VOC: Oost-Indische testamenten

Bent u op zoek naar een testament van een werknemer van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC)? Maak dan gebruik van deze zoekhulp en de bijbehorende index 'VOC: Oost-Indische testamenten'.

Alles uitklappen

In de index 'VOC: Oost-Indische testamenten' vindt u verwijzingen naar de 10.709 (kopie)-testamenten van VOC-werknemers  in de periode 1698-1807 uit het archief van de VOC (1.04.02).

De testamenten in het archief van de VOC zijn kopieën die door notarissen uit alle handelsposten van de VOC, naar Nederland zijn verzonden. Het is mogelijk dat bepaalde kopie-testamenten niet zijn verzonden of door scheepsrampen niet in Nederland zijn aangekomen. De index bevat alle kopie-testamenten van de inventarisnummers 6847-6897 van het VOC-archief (1.04.02). In een enkel geval kunnen bij de scheepssoldijboeken testamenten zitten. Zoekt u van de betreffende persoon dan ook altijd het scheepssoldijboek erbij. Dat kan via de de zoekhulp VOC: Opvarenden

De kopie testamenten worden als scan bij de zoekresultaten getoond. Wilt u een hoge resolutie scan van het testament downloaden of opvolgende of voorafgaande scans bekijken, klik dan op de link 'Scan'. U komt dan bij de presentatie van de scan in de inventaris van de VOC.
Daar kunt u:

  • de scan downloaden (knop: 'Download scan')
  • bladeren naar volgende of voorgaande scans
  • een transcriptie aan de scan toevoegen

Duizenden testamenten

In de 17e eeuw had de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) ongeveer 11.000 mensen in dienst. Op het hoogtepunt van het succes waren dat er naar schatting meer dan 25.000. Het merendeel van hen werkte aan boord van de schepen als soldaat of matroos of in één van de handelsposten in Oost-Indië. Het werken voor de VOC was niet zonder gevaar. Velen overleefden de reis niet of kwamen om in de Oost. Daarom lieten veel VOC-medewerkers ter plekke een testament opmaken. Kopieën van die testamenten werden naar Nederland verzonden en zijn opgenomen in deze index.

Opkomst en neergang van de VOC

De VOC werd in 1602 opgericht om handel te drijven in het gebied ten oosten van Kaap de Goede Hoop en ten westen van de Straat Magellaan. De VOC had hier in Nederland het alleenrecht op. De Compagnie was zeer succesvol en wist concurrentie uit Engeland en Portugal achter zich te houden. Het bestuur was in handen van de Heren XVII. Zij kwamen twee tot drie keer per jaar voor meerdere weken in vergadering bijeen. De voorbereiding van het beleid en de controle op de Kamers was in handen van commissies.

Aan het einde van de 18e eeuw ging het steeds slechter met de VOC. Als gevolg van het uitbreken van de oorlog met Engeland in december 1780, raakte de Compagnie in zulke grote financiële problemen dat de Kamers in Holland surséance van betaling moesten aanvragen. Bovendien werd de invloed van de Engelsen in de Oost steeds groter. De VOC verloor steeds meer van haar handelsposten. In 1796 werden de bewindhebbers ontslagen en werden de activiteiten van de Kamers tot een minimum teruggebracht. Op 1 januari 1800 hield de VOC officieel op te bestaan.

Meer informatie over de VOC vindt u in de beschrijving van het VOC-archief (1.04.02)