Op 1 januari 2026 vervallen de openbaarheidsbeperkingen van bijna 13.000 inventarisnummers. Deze archiefstukken, gevormd vanaf 1949, zitten vol nieuwe verhalen en/of nieuwe inzichten. Het Nationaal Archief heeft een selectie gemaakt op basis van actuele vragen en hedendaagse ontwikkelingen.
Het Nationaal Archief stelt deze lijst ter beschikking voor vooronderzoek. Dus duik onderstaande inventarisnummers in, én natuurlijk alle andere inventarisnummers die vanaf januari 2026 volledig openbaar zijn.
Selectie onderwerpen vrijvallijst
Alles uitklappenOok dit jaar worden er verschillende stukken van en over het koningshuis openbaar. Waaronder een handgeschreven uitnodiging van de Engelse koning George VI. In deze brief nodigt hij Juliana en ‘Bernilo’ uit voor een staatsbezoek aan Engeland. Ook het concept-antwoord van Juliana gericht aan ’Bertie’ is bewaard gebleven.
Afbeelding staatsbezoek:
Foto: fotograaf onbekend, Nationaal Archief / Collectie Anefo. Staatsbezoek aan Groot-Brittannië 1950. Koningin Juliana en prins Bernhard in een open rijtuig tijdens het passeren van St. Pauls Cathedral, op weg naar Guildhall, waar zij gast zijn van de Lord Mayor van Londen
U kunt deze afbeelding rechtenvrij gebruiken.
In het archief van de Procureur-Generaal bij het gerechtshof te ’s-Gravenhage zit een dossier over Margaretha (Greet) Hofmans. Het gerechtshof onderzoekt of deze vertrouwelinge van koningin Juliana strafrechtelijk vervolgd kan worden, omdat ze 'geneeskundige diensten' verleent zonder bevoegd te zijn. In het dossier zijn verschillende getuigenverklaringen opgenomen van mensen die door Hofmans ‘behandeld’ zijn. Ook zijn onderzoeksrapporten opgesteld over haar contacten met het Koninklijk Huis. Dit is zes jaar voordat de affaire-Hofmans gaat spelen. De contacten tussen Hofmans en prins Bernhard zijn in die periode nog goed. Zo vergezelt ze hem naar Engeland en naar zijn familie in Duitsland. Een van de rapporten vermeldt dat mensen moeilijk van Hofmans af kunnen komen. Dit kan mogelijk ook gelden voor het koningshuis.
| Archief | Inventarisnummer | Beschrijving |
|---|---|---|
| Kabinet der Koningin: Geheim Archief (2.02.20.02) | 13882 | Uitnodigingsbrief van Koning George VI aan Koningin Juliana voor een staatsbezoek aan Engeland, met concept-antwoordbrief |
| Parket van de Procureur-Generaal bij het Gerechtshof te ’s-Gravenhage (3.03.89) | 587
| Stukken betreffende het onderzoek naar de gedragingen en het onbevoegd uitoefenen van de geneeskunde door mevrouw M. Hofmans |
In de jaren na de bevrijding van Nederland in 1945 worden de veiligheidsdiensten, die tijdens de bezetting zijn opgedoekt, opnieuw opgebouwd. De nieuwe Nederlandse Centrale Veiligheidsdienst heeft vooral collaborateurs en voormalige aanhangers van het nationaalsocialisme in het vizier. Maar dat verandert als de angst voor het communisme toeneemt en de Koude Oorlog zijn intrede doet.
Angst voor communisme
Tijdens de Koude Oorlog (1945/47 – 1989/91) houden de Nederlandse veiligheidsdiensten prominente communisten scherp in de gaten. En leggen soms tientallen jaren lang dossiers van hen aan. Ze houden reisbewegingen bij, infiltreren op partij- en redactievergaderingen en bewaren krantenknipsels en publicaties. De eerste delen van de dossiers (looptijd tot en met 1950) over een aantal leden van de communistische top worden nu openbaar.
