1.03.01 Inventaris van het archief van de Directie van de Levantse Handel en de Navigatie in de Middellandse Zee, (1614) 1625-1826 (1828)

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Bijlagen

Lijsten der opvolgende Orateurs, Residenten, Ambassadeurs enz. te Constantinopel en van de Consuls en verdere ambtenaren in de Levant en langs de Middellandse Zee.

Het Turkse Rijk

1 Constantinopel
Orateur / resident / ambassadeur en chargé d' affaires
1612-1639 Cornelis Haga Brief van Giacomo Ghisberthi Gisbrechti, zie R. 25 Oktober 1610 en Ordonnantieboek III fol. 306 benoemd bij R. 24 en 30 December 1610. Heeringa I 186/8 zegt: eerst 13 Augustus 1611, wat voorafgaat, waren slechts overwegingen. Zie zijn commissie 5 Juni 1614, Commissieboek fol. 302. Was 12 Oktober 1611 te Weenen, 17 Maart 1612 aankomst te Constantinopel.Capitulatie gesloten Juli 1612, vernieuwd 1622 (zie R. 27 Mei 1622). Op verzoek ontslagen bij R. 5 Augustus 1637. Vertrek 28 Mei 1639, en laat zijn neef en secretaris Cops tot nader order als plaatsvervanger achter. Terug in Holland 20 Augustus 1639. Haga verscheen in de Staten-Gen. en deed rapport 3 November 1639. Hij werd in 1645 benoemd tot Resident van de Hoge Raad en stierf 12 Augustus 1654. (Miss. Hoge Raad aan St. van Holland, 26 November 1654).
1639-1647 Henrico Cops Deze had niet de titel van Orateur doch was slechts ad interim met de waarneming belast krachtens R. 5 Augustus 1637. Haga noemt hem agent. Hij overleed 1 Febr. 1647.
1647 Theodoor Croll Na Cops' dood werd aan Theodoor Croll de protectie der Ned. natie provisioneel opgedragen. R. 18 April 1647. Croll overleed echter kort daarna. 11 Maart 1647
1647-1654 Nicolo Ghisbrechti De protectie der Ned. natie provisioneel aan Ghisbrechti opgedragen bij R. 10 Juni 1647. Hij overleed 10 November 1654 nadat hij te Constantinopel 52 jaren gewoond en handel gedreven had (zijn missie 18 Juni 1654).
1655-1665 Levinus Warnerus Bij R. 30 Januari 1655 wordt hem de protectie der Nederl. natie provisioneel tot nader order opgedragen. Hij woonde toen reeds te Constantinopel. Reeds bij missive van 6 Mei (rec. 15 Augustus) 1647 verzocht hij om aldaar in dienst van H.H.M. gebruikt te worden. Resident bij R. 8 Januari 1657. Hij overleed 15 Juni 1661.
1665-1668 Francesco de Brosses Waarnemend resident. Vertrekt naar Den Haag 29 September 1668, terug in 1669. R. 7 Oktober 1675 tevens thesaurier krachtens art. 3 van het Formulier op de amb. en consols van 1675. Hij overleed 16 Oktober 1682.
1665-1667 Mr. Joris Croock Bij R. 30 September 1665 werd aan Mr. Joris Croock bij provisie en tot nader order de protectie der Nederlandse natie opgedragen. Hij was vroeger secretaris van de ambassade in Engeland. Op reis naar C. verloor hij het leven bij de aardbeving te Ragusa op 6 april 1667
1668-1682 Justinus Colijer Benoemd tot resident R. 21 Juli 1667. Komt te C. aan 25 Mei 1668. Ontvangt titel van ambassadeur R. 10 April 1680. Overleed 28 December 1682, nalatende 6 kinderen w.o. 4 zonen. Zijn weduwe noemt zich Maria Engelbert dit Colijer. Zie ook Daniel de Hochepied op Smirna.
1684-1725 Jacobus Colijer Benoemd tot resident bij R. 29 November 1984, ambassadeur R. 11 Augustus 1688. Hij ontvangt de titel van graaf in 1695 (R. 29 Maart 1700) en overleed 6/17 Maart 1725 in de leeftijd van 68 jaren. Vele stukken over zijn nalatenschap in de acten van het gezantschap. 11 Maart 1730 testament van zijn weduwe Catarina de Bourg. Zij was 16 Juli overleden.
1725-1727 Bastiaan Fagel Was waarnemend resident 1725 tot 30 Mei 1727. Testament 1 April 1730, sterft dezelfde dag.
1727-1744 Cornelis Calkoen Benoemd tot ambassadeur R. 24 Juli 1725, aankomst te C. 30 Mei 1727. Bij res. 22 Oktober 1727 krijgt hij de titel van extra-ordinaris ambassadeur. Vertrekt 28 April 1744, na aanstelling tot ambassadeur bij het Hof van Frankrijk.
1744-1747 Jan Carel des Bordes Agent ad interim volgens R. 18 December 1743, tot de komst van De Hochepied.
1747-1763 Elbert baron de Hochepied Benoemd R. 13 Juni 1746, neemt in vergadering van 20 Mei 1747 afscheid van de St. Gen. en komt 8 December 1747 te C. aan. Sterft 11 Februari 1763, 57 jaren oud. Hij was een zusterszoon van wijlen de ambassadeur Colijer (missive Calkoen, Dresden, 29 Juni 1755).
1763-1764 Matthias van Asten Chargé d’affaires. Sterft 3 April 1764.
1764-1765 Conrad Godard Nicolas Schütz Chargé d’affaires tot de komst van de nieuwe ambassadeur 1765.
1765-1768 Willem Gerrit Dedel Benoemd tot ambassadeur bij R. 7 Mei 1764, komt te C. 12 Juli 1765. Overleed 26 Januari 1768.
1768-1776 Frederik de Weiler Chargé d’affaires benoemd tot ambassadeur bij R. 24 Februari 1775. Sterft 8 Mei 1776.
1776-1778 Joost Frederik Tor Chargé d’affaires tot de komst van de nieuwe ambassadeur.
1778-1784 Reijnier baron van Haeften, heer van Ophemert Benoemd tot ambassadeur bij R. 13 December 1776, komt aan te C. 29 Augustus 1778. Op zijn verzoek teruggeroepen bij R. 27 Oktober 1783, vertrekt 22 April 1784.
1785-1793 Frederik Gijsbert baron van Dedem, heer van Gelder en Hochmeule Benoemd tot ambassadeur bij R. 29 Maart 1784. Komt te C. aan 24 Augustus 1785. Vertrekt met verlof 5 September 1793, na tot Chargés d’Affaires te hebben aangesteld J.P. Panchaud en R. Braggiotti.
1793-1796 J.P. Panchaud en R. Braggiotti. Chargé d’Affaires gedurende de afwezigheid van de Ambassadeur.
