Hof van Holland: Decreten, Verwijzing akte: 3301/1607/058
Periode:
1523 - 1810
Verwijzing akte3301/1607/058
Datum decreet1606-10-19
DecreetOnwillig
Namen impetrantenGonsalo Gijbels, wonende te Den Haag, cum suis; Frederick van der Elburch, wonende te Den Haag; Adriaen van der Burch, wonende te Den Haag; Jacob Garbrantsz van Dikshoorn
Namen eigenarenLamorael graaf van Egmondt, prins van Gaveren en Steenhuijsen etc.
Namen opposantenLamorael graaf van Egmondt, prins van Gaveren en Steenhuisen etc.; Pieter Thomas Baet, gecommitteert door de Staten als rentmeester van het huis van Egmond; de procureur-generaal van het Hof, namens de Graaflijkheid van Holland; Jan Pietersz, schout van St. Maarten; Jkvr. Sabina van Egmond, als administratie hebbende van het huis van Egmond
Namen kopersJacob van Mierop, klerk ordinaris van de maker van de rekeningen, namens
Jacob Huijgensz van Dussen, burgemeester van Delft (van goed 1, 3 en 4); Gonsalo Gijbels, en Frederick van der Elburch, die verklaren dat hun medestander in deze koop is Cornelis van Mierop, ontvanger (van goed 2, 5, 6, 10, 12, 17, 18, 19, 20, 22 en 25); Joost Jacobsz van Heenvliet, namens Adriaen Duijck, secretaris van de lenen van de Staten van Holland (van goed 7, 8, 9, 11 en 24); Adriaen van der Burch, namens Philips Doublet, ontvanger-generaal (van goed 13 en 14); Henrick van Osch, wonende te Amsterdam (van goed 15, 21 en 23); Cornelis Jacobsz Melcknap, wonende te Alkmaar (van goed 16)
Onroerend- en roerend goedHarenkarspel [Haringkarspel]; De heerlijkheid van - ; Harenkarspel, strekkende van de westzijde aan Warmenhuizen, met de oostzijde aan de Nieuwe Niedorperzijdwinde, voort met de zuidzijde, strekkende aan Ammerswaal, voort opstrekkende buiten de Oosterendijk, aan de dijk van Coudenhoven westwaarts op, aan 's-Gravenweer, met de noordzijde aan Schager Uitworp, zuidwest aan het Grote Schart, van IJemingeland en westwaarts op Balckencooch ten Oudenwaal toe tussen het nieuwe land tot Wijngaards Santwaal in hoge en lage gerechten, met zijn toebehoren. Als namelijk: het baljuwschap, schoutambt, secretarisambt, bodeambt, zwaandriften, pittoren, met de vroonschuld en de bieraccijns. Behoudelijk dat niet verkocht maar gereserveerd wordt het recht van de 10e penning van alle verkochte landen gelegen in de ban van Harenkarspel voornoemd bij het huis van Egmond gepretendeerd, die bij de poorteren aldaar worden verkocht hangt ongedecideerd voor het Hof van Holland (is goed 1); Harenkarspel; Sijbelhuizen [Zijbelhuizen]; Het eerste derde blok van de tienden aldaar binnenslands, zijnde het eerste deel of slag gelegen voor Sijbelhuizen en Uithoorn, strekkende tot de banscheiding van Warmenhuizen toe, en voorts gaande naar Kalverdijk daarin gerekend al hetgene dat buiten de ring in de polder van Geestmerambacht gelegen is (is goed 2); Harenkarspel; Botersloot; Het tweede derde blok van de tienden, zijnde het tweede deel of slag, gaande van Jacob Sijmonsz wal af, noord op tot de Botersloot langs, tot de Watermolen van Dirkshoorn toe, en west op tot Tuijtenhoorn en Zijbelhuizen en aan de banscheiding van St. Maarten (is goed 3); Harenkarspel; Botersloot; Het laatste derde blok van de tienden, zijnde het derde deel of slag, strekkende van Jacob Sijmonsz wal af, noord op de Botersloot toe en voorts daaraf oost opgaande aan de Oosterendijk (is goed 4); Harenkarspel; Cotenburch; Het eerste achtste blok van de tienden buitenlands of op de waard, zijnde de polder en ring genoemd 