1.02.01 Inventaris van het archief van C. van Heemskerck [levensjaren 1646-1702]: Gezant te Wenen, te Brussel, te Madrid, te Altona, te Constantinopel en te Parijs, 1672-1701

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Inhoud en structuur van het archief

Verantwoording van de bewerking

Van Heemskercks archieven geen legatiearchieven

Bij de door mij in 1981 begonnen herinventarisatie van het legatiearchief Duitse Keizer kwam al gauw aan het licht dat de door Van Heemskerck in Wenen en Turkije gevormde archieven niet tot dit legatiearchief konden worden gerekend, maar verband hielden met zijn Franse gezantschapsarchief, dat (eveneens ten onrechte) aan het legatiearchief Frankrijk was toegevoegd. Legatiearchieven immers zijn `standplaatsarchieven' en meestal ook secretariearchieven. Ze ontstonden in de 18e eeuw in enkele landen waar de Staten-Generaal een vaste diplomatieke vertegenwoordiging hadden. Als een gezant overleed of naar een andere standplaats vertrok, droeg de gezantschapssecretaris, die meestal als zaakgelastigde ad interim achterbleef, het archief over aan zijn opvolger. Nood brak wet en bovendien had men bij de afhandeling van lopende zaken behoefte aan retroacta, een behoefte die bij een toenemende diplomatieke continuïteit steeds sterker werd gevoeld. Zo ontstonden er in sommige hoofdsteden depots van gezantschapsarchieven.
Van Heemskerck kon zijn gezantschapsarchieven niet aan opvolgers overdragen, omdat hij in Turkije, Wenen en Parijs geen directe opvolgers had. Zoals al eerder is uiteengezet, nam hij zijn archieven zelf mee naar huis. Vóór de overdracht door Buitenlandse Zaken van de legatiearchieven in 1854 bevonden ze zich al op het Rijksarchief en in de inventaris die bij die overdracht werd opgemaakt worden ze dan ook niet vermeld. Evenmin komen stukken van Van Heemskerck voor in de in 1810 vervaardigde inventaris van het legatiearchief Duitse Keizer.
De archieven van Van Heemskerck zijn ook geen secretariearchieven. Gezantschapssecretaris Jacob Jan Hamel Bruynincx bleef tijdens Van Heemskercks verblijf in Turkije en Wenen zijn normale werkzaamheden verrichten, maar het archief dat hij daarbij vormde maakt van de hier beschreven archieven geen deel uit. Hetzelfde geldt voor het archief dat secretaris Vroesen na het vertrek van Van Heemskerck uit Parijs als zaakgelastigde moet hebben gevormd.

Van Heemskercks archieven weer een zelfstandige eenheid

De gezantschapsarchieven van Van Heemskerck die zich in de legatiearchieven Duitse Keizer en Frankrijk bevonden, moesten daarvan dus worden afgescheiden en als een zelfstandige eenheid beschreven worden. De van hem afkomstige diplomatieke stukken uit het voormalige familiearchief Teding van Berkhout werden bij deze herinventarisatie niet betrokken. Zij zijn door Van Heemskerck kennelijk in zijn persoonlijk archief opgenomen en tot de overdracht aan het Rijksarchief in 1889 in het bezit van de familie gebleven. Wel is een lijst van deze stukken aan de inventaris toegevoegd.
Zie p. 58.
Evenmin zijn bij de herinventarisatie de stukken betrokken die afkomstig zijn van Gerard Hamel Bruynincx, gezant in Duitsland van 1670 tot 1690, en die tot voor kort eveneens ten onrechte in het legatiearchief Duitse Keizer waren opgenomen. Deze stukken hebben voor een deel betrekking op de diplomatieke missie die Van Heemskerck in de jaren 1673-1675 samen met Hamel Bruynincx in Wenen vervulde (waarvan hij geen verbaal inleverde bij de Staten-Generaal) en voor een ander deel op zaken waarvan de afhandeling na het vertrek van Hamel Bruynincx uit Wenen in september 1690 door Van Heemskerck werd overgenomen. Vermoedelijk zijn ze door Van Heemskerck gelicht uit het archief van zijn collega, dat gezien de registratuurtekens oorspronkelijk veel meer moet hebben bevat dan de stukken waar hier om gaat, maar waarvan verder niets bewaard is gebleven. Als dit juist is, zullen ze door de nabestaanden van Van Heemskerck met diens archieven aan de Staten-Generaal zijn overgedragen. Enige steun aan deze hypothese geeft het feit dat een uit het archief van Hamel Bruynincx afkomstig kopiedecreet in de archieven van Van Heemskerck werd aangetroffen.
Nu Arch. GHB 8.
Al deze papieren van Hamel Bruynincx zijn nu in een aparte inventaris beschreven:
Theo Thomassen, Inventaris van stukken afkomstig van Gerard Hamel Bruynincx, gezant in Duitsland 1659-1690. Xerokopie, Den Haag 1982.
niemand zal verwachten ze als 'gedeponeerd archief' onder de archieven van Van Heemskerck aan te treffen.