1796-1799 Frederik Gijsbert baron van Dedem Vertrekt uit Holland naar Constantinopel in December 1795 en komt daar 28 April 1796 aan. Door de invloed der Engelsen werden de officiële betrekkingen in 1799 afgebroken en was Van Dedem genoodzaakt Constantinopel te verlaten en naar Boekarest te vertrekken waar hij in November 1799 aankwam. (zie hierover zijn missive 18 Januari 1799).
1802-1803 Frederik Gijsbert baron van Dedem Hij Keerde 20 Januari 1802 te Constantinopel terug, waar hij wederom door de Porte als ambassadeur werd erkend. Bij besluit van het Staatsbewind van 27 December 1802 nr. 17 krijgt hij verlof naar Holland te gaan. Zie verder besluit 16 Mei 1803. Hij vertrekt eerst 12 September 1803 en belast de eerste Dragoman Francois Testa met de waarneming van de zaken.
1803-1807 Francois Testa Chargé d’Affaires gedurende de afwezigheid van Van Dedem.
1807-1808 Frederik Gijsbert baron van Dedem Komt te Constantinopel terug 23 Juni 1807, doch vertrekt reeds 26 December 1808.
1825- Hugo Baron van Zuylen van Nijevelt Wordt in 1824 benoemd tot ambassadeur. Vertrekt in Mei 1825 en komt 5 September te Constantinopel aan.
Secretaris
Andreas Suyderhoeff o.a. in 1614, 15 en 16, 16 Augustus 1617. Overleden 20 Juni 1618, te Constantinopel.
Cornelis van Dale secretaris sedert Januari 1622, nog April 1624, Mei 1625. Vertrokken naar Holland omstreeks 1 Juni 1625. (miss. Haga R. 26 Mei 1626).
N.N. Een Turk of Drogman diende als secretaris in de Turkse taal. Miss. Haga 3 April / 13 Juni 1624.
Isaac About dienaar van Haga, in de Turkse, Griekse en Italiaanse talen ervaren. Miss. H. 3 April / 13 Juni en bijl. min. 20 Juli 1624. Hij zelf noemt zich secretaris in de Turkse taal.
Dirk Strijker o.a. in 1635 secretaris van Haga (zie R. St. Gen. 13 Augustus 1643).
Carolo Marino o.a. 1630-1636.
Theodoro Strijcker secretaris o.a. in 1632; in 1637 in Holland. (Bijl. miss. Haga r. 30 Maart 1633). Zijn verzoek om in plaats van secretaris van Haga tot secretaris van ambassade door H.H.M. te worden aangesteld, opgehouden. zie R. 2 December 1637, 15 December 1637, 16 Januari 1638.
Henrico Cops 1638. (neef van Haga, zoon van zijn zuster) woonde in het huis van Haga reeds sedert 1629 te Constantinopel (Miss. Haga 7 November 1637, 26 Jan 1638; miss. Cops 15 Augustus 1639).
Alexander Colijer 1699-17 Augustus 1713, als hij sterft.
Pietro de la Fontaine Neef van Colijers zusters zoon. Sedert 1709, o.a. 1716. Bij acte van de ambassadeur 20 Juli 1718 geautoriseerd tot het waarnemen casu quo van de vacante ambassade, alzo aangesteld tot secretaris van staat. Sterft 30 Maart 1725, testament 29 Maart 1725.
Bastiaan Fagel 19 Oktober 1725 op tractement van 12 gulden daags. Sterft 1 April 1730 (R. 15 Mei 1730).
Rigo o.a. 1733 secretaris van Calkoen.
Conrad Godard Schütz sinds 1752.
Jean Chevrier: o.a. 1752-1765 (zie zijn missive d.d. 1765).
Matthias van Asten 1758-1763, (2e secretaris).
Rigo secretaris van De Hochepied in Mei 1755 volgens missive Calkoen d.d. Dresden 29 Juni 1755.
Frederik de Weiler o.a. in 1767-1768.
Chevrier mede secretaris van Dedel, o.a. in 1767. Sterft in het paleis te C. 12 Juni 1777, 83 jaar oud.
Joost Frederik Tor 1768-1776.
J. F. Tor 1778. Vertrekt naar Holland 16 April 1779.
F. Kroll o.a. in 1783.
Kanselier / vice-kanselier / secretaris
Theodore / Dirk Kroll of Croll Vice-kanselier in 1627, 1628, 1631; secretaris van Haga, maakte met hem in 1639 de reis naar Holland mede. Hem werd bij R. 20 Augustus 1640 een gouden keten van f. 300 vereerd en f. 500 voor zijn terugreis naar Constantinopel, alwaar hij metterwoon gevestigd was.
Joannes Schaick Vice-kanselier in 1652
Jan Balth. Coppens Vice-kanselier o.a. november 1657.
Francesco de Brosses Kanselier o.a. 1664. Vice-kanselier 1665. Waarnemend resident na de dood van Warnerus.
Gug. Theijls Kanselier o.a. in 1669-1691. Hij was de zoon van de consul in Egypte Jan Theijls
Willem Theijls Eerste drogman o.a. in 1688, 1689 en 1700 en kanselier. In 1700, 60 jaar oud, eerste drogman tot 1717.
Jac. Chuno in 1702 vice-kanselier. In 1704 geapprobeerd als secretaris van Colijer (Not. Dir. 12 Maart)
W. Theijls: Kanselier o.a. in 1714.
Rumoldus Rombouts Tweede drogman 1727, kanselier o.a. 1729, 1735.
Jan Carel des Bordes Tevens secretaris in 1740.
Rumoldus Rombouts Kanselier o.a. 1745-1747, 31 Januari 1748.
Jan Coenraad Borell Kanselier sedert 1748, wordt 7 Mei 1756 benoemd tot thesaurier te Smirna.
Conrad Godard Nicolas Schütz Kanselier 1756-1764-1766. Van 1756-58 tevens secretaris. Vertrekt in Februari 1767.
Joost Frederik Tor Kanselier en secretaris 1767-1776.
Richard Dunant Kanselier ad interim 1776, 1779, nog in 1784.
J. F. Tor: Kanselier 1778 tot April 1779.
R. Dunant Kanselier, jeune de langue en drogman honorair o.a. 1783-1786. Op zijn verzoek ontslagen 10 November 1785.
Francois Testa Kanselier ad interim December 1786, ook nog in 1792. Kanselier-secretaris o.a. 1796..
Gaspard Testa Vice-kanselier o.a. in 1791. In 1793 drogman-honorair. 1798-1807 kanselier benoemd tot secretaris
Thesaurier en secretaries
Jacobus Colijer oudste zoon van de amb., door deze aangesteld bij acte van 26 November 1682, door H.H.M. geapprobeerd 12 April 1683 (zeer capabel en geverseerd in de Turkse en andere talen; Not. Dir. 8 Febr. 1683).