Archief | Inventarisnummer | Beschrijving |
|---|---|---|
Ministerie van Binnenlandse Zaken – Centrale Veiligheidsdienst en Binnenlandse Veiligheidsdienst (2.04.127) | 592 | Dossier bestaat uit gegevens over personen die zijn verzameld op verzoek van de Centrale Veiligheidsdienst. Omdat deze personen “in connectie zouden staan met het Comité tot Voorlichting van Gewetensbezwaarden inzake den Krijgsdienst”. Hun mogelijk antimilitaristische ideeën zijn reden om ze in de gaten te houden; het gaat hier immers vaak om communisten of op z’n minst ‘radicaal socialistische personen’. |
Ministerie van Binnenlandse Zaken – Centrale Veiligheidsdienst en Binnenlandse Veiligheidsdienst (2.04.127) | 829 | Bevat o.a. een lijst met 75 namen van ‘R.V.V. leden te Rotterdam op 1 September 1944’. Veel van de verzetsdeelnemers houden er (vermoedelijk) communistische of socialistische ideeën op na. Voor de Centrale Veiligheidsdienst reden om informatie over hen te verzamelen en dossiers op te bouwen. |
Ministerie van Binnenlandse Zaken – Centrale Veiligheidsdienst en Binnenlandse Veiligheidsdienst (2.04.127) | 1655 | Het dossier bevat enkele verzoeken om inlichtingen over Duitsers met betrekkingen in of met Indonesië. ’Er bestaat aanleiding rekening te houden met de mogelijkheid, dat de Republiek Indonesia Serikat (R.I.S.) Duitsers tot zich zal trekken dan wel zal ingaan op aanbiedingen van Duitse zijde om in Indonesië werkzaam te zijn. In verband hiermee zou het zeer op prijs gesteld worden indien U van de mogendheden die West-Duitsland bezetten (Amerika, Engeland, Frankrijk en België), regelmatig inlichtingen zoudt kunnen bekomen nopens Duitsers, die uit bezet Duitsland naar Indonesië vertrekken en t.a.v. de redenen van hun vertrek derwaarts.’ (7 januari 1950) |
Binnenlandse Veiligheidsdienst en voorgangers, persoonsdossiers (2.04.125) | 4951 | Persoonsdossier van A.D. (Fred) Schoonenberg: communistische journalist en leider van de communistische jeugdbeweging, die op 36-jarige leeftijd Tweede Kamerlid voor de Communistische Partij van Nederland (CPN) werd. Schoonebeek werd in 1948 hoofdredacteur van de communistische krant De Waarheid en verruilde toen de Tweede voor de Eerste Kamer. Hij was een fel tegenstander van de Nederlandse dekolonisatiepolitiek in Indonesië en pleitbezorger van dienstweigering. |
Binnenlandse Veiligheidsdienst en voorgangers, persoonsdossiers (2.04.125) | 5931 | Persoonsdossier van Josephus Carel Franciscus (Jef) Last (Den Haag, 2 mei 1898 – Laren, 15 februari 1972), een Nederlandse revolutionair, dichter, prozaschrijver, vertaler en reiziger. Jef Last was communist, oud-Spanjestrijder, schrijver en journalist bij 'De Vlam'. En lid van de Communistische Partij Holland (CPH) en CPN. Tussen 1950 en 1953 woonde Last in Indonesië, waar hij bevriend was met Soekarno en Hatta. |
Binnenlandse Veiligheidsdienst en voorgangers, persoonsdossiers (2.04.125) | 40269 | Persoonsdossier van Daniel Goulooze. Goulooze was voor de Tweede Wereldoorlog lid van de Komintern (het internationale samenwerkingsverband van communistische partijen), onderhield tijdens de oorlog radiocontact met Moskou (als lid van de ‘Rote Kapelle’); hij werd gearresteerd en door de Duitse bezetter ingezet bij een zogenaamd Funkspiel (contraspionage) tegen de Sovjet-Unie. Na de oorlog werd hij weer prominent communist in Nederland. |
Collaboratie met de Duitsers
De BVD houdt niet alleen personen met communistische sympathieën in de gaten, maar ook verdachten van collaboratie met de Duitse bezetter. Een van hen is Jan Kloosterboer die al vóór mei 1940 wordt opgepakt op verdenking van spionage voor de Duitsers. Tijdens de bezetting is Kloosterboer op vrije voeten gesteld, maar in 1945 wordt hij weer opgepakt en veroordeeld voor collaboratie. Uiteindelijk verleent koningin Juliana hem gratie.
Archief | Inventarisnummer | Beschrijving |
|---|---|---|
Binnenlandse Veiligheidsdienst en voorgangers, persoonsdossiers (2.04.125) | 7941 | Persoonsdossier van Jan Kloosterboer. Het dossier bevat kopieën van stukken die tijdens het naoorlogs proces tegen Kloosterboer zijn ingebracht. |
Ministerie van Binnenlandse Zaken - Centrale Veiligheidsdienst en Binnenlandse Veiligheidsdienst (2.04.127) | 1494 | Dit dossier bevat veel materiaal vergelijkbaar met CABR-dossiers. Het gaat om informatie over mogelijk ‘vluchtgevaarlijke’ politieke delinquenten, en over personen die geneigd kunnen zijn hen te helpen ontsnappen uit Nederland. |
In 1975 wordt Suriname onafhankelijk van Nederland. In het archief Kabinet voor Surinaamse en Nederlands-Antilliaanse Zaken 1972-1975 is hierover informatie te vinden.
