1.02.05 Inventaris van het archief van de Legatie bij de Duitse Keizer, 1699-1807

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Het legatiearchief Duitse Keizer omvat de gezantschapspapieren van de Nederlandse gezanten in Wenen tussen 1700 en 1810. Rijksarchivaris Bakhuizen van den Brink beschouwde het als het uitvoerigste en meest zorgvuldig bewaarde legatiearchief dat hij in dat jaar van het ministerie ontving. "De verbalen dier legatie", zo rapporteerde hij in 1854, "loopen door van de jaren 1699 tot 1807, slechts afgebroken door de korte tijdperken, waarop wij met den Keizer in vijandschap waren, zoo als het tijdvak der verschillen met Josef II vóór het traktaat van Fontainebleau en het tijdvak der terugroeping van Van Haeften tot op den vrede van Amiens".
R. Fruin, De gestie van dr. R.C. Bakhuizen van den Brink als archivaris des Rijks, 1854-1865 ('s-Gravenhage 1927), p. 10.
De eerste twee verbalen uit de serie dateren uit de jaren 1699 en 1700 en hebben merkwaardig genoeg niet betrekking op de ambassade in Wenen, maar op een buitengewoon gezantschap naar Polen en Pruisen. Ze zijn vervaardigd door Jacob Jan Hamel Bruynincx, die vóór zijn komst naar Wenen in 1700 geaccrediteerd was geweest in Berlijn, eerst als de secretaris van de buitengewone gezant Van Wassenaer van Obdam en na diens vertrek als zaakgelastigde ad interim. Het concept-verbaal dat hij voor Van Wassenaer maakte vulde hij aan met het verbaal van zijn eigen verrichtingen als zaakgelastigde ad interim, dat hij nog in hetzelfde deel vervolgde met zijn verbaal over zijn verrichtingen als gezant in Wenen.
De geëxhibeerde verbalen van Van Wassenaer van Obdam in archief Staten-Generaal, inv. nrs. 8649-8650.
Hamel Bruijnincx overleed in Wenen (1739), evenals zijn opvolgers Van Burmania (1766) en Van Degenfeld (1781). De gezantschapssecretarissen droegen er op last van de Staten-Generaal zorg voor dat de archieven van de overledenen aan hun opvolgers werden overgedragen. Van Wassenaer (1782-1786) keerde wel naar Den Haag terug, met medeneming van het archief van zijn eigen gezantschap.
Het geëxhibeerde verbaal van Carel George van Wassenaer in archief Staten-Generaal, inv. nr. 8844.
Zijn opvolger Van Haeften liet zijn legatiepapieren weer in Wenen achter, evenals diens opvolger Van Spaen, die in Wenen bovendien een deel van het archief achterliet van zijn gezantschap naar Portugal, dat hij voorafgaande aan zijn accreditering in Wenen had bekleed. De laatste gezant, Van Hogendorp, tenslotte, moet de meeste stukken weer mee naar huis hebben genomen: in het legatiearchief is maar één dossier bewaard dat van hem afkomstig is.
Zie verder: ARA, Tweede Afdeling, familiearchief Van Hogendorp.
Het legatiearchief Duitse Keizer is een belangrijk legatiearchief door zijn omvang en volledigheid en door het belang van de standplaats. Wenen was één van de centra van de Europese diplomatie en fungeerde als trait-d'union tussen de Christenheid en het Osmaanse Rijk. Bovendien hadden de Nederlandse gezanten aldaar goede contacten met het Middellandse Zeegebied via de Nederlandse consul in Triëst.

Geschiedenis van het archiefbeheer

In 1810 werden de archieven overgedragen aan de Franse ambasadeur in Wenen. Deze liet ze vijf jaar later weer op de Nederlandse ambassade terugbezorgen. Vandaar werd het naar het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag gezonden: de stukken uit de periode 1699-1780 in 1841 en die uit de periode 1786-1842 een jaar later. In 1854 droeg Buitenlandse Zaken de stukken van vóór 1811 over aan het Rijksarchief.
De inventaris van 1810 (exh. 20 nov.) in collectie oude inventarissen van de Tweede Afdeling. Zie verder brieven aan Buitenlandse Zaken van Van Spaen 10 mei en 22 nov. 1815: ARA, Tweede Afdeling, archief Buitenlandse Zaken 1813-1870, inv. nr. 58 exh. 10 mei no. 844 en inv. nr. 20 exh.5 dec. no. 1272; Mollerus 14 mei 1841, ibid. inv. nr. 1228, exh. 21 mei no. 9; Van Heeckeren 19 aug. en 17 okt. 1842, ibid., inv. nr. 2977, retroacta litt. B no. 204.
Op het Rijksarchief werd het legatiearchief samengevoegd met archieven van andere gezanten die aan het hof van de keizer geaccrediteerd waren geweest en die afkomstig waren uit de archieven van de Staten-Generaal, de collectie Pabst van Bingerden, het familiearchief Bisdom en de collectie losse aanwinsten: gezantschapspapieren van onder anderen Gerard Hamel Bruijnincx, de vader van Jacob Jan, Coenraad van Heemskerck, bij wie Jacob Jan zowel in Wenen als in Parijs gezantschapssecretaris was geweest, Jacob Hop, Carel George van Wassenaer en Reinier Van Haeften.
Er werden ook stukken uit het legatiearchief verwijderd. Bij de overdracht in 1854 werden ingekomen kopie- en extractresoluties buiten de inventaris gehouden. Ze werden met soortgelijke stukken uit andere legatiearchieven op één hoop gegooid en kwamen later terecht in de collecties "Staten-Generaal dubbelen" en "Legatiearchief vervolg". In laatstgenoemde collectie kwam ook een dossier uit het legatiearchief inzake de capitulatie van Bonn terecht. De stukken van het gezantschap van Van Spaen naar Lissabon werd overgebracht naar het legatiearchief Portugal, de Pruisische verbalen van Hamel Bruijnincx naar het zogenaamde legatiearchief Pruisen en de stukken die gezant Van Burmania naar Wenen had meegenomen toen hij daar naartoe vanuit Mannheim was overgeplaatst, naar het legatiearchief Opper- en Nederrijns-Westfaalse Kreitsen en de keurvorsten van Keulen, Mainz, Trier, de Palts, Beieren en Hessen-Kassel.
De correspondentie van Van Burmania met de griffiers Fagel bevond zich in 1866 bij de inventarisatie De Jonge nog op het Rijksarchief, maar moet kort daarna zijn verdwenen: het Rijksarchief moest de stukken in 1873 weer aankopen, "door bemiddeling van de minister van Buitenlandse Zaken".
Bij de verdeling van de legatiearchieven over de Eerste en Tweede Afdeling in 1922, tenslotte, werden de stukken van Van Haeften (1786-1800) en zijn opvolgers naar de Tweede Afdeling overgebracht.
Het legatiearchief Duitse Keizer werd in 1854 door het ministerie van Buitenlandse Zaken aan het Rijksarchief overgedragen.
De rechtstitel is (nog) onbekend

De verwerving van het archief

Het archief is bij Koninklijk Besluit of ministeriële beschikking overgebracht.