'Cotenburch', gaande voorts noord op door Schagergat tot de Westerwindtoren en zover de ban van Harenkarspel aldaar is strekkende, en buiten de Oosterendijk is gelegen en gaande wederom door het Schagergat zuid op bij de westland van de Woudmeer langs voor de heren Oosterendijkslanden tot Jan Pouwelsz huis toe en zover de voornoemde ban aldaar is strekkende (is goed 5); Harenkarspel; Woudmeer; Het tweede achtste blok van de tienden buitenlands of op de waard, zijnde de gehele ring en polder van Specketer gaande bij de oostkant van de Woudmeer om door Schagergat tot in Schagerwaard toe en gaande voorts bij de zuidrand van Schagerwaard of de Witsmeer om tot in de Droogsloot en voorts gaande zuid op door Droogsloot heen tot in de Ringsloot van de nieuwe bedijkte Slootgaard en voorts gaande al zuid op door de voornoemde Ringsloot heen tot in de Fransesloot toe en voorts nog al zuid op door de voornoemde Fransesloot tot in de Bleekmeer toe en draaiende voorts door hetzelfde meer zuidwestwaarts op buiten jonge Eemen Bossche om, door het middel noorder dieper gat en zo voorts door het hoofd van de visserijen bij IJeff Garbrantsz gepacht tot wederom in de Woudmeer toe, zonder hierin nochtans mede te begrijpen de Oude Grote bedijkte Slootgaard, alhoewel diezelfde mede in deze bepalingen mede begrepen ligt (is goed 6); Harenkarspel; Bleekmeer; Het derde achtste blok van de tienden buitenlands of op de waard, zijnde een ring en polder van de Coochachter en bij oosten Oudkarspel gelegen, waarin mede begrepen is Cruijersbosch, gaande wederom door het hoofd van de visserijen voornoemd Middelnoorder Diepergat door tot de Bleekmeer toe en zo voorts draaiende buiten en bij noorden Neel Heijn Broemoersbosch om tot in de visserij van het Helschergat (of Holschergat?) en voorts gaande door de voorschreven visserij zuid aan bij de westkant langs tot in Ammerswaal toe en voorts zover zuidop als de ban van Harenkarspel akdaar is strekkende (is goed 7); Harenkarspel; Caggevest; Het vierde achtste blok van de tienden buitenlands op de waard genoemd 'Caggevest', zijnde een eilandje, beginnende wederom aan de oostkant of de zijde langs, noordop tot in de Bleekmeer toe strekkende en draaiende zo voorts om bij de noordkant van het land om, tot door de visserijen van Valckesteijn en zo voorts om draaiende bij de oostzijde van het voorschreven land om, bij Schaapskuil langs tot in Harcksloot tot wederom in het Holschergat (of Haelschergat?) (is goed 8); Harenkarspel; Schaapskuil; Het vijfde achtste blok van de tienden buitenlands, beginnende van het zuideinde van Harckesloot gaande door de voorschreven sloot noord op tot in Schaapskuil toe, draaiende bij de noordkant of zijde van het land om, oost op tot het Weidegat, tot in Ammerswiel toe, en zo westwaart opgaande en wederom draaiende tot in Harckensloot toe (is goed 9); Harenkarspel; Weidegat; Het zesde achtste blok van de tienden op de waard buitenlands, beginnende wederom van het westeinde van het Weidegat gaande oostwaarts op door het voornoemde Weidegat de Smuijgel al doorgaande tot aan de dam van de visserij van de tocht toe, daarin begrepen zijn al de landen gelegen ten zuiden van de voornoemde Smuijgel en bij oosten en zuidoosten de voorschreven watering van de tocht tot in de Zuiderwaard toe, zover de ban aldaar is strekkende, gaande voorts west op door de Zuiderwaard toe, zover de ban aldaar strekt, gaande zovoorts door de Zuiderwaard tot door Ammerswiel en wederom aan het westeinde van