "Afdeelingen van de zeven hooge boezemmolens bij Haastrecht vereenvoudigd". Amsterdam, 1838.
  30. "Bijdragen en aanmerkingen der onderscheidene van ouds bekende en latere geschriften over de boven-en beneden rivieren en de bedijkingen der beneden-gewesten". Utrecht, 1839.