Daniël Jan de Hochepied In Maart 1685 door C. aangesteld, geapprobeerd door Dir. bij missive 10 Januari 1686. Arriveert 10 Juni 1687 te Amsterdam. Benoemd tot consul te Smirna 14 November 1687, vertrekt 31 Januari 1688. Was gehuwd met dochter van Justinus C.
Constantinus Colijer Sterft 10 December 1688.
Alexander Colijer 1689-1699, aangesteld door zijn broeder de ambassadeur.
Jan Carel des Bordes Secretaris, in 1740 tevens kanselier. 1745-1747 waarnemend agent, daarna weer secretaris. Failleert 18 April 1750. Komt November 1750 te Dresden aan. (Missive Calkoen d.d. Dresden 11/17 November 1750. Zie over zijn klachten over het onrecht en de vervolging, hem door De Hochepied aangedaan, missive Calkoen d.d. Dresden 22/28 Juli 1753.
Thesaurier
Cornelis van Persijn benoemd door Dir. 30 September 1699 voor 3 jaren. Sterft 17 September 1701.
Pietro Leijtstar 12 December 1701, door Dir. Sterft 27 November 1736.
Justinus J. Leijtstar 1737-1740. Hij failleert in Juli en vlucht 26 November 1740.
Frans van Kerchem vertrekt 4 Oktober 1741. Ter vergadering van Dir. 21 Februari 1742. Bedankt 9 Mei 1742.
Abraham Belcamp benoemd door Dir. bij acte van 27 Juni 1742, komt te C. aan 1 April 1743, vertrekt naar Smirna December 1744. Ontslag op verzoek R. Dir. 9 November 1744.
Jan Hendrik Meijer Compagnon van de vorige thesaurier, benoemd door de Dir. bij missive van 1 Januari 1745. Hij failleert en vlucht 26 Januari 1754. In 1761 te Rome veroordeeld tot 5 jaren galei-straf. Overleed daar in gevangenis 4 Augustus 1762 (zie onder Rome).
Carolus van der Oudermeulen Benoemd door Dir. bij missive 6 September 1754, vertrekt naar Holland 14 Mei 1758.
Leendert van den Bongard 1759, vertrekt 28 Augustus 1763.
Jan Pieter Panchaud Waarnemend thesaurier 1763-1765, thesaurier 1766-1770, failleert 12 Juli 1770.
S. B. Bornman en Gerard van der Schroef Waarnemend thesaurier tot 29 Januari 1772.
J. P Panchaud Werd in een vergadering van Augustus 1771 weer tot thesaurier benoemd. Hij aanvaardde die bediening 29 Januari 1772 en bleef dit tot 1802. Failleert 26 Augustus 1801 en wordt 20 Januari 1802 door de ambassadeur als thesaurier ontslagen. Hij overleed in 1809 of 1810.
Francois Testa Thesaurier ad interim sedert 20 Januari 1802 de eerste Dragoman.
Thesaurier en kanselier
G. Testa thesaurier, kanselier en 2e drogman. Hij liet deze drie functies door Salzani waarnemen, waarvoor hij een derde van het salaris uitkeerde o.a. in 1818, 1821.
Dominique Salzani in 1818 kanselier ad interim. Bij Koninklijk Besluit van 7 Maart 1824 benoemd tot thesaurier en kanselier, ook nog in 1826. Overleden 1850.
Mathieu Salzani
Gaspard Testa Raad van Ambassade o.a. in 1825.
Dragomans
Paulo Anthonio Bon o.a. 1613.
Abraham Cormano Reeds enige jaren vóór 1639 was Cormano 1e dragoman v/d Ambassade. Bleef dit ook na het vertrek van Haga, waartoe hem 25 November 1639 door H.H.M.M. een commissie verleend werd.
N.N. In 1640 was er ook nog een 2de dragoman, de broer van Cormano’s vrouw. Cops schrijft 30 December 1642 ontvangen bij de St. Gen. 6 Maart 1643, dat hij op approbatie van H.H.M.M. in plaats van Cormano 17 December 1642 overleden, diens zwager tot 1e dragoman heeft aangesteld.
Efraim Abensarchio Bij R. 6 Maart 1643 geapprobeerd. Een jood. Eerste dragoman o.a. April 1615, nog in 1621
Nicolo Grille drogman o.a. in 1616.
Mosse Abenyacar 1e drogman sedert 1643, nog in 1647 (Missive 17 Mei 1647) nog 30 Mei 1654 (Missive Ghisbrechti).
Rodolphe Braggiotti Eerste drogmans, overleed te Constantinopel 2 December 1796, na gedurende 50 jaren bij de ambassade gediend te hebben.
Francois Testa Daarna eerste drogman.
Jacques Testa 2e drogman o.a. 1791, overleed 22 Oktober 1804.
Francois Braggiotti 3e drogman.
Léonard Giustiniani 3e drogman in 1814 en 1815, 1e drogman 1820, 1823.
Jeunes de Langue 1814
Nicolas Gliocho kreeg zijn ontslag in 1817.
Barthelemy Galicci 1820.
Predikanten
Anthonicus Piscator benoemd bij R. 5 November 1622. Bij R. 2 September 1627 wordt hem toegestaan terug te keren. Zie over de benoeming van zijn opvolger (Italiaans predikant) missive Brederode d.d. 17 September en 1 Oktober 1627, dito 15 Oktober, 19 November, 3 December / 4 Januari 1628 enz. 10 Juni 1628 enz., dito 19 Februaru / 10 Maart 1629.
Antoine Leger aangesteld op een jaalijks tractement van f. 600 (zie R. 4 Januari, 11 December 1628). komt te Constantinopel aan in September 1628. In 1633 dringt hij aan op zijn vervanging. Bij R. 3 Oktober 1633 wordt aan de agent Brederode opgedragen hem te verzoeken te willen blijven tot dat een ander in zijn plaats zal zijn gezonden. Zijn tractement verhoogd tot f. 800. Hieraan voldeed hij en vertrok eerst in het laatst van 1636.
David Sartorius benoemd bij R. 5 Juli 1635 komt te Constantinopel aan 16 Juli 1636. Gestorven 30 April 1637 (Missive Brederode 3 / 22 Januari 1637).
Gabriël Sartorius Missive Haga 13 Juni / 11 Augustus 1637. Sedert deze datum heeft zijn Davids broer Gabriël Sartorius met het doen van de gebeden en het lezen der predikaties door de overledene geschreven de dienst waargenomen, tot aan zijn vertrek naar Genève in Maart 1638. (zie missive Haga aan Staten-Generaal d.d. 3 Maart 1638). Opschrift op de marmeren grafzerk door Haga doen opstellen zie Haga’s missive 3 Maart / 10 Juli 1638.