het Weidegat voorschreven (is goed 10); Harenkarspel; Bleekmeer; het zevende achtste blok van de tienden op de waard buitenlands, zijnde de ring en de polder van het Waarland daar Oudtmolen staat, beginende uit de Bleekmeer gaande noord op de Fransesloot door tot in de Ringsloot van de nieuwe bedijkte Slootgaard draaiende voorts noordwestwaarts, op de voornoemde Ringsloot langs zo die gelegen is, aan de zuidkant van dezelfde Slootgaard tot in de tocht toe en voorts zuidop de tocht langs door de visserij van dezelfde tocht, tot in de Smuijgel toe en voorts gaande de Smuijgel doorgaande over Schaapskuil door de visserij van Valckesteijn tot wederom in de Bleekmeer toe en zo voorts de oostkant van de Bleekmeer omgaande tot wederom in de Fransesloot toe (is goed 11); Harenkarspel; Ringsloot; Het achtste en laatste blok van de tienden op de waard buitenlands, beginnende uit de Ringsloot van de nieuwe bedijkte Slootgaard naast de Droogsloot gelegen, gaande vandaar noord op door de voorschreven Droogsloot heen in de Witsmeer of de Schagerwaard toe, draaiende voorts vandaar noordoost op door de Witsmeer heen tot op het westeinde van Schagerkerken uitwerpende zover de ban in het lang en breed is, strekkende gaande vandaar zuidop bij de Zuidwind langs, zuidoost bij de oostkant van jonge Dirkenland genoemd 'Santoort' om, tot wederom in de Ringsloot van de voorschreven nieuwe bedijkte Slootgaard (is goed 12); Harenkarspel; Slootgaard, De nieuwe bedijkte - ; De tienden van de nieuwe bedijkte Slootgaard, te weten van de landen de heren bedijkers bij loting te deel gevallen, zijnde een derde deel en zijn de andere tweederde delen gekomen van het huis van Egmond (is goed 13); Harenkarspel; Slootgaard, De oude grote bedijkte - ; De tienden van de oude grote bedijkte Slootgaard (is goed 14); Harenkarspel; Oosterendijkslanden; De aanwassen van de Oosterendijksklanden, gelegen in de heerlijkheid Harenkarspel buiten en ten oosten Kade van dezelfde landen op het Woudmeer buiten de Oosterendijk zo groot de respectieve partijen nu zijn en verder nog anders niet, welke partijen men op kosten van de kopers bij een gezworen landmeter zal moeten doen maken, zijnde verdeeld in 6 partijen. Behoudelijk dat alsvoren niet verkocht, maar gereserveerd wordt hetgene verder zal mogen aanwassen. Als eerste het land of de aanwassen gelegen ten oosten het eerste slag, beginnende van de Harp, op 2 april 1602 gepacht door Jan Cornelisz Joncker (is goed 15); Harenkarspel; Oosterendijkslanden; Het land of de aanwassen gelegen achter en ten oosten het tweede stuk daar ten noorden aan gelegen, op 2 april 1602 gepacht door Louris Cornelis voor de tijd van 3 jaar (is goed 16); Harenkarspel; Oosterendijkslanden; Het land of de aanwassen gelegen achter en ten oosten het derde stuk daar nog ten noorden aan gelegen, op 2 april 1602 gepacht door Pieter Jansz de Beer voor 3 jaar (is goed 17); Harenkarspel; Oosterendijkslanden; Het land of de aanwassen gelegen achter en ten oosten het vierde stuk daar nog ten noorden aan gelegen, op 2 april 1602 gepacht door Cornelis Pietersz Oijtsz voor 3 jaar (is goed 18); Harenkarspel; Oosterendijkslanden; Het land of de aanwassen gelegen achter en ten oosten het vijfde stuk daar nog ten noorden aan gelegen, op 2 april 1602 gepacht door Cornelis Pietersz Oijts voor 3 jaar (is goed 19); Harenkarspel; Oosterendijkslanden; Het Leijsch daar te noorden zo groot en klein als hetzelfde gelegen is met zijn toebehoren, op 2 april 1602 