Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima rijden deze Prinsjesdag voor de tiende keer in de Glazen Koets. Lange tijd was Prinsjesdag verbonden met de Gouden Koets, maar die werd omstreden door de afbeeldingen. Het is maar de vraag of die daarom ooit weer gebruikt zal worden. De Glazen Koets blijkt een goede vervanging. In het Nationaal Archief is de oorsprong van de Glazen Koets terug te vinden.
De Gouden Koets
In 1898 biedt de Amsterdamse bevolking aan koningin Wilhelmina de Gouden Koets als inhuldigingsgeschenk aan. Eigenlijk wilde de jonge koningin Wilhelmina geen geschenken aannemen voor haar inhuldiging. Pas na veel brieven en telegrammen besluit Wilhelmina de koets toch te accepteren. Bij haar huwelijk met prins Hendrik op 7 februari 1901 wordt deze koets voor het eerst gebruikt. En later bij Prinsjesdag en bij koninklijke huwelijken is hij vaak te zien.
De Gouden Koets wordt tegenwoordig minder gewaardeerd. Een van de zijpanelen van de Gouden Koets laat namelijk zien hoe inwoners uit de voormalige koloniën op een onderdanige manier geschenken aanbieden aan Nederland. Een afbeelding die in het verleden misschien als normaal werd gezien maar vandaag de dag als discriminerend en ongepast wordt ervaren. Het is dan ook onwaarschijnlijk dat de Gouden Koets op Prinsjesdag weer van stal wordt gehaald.
Glazen Koets en Prinsjesdag
De Glazen Koets is veel ouder dan de Gouden Koets. Hij dateert van 1826 en werd gebouwd in opdracht van koning Willem I. De Glazen Koets is niet alleen in de 19e maar ook in de 20e eeuw het vervoermiddel bij de opening van de Staten-Generaal geweest. Tussen 1903 en 1923 wisselt koningin Wilhelmina bij Prinsjesdag beide koetsen af. Daarna krijgt de Gouden Koets de voorkeur, vooral van het volk. Koningin Wilhelmina heeft eigenlijk liever de veel oudere Glazen Koets.
Een smeekbede aan Willem I
Koning Willem I krijgt van zijn onderdanen veel rechtstreekse verzoeken om hulp. Een van de smeekbedes is afkomstig van de Brusselse rijtuigbouwer Pierre Simons. Op 30 mei 1821 schrijft hij de Koning dat het niet goed gaat met zijn rijtuigenfabriek. Het bedrijf maakt rijtuigen van hoge kwaliteit met een klantenkring die heeft bestaan uit rijke Belgische industriëlen. Zelfs de Duitse keizer Jozef II heeft ooit een rijtuig besteld. Toch zit zijn bedrijf nagenoeg aan de grond. Volgens Simons hebben veel klanten hun bestelling vanwege de Franse revolutie niet meer kunnen betalen. Het bedrijf, opgericht door zijn vader, heeft altijd een goede naam gehad. Hij hoopt dat de Koning een opdracht of geld voor hem heeft.
Het rapport van de opperstalmeester
Het verzoek van Pierre Simons komt bij de opperstalmeester van de Koning terecht. Die stelt op 11 juni 1821 een rapport op met een advies voor de Koning. De opperstalmeester schrijft dat hij betwijfelt of het de omstandigheden zijn die er voor hebben gezorgd dat het bedrijf van Simons aan de grond zit.
De opperstalmeester denkt dat het eerder te maken heeft met slechte beleggingen, ‘(…) waerdoor het aanzienlijk vermogen met deeze Fabriek gewonnen, volkoomen is gesmolten’. Hij vindt het niet wenselijk dat het koetsbedrijf verdwijnt maar een directe donatie van geld lijkt hem ook geen oplossing: ‘ (…) zouden buitendien, om de gevolgtrekkingen door anderen fabrikanten, tot dusdanige ondersteuning niet adviseren (…) zoude ik, wel wenschen dat hem het voordeel konde geworden om van tijd tot tijd, voor uwer Majesteits Hof te werken (…).
De Glazen Koets als werkgelegenheidsproject
De Koning bezit al genoeg gewone rijtuigen en er zijn naar verwachting de komende drie tot vier jaar ook geen nieuwe nodig. De opperstalmeester geeft als oplossing om bij Simons een ‘Gala ofte Ceremonie rijtuig te bestellen welke, in twee a drie jaaren vervaardigd zoude moeten zijn’ en waarvoor men hem ‘het noodige geld zou kunnen voorschieten’. Koning Willem I gaat hiermee akkoord. In 1821 krijgt Pierre Simons de opdracht voor het bouwen van een Galarijtuig. In 1826 is de nieuwe koets met zeven geslepen ramen klaar. Bijna twee eeuwen later doet de Glazen Koets tijdens Prinsjesdag nog altijd uitstekend dienst.
Nationaal Archief
2.02.01 Staatssecretarie 1813-1840, inv.nr. 1208, no 84