Reconstructie van minuutverbalen en dossiers

De herinventarisatie was voor een deel gericht op de reconstructie van de minuutverbalen en het herstel van de dossiers. Bij eerdere inventarisatie waren de minuutverbalen over de perioden 1690-1692 en 1694-1697 gesloopt. De stukken waren, evenals veel brieven die uit de dossiers afkomstig waren, over de algemene correspondentie verspreid. Het minuutverbaal over de jaren 1690-1692 kon ik zonder veel problemen reconstrueren doordat de stukken genummerd waren en zich in de archieven van de Staten-Generaal een geëxhibeerd exemplaar bevond. Bij gebrek aan deze hulpmiddelen bleek een reconstructie van het minuutverbaal over de jaren 1694-1697 niet mogelijk. Wel is over deze jaren weer een soort rompverbaal ontstaan doordat veel brieven uit deze periode, aan verschillende lastgevers en collega's gezamenlijk gericht, werden samengevoegd. Op dezelfde manier is ook in het Franse gezantschapsarchief een dergelijk rompverbaal tot stand gekomen. Het minuutverbaal van het Turkse gezantschapsarchief was nog ongerept. De brieven die blijkens aard, inhoud, nummering, dorsale aantekeningen enz. tot de dossiers hebben behoord, werden zo mogelijk naar hun oorspronkelijke plaats teruggebracht.

