Na de kolonisatie door Nederland in de 17e eeuw zijn Suriname, Sint Eustatius, Sint Maarten, Saba, Curaçao, Bonaire en Aruba meerdere eeuwen koloniën van Nederland. Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt Nederland bezet door Duitsland en zijn de koloniën veel meer op zichzelf aangewezen. Dit voedt het streven naar zelfstandigheid.
Tegelijkertijd verandert ook de houding van de koloniale machten. De Britse premier Winston Churchill en Amerikaanse president Theodore Roosevelt erkennen in het ‘Atlantic Charter’ (1941) de zelfbeschikking van alle volkeren wereldwijd. Koningin Wilhelmina kondigt vervolgens in een radiorede in 1942 aan dat er na de oorlog ook veranderingen gaan plaatsvinden tussen Nederland en de koloniën.
Dat Nederland veranderingen aankondigt, betekent niet dat de regering echt op volledige onafhankelijkheid van de koloniën zit te wachten. Op de onafhankelijkheidsverklaring van Indonesië in 1945 reageert de Nederlandse overheid met een koloniale oorlog.
De wens om zelfstandig te worden is ook in de andere Nederlandse koloniën groter geworden door de speech van koningin Wilhelmina. In 1946 leggen Curaçao, Aruba en Suriname een verzoek bij de Nederlandse regering neer om te praten over zelfstandigheid. Ook sturen zij apart van elkaar nog brieven. In de brief van ‘Curaçao en onderhorigen’, wat dan de officiële naam is voor alle Nederlandse eilanden in het Caribisch gebied, wordt verwezen naar de speech van koningin Wilhelmina. Vooral aan haar woorden ‘steunend op eigen kracht, doch met de wil elkander bij te staan’ wordt veel waarde gehecht.
Van 1948 tot 1952 vindt de ‘Rondetafelconferentie West’ plaats. Tijdens meerdere bijeenkomsten wordt gesproken over mogelijke zelfstandigheid. Een belangrijke reden voor de Nederlandse regering om dit gesprek te voeren is de angst voor een onafhankelijkheidsstrijd in het Caribisch gebied.
Op 27 januari 1948 komen in de Ridderzaal vertegenwoordigers van de eilanden, Suriname én Indonesië voor het eerst bijeen met de Nederlandse regering. Op dat moment koestert Nederland nog de hoop dat Indonesië ook zit te wachten op een plek in het nieuwe koninkrijksverband.
Na de rondetafelconferentie in 1948, gaat Nederland aan de slag met het opstellen van een formeel document: het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden. Met het Statuut worden drie onafhankelijke landen binnen het Koninkrijk der Nederlanden gecreëerd: de Nederlandse Antillen (Sint Eustatius, Saba, Sint Maarten, Curaçao, Bonaire en Aruba), Suriname en Nederland. Aangezien de Verenigde Naties inzetten op volledige dekolonisatie van koloniën wereldwijd, zijn zij over het Statuut niet te spreken. Maar Nederland zet door. Het Statuut wordt op 15 december 1954 getekend.
Het Statuut regelt de verhoudingen tussen de drie verschillende landen binnen het koninkrijk. Met het Statuut wordt op papier afscheid genomen van de koloniale verhoudingen van de eeuwen ervoor. De uitgangspunten van het document zijn één gezamenlijke Nederlandse nationaliteit, één staatshoofd (koningin Juliana en haar troonopvolgers), één gemeenschappelijk buitenlands beleid en één gezamenlijke defensie. Het binnenlandse bestuur regelt elk land voor zich, hoewel er volgens het Statuut wel samenwerking mogelijk is.
Tot slot is gelijkwaardigheid een belangrijk uitgangspunt van het Statuut. In de praktijk blijkt echte gelijkwaardigheid tussen de drie landen moeilijk bereikbaar, doordat Nederland met afstand de meest welvarende partij is. Ook binnen de Nederlandse Antillen ervaren de kleinere eilanden ongelijke verhoudingen. De zetels in het parlement zijn verdeeld op basis van inwoneraantallen. Dit zorgt ervoor dat het voor de kleine eilanden moeilijk is hun kwesties hoog op de agenda te krijgen.
Het Statuut is sinds 1954 meerdere malen gewijzigd. Zo stapt in 1975 Suriname uit het koninkrijksverband. Aruba krijgt in 1986 een status aparte; het eiland scheidt zich af van de Nederlandse Antillen en wordt een onafhankelijk land binnen het koninkrijk. Op 10 oktober 2010 worden Curaçao en Sint Maarten ook zelfstandige landen binnen het koninkrijk. Bonaire, Saba en Sint Eustatius worden dan bijzondere gemeenten van Nederland. De Nederlandse Antillen worden op deze datum officieel opgeheven.
Een klein jaar na de ondertekening van het Statuut, wordt in Willemstad het ‘Autonomiemonument’ onthuld, waarop de woorden van koningin Wilhelmina staan vermeld: ‘steunend op eigen kracht, doch met de wil elkander bij te staan’.
In 1955 wordt ook voor het eerst de historische mijlpaal van de zelfstandigheid herdacht en gevierd. Vanaf dan wordt hier op 15 december jaarlijks bij stil gestaan. De dag wordt ook wel Koninkrijksdag, Dag van het Statuut of Dia di Reino genoemd.
Stukken betreffende de radiorede van Koningin Wilhelmina (1942)
Inventaris van het archief van dr. H.J. van Mook [levensjaren 1894-1965] en familieleden, 1917-1964 (-1987)
2.21.123, inventarisnummer 4, vanaf scan 41.
Radiorede van koningin Wilhelmina voor Radio Oranje (1941)
Fotocollectie Elsevier Binnenland. Fotograaf: BBC.
2.24.05.02, 019-0865.
Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden (1954)
Inventaris van het archief van het Kabinet der Koningin, 1946-1975 (1985)
2.02.20, inventarisnummer 13685
Foto van premier Jonckheer (Nederlandse Antillen), premier Drees (Nederland), minister Kernkamp (Nederlandse Minister van Overzeese Rijksdelen) en premier Currie (Suriname), die na de ondertekening het Statuut bekijken (1954)
Fotocollectie Spaarnestad. Fotograaf: Henk Blansjaar.
7.000SPABB. 75150.
Foto van de ondertekening door koningin Juliana (1954)
Fotocollectie Elsevier Binnenland. Fotograaf: onbekend.
2.24.05.02. 021-0181.
Document ter bespreking tijdens de Rondetafelconferentie West, waarin Indonesië als mogelijk vierde land binnen het koninkrijk wordt genoemd (1948)
Inventaris van de archieven van de Eerste Conferentie Nederland-Suriname-Curaçao (Ronde Tafel Conferentie West) [1948-1952].
2.10.24, inventarisnummer 73.
Foto van de openingsplechtigheid van de Rondetafelconferentie West (27 januari 1948)
Inventaris van de archieven van de Eerste Conferentie Nederland-Suriname-Curaçao (Ronde Tafel Conferentie West) [1948-1952].
2.10.24, inventarisnummer 73.
Petitie van ‘Curaçao en onderhorigen’ (1946)
Inventaris van de archieven van de Eerste Conferentie Nederland-Suriname-Curaçao (Ronde Tafel Conferentie West) [1948-1952].
2.10.24, inventarisnummer 30.
Foto van het Autonomiemonument in Willemstad, waar de woorden van koningin Wilhelmina op te zien zijn (1955)
Fotocollectie Van de Poll. Fotograaf: Willem van de Poll.
2.24.14.02. 252-3694