Isacus Schetser met de resident Croock vertrokken, verloor eveneens het leven te Ragusa op 6 April 1667 (res. Dir. L.H. 7 September 1666; missive van Dam aan H.H.M. uit Venetië 19 April / 13 Mei 1666).
Eduard Dankertz 1668-1676. Met de resident Colijer uit Holland vertrokken. In 1676 predikant te Smirna (Res. St. Gen. 29 April 1675). Vertrekt 15 Augustus 1676.
Andrea Forestier benoemd door Dir. zonder voorkennis van H.H.M. op 8 Augustus 1675 voor 5 jaren, op tractement van 600 gulden, met vrije tafel en huisvesting bij de consul. Aankomst 15 Augustus 1676. Geschorst door resident bij acte van 17 November 1676 wegens voltrekken van huwelijken en dopen buiten voorkennis van de resident.
Hendrik Mierckens geb. te Wesel, predikant in het leger, benoemd door Dir. R. 3 September 1678, aankomst te C. 18 Juli 1679. Wegens zijn ouderdom (60 jaren) een pensioen van 100 rijksd. toegekend R. 24 December 1669. Sterft te Adrianopel in 1710.
Nicolaas Wright Frans predikant, 33 jaar oud R. Dir. 13 Januari 1700, benoemd R. 25 Januari 1700. Sterft 14 Augustus 1709.
Petrus Harenc Benoemd 20 December 1709. Reist over Frankfort, Augsburg, Venetië, aankomst te C. 26 September 1710. Vertrekt 27 Mei 1717.
Jacob David Reuter Benoemd R. 26 November 1716, aankomst te C. 3 December 1717, sterft 28 December 1728.
Martin Hendrik Nieuwpoort Benoemd R. 19 Augustus 1726, sterft 31 Januari 1730.
Jean Gonnet Benoemd R. 2 Februari 1734, aankomst te C. 1 September 1734. In 1743 met verlof in Holland. Sterft op de terugreis naar C. te Lyon (R. 9 Juni 1744).
Johannes Kluppel Benoemd R. 3 Mei 1745, komt te C. aan 5 December 1745 en vertrekt weer Juni 1749. In 1750 consul te Tripoli.
Petrus Lollema Benoemd R. 23 Oktober 1750, komt te C. 24 Oktober 1751, wordt in 1752 krankzinnig.
Jean Francois Ribbe Benoemd R. 14 Juli 1760, komt 24 Februari 1761 te C. aan. Hij vertrekt 1 December 1780 met verlof. Bij R. 10 December 1784 wordt hem emeritaat verleend met behoud van zijn jaarlijk appointement van f. 600.- Hij overleed te C. September 1789.
Jean David Rivoire Benoemd R. 28 Juni 1790, komt te C. aan in December 1790. Vertrekt met verlof naar Holland 6 Maart 1795.
Assessor
Abram de Vivier R. 23 Juni 1677.
Kassier
Joannes Fortuijn (Not. Gen. Verg. Dir. 7 September 1700).
Hofmeester
L. Franchini Barchon (inventaris 30 Oktober 1731)
Belangrijkste gebeurtenissen etc.
1670 Relaas van de consul van Dam over zijn reis naar Constantinopel
1673-75 Turkse brief.
Resolutie 7 Oktober 1675 Reglement voor resident en consul te Smirna.
1676-78 Verzameling stukken betreffende de onenigheden tussen de resident en de predikant Forestier.
1677 Vredesonderhandelingen tussen de sultan en de koning van Polen.
1678 Reglement voor de predikant, de kerkdiensten etc. zie R. 19 September, 23 September 7 en 7 Augustus 1678.
1686 Memorie over de publieke intrede en audientien van de resident te C.
1701 Copie commandement in het Turks.
1703 Relaas van de opstand te C. en het begraven van de onttroonde sultan.
1704 Vernieuwen van de capitulatie.
1711 Berichten over het verdrinken in de Donau van Ds. Johan v.d. Velde.
1714 Oorlogsverklaring van de Sultan aan de Republiek Venetië.
1719 Intrede van de keizerlijke ambassadeur Von Virmond.
1726 Instructie voor ambassadeur Calkoen.
1732 Mei 28, besloten testament van de koopman Abraham Bischop, geopend 11 December 1736.
1732-1733 Reglement voor de ambtenaren der ambassade gedurende de afwezigheid van de ambassadeur.
1734-1738 Diefstal van juwelen etc. ten nadele van de thesaurier Pietro Leijtstar.
1735 Ordonnantie ter observatie van het tarief.
1737 Congrégation Genervoise, son origine.
1747 Opgave van de presenten van de koning van Frankrijk in 1741 aan de sultan gegeven (missive 6 Februari 1747).
1748 Juni 1, verkoopacte van het Hollands paleis te Pera aan de Dir. L. H. te Amsterdam.
1758 Documenten betreffende de zaak J. P. Panchaud. Moeilijkheden betreffende het vinden van een predikant die Frans en Hollands machtig is; R. 24 Juni 1755 en 3 Juli 1760. Memorie rakende de verbetering van de commercie in de Levant, gepresenteerd door E. de Hochepied (in port.
1763 Correspondentie en bijlagen betreffende de beledigingen aan de consul Heemskerk te Aleppo aangedaan.
1765 en 1767 Correspondentie en berichten rakende de schulden van de Hollandse consul Hughes in Alexandrië.
1767 Rodolphe Braggiotti eerste en Jacques Pesta tweede drogman.
1768 Oorlogsverklaring van Turkije aan Rusland.
1779 Maart 10. Conventie tussen Rusland en Turkije ter aanvulling van het vredestractaat van 10 Juli 1774.
1782 Plan van Constantinopel na de brand van 21-24 Augustus 1782.
1782 (Missive 8 Juni). Rapport over de toestand van Turkije.
1783 December 28. Nader tractaat tussen Rusland en Turkije over de Krim.
1783 Tractaat tussen Spanje en Turkije, gesloten in 1782.
1785 Rapport over de toestand van het Perzische rijk.
1788 (28 Februari). Manifest van de sultan aan de Staten-Generaal betreffende de oorlog tussen hem en de Keizer van Duitsland.
1790 (Bijlage missive 22 Februari). Of- en defensief verbond tussen Pruisen en de Porte gesloten 31 Januari 1790.
1792 (Bijlage missive 8 Februari). Tractaat tussen Rusland en de Porte gesloten 9 Januari 1792.
1792 (Bijlage missive 19 April). Toltarief.
1792 (Bijlage missive 10 Mei) Beschrijving van het monument in de kerk St. Marie te Pera opgericht ter ere van Keizer Leopold II.
1792 (Bijlage missive 25 Augustus) Conventie 10 Mei 1779 tussen Rusland en de Porte opgericht, betreffende de vaart op de Zwarte Zee.