Driedeling Weens-Turkse Archieven

De Weens-Turkse gezantschapsarchieven heb ik weer zoals vanouds
Zie de inventarissen van De Jonge en Hingman.
over drie afdelingen verdeeld: Wenen 1690-1692 (in de inventaris afdeling II), Turkije 1692-1694 (afdeling III) en Wenen 1694-1697 (afdeling IV).
De Turkse gezantschapspapieren vormen inhoudelijk en archivistisch gezien een afzonderlijke eenheid, ook al bevinden zich onder die papieren brieven van en aan personen met wie Van Heemskerck ook in Wenen heeft gecorrespondeerd. De plaatsing van het Turkse minuutverbaal en enkele dossiers uit de jaren 1692-1694 in een afzonderlijke rubriek en de verspreiding van de overige, door Van Heemskerck niet voor zijn Turkse minuutverbaal geselecteerde stukken over de algemene correspondentie over de jaren 1690-1697,
Zie de inventarissen van Schutte.
betekenden een ongerechtvaardigde verbreking van het verband in het Turkse gezantschapsarchief.
Samenvoeging van stukken uit de perioden 1690-1692 en 1694-1697 (gezantschap naar Wenen) suggereerden een continuïteit in de diplomatieke werkzaamheden en de archiefvorming die in werkelijkheid niet heeft bestaan. Van Heemskercks gezantschap naar Turkije veroorzaakte in zijn Weense archief een chronologische en inhoudelijke breuk. Een chronologische breuk omdat het archief in zijn afwezigheid door secretaris Jacob Jan Hamel Bruynincx niet werd aangevuld. Een inhoudelijke breuk omdat de activiteiten van de gezant in de periode 1690-1692 voornamelijk gericht waren op de politieke en materiële versterking van de anti-franse coalitie en in de periode 1695-1697, waarin hij veel nauwer samenwerkte met de Engelse gezant, voor een belangrijk deel op het voorbereiden van een Europese vrede. Een archivistische breuk was het logisch gevolg.
Deze archivistische breuk, door Japikse en Schutte naadloos gelijmd, kwam door de samenbrenging van de Turkse gezantschapspapieren, de reconstructie van de minuutverbalen en de overbrenging van brieven uit de algemene correspondentie naar de dossiers waardoor de in een aantal briefwisselingen geconstrueerde continuïteit werd doorbroken, weer duidelijk aan het licht. Bovendien bleken de briefwisselingen met bepaalde correspondenten in de periode 1690-1692 een ander karakter te hebben dan de briefwisselingen met dezelfde correspondenten uit de periode 1695-1697. Een duidelijk voorbeeld hiervan is de correspondentie met lastgevers, het Weense hof en het Engelse gezantschap.
Van Heemskerck voerde die correspondentie in de jaren 1690-1692 uitsluitend onder zijn eigen naam. In de jaren 1695-1697 daarentegen werkte hij nauw samen met de Engelse gezant Lexington en werden veel uitgaande stukken door beide gezanten ondertekend, terwijl veel ingekomen stukken aan beide gezanten waren gericht. Verslagen van diplomatieke conferenties (die overigens over de periode 1690-1692 ontbreken), waren vaak een uitvloeisel van gezamenlijke nota's en werden onder beider verantwoordelijkheid opgesteld. Ook bezorgden Van Heemskerck en Lexington afschriften van stukken die de gemeenschappelijke zaak betroffen.
Jacob Colyer, de Nederlandse gezant in Turkije was, naast de hierboven genoemde correspondentie eigenlijk de enige met wie Van Heemskerck een regelmatige, door zijn gezantschap naar Turkije niet onderbroken correspondentie onderhield.
Ook de dossiers bestrijken in het algemeen niet meer dan één van de beide perioden. Hierop zijn slechts twee uitzonderingen: de stukken met betrekking tot de Zevenburgse kwestie en het dossier inzake de erfopvolging in Bentheim.
Opgenomen in afd. IV, resp. onder de inv. nrs. 230-233 en 234. In de andere afdelingen zijn verwijzingen geplaatst.
Het lag voor de hand als scheidingsdata van de drie genoemde afdelingen de data van het vertrek van Van Heemskerck naar Turkije (26 september 1692) en van zijn terugkomst in Wenen (12 december 1694) aan te houden. Slechts in een paar gevallen ben ik hiervan afgeweken. In afdeling III (Turkije) heb ik ook opgenomen de retroacta die in afschrift ook in het Turkse minuutverbaal voorkomen,
Zie onderafdeling III B.
de stukken met betrekking tot het Turkse gezantschap die Van Heemskerck heeft geschreven tussen 12 december 1694 en 12 januari 1695 (de dag waarop hij zijn voorlopig rapport aan de Staten-Generaal voltooide en de taken die tot zijn `ordinaris commissie' behoorden, weer tot zich nam) en de resolutie tot zijn decharge die door de Staten-Generaal op 26 januari 1695 op dat rapport werd genomen.
Inv. nr. 98.
In afdeling IV (Wenen) tenslotte heb ik een aantal stukken opgenomen die door Van Heemskerck waarschijnlijk in Turkije zijn ontvangen of geschreven. Stukken met betrekking tot de Zevenburgse kwestie heb ik toegevoegd aan de daar beschreven dossiers over dat onderwerp en correspondentie met het Hannoverse hof aan de daar beschreven correspondentie.
Zie resp. de inv. nrs. 224-228 en 230-233. In afdeling III wordt naar deze nummers verwezen.

