Sichterman

Rob Crommelin, nakomeling van Jan Albert Sichterman, directeur van de VOC-vestiging in Bengalen.

Servies Sichterman

Interview met Rob Crommelin

Jan Albert Sichterman (1692-1764), functionaris van de Verenigde Oost-Indische Compagnie, komt in 1744 schatrijk terug uit de Oost. Hij verdoezelt zijn opgebouwde vermogen niet en raakt in zijn geboorteplaats bekend als de ‘Koning van Groningen’.

Zijn bijnaam klinkt misschien chique,  Sichtermans carrière bij de VOC begint met een schandaal. In 1723 brengt hij als jong officier tijdens een duel zijn tegenstander om het leven, iets wat ernstige gevolgen voor hem kan hebben. Om de doodstraf te ontlopen, gaat Sichterman in dienst van de VOC in India. Zijn carrière verloopt voorspoedig: na een start als onderkoopman in Bengalen in 1721, wordt hij in 1725 koopman en fiscaal (openbaar aanklager) en in 1734 directeur van de regio Bengalen. In 1740 neemt Sichterman vervolgens plaats in de Raad van Indië, om vier jaar later zeer vermogend huiswaarts te keren. Het meeste geld moet Sichterman verdiend hebben met illegale privéhandel, door de VOC strikt verboden om het monopolie van de compagnie niet te schaden.

Terug in Groningen laat Sichterman aan de Ossenmarkt een klein paleis bouwen, dat wordt aangekleed met al zijn kostbaarheden. Onder meer schilderijen van Rembrandt en Ruysdael behoren tot de collectie. Daarnaast bestaat zijn huisraad uit scheepsladingen vol in opdracht gemaakt Chinees  porselein, meubelen, sitsen stoffen en andere bijzondere kunstschatten.

Het erfgoed van Jan Albert Sichterman is nog steeds alomtegenwoordig in Groningen. Het paleis aan de Ossenmarkt staat er nog, zij het in tweeën gesplitst. Een deel van de kunstcollectie wordt bewaard in het Groninger Museum en de familie Sichterman-Crommelin eet nog wel eens van het beroemde servies. Dat daarna natuurlijk met de hand wordt afgewassen! Ook worden nog steeds verhalen verteld over de beroemde voorouder, die absoluut niet louter positief zijn. Zo zou de ‘Koning van Groningen’ er genoegen in scheppen om vanuit zijn koets verhitte muntjes voor de voeten van straatjochies  te gooien. Of het verhaal klopt, is niet bekend; weinig koninklijk is het in ieder geval wel. 

Transcript interview Crommelin