1792 (Bijlage missive 25 September) Memorie van de Europese consuls in Egypte ten einde aan hun naties het genot der capitulaties te verzekeren.
1801 (Bijlage missive 15 Augustus) Capitulatie tot ontruiming van Groot Caïro door de Franse troepen op 27 Juni 1801. Dito van Alexandrië (Bijlage missive 31 Oktober).
1802 (Bijlage missive 24 December) Tableau du commerce annuel d’Alep avec l’Europe.
1803 (Bijlage missive 11 Januari en 11 Februari) Memorie over de door de Porte aan de Bataafse Republiek toegestane vaart en handel in de Zwarte Zee op de Russische havens (zie ook bijlage missive 25 Mei).
1803 (Bijlage missive 13 April) Reglement de la Congrégation genevoise à Constantinople. Verdere bijzonderheden over deze gemeente in de missive zelf.
1804-1805 In Portefeuilles 1804 en 1805 bevinden zich ook de brieven van Van Dedem, betreffende de ambassade en welke hij uit verschillende plaatsen in Holland aan de Directie geschreven heeft.
1807 (Bijlage missive 9 September) Nota door Van Dedem aan de Franse gezant ter hand gesteld en betreffende de vrije handel op de Zwarte Zee.
1807 (bijlage missive 11 September) Wapenstilstand tussen de Porte en Rusland 24 Augustus 1807 gesloten.
1808 (Bijlage missive van de consul te Smirna 17 September 1808) Relaas van de onttroning van sultan Mustapha en de verheffing van Muhamed 28 Juli 1808.
1817 (Bijlage missive 10 Juli) Toltarief van Oostenrijk.
1817 (Bijlage missive 25 Juli) Toltarief voor de Fransen.
1817 (Bijlage missive 24 Augustus) Tarief der Hollandse kanselarij rechten te Constantinopel en te Smirna.
1817 (Bijlage missive 24 December) Informaties over de handel met Morea (Patras).
1822 (Bijlage missive 25 Februari) Publicatie betreffende de opening van de haven Kertih in de zee van Azof.
1822 Verscheiden brieven van de correspondent van Testa te Odessa.
1823 (Bijlage missive 10 April) Verhaal van de brand te Constantinopel 1 Maart 1823.
2 Salonica (= Saloniki)
Consuls
NN Door de ambassadeur Jacobus Colyer (1684-1725) werd alhier een consul aangesteld, die in 1729 overleed.
Onesto Caldano Koopman te Saloniki, door de ambassadeur Calkoen in 1729 aangesteld (R. 24 Febr. 1729) op approbatie van H.H.M.; uit de R. van 2 Augustus 1736 blijkt echter dat die approbatie niet heeft plaats gehad. Caldano overleed 23 September 1737. (1729-1737).
Charles de Lou vraagt een benoeming als consul. (R. 28 Januari 1738). Sedert 1728 alhier gevestigd.
Frederik Willem van Frijbergen koopman te Constantinopel wordt bij R. 26 Augustus 1739 tot consul te Saloniki benoemd; hij was de eerst consul aldaar, die door de Staten-Generaal aangesteld werd. De ambassadeur Calkoen had hem tevoren reeds hierheen gezonden als consul pro interim tot regeling van enige geschillen (Miss. 2 Juli 1739) Reglement voor de schaal Saloniki d.d. 28 Januari 1741 en 27 Juni 1741. 1740 en 1741 vele stukken betreffende de geschillen tussen van Frijbergen en Charles Delon en H. Chapelie. Zie over het proces tussen van Frijbergen en de la Fontaine onder Constantinopel 1739 en 1740.
Charles de Lou waarnemend consul o.a. in Mei 1743 gedurende de reis van Frijbergen naar Constantinopel en ook na diens overlijden op 10 Oktober 1745. (1739-1745).
Michiel Ricard door de ambassadeur gezonden als consul pro interim 1745 en 1746.
Charles Delon benoemd tot consul bij de R. 28 Mei 1746, op dezelfde voet als bepaald is bij de R. 26 Augustus 1739, 28 Maart 1740 en 30 Oktober 1741. In 1753 vraagt hij zijn ontslag met verzoek zijn oudste zoon in zijn plaats te stellen (R. 20 Maart 1753), en vertrekt 17 Juli 1753 naar Genua, latende zijn zoon pro interim. (1746-1753).
Marc Antoine Delon benoemd bij R. 2 December 1754. R. 5 Augustus 1768: “daar het consulaat van S. van geen het minste nut voor de handel en.” wordt Delon gedesigneerd tot consul te Alexandrië in Egypte; hij werd daartoe definitief aangesteld bij R. 18 Maart 1771. Ten gevolge van de politieke toestand in Egypte werd die post door hem nooit aanvaard. (R. 8 September, en 14 Oktober 1771 en 30 April 1784). (1754-1781). Bij R. van 14 Oktober 1771 werd aan Delon toegestaan een keer herwaarts te mogen doen, om met de Directeuren van de Levantse handel over de negotie in Egypte te overleggen. Delon overleed te S. in November 1781, nadat hij kort voor zijn dood de waarneming van zijn drie consulaten (de Republiek, Zweden en Pruisen) aan de Engelse consul Olifer had opgedragen. (R. 2 Januari 1782).
Olifer zie boven
Vincenzo Muzenga Vervolgens werden de zaken van het consulaat ad interim waargenomen door Vincenzo Muzenga, die in 1785, door de Koning van Napels tot consul te Nizza benoemd, uit S. vertrekt. (R. 18 Februari en 7 Maart 1785).
Demetrius Coïdan door de Chargé d’Affaires Kroll met de waarneming van het consulaat ad interim belast. Die opdracht werd later door H.H.M. geapprobeerd. Bij missive van 28 December 1792 vraagt Coïdan aan de Staten-Generaal om hem zijn zoon Eustache als adjunct- met de survivance van het consulaat te willen toevoegen (R. 11 April 1793). Coïdan was nog te S. 28 September 1793 (zijn laatste brief). ( 1785-??).
Pierre Chasseaud Sedert 1802 vice consul te S. krachtens patent van de ambassadeur Van Dedem te Constantinopel (zie archief Buitenl. Zaken, brief van Chasseaud 5 September 1806). In 1809 werd Chasseaud door de Chargé d’Affaires te Constantinopel in zijn functies geschorst ( zie diens missive 11 December 1809). Kon. Besluit 13 Maart 1810 houdende approbatie van het gedrag van Testa in deze met last om die suspensie in een finale dimissie te converteren. (1802-1809).
Matthias Abram In 1817 was het consulaat te S. nog niet hersteld. (zie missive Const. 24 Januari 1817). Matthias Abram was een Oostenrijker, in 1817 door Testa provisioneel tot consul te Saloniki aangesteld.
