In een leenregisters hield een leenheer bij wie welk stuk land (of welke rechten) in leen had. De heerlijkheid De Lek en Polanen kwam in het bezit van de familie Oranje-Nassau. De leenregisters van deze heerlijkheid uit de periode 1309-1625 zitten daarom in het archief van de Nassausche Domeinraad (archiefnummer 1.08.11), inventarisnummers 7318-7323. Op deze leenregisters is de index Nassause Domeinraad: Leenregisters Polanen en de Lek gemaakt. De index bevat verwijzingen naar 2167 vermeldingen uit de leenregisters.
U kunt de index doorzoeken op persoonsnaam, plaatsnaam, of de naam van het leen.
In de index is opgenomen:
|
U kunt de leenregisters reserveren om in onze studiezaal te bekijken. U kunt ook scans van de leenregisters bestellen.
Klik eerst op het zoekresultaat dat u wilt bekijken. Er opent een nieuwe pagina met informatie over het leen.
Reserveren
Noteer het 'Volgnummer leen', en het folionummer (paginanummer) dat tussen haakjes bij de 'Bronverwijzing' staat. Bewaar deze informatie.
Klik op de knop 'Reserveer'. U kunt nu het inventarisnummer reserveren en een dag kiezen wanneer u het inventarisnummer wilt komen bekijken.
Als u in onze studiezaal bent en het inventarisnummer voor u heeft, kunt u de inschrijving in het leenregister terugvinden met behulp van het 'Volgnummer Leen' en het folionummer.
Scans bestellen
Klik op de knop 'Bestel scan'. Aan het bestellen van scans zijn kosten verbonden.
De Nassause Domeinraad was het bestuurscollege dat het beheer over de domeinen van de familie Oranje-Nassau uitoefende. Deze landgoederen strekten zich uit over het gehele territorium van de Republiek, maar lagen overwegend in Holland, Zeeland, (Noord-)Brabant en Gelderland. Ook in Duitsland, Luxemburg en Frankrijk (vnl. het prinsdom Orange) had men bezittingen.
Het beheer van de goederen vergde een uitgebreide verantwoording door tal van rentmeesters die ter plekke waren belast met o.a. het toezicht op heerlijke rechten, als bijvoorbeeld het recht op de wind of op de visvangst. Al deze rechten en bevoegdheden leverden bij elkaar aanzienlijke inkomsten op ter bekostiging van de hofhouding (paleizen, kunstcollectie e.d.). Voor het verdere beheer was in elk domein tevens een grote hoeveelheid functionarissen aangesteld variërend van hoveniers tot predikanten. Dit gold eveneens het terrein van bestuur en rechtspraak met de aanstelling van schout en schepenen.