Geschiedenis van het archiefbeheer
De verzameling van kaarten van het Departement van Marine, voornamelijk uit zeekaarten bestaande, is in het laatste dozijn jaren zoo aanzienlijk toegenomen, dat het opnieuw ordenen en catalogiseren noodzakelijk was geworden, waarbij tevens de wensch is ontstaan den catalogus in druk uit te geven.
De heer P.A. Leupe, tijdelijk ambtenaar bij het Rijksarchief en op dit terrein wel bekend door het bewerken en uitgeven van een catalogus van land- en zeekaarten dier instelling, heeft, daartoe aangezocht zijnde, die taak ook voor de Marine-verzameling op zich genomen en in zijn vrijen tijd dien omslagtigen arbeid ten einde gebragt. Hierdoor is aan het eerste vereischte van bruikbaarheid dier verzameling voldaan.
Het catelogiseren en rangschikken der kaarten en het corrigeren der proeven in zijn geheel genomen, is het werk van den heer Leupe, en ik heb mij er slechts in zoverre mede ingelaten, als door Z.W.E.G. van mij raadgeving of hulp bij dit werk werd verlangd.
Hetgeen nu meer nog dient gedaan te worden om die kaartenverzameling toegankelijk te maken, behoeft hier niet besproken te worden; maar het is goed te weten dat die uitgave een eerste, doch voorname stap is om tot dat doel te geraken.
Wat het gebruik van den catalogus betreft, behoeft men slechts den inhoud te raadplegen om te zien welke volgorde bij de rangschikking is aangenomen. Men zal alsdan opmerken dat er hier en daar sprongen in voorkomen welke echter onvermijdelijk zijn, welk stelsel van rangschikking men ook mogt hebben gekozen. Zij zullen echter in het gebruik van den catalogus wel geen bezwaar opleveren.
In de beschrijving der kaarten zijn, waar het kon gegeven worden, bij den titel tevens de geografische grenzen en de schaal vermeld, terwijl de opgave van de nuttige grootte der kaart èn als middel om over de uitgestrektheid der kaart te oordeelen, kan gebruikt worden. Ook de afzonderlijke plannen, op enige kaart voorkomende, zijn met eene gelijke nauwkeurigheid als die der kaarten beschreven.
Ofschoon ik het niet noodzakelijk acht het nut en de belangrijkheid van kaarten voor een groot aantal vakken van wetenschap en kennis toe te lichten, daar zulks algemeen bekend en erkend is, moet ik echter op een voordeel wijzen, dat de Maatschappij uit het bestaan van zooveel mogelijk volledige verzamelingen van kaarten kan trekken, een voordeel dat dikwijls over het hoofd is gezien. Eene groote reeks van kaarten namelijk van hetzelfde gedeelte van den aardbol levert eene zigtbare geschiedenis van dat deel op als deze kaarten in opvolgende tijden met een tamelijken graad van naauwkeurigheid zijn vervaardigd. Zij is eene geschiedenis van veranderingen in vorm, gedaante en toestand, en voor zooverre de menschenhand niet onmiddellijk die veranderingen heeft gewrocht, toonen die kaarten ons de resultaten van de onafgebroken werking der natuurkrachten. Zij zijn als het ware de geregistreerde complexe waarnemingen omtrent den toestand van een zelfde plek in achtervolgende tijden gedaan en kunnen dus dienen om eenig inzigt in de wetten te verkrijgen, waardoor die veranderingen worden beheerscht. Wat zoodanig inzigt, al is het ook slechts benaderd, bij het projecteren van groote werken nuttig kan zijn, springt in het oog. Had men die kennis altoos bezeten, menige kostbare teleurstelling ware bespaard geworden.
Januari 1872
De Directeur van het Depôt van Kaarten enz. bij het Ministerie van Marine,
J.M. Obreen
De verwerving van het archief
De rechtstitel is (nog) onbekend.
De atlassen van het Marinebestand werden van overdracht in 1924 uitgezonderd en gedeponeerd als bruikleen bij het Scheepvaartmuseum Amsterdam.
Verslagen omtrent 's Rijks oude archieven XLVII (1924), 40-42. ARA, 2.14.03, archief ARA, inv.nr. 208, brief d.d. 1 april 1924.