3 Smirna
Consuls
o.a. in 1628-1630 Nicolo Orlando Venetiaan, die vóór deze te Smirna het consulaatsambt voor de Nederlanders bediende (Missive Haga aan de Staten-Generaal 1 Mei 1634). Zie ook missive Haga 20 Januari / 1 April 1622 en bijlage / Bijlage Remonstr. Haga zie 2 November 1633.
1635-1656 Duca di Giovanni Griek van geboorte, door Haga aangesteld. In 1653 kwamen er bij de Staten-Generaal klachten over hem in van de Hollandse kooplieden te Smirna, die tevens verzochten een Nederlands consul aldaar aan te stellen. Ingevolge advies van de Directie Levantse Handel werd besloten die zaak bij provisie te laten zo als zij was (R. 24 Juli, 23 en 29 Augustus 1653).
1657-1661 Michiel du Mortier bij R. 8 Januari 1657 besloten hem bij missive aan L. Warnerus te recommanderen om bij provisie en voor 3 jaren aangesteld te worden tot consul te Smirna in plaats van Giovanni. Aangesteld door Warnerus bij akte d.d. 9 Maart 1657. Op verzoek ontslagen bij R. 20 Februari 1660, terwijl hij bij R. 27 Februari 1660 gelast werd te blijven tot de aankomst van zijn opvolger. Desniettegenstaande gelaste Warnerus hem weg te gaan en stelde Duca di Giovanni weder in zijn plaats aan (zie over deze twist een missive van du Mortier aan de Staten-Generaal 5 Juni / 7 September 1660). Du Mortier vertrok in November 1661.
1662-1668 Gerard Smits Aangesteld krachtens R. 27 Maart 1660 door resident Warnerus, komt te Smirna 26 Februari 1662 en vertrekt 12 April 1668. Hij overleed 15 Januari 1669 (zie R. 8 Maart en 22 September 1663, 5 Juli 1664). De regering was zeer ontevreden over zijn handelingen aldaar, hij weigerde zelfs aan de hem gezonden orders te gehoorzamen. Vooral grote moeilijkheden met de predikant Coenen waarover een uitgebreide correspondentie gevoerd werd zowel met H.H.M.M. als met Dir. Levantse Handel. De grootste grief tegen hem was dat hij de R. 1 December 1663 op het tanzarecht niet opvolgde.
1668-1688 Jacob van Dam Secretaris van Directeuren van de Levantse Handel werd bij R. 1 April 1666 aan Croock als consul aanbevolen en door deze benoemd verloor op reis naar Smirna bij de aardbeving te Ragusa 6 April 1667 al zijn goederen en papieren, waardoor hij naar Holland moest terugkeren. Dientengevolge kwam hij eerst 12 April 1668 te Smirna aan, in gezelschap van de resident Justinus Colijer. Vertrekt 22 Februari 1689, nadat hij vrijwillig afstand van zijn bediening had gedaan.
1688-1723 Daniël Jan Baron de Hochepied geboren 1657. Benoemd bij R. 14 November 1687, aan de resident Colijer gerecommandeerd en bij provisie voor 3 jaar tot consul te Smirna benoemd. Komt te Smirna aan 22 Juli 1688. Ontvangt van de keizer, Leopold I de titel van baron. (zie missive 6 Augustus 1704). Hij overleed 10 November 1723, oud 66 jaar. (schoonzoon van de ambassadeur Justinus Colijer). Missive Hochepied 28 Augustus 1699 aan Directeuren. Zijn oom Daniël, Directeur van de Levantse Handel 10 Januari 1680 – 7 Januari 1682 en Januari 1683 – Januari 1685, zwager van de ambassadeur Justinus Colijer. R. Directie 27 Mei 1682. Huwelijkse voorwaarden tussen Daniël de Hochepied en Catharina Clara Colijer dochter van Justinus Colijer en vrouwe Maria Engelbert 9 September 1679. (adelboek Constantinopel 1668-1689).
1724-1759 Daniël Alexander Baron (Graaf) de Hochepied benoemd bij R. 29 Januari 1724. In 1742 ontving hij van de keizerin de titel van graaf, en zond een copie van zijn adelsdiploma over. Overleed 24 Februari 1759.
1759-1796 Daniël Jan Graaf de Hochepied Door de ambassadeur te Constantinopel aangesteld tot consul ingevolge R. 7 Juni 1759. Hij overleed te Smirna 20 Februari 1796 in de ouderdom van 68 jaren. Zijn weduwe overleed 29 November 1801 in de ouderdom van 74 jaren. Testament van de Hochepied zie bijlage College te Smirna 29 Februari 1796.
1797-1810 Jacobus de Hochepied Benoemd bij decreet der Nationale Vergadering van 13 December 1797, tot consul op een tractement van f. 6000- per jaar en verdere emolumenten. Zijn diploma en instructie ontving hij 7 Maart 1798 van de ambassadeur, ook legde hij de eed in diens handen af. (zie missive 2 April 1798). Huwt 19 Augustus 1798 met Mejuffrouw van Lennep (missive 17 Augustus). In 1809 verzoekt hij om aangesteld te worden tot ambassadeur bij de verhevene Porte. Er wordt 8 Juli 1809 te kennen gegeven dat die post voor alsnog onvervuld blijft.
1814-1824 Jacobus de Hochepied Wordt 11 Maart 1814 wederom als consul aangesteld. Overleed 6 Februari 1824.
1824-1825 Isaac Slaars waarnemend consul na het overlijden van de Hochepied.
1825- Jacob van Lennep benoemd bij Koninklijk Besluit tot consul-generaal 20 December 1825.
Vice-consul
N.N. In 1614 was er een Vice-consul te Chios (missive Haga aan de Staten-Generaal 7 Maart 1614).
Cornelis van Osteijen gediend hebbende de orateur Haga en daarna als consul in Chios. R. 13 Januari 1629. In R. 14 Juli 1620 wordt hij genoemd gewezen consul in het Koninkrijk Cyprus en hem f. 300 voor zijn diensten toegezegd.
Coy vice-consul te Smirna Remonstrantieboek I 290.
Mr. Johan Calckoen 1677 en 1678 vice-consul aangesteld door van Dam.
Adriaen Groenincx zoon van Marinus, Dir. te Rotterdam. In 1680 door de consul tot vice-consul aangesteld. (Notulen vergadering Directie 9 December 1680). Waarschijnlijk in 1684 Directeur te Rotterdam.
Daniël Cosson uit Leiden geboortig, provisioneel door Colyor aangesteld en door de Staten-Generaal bij R. 27 December 1680 gedurende het verlof van Dam naar Holland.
Martino de Meyer consul in Tripoli di Soria o.a. in 1674 (missive d.d. 24 Augustus aan Dir. Levantse Handel) Missiveboek fol. 152.
