Genocide op Banda (1621)

Hoe belangrijk is Banda voor de VOC?

Alles uitklappen

Heel lang zijn de Banda eilanden het enige productiegebied van nootmuskaat en foelie ter wereld. Nootmuskaat is een van de belangrijkste en duurste specerijen in de 17e eeuw. De kleine Banda eilanden liggen ruim 2.500 km van Batavia vandaan (dus nog 1 á 2 maanden varen).

De Bandanezen handelen met de Engelsen, Portugezen en Nederlanders. De VOC probeert, zonder succes, het monopolie te krijgen over de handel in nootmuskaat. De Bandanezen laten zich niet de wet voorschrijven. De VOC besluit er in 1609 eenzijdig een vesting te bouwen. Vervolgens vermoorden de Bandanezen enkele Nederlanders. Het begin van een periode vol oorlog. Gouverneur-generaal Jan Pieterszoon Coen (de hoogste man van de compagnie in Oost-Indië) organiseert in 1621 een strafexpeditie naar Banda. Op die manier wil hij het monopolie op de handel in nootmuskaat en foelie voor de VOC in handen krijgen. Van de 15.000 bewoners zijn er nog maar 1.000 over. De rest is gedood, gevlucht of in slavernij afgevoerd naar Batavia. Allemaal om het monopolie op nootmuskaat voor de compagnie veilig te stellen.

Na het excessieve geweld op de Banda-eilanden, roepen de Heren Zeventien hem terug naar Nederland en vragen hem het geweld te temperen. Toch belonen ze hem voor de verovering van het nootmuskaat-monopolie en er wordt hem een tweede termijn als gouverneur-generaal aangeboden.

Hertaling Na het schrijven van het voorschrevene hebben wij de 2e dezer een troep
van 80 musketiers en 2 compagniëen van 70 koppen ieder
als achterhoede van de andere het gebergte op
gestuurd om de ligging van het gebergte en de versterking van de vijand
te bekijken. De volgende dag, toen wij onverwacht
naderbij kwamen, heeft de vijand ons met drie bassen (= schreeuwen) begroet
en hebben wij hem zeer dapper aangevallen. Zij werden
weer teruggedreven, maar toen wij terugtrokken heeft
de vijand ons langs de rug van het gebergte (die tot
hun voordeel smal was) zo kort gevolgd, dat veel
ongeregelde matrozen in wanorde doorliepen en de vijand
door de dappersten met veel moed niet zijn tegengehouden.
Zij zouden ons allen schandelijk verslagen hebben. In
deze ontmoeting kregen wij 35 gewonden en 9 doden,
waaronder kapitein De Ros met zijn vaandeldrager. Duidelijk
zij dat de vijand drie dubbele beschansing boven
de anderen heeft. Dat de rug van het gebergte smal
en het water ver weg is, zodat het met geweld
niet makkelijk vandaar te krijgen is. Daarover zullen zij door honger
vandaar en uit het land verdreven moeten worden.
Om een eind aan de oorlog te maken en
ten enenmale meester te blijven, zal meer volk
dan tevoren is gezegd toegelaten moeten worden. Want zelfs met de
voornaamste schepen mogen wij daarna niet wachten, maar
wij kunnen evenwel niet meer volk toelaten, tenzij er
schepen (en dan nutteloos) blijven, omdat wij geen ander volk
hebben en de schepen niet van pas komen. Welke
schade de Compagnie door gebrek aan volk lijdt
kunnen de heren hieraan zien. de gevluchte Bandanezen
zouden graag vrede sluiten, maar omdat zij hun wapens
niet eerst willen overgeven, vinden wij het niet geraden met hen te
een verdrag te sluiten.
Deze brief gaat met de schepen de Dragon, Schiedam en
t' Postpaert. De Schiedam is geladen met nagelen, noten en

(2e pagina)

foelie die wij naar Jakarta zenden, opdat die U Edelen met
de eerste gelegenheid toegezonden worden, hetzij met dit schip
of een ander, naar gelegenheid. De Dragon
zenden wij naar Jakarta met de voorschreven overwonnen Bandanezen.
Onder de resterenden (alhier gehouden) zijn 45 Orangkaijs
die wegens hun oneerlijke handel en boos voornemen opnieuw
uit de Dragon gehaald en gearresteerd zijn. Met onze
volgende zending zullen U Edelen nader bericht over de spotterij
van de Bandanezen ontvangen. In totaal hebben wij omtrent 1200

zielen gekregen (red. :zijn circa 1200 man overleden).
Daarnaast zijn nog verscheidene
andere gedood. T'Postpaert gaat mee
om de gevangenen te helpen bewaren en tot Jakarta
voor de handel gebruikt te worden.

Brief Coen: 1.04.02 inventarisnummer 1073

Gezicht op Banda Neira, 4VELH 619.114

VOC Octrooigebied: Verzameling Buitenlandse kaarten Leupe, inventarisnummer 312