Fragment uit het toneelstuk 'Goed/Fout' uit 1992

1992

In februari 1992 ging het toneelstuk Goed/Fout van Haye van der Heyden in première. Van der Heyden, op dat moment vooral bekend van Purper en het 'Jaloezieën' én zoon van een foute vader, zet in dit stuk de problematiek pregnant neer. Dat doet hij luchtig maar scherp, kort door de bocht maar juist daarom helder als glas. Om die reden was het stuk voor velen, ook voor veel kinderen van foute ouders, een eye-opener. Om te beginnen constateert Van der Heyden een evident feit: dat de oorlog uit Nederland nooit verdwenen is.

DONALD Ik heb hier in dit huis geloof ik nog nooit een gesprek gevoerd dat niet over de oorlog ging. Het gaat hier altijd over de oorlog. ELSBETH Dat is helemaal niet waar. Dat zeg jij wel eens ja, maar dat is niet zo. D'r werd hier bijna nooit over de oorlog gepraat. DONALD 's Avonds laat altijd. Hoe later, hoe meer oorlog. Dan was jij al naar bed. Vroeger. Altijd gesprekken over de oorlog. ELSBETH Vanavond dus niet. Voor mijn part gaan we moppen tappen. OUDE BRUMMER Ja, de beste moppen die ik ken, gaan over de oorlog. LACHT.

Binnen de oorlogsproblematiek besteedt Van der Heyden in dit niet toevallig Goed/fout geheten stuk vooral aandacht aan de problematiek van de foute vader en alle poespas waarmee dit fout-zijn omgeven werd:

ELSBETH Theo en ik zijn opgezadeld met van alles. Wat we niet weten. Het grote geheimzinnige gedoe over de oorlog. Waar mensen van dromen. Van wakker liggen. En wij voelen al die spanning. En we weten niks. Want ze praten d'r niet over. Vroeger in ieder geval niet. Ben en Fientje zeiden er nooit iets over. THEO Nee, wij weten eigenlijk niks. ELSBETH Heel vroeger, toen ik nog klein was, toen hoorde ik ze wel eens. 's Nachts hoorde ik mijn moeder huilen. En hoorde ik ze praten. En soms kwamen er mensen op bezoek, zoals Kees, of Donald en Ida, en dan moest ik buiten gaan spelen. En dan waren de gesprekken heel ernstig. Dat merkte ik dan bij het eten. Dan was het heel stil aan tafel. En zeiden ze steeds hoe heerlijk het eten was. Steeds maar weer zeiden ze dat. Zo'n grote spanning. En ik wist niet waarom. THEO Dat was bij ons ook, dat er mensen van vroeger op bezoek kwamen en dat er dan iets vreemds in de lucht hing. ELSBETH En dan die brieven. En dat telefoneren. Ze schreven brieven naar Duitsland. En belden soms. Daar mocht ik niets van weten. Ik werd dan buiten de kamer gehouden. THEO Ja. Ik mocht niet bij de achterburen spelen, maar niemand zei me waarom dat was.

Natuurlijk worstelt Van der Heyden zoals alle kinderen van foute ouders met de vraag hoe fout de vader was, wat dat ‘fout’ betekent en hoe het te beoordelen:

THEO Hij heeft het IJzeren Kruis. Voor vechten aan het oostfront. Tegen de Russen. En eigenlijk ook de militaire Willemsorde voor het verdedigen van het vaderland in de Meidagen. Want hij was piloot bij de Nederlandse luchtmacht toen Duitsland ons land binnenviel. En de hele luchtmacht kreeg collectief de Willemsorde. Dus hij ook. Hij was ook een soort held dus. Van twee kanten zelfs. STILTE. JACQUELINE BOOS Voor mijn part vond mijn vader de oorlog fantastisch. Zegt-ie uit braafheid dat het een vreselijke tijd was, maar vindt-ie dat helemaal niet, zegt-ie het alleen maar omdat dat zo hoort, het kan mij niet schelen. Allemaal best. Voor mijn part was het de leukste tijd van zijn leven. Prima, kan best. SCHERP Maar als u daarmee op weg bent naar de eindconclusie dat iedereen even goed en even slecht is, dan hebt u hier vast mijn antwoord het resultaat telt. THEO Joden verbergen is een beter resultaat dan ze op de trein zetten. Dat is zo. JACQUELINE Inderdaad. THEO Mijn vader heeft geen joden op treinen gezet. JACQUELINE Hij werkte mee aan het systeem. Hij hoorde bij de organisatie die er verantwoordelijk voor is... U zit hem toch te verdedigen. Ik begrijp dat wel. Het moet heel moeilijk zijn voor een zoon als je vader zo was. THEO Hij is gestraft. En terecht. Ik wil 'm begrijpen, dat wil ik. Maar dat is misschien eigenlijk wel hetzelfde als verdedigen. Ik ga ervan uit dat ik ook fout in de oorlog zou zijn geweest. Toen het allemaal begon was-ie net twintig. Twintig!! God, toen ik twintig was...Je wilt er wat van maken, van het leven. Iets bereiken. En het maakt eigenlijk niet eens zoveel uit wat. JACQUELINE Der waren d'r ook een heleboel, die waren ook begin twintig en die gingen in het verzet. THEO Daar is ook iets te bereiken natuurlijk. De een doet dit, dan doet de ander dat. Zo gaat het bij broers ook. Als de een wiskunde gaat studeren, gaat de ander naar de kunstacademie. JACQUELINE Als uw broer in het verzet zou gaan zou u gaan collaboreren? EVEN STIL. THEO Mensen die hem goed gekend hebben zeggen altijd dat het een hele aardige man is geweest. Zacht. Emotioneel. STILTE.