Philip van der Sanden 1695 vice-consul. Sedert 1796 was adjunct-consul Justinus Constantinus Baron de Hochepied. Hij overleed te ’s-Gravenhage, 25 Maart 1717. Bij R. Staten-Generaal 5 Mei 1710 geautoriseerd om de zaken van de staat en de handel in presentie en absentie van zijn vader, de consul te Smirna te kunnen waarnemen. Zie ook R. 21 November 1705.
Daniël Alexander de Hochepied consul ad interim R. 7 Mei 1720 (3e zoon van de consul), gedurende de reis van zijn vader naar Holland.
Raffaeli Stellio vice-consul te Scio o.a. 1725-1727.
Daniël Jan de Hochepied benoemd tot adjunct-consul bij R. 16 Augustus 1753, met belofte later zijn vader te zullen opvolgen. Komt eerst te Smirna aan 5 Juli 1756.
Raffaelli Vice-consul te Scio Gio in 1772.
Vassili Sardi Vice-consul te Milo in 1787.
Jacobus de Hochepied enig overgebleven zoon van de consul, benoemd tot adjunct-consul met het vooruitzicht zijn vader op te volgen. R. 10 December 1787.
Thesaurier
Jacobus van der Merct aangesteld door Directeuren 27 November 1675 bij provisie voor 3 jaren. Zie ook R. 7 Oktober 1676. Bij R. 3 Mei 1679 voor 3 jaren gecontinueerd. Hij overleed 24 Juni 1697.
Hendrik Scholten jr. benoemd R. Directie 11 September 1697. Wegens zijn jeugdige leeftijd aanvaardde hij met toestemming van Directeuren zijn betrekking nog niet en werd deze waargenomen door de kanselier Haemraeth. Na zijn dood in 1704 door Ph. van der Sanden. Scholten komt 24 September 1705 te Smirna aan. Verlof 2 jaar R. Directeuren 9 en 21 Januari 1709. Vertrekt 15 Mei 1709. Ontslag 29 December 1710.
Andrea van der Sanden volgens R. 9 Januari 1709 en 21 Januari 1709 en 8 Mei. Vice-thesaurier 1711. Benoemd voor de tijd van 3 jaren. (R. Directeuren 29 December 1710). Hij blijft dit tot aan zijn overlijden op 1 November 1749. Hij is dan ongeveer 73 jaar oud).
Jean Francois Menu benoemd 27 Mei 1750, instructie 24 Juni 1750. Ontslagen bij missive van Directeuren d.d. 17 April 1753. Hij komt 4 November 1753 te Texel aan.
Abraham van den Boogaerdt benoemd 1753 overleed 10 Juli 1755.
Jan Coenraad Borell sedert Augustus 1756; met verlof 11 Maart 1761, terug in 1762. Vertrekt naar Holland 31 Januari 1765.
D. Fremeaux en W. Enslie waarnemende thesauriers.
Conrad Godard Nicolas Schütz benoemd 20 Augustus 1766, komt te Smirna 23 Februari 1767. Hij overleed 1 November 1802, 75 jaren oud. Daarna werd het thesaurierschap waargenomen door de assesoren Willem Hoeting en Jean Jacques Dutilh.
Willem Hoeting en Jean Jacques Dutilh z.b.
Gerrit van Brakel door Directeuren voorlopig in 1805 benoemd, definitief April 1806, doet zijn eed 16 Mei 1806.
Gerrit van Brakel provisioneel in 1814 aangesteld, definitief in 1815 (missive 18 Oktober 1815). Overleed tussen 20 November en 1 December 1817 in de ouderdom van 77 jaren.
Isaac Slaars 1818, nog in 1826.
Kanselier
Vincenzo Pellicano o.a. 1618 (missive Haga met bijlage 20 Januari / 1 April 1622).
Francesco Lupazzoli 1654-1668 of 1669. Venetiaans consul te Smirna (zie Remonstantieboek b I 192).
Carlo Luppazzoli 1669-1673.
Lorenzo Rigo vice-kanselier sedert 1674, kanselier sedert 1677 in dienst van Directie 1679. Overleed op het eiland Scio 31 Juli 1694.
Coenraedt Haemraeth sedert 1694. Benoemd door Directeuren 27 Oktober 1694. Overleden 26 November 1704.
Mattheo Haagman vice-kanselier in 1695.
Jean Chapman aangesteld door Directeuren 27 Mei 1705, gaat in Augustus 1713 met verlof naar Holland. Sterft 18 Augustus 1715.
Georgeo Amira vice-kanselier sedert 1704, overleed 13 Juni 1720.
Georg Philip Haan zoon van wijlen Ds. Benedictus Haan te Amsterdam. Reeds in 1704 te Smirna. Aangesteld door Directeuren bij missive 31 December 1715. Haan overleed 9 December 1751.
Johan Frederik Mann vice-consul in 1751, sedert 1752 kanselier. Overleed 14 Juli 1774.
Gerrit van Brakel kanselier ad interim in 1774 en 1775, tevens opziener van de tol.
Abraham Keun Broer van de predikant. Komt te Smirna 16 Maart 1775. Overleed 14 Maart 1784.
Gerrit van Brakel ad interim 22 November 1783.
Gerrit van Brakel aangesteld door Directeuren bij missive 21 September 1784; door het college te Smirna 23 Augustus 1803 in zijn post geschorst, werd op aandrang van Directeuren 23 Februari 1804 daarin hersteld.
Isaac Slaars adjunct-kanselier 1791-1805. Wordt in 1805 voorlopig tot kanselier aangesteld, definitief in April 1806.
Willem Hoeting adjunct-kanselier voorlopig in 1805, definitief in April 1806, met behoud van zijn post als opziener van de tol en met recht van survivance.
Isaac Slaars voorlopig in 1814, definitief om 1815 aangesteld (zie missive 15 Januari 1816).
Willem Hoeting adjunct-kanselier en opziener van de tol sedert 1814. Overleden 7 November 1822.
Isaïa Fercken in 1818 aangesteld komt 22 Januari 1819 uit Candia te Smirna aan en wordt 26 Januari 1819 geïnstalleerd. Was er nog in 1824, 1826.
Predikanten
Thomas Coenen voor particuliere rekening van de consul Smits met deze naar Smirna vertrokken. Bij R. 5 Juli 1664 werd zijn tractement door de Staten-Generaal vastgesteld (zie verder R. 12 en 24 Juli 1669, 11 Januari 1670). Hij vertrekt 18 Juli 1671.
Hermanus Menslage aangesteld door Directeuren 30 December 1670, komt te Smirna 4 Juli 1671 en overleed aldaar 2 November 1671.
Eduard Danckertz predikant te Constantinopel. Zijn beroep naar Smirna goedgekeurd bij R. 29 April 1675. Komt te Smirna 29 Augustus 1676. Vertrekt na 20 Maart 1680.