Afgedwaalde stukken

In de archieven van Van Heemskerck werd tenslotte nog een aantal afgedwaalde stukken ingevoegd, terwijl twee stukken die er niet in thuishoorden naar hun plaats van herkomst werden teruggebracht.
De brief van Gabriel Florisz. uit Collectie 1902 inv. nr. 199
Voordien Verspr. Coll. Kamer 3 nr. 88 kk.
werd ingevoegd in inv. nr. 297. Stukken met betrekking tot de zaak Van Stralen uit Verspreide Collecties 1e afdeling inv. nr. 51
Voordien Verspr. Coll. uitbouw Kamer 43 nr. 5.
werden ingevoegd in inv. nr. 413. De onder inv. nr. 13 beschreven brief werd gelicht uit Leg. diversen doos 1. De brieven van Van Heemskerck met hun bijlagen, die bij de inventarisatie van het legatiearchief Zweden al terzijde waren gelegd, werden nu verdeeld over de inv. nrs. 160, 164 en 252. Het verslag van de zeeslag bij Solebay (inv. nr. 1) werd aangetroffen in de collectie Staten-Generaal dubbelen volgnr. 241. Uit het geëxhibeerde verbaal van Van Heemskerck in Arch. Staten-Generaal inv. nr. 8635II werd de minuutbrief van 20 september 1691 nr. 145, die daarin ook in kopie aanwezig was, naar het minuutverbaal (inv. nr. 6) overgebracht.
In de loketkas van de Staten-Generaal bevond zich onder inv. nr. 12574.142.2. een rapport over het ceremonieel bij de intrede van Portland in Parijs in 1698. Het was daarin ingevoegd door Japikse na de opheffing van de collectie Staten-Generaal vervolg waarin het onder inv. nr.23 was opgenomen geweest. In de oude inventaris van de loketkas komt het stuk echter niet voor; bovendien ontbreken de registratuurkenmerken van de griffie van de Staten-Generaal. In het griffiersarchief van de Fagels bevindt zich al een exemplaar van het verslag.
Arch. Fagel 1269.
De grote belangstelling van Van Heemskerck voor het ceremonieel bij de intrede van Portland (hij wilde hem in pracht en praal overtreffen, een indicatie hebben van de hoogte van de fooien en in het algemeen een indruk van de Franse gebruiken) en de omstandigheid dat de aan dit verslag voorafgaande stukken in SG vervolg (inv. nr. 22) ook van Van Heemskerck afkomstig waren,
Deze stukken werden al eerder in de gezantschapsarchieven van Van Heemskerck ingevoegd.
hebben mij tot de conclusie gebracht dat dit rapport tot de archieven van Van Heemskerck heeft behoord. Ik heb het opgenomen onder de stukken die het ceremonieel met Frankrijk betreffen.
Inv. nr. 340.
De kopiebrief van Apafi uit 1698, door Schutte onder inv. nr. 4671 uit Aanw. 1880 A XV 5 naar het legatiearchief Frankrijk overgebracht, behoort blijkens kanttekeningen tot het archief van Jacob Hop, en wel, gezien de nummering (`N.18') tot een van zijn verbalen. Het is weer ingevoegd in Coll. Pabst van Bingerden inv. nr. 11B. Onder de retroacta met betrekking tot de Zevenburgse kwestie bevond zich een kopiedecreet van Ferdinand III uit 1646 (inv. Schutte nr. 124.22). Dit stuke is afkomstig van Gerard Hamel Bruynincx en onder inv. nr. 8 in diens archief opgenomen.