gepacht door Cornelis Pietersz Oijts (is goed 20); Harenkarspel; Witsmeer of Schagerwaard; De Witsmeer of Schagerwaard gelegen buiten Oosterendijk in de ban van Harenkarspel (en volgens de kaart door Pieter Garbrantsz gezworen landmeter en secretaris van Schagen gemaakt in het jaar 1590) groot zou zijn 821 morgen 1 snees en 10 roeden en dat bij de hoop zonder maat zo groot en klein als die daar is, zonder in enige overmaat of ondermaat gehouden te zijn, met het recht van de smaaltienden, raaptienden en de teinde schoof van alle grienen, zowel rond als lang, week en hard, geen uitgezonderd zoals die op het voorschreven meer bedijkt zijnde zullen mogen wassen (is goed 21); Harenkarspel; Woudmeer of Langerdijkerwaard; De Woudmeer of Langerdijkerwaard, gelegen buiten de Oosterendijk in de ban van Harenkarspel (die volgens de kaart door Pieter Garbrantsz gezworen landmeter en secretaris van Schagen gemaakt in het jaar 1590) groot zou zijn 243 morgen 2 geersen 6 sneesen en dat bij de hoop zonder maat en zo groot en klein als die is, zonder in eniger overmaat of ondermaat gehouden te zijn, met het recht van de smaaltienden, raaptienden en de tiende schoof van alle grienen zowel rond als lang, week en hard, geen uitgezonderd, zoals die op het voorschreven meer bedijkt zijnde zullen mogen wassen en wordt gereserveerd het onbedijkte aanwas 'het Leijs'met de andere aangewassen, rietbossen de Oosterendijk voornoemd, aan de Oosterendijkslanden gelegen, zoals in voornoemde kaart is uitgedrukt (is goed 22); Harenkarspel; Bleekmeer; De Bleekmeer, mede gelegen buiten de Oosterendijk in de ban van Harenkarspel (die volgens de kaart door Garbrantsz gezworen landmeter en secretaris te Schagen gemaakt in het jaar 1592) groot zou zijn 132 morgen 10 sneesen 2 roeden en dat bij de hoop zonder maat, zo groot en klein als die is, zonder in eniger overmaat of ondermaat gehouden te zijn, met het recht van de smaaltienden, raaptienden en de tienden schoof van al de grienen, zowel ronde als lang, week en hard, geen uitgezonderd, zoals die op het voorschreven meer bedijkt zijnde zullen mogen wassen (is goed 23); Harenkarspel; Schaafkuil; Het meer genoemd 'Schaeffcuijl', mede gelegen buiten de Oosterendijk in de ban van Harenkarspel (die volgens de kaart door Pieter Garbrantsz gezworen landmeter en secretaris te Schagen gemaakt in het jaar 1590) groot zou zijn, 79 morgen 22 geersen 4 sneesen 10 roeden en dat bij de hoop zonder maat, zo groot en klein, als die is, zondert enige overmaat of ondermaat gehouden te zijn, met het recht van de maaltienden, raaptienden en de tiende schoof van al de grienen, zowel rond als lang, week en hard, geen uitgezonderd, zoals die op het voorschreven meer bedijkt zijnde, zullen mogen wassen (is goed 24); Harenkarspel; Erfpachten; De erfpachten in één bond, tezamen 8 pond 2 schellingen 6 penningen per jaar, die betaald worden door de gemeente van Harenkarspel en St. Maarten tot 4 pond 2 schellingen 6 penningen per jaar. Nog door de ingelanden van de nieuwe bedijkte Noorderwaard, te weten: van de polder van Waarland tot 3 pond 10 schellingen per jaar, Cornelis Jansz alias Jonckindt tot 5 schellingen per jaar en Claes Cornelisz mede tot 5 schellingen per jaar (is goed 25).
Deze vertaling is automatisch gegenereerd en kan fouten bevatten. Pagina's die persoonlijke informatie bevatten worden vanwege de privacy niet automatisch vertaald en zijn alleen beschikbaar in het Engels. Lees hier meer over onze vertaalde website.