Schade

Archieven bestaan uit organisch materiaal en dus is verval (degradatie, veroudering) niet te voorkomen. Naast natuurlijk verval door veroudering kan schade optreden door externe invloeden zoals licht, schimmel, plaagdieren en, niet in de laatste plaats, hantering door de mens.

 

Alles uitklappen

Natuurlijke veroudering of degradatie proberen we zo lang mogelijk uit te stellen door de bewaaromstandigheden van de archieven zo optimaal mogelijk te maken. Depots zijn geklimatiseerd en luchtgezuiverd, de archieven zijn zuurvrij verpakt en worden netjes in stellingen bewaard.

Het is afhankelijk van de grondstoffen van het papier hoe snel de degradatie plaatsvindt. Archieven tot circa 1860 bestaan grotendeels uit lompenpapier. Dit is papier van zeer goede kwaliteit en ziet er vaak nog uit alsof het gisteren gemaakt is. Schade aan dit soort papier treedt vooral op als gevolg van verkeerde bewaaromstandigheden of onzorgvuldige hantering.

In het midden van de 19e eeuw was de vraag naar papier zó groot dat er niet genoeg lompen meer waren om aan die vraag te voldoen. Hout werd ontdekt als nieuwe grondstof voor papier.  Papier op basis van houtcellulose bleek echter veel minder duurzaam te zijn en door de combinatie met lignine en hars-aluinlijming uit zichzelf te ‘verzuren’.  Dat leverde papier op dat vergeelt en verbrost en dus zeer kwetsbaar is bij hantering.

Eeuwenlang zijn documenten geschreven met ijzergallusinkt. De samenstelling van deze inkt kan van invloed zijn op de duurzaamheid van de stukken. Door een overmaat aan ijzer en zuur reageert de inkt namelijk zodanig dat het papier verbruint en uiteindelijk ‘verbrandt’. Met als gevolg dat de tekst, in het ergste geval, uit het papier valt. Dit proces wordt versneld door hoge temperaturen en vocht, vandaar dat in de tropen bewaarde archieven (denk aan VOC-archieven) vooral vaak schade vertonen door inktvraat. Maar ook in ons gematigde klimaat bewaarde archieven kunnen ernstige inktvraat vertonen.

Meer informatie over dit onderwerp.

Papier is een organisch materiaal, wat het interessant maakt als voedsel voor plaagdieren en schimmel. Aantasting door plaagdieren is onherstelbaar en daarom besteed het Nationaal Archief veel aandacht aan zogenaamd Integrated Pest Management (IPM).  De nadruk ligt hierbij op preventie en controle.

Schimmel kan zich manifesteren op (en in) papier dat bewaard wordt in een vuile, stoffige ruimte met een hoge luchtvochtigheid. In eerste instantie merk je dat aan een muffe lucht en het klam aanvoelen van het papier. Op dat moment is het naar een droge omgeving brengen van de stukken en droog reinigen met een museumstofzuiger voldoende.

Als het papier langer in dergelijke slechte omstandigheden verkeert kunnen vlekken en zelfs pluis ontstaan, wat betekent dat er echt actieve schimmelgroei gaande is. Als het zó ver is, is ontsmetting eigenlijk nog de enige optie. Dat kan in Nederland door middel van gammadoorstraling, een effectieve desinfectie methode met een beperkt schadelijk effect op het papier, behalve als hetzelfde stuk vaker behandeld wordt. 

Insecten en knaagdieren  houden van archieven, omdat ze deze op kunnen eten of er een nest in kunnen bouwen. De meeste depots bieden wel weerstand aan muizen en dergelijke, al blijft het verstandig om in de directe omgeving van het depot geen ruimtes of opslagplaatsen van afval en eten te localiseren. Insecten zijn moeilijker tegen te houden. Vooral zilvervisjes en papiervisjes komen steeds meer en vaker voor en zijn moeilijk tegen te houden. De ICN-publicatie ‘Het loopt in de papieren’ biedt een strategie van preventie, detectie, controle en bestrijding van deze en andere plaagdieren.

Het loopt in de papieren

De grootste veroorzaker van schade is helaas de mens. Onzorgvuldig hanteren, vuile handen, verkeerde berging, het kan allemaal meer of minder schade veroorzaken. Dat is de reden waarom er huisregels zijn in de studiezaal van het Nationaal Archief. Handen wassen voorafgaand aan het raadplegen van archieven is bijvoorbeeld een regel. In tegenstelling tot wat vaak het beeld is, is het gebruik van katoenen handschoenen bij het hanteren van papieren archieven namelijk geen goed idee. Door de handschoenen is het lastiger te voelen waar de rand van de pagina is en daardoor beschadigt die rand sneller dan met blote handen. Fotografische materialen worden wel altijd met (nitril) handschoenen gehanteerd. Huidvet en zweet kan de gelatine van en het zilver in beeldlaag van een foto of negatief onherstelbaar beschadigen.