Discussies over nationaliteit en migratie
Voor de onafhankelijkheid van Suriname wordt de Ministeriële Commissie Onafhankelijkheid Suriname (MICOS) in het leven geroepen. MICOS buigt zich over nationaliteit, ontwikkelingshulp, migratieproblematiek, de positie van verschillende bevolkingsgroepen én de opbouw van het Surinaamse leger.
Om te bepalen wie na de onafhankelijkheid de Surinaamse nationaliteit zou krijgen en wie de Nederlandse, wordt de zogeheten toescheidingsovereenkomst gemaakt. In de toelichting bij deze overeenkomst wordt duidelijk waarom Nederland de komst van Surinamers wil beperken. Overbevolking en tekort aan huizen zijn belangrijke argumenten, maar ook het ontstaan van “rassenproblemen die Nederland niet eerder heeft gekend”. Na generaties lang “vreedzaam leven” zou er volgens deze toelichting in de jaren zeventig sprake zijn van een “abnormale toename van geweld”. Dat argument wordt niet met cijfers of voorbeelden onderbouwd.
Archief | Inventarisnummer | Beschrijving |
|---|---|---|
Kabinet van de vice-minister-president en kabinet voor Surinaamse en Nederlands-Antilliaanse Zaken (2.10.41) | 96 | Stukken betreffende behandeling van problemen rond de toescheidingsovereenkomst met betrekking tot nationaliteiten |
Kabinet van de vice-minister-president en kabinet voor Surinaamse en Nederlands-Antilliaanse Zaken (2.10.41) | 100-102 | Stukken betreffende de ministeriële Commissie Onafhankelijkheid Suriname (MICOS) |
Schadevergoeding voor koloniale uitbuiting
Dat de inheemse bevolking van Suriname al langere tijd aandacht vraagt voor het leed dat hen is aangedaan wordt duidelijk in een rechtszaak die in 1975 wordt aangespannen. Een groep inwoners van Suriname die zich ‘de Indiaanse Raad’ noemt, verzet zich, in een door veel mensen ondertekende petitie, tegen de soevereiniteitsoverdracht. Ze eisen teruggave van hun land en compensatie voor het leed dat hen is aangedaan. Ze roepen daarbij zowel premier Den Uyl als koningin Juliana ter verantwoording en willen dat zij voor de rechtbank in Paramaribo verschijnen. De Nederlandse reacties op deze eis variëren van ongeloof tot openlijk racisme en uiteindelijk wordt de zaak niet ontvankelijk verklaard. In inventarisnummer 97 zit een rapport uit 1972 van A.N. Jubithana over de positie van de inheemse bevolking van Suriname bij en na de onafhankelijkheid.
Archief | Inventarisnummer | Beschrijving |
|---|---|---|
Kabinet van de vice-minister-president en kabinet voor Surinaamse en Nederlands-Antilliaanse Zaken (2.10.41) | 97 | Stukken betreffende voorbereidingen voor de onafhankelijkheid |
Kabinet van de vice-minister-president en kabinet voor Surinaamse en Nederlands-Antilliaanse Zaken (2.10.41) | 1266 | Stukken betreffende behandeling van de eis van de Indiaanse Raad in Suriname tot dagvaarding van de Koningin en minister-president J. den Uyl om schadevergoeding voor eeuwenlange koloniale uitbuiting |
BVD: ‘Surinaams extremisme’
In Nederland wonende Surinamers worden al sinds de jaren vijftig in de gaten gehouden door de BVD. Vooral de mensen die politiek actief zijn en zich uitspreken tegen racisme en westers kolonialisme. De flinke stapel BVD-rapporten uit de periode 1959-1962, die in het archief zijn samengevat onder het kopje ‘Surinaams extremisme’, bevat onder andere informatie over Hugo Olijfvelt en medeoprichter van Sranang Krioro, en Otto Huiswoud, voorzitter van de vereniging Ons Suriname.
Tussen de rapporten zitten ook verschillende door de BVD verzamelde publicaties en brochures van en voor in Nederland wonende Surinamers. Extra opvallend is een uitgebreid en kritisch stuk van Corly Verlooghen, een pseudoniem van de dichter Rudi Ronald Bedacht, over het standbeeld van Johan Pieterszoon Coen in Hoorn. Bedacht wijst er in 1960 al op dat deze “hogepriester van het kolonialisme” toch echt geen standbeeld verdient. Dit dossier bevat ook een uitgebreide analyse van de BVD van alle Surinaamse politieke groeperingen in 1975.
