Onafhankelijkheid Suriname (1975)

Suriname stapt uit het Koninkrijk der Nederlanden

Tweede pagina van de acte van erkenning van Suriname (1975).
Alles uitklappen

In 1667 neemt Nederland met geweld de macht over Suriname. Bijna 300 jaar is Suriname een Nederlandse kolonie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt de aanzet tot verandering gegeven met de ondertekening van het ‘Atlantic Charter’ op 14 augustus 1941, waarin de Amerikaanse president Roosevelt en de Britse premier Churchill het zelfbeschikkingsrecht van alle volkeren erkennen. 

Koningin Wilhelmina kondigt vervolgens in een toespraak op 6 december 1942 via Radio Oranje aan dat ook Nederland na de oorlog veranderingen wat betreft de koloniën zal doorvoeren. 

Na de koninklijke speech wordt in 1943 de ‘Unie Suriname’ opgericht door een groep die zich inzet voor de onafhankelijkheid van Suriname. Onder de oprichters bevinden zich onder andere kunstenaar en later politicus Wim Bos Verschuur en Johan Ferrier, die later de eerste president van een onafhankelijk Suriname wordt.

Met de leus ‘Baas in eigen huis’ maken de oprichters het streven naar zelfstandigheid concreet. Zij kiezen bewust voor de term ‘unie’: Suriname moet een onafhankelijke eenheid worden, waarin verschillende bevolkingsgroepen verenigd zijn. Zij verzetten zich hiermee tegen de verdeel-en-heers-aanpak van de koloniale overheid, die verschillende bevolkingsgroepen tegen elkaar uitspeelt. 

Een deel van de oprichters van de Unie Suriname richt in 1946 de politieke partij Nationale Partij Suriname (NPS) op, die vanaf dan het geluid van onafhankelijkheid in het parlement laat klinken. 

In 1954 wordt een concrete staatkundige stap gezet: met het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden worden Suriname en de Nederlandse Antillen (bestaande uit Curaçao, Bonaire, Aruba, Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba) zelfstandige landen binnen het koninkrijk. Zij gaan vanaf dat moment zelf over binnenlands bestuur. Alleen defensie en buitenlandse betrekkingen blijven een aangelegenheid van het Koninkrijk als geheel. 

In Suriname is er veel verdeeldheid over het thema van onafhankelijkheid. Zo zijn er nationalisten die per direct uit het Koninkrijk willen stappen. Van deze stroming is activist en later politicus Eddy Bruma een belangrijke stuwende kracht. Hier lijnrecht tegenover staat een relatief grote groep van felle tegenstanders, die tevreden is met de autonomie die het Statuut biedt.

Tussen hen in bevindt zich een groep gematigde nationalisten die op termijn volledige onafhankelijkheid van het Koninkrijk wenst, maar die het pad daarnaartoe niet te snel wil bewandelen. 

Tijdens de verkiezingscampagne in 1972 lijkt Joop den Uyl, lijsttrekker van de PvdA, wel haast te hebben. Den Uyl vindt koloniën niet meer passend en wil zo snel mogelijk staatkundige veranderingen doorvoeren. Hij kondigt aan dat, als het aan zijn partij ligt, Suriname nog vóór 1976 onafhankelijk van het Koninkrijk is. Wanneer hij wint en premier wordt, wordt een volledig onafhankelijk Suriname steeds waarschijnlijker.

Ook in Suriname zijn er verkiezingen. In 1973 wint de Nationale Partij Kombinatie (een samenwerking van verschillende politieke partijen). Lijsttrekker Henck Arron wordt premier en kondigt onverwachts aan dat Suriname vóór 1 januari 1976 uit het Koninkrijk zal stappen. Dit leidt tot enthousiasme bij zijn medestanders. Het zorgt echter ook voor verontwaardiging bij anderen, vooral omdat de onafhankelijkheid geen thema was geweest in de verkiezingscampagne. 

Henck Arron houdt woord, want op 25 november 1975 is het zover: de Akte van erkenning van de Republiek Suriname wordt ondertekend. Suriname is vanaf dat moment niet langer onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden, maar een volledig zelfstandige republiek. Volledige onafhankelijkheid, ‘Srefidensi’ in het Sranantongo, is een feit. Eddy Bruma ziet als Minister van Economische Zaken zijn droom uitkomen. 

De avond voor de ondertekening van de Akte van Erkenning worden in Suriname al voorbereidingen getroffen. Het standbeeld van koningin Wilhelmina, dat in 1923 op het Gouvernementsplein is geplaatst en is betaald door de Surinaamse bevolking, wordt weggehaald. Het plein wordt omgedoopt tot Onafhankelijkheidsplein.