Inhoud
De volledigheid van het archief komt ondermeer tot uitdrukking in de vrijwel ononderbroken serie verbalen en in de series van algemene correspondentie. Dat deze stukken zo'n groot deel van het archief uitmaken, betekent tegelijkertijd dat het onderzoek bewerkelijk kan zijn en veelal de beschikbaarheid van data en correspondentennamen veronderstelt.
Verantwoording van de bewerking
Nadat de gezantschapspapieren van Hop, Hamel Bruynincx en Van Heemskerck successievelijk naar elders waren overgebracht, nam Thomassen in 1986 de inventarisatie van het eigenlijke legatiearchief ter hand. Aanleiding was het tweehonderdjarig jubileum van het ontzet van Boedapest, dat de verfilming meebracht van het oudste deel van de serie verbalen. Bij deze inventarisatie maakte hij alle eerder genoemde aanpassingen weer ongedaan. Stukken die in het archief niet thuis hoorden werden naar hun plaats van herkomst teruggebracht; stukken die er wel in thuis hoorden maar waren afgedwaald naar de legatiearchieven Pruisen en Opper- en Nederrijns-Westfaalse Kreitsen, of in de collecties "Staten-Generaal dubbelen" en "Legatiearchief vervolg" werden weer in het legatiearchief ingevoegd. Nadat in 1987 de inventarisatie van het gedeelte tot 1786 was voltooid, bewerkten Pennings en Thomassen, met medewerking van Zaaijer en Schreuder, de rest van het archief.
Een aantal nummers uit de inventaris Schutte wordt inmiddels vermist. Hun beschrijvingen zijn wel in de inventaris opgenomen, om eventuele latere terugplaatsingen te vergemakkelijken.