Archief | Inventarisnummer | Beschrijving |
|---|---|---|
Kabinet van de vice-minister-president en kabinet voor Surinaamse en Nederlands-Antilliaanse Zaken (2.10.41) | 1288 | Rapporten van de Binnenlandse Veiligheidsdienst betreffende politieke activiteiten van in Nederland verblijvende Surinamers alsmede over het Surinaamse extremisme |
Een aantal politiek leiders uit de Zuid-Molukken roept op 21 april 1951 de Republiek der Zuid-Molukken/Republik Maluku Salatan (RMS) uit, maar deze wordt niet erkend door Indonesië. De regering in ballingschap van de RMS vestigt zich vanaf 1966 in Nederland onder leiding van president Manusama. Dan wonen al 12.5000 KNIL-militairen en hun gezinnen in Nederland. Het is aanvankelijk de verwachting dat het verblijf van de Molukse gemeenschap in Nederland tijdelijk zou zijn, en dat zij kunnen terugkeren naar hun moederland.
Als in de jaren 70 blijkt dat dit niet het geval is, vindt er onder de Molukse gemeenschap in Nederland radicalisering plaats. Dat leidt in eerste instantie tot een aantal mislukte pogingen tot gijzelingen. In de ochtend van 2 december 1975 weten zeven Zuid-Molukse jongeren uit Bovensmilde een trein uit Groningen te kapen. Zij brengen deze tot stilstand in de buurt van het dorp Wijster en houden de passagiers in de trein in gijzeling. Na 12 dagen geven de treinkapers zich over. Bij deze gijzelingsactie worden drie gijzelaars doodgeschoten; de machinist en twee passagiers.
Archief | Inventarisnummer | Beschrijving |
|---|---|---|
Ministeries voor Algemeene Oorlogsvoering (AOK) en van Algemene Zaken (AZ): Kabinet van de minister-president (KMP) (2.03.01) | 10978 | Stukken betreffende het beleid inzake Zuid-Molukkers, 1973-1975 De dossiers gaan over de contacten van Nederlandse autoriteiten met de RMS-regering en van de onderhandelingen over de (on)mogelijkheden om een remigratie van Molukkers vanuit Nederland naar Indonesië te organiseren. |
Ministeries voor Algemeene Oorlogsvoering (AOK) en van Algemene Zaken (AZ): Kabinet van de minister-president (KMP) (2.03.01) | 10979 | Stukken betreffende het beleid inzake Zuid-Molukkers, 1975 Het gaat dan bijvoorbeeld over de besprekingen in het kabinet en de onderhandelingen met de kapers. |
Ook in 1950 is het gebrek aan woningen een groot probleem. Die woningnood en de woonsituatie van veel Nederlanders beïnvloedt “de morele en fysieke toestand van de bevolking”. Van verschillende kanten wordt daarom gezocht naar oplossingen. Een aantal daarvan is terug te vinden in dossiers uit het Geheim archief Kabinet van de Koningin, 1946-1975 (1984).
Om de snelheid van het bouwen van nieuwe woningen te verhogen, wordt voorgesteld om te werken met “volledig geprefabriceerde montagebouw, die esthetisch verantwoord blijft”. Per locatie zouden op die manier 10.000 woningen gerealiseerd kunnen worden. Belangrijk is daarbij wel dat de coördinatie bij één persoon moet liggen. Binnen één jaar moeten dan de eerste resultaten te zien zijn.
De architecten Bakker en Zwaagstra gaan een stap verder. Zij hebben uitgewerkte plannen om een nieuwe stad te bouwen ergens in de periferie van een van de grote Nederlandse steden. Voor de locatie doen zij een specifieke suggestie, namelijk het uiterste westpunt van het eiland Rozenburg, ten zuidwesten van Rotterdam. Die nieuwe nederzetting zou plaats moeten bieden aan ongeveer 25.000 woningen, geschikt voor een bevolking van circa 100.000 personen.
Archief | Inventarisnummer | Beschrijving |
|---|---|---|
Geheim archief Kabinet van de Koningin, 1946-1975 (1984) (2.02.20) | 13918 | Resumé van J.L.P. Azn betreffende het probleem van de woningbouw, met voorbereiding voor de Koningin van het Kabinet, 29 november 1950 |
Geheim archief Kabinet van de Koningin, 1946-1975 (1984) (2.02.20) | 13920 | Stukken betreffende voorstellen om de woningnood te lenigen, met voorbereiding voor de Koningin van het Kabinet, 1950 |
Dit jaar vallen er tijdens Openbaarheidsdag geen Ministerraadnotulen vrij, omdat deze niet zijn overgebracht. Het proces van overbrenging voor de Ministerraadnotulen van het jaar 2000 is wel gestart. Wij streven ernaar dat deze op dinsdag 31 maart 2026 beschikbaar komen, en wij laten u voor die tijd nog weten wat er zoal in te vinden is.