Ordening van het archief

Herstel functionele indeling

De onderscheiden taakonderdelen van de gezant kwamen tot uitdrukking in de vorming van het gezantschapsarchief. Het kostte niet veel moeite dit onderscheid in de ordening van de stukken weer tot uitdrukking te brengen, als is tussen publieke en particuliere zaken geen exacte scheidslijn te trekken. In publieke zaken speelt de politiek en dus de gezant zelf de hoofdrol. Particuliere zaken zijn politiek van minder belang en grotendeels aan de gezantschapssecretaris toevertrouwd. Het publiek - dan wel privaatrechtelijke karakter levert geen bruikbaar ordeningscriterium op. Zaken die men tegenwoordig tot de publieke sector rekent, werden destijds als civiele zaken behandeld.
Verg. de plaatsing van de dossiers inzake nalatenschappen in de inv. nrs. 234, 237, 240 en 243 enerzijds en 399-432 anderzijds.
Overigens zijn de secretarissen en de echtgenote van Van Heemskerck waar zij gezantschapstaken vervullen niet en waar zij als privépersoon optreden wel als afzonderlijke archiefvormers beschouwd.

Doorbreking van de correspondentsgewijze ordening

Zoals al eerder is opgemerkt werd de met name in de briefwisselingen geconstrueerde continuïteit doorbroken door de samenbrenging van de Turkse gezantschapspapieren, de reconstructie van de minuutverbalen en de overbrenging van brieven uit de algemene correspondentie naar de dossiers. Het aanbrengen van een functionele onderverdeling en de verwijdering van kopiebrieven en -nota's die door hun auteurs niet in de hoedanigheid van correspondent waren geschreven, hadden soortgelijke gevolgen. Voor een groot aantal losse brieven en uit de correspondentie afgescheiden stukken uit de Weense, Turkse en Franse gezantschapsarchieven moest een andere ordening worden gevonden. Vooral bij stukken over particuliere belangen lag een zaaks- of onderwerpsgewijze ordening voor de hand. Bij het aanbrengen van deze ordening is rekening gehouden met dorsale aantekeningen en de samenstelling van ongerepte dossiers. De term dossier is overigens alleen gebruikt wanneer de stukken zaaksgewijs geordend werden aangetroffen of wanneer kon worden vastgesteld dat de stukken oorspronkelijk zaaksgewijs geordend waren geweest.

De ordening van resoluties en diplomatieke nota's

De ordening in deze inventaris van de ingekomen resoluties van de Staten-Generaal en de met de verschillende regeringen gewisselde nota's is niet helemaal consequent. Deels is dit te wijten aan de omstandigheid dat elke secretaris er zijn eigen ordeningsprincipes op nahield. Dit geldt met name voor het Franse archief. De oorspronkelijke ordening hiervan is voornamelijk bepaald door de laatste secretaris, Vroesen, die het onder zijn voorgangers gevormde archief herordende, maar daarbij uiteraard niet de afgelegde dossiers betrok. Voor een ander deel zijn deze inconsequenties het gevolg van de omstandigheid dat de minuutverbalen over de jaren 1694-1697 en 1698-1701 respectievelijk niet kon worden gereconstrueerd en niet kon worden gevormd.
In het algemeen bevinden de resoluties zich in de minuutverbalen en in de dossiers en bundels. In afdeling IV zijn de meeste resoluties in een afzonderlijke serie samengebracht,
Inv. nr. 172.
omdat niet is vast te stellen welke wel en welke niet tot het minuutverbaal hebben behoord. In afdeling V bevinden de resoluties, die bij Vroesen uitgangspunt zijn van de zaaksgewijze ordening, zich in de dossiers en de bundels, met uitzondering van de resoluties die zaken betreffen waarover geen andere stukken werden aangetroffen en die werden samengevoegd.
Inv. nr. 289.
T.a.v. de nota's geldt in grote lijnen hetzelfde. Vroesen voegde de nota's bij zijn dossiers; in het Franse archief heb ik me door zijn ordening laten leiden. De weinige met de Franse regering gewisselde nota's die op meer dan één zaak betrekking hebben, heb ik tot een afzonderlijke serie verenigd.
Inv. nr. 312.