Abraham Weerden 28 Juni 1679 door Directeuren aangesteld komt te Smirna 7 Maart 1680. Op verzoek ontslag verleend R. Directeuren 29 December 1683, in 1683 te Borculo beroepen. Vertrek omstreeks Oktober 1684. Verscheen op de vergadering der Directie 5 Februari 1685.
Henricus Francken 29 Maart 1684 door Directeuren aangesteld, komt te Smirna 7 Augustus 1684. Vertrok waarschijnlijk Januari 1691. Ontslag verleend op verzoek R. Directeuren 3 November 1688.
Jacob Kunst geboren te Alkmaar 28 jaar oud, aangesteld door Directeuren 22 December 1688, vertrekt in Juni 1689, komt te Smirna 26 Oktober 1690. Overleed 5 Augustus 1692.
Johannes Hillebrants geboren te Harlingen, 22 jaar oud, aangesteld door Directeuren 18 November 1692 voor 5 jaren, komt eerst 1 Oktober 1694 te Smirna aan. Overleed 15 Juni 1698.
Wilhelmus Ravens 17 September 1698, aangesteld door Directeuren voor 5 jaren, geapprobeerd door H.H.M.M. R. 19 en 22 September 1698. Met het schip Jarmouth 24 December 1698 vergaan.
Johannes Heijman geboren te Wesel, 24 jaar oud, door Directeuren beroepen R. Staten-Generaal 8 September 1699, komt 8 Juni 1700 te Smirna aan. Op verzoek ontslagen R. Directeuren 30 September 1705. Vertrekt na 1 Juni 1706, aangekomen in Holland einde 1706.
Justus Oosterdijk geboren te Amsterdam 1666. predikant te Aleppo, door Directeuren 30 September 1705 naar Smirna geroepen. Komt 1 Juni 1706 aldaar aan en overleed 12 Juli 1710.
Hermanus van der Horst R. 3 December 1717, komt te Smirna 6 April 1718. Vertrekt 13 Maart 1727. Te Jutfaas beroepen.
Tiddo Wolthuys aangesteld door Directeuren in 1729, komt te Smirna 12 Oktober 1729, overleden 19 Juli 1740.
Wilhelmus Vonk R. 23 Januari 1741 komt te Smirna 6 September 1741, vertrekt Augustus 1745.
Jacob van der Vecht R. 21 April 1746. Komt te Smirna 20 November 1746, vertrekt in stilte in Januari 1755 met achterlating van een tekort in de armenkas. Dienst werd waargenomen door Jan Jacob Cobbe tot aan de komst van
Bernardus Keun R. 30 Juni 1755. Komt te Smirna 14 Januari 1756. Vertrekt met verlof naar Holland 31 Januari 1765, komt terug 15 Februari 1766. Gaat weer met verlof naar Italië en Holland 1e Maart 1778, terug te Smirna in het voorjaar van 1779. Bij R. 15 Juni 1787 wordt hij emeritus verklaard. Hij bleef ook na zijn emeritaat de dienst waarnemen. Overleed 23 Januari 1801, 68 jaren oud. (Authentieke copie van zijn testament bij de missive van 31 Januari 1801).
J. F. Usko Luthers predikant neemt na de dood van Keun de dienst waar. Vertrekt 6 Februari 1807.
Favez o.a. 1817 en 1818.
Dragomans
Cornelis van Brakel opziener van de tol, overleed 11 Oktober 1788.
Ferdinand Hoeting opziener van de tol, aangesteld in 1802.
Marcar Abro 1e dragoman o.a. 1807, door het consulair college 22 Mei 1807 uit zijn post ontzet, later weer in ere hersteld. Hierover ontstond verschil van gevoelen met de ambassadeur, Van Dedem.
Jacob Abro 2e dragoman o.a. in 1808. Hem werd bij besluit van het college te Smirna toegestaan zijn verblijf te Constantinopel te vestigen voor tijdelijk.
Giorgaki Amira 3e dragoman, overleden Juni 1811.
Marcar Abro 1e dragoman o.a. 1814-1823.
Athanasio Malcozzi 2e dragoman o.a. 1814-1824.
Diodato Abro 3e dragoman o.a. 1815-1817.
Daniel Jan Slaars in 1823 benoemd tot opziener van de tol, sterft 6 September 1824.
Belangrijkste berichten, bijlagen enz.
1657 Advies v. Directeuren van de Levantse Handel over een generaal reglement op de consulaatrechten
1658 Turkse brief
1661 Advies over het verlenen van commissie aan de consul te Smirna, hetzij door de resident te Constantinopel, hetzij door H.H.M. onmiddellijk.
1663 Bijlage missive 18 Juni: Contract tussen de consul Smits en de predikant Coenen gesloten te Amsterdam September 1661. Missive van Coenen aan Directie (zie R. 16 Mei 1668) houdende verhaal van het gepasseerde wegens de Joodse Messias Sabatha Seri.
1668 R. 6 Juni en 29 Augustus 1668: Missiveboek fol. 236. 2 ½ jaar tractement ten achter in 1667 R. 25 Augustus. Geschillen tussen Coenen en Smits ontstaan.
1670 Verbaal van de reis van van Dam naar Constantinopel.
1675 Rapport (met bijlagen) door H.H. Directeuren uitgebracht omtrent de sedert 1672 bestaande geschillen tussen consul en natie.
1675 Reglement voor de Resident Colijer en de consul van Dam (vast tractement toegezegd).( R. 7 Oktober 1675)
1678 Reglement voor de predikant, dienst, enz. (R. 19 en 23 September, 4 en 7 Oktober)
1686 Geschillen tussen de consul en 13 kooplieden der natie
1687 Rapport over de zaken in Smirna.
1688 Aardbeving; brand gedurende 3 dagen (10 Juni 1688)
1690 Processtukken en sententiën inzake van Laer ca. van Wijk.
1691 Geschillen tussen de consul en Gio Ermen.
1695 Reis van de consul naar Adrianopel.
1709 Johannes Heijman in 1709 professor in de Oosterse talen te Leiden.
1711 Berichten over het verdrinken van de voor Smirna bestemde predikant Johan van der Velde ( R. 17 November 1710).
1719 Verhaal en programma van de intrede van de ambassadeur des Keizers van Virmond te Constantinopel 5 Augustus 1719.
1720 Missive 8 en 23 Maart 1720: voorstel dat het tractement van de ambassadeur te Constantinopel ad 500 rijksdl. voortaan door H.M. worden betaald.
1729 Verzameling extracten uit de Classicale handelingen te Amsterdam betreffende het beroep der predikanten te Smirna van 1660-1727.
1747 Epitaphe van een Pasha.
1756 Kaart van het eiland Mytilene.
1766 Brief van Pieter van Sanen d.d. 20 Februari over de oprichting van een Pruisische Levanse Compagnie. Zie ook missive Constantinopel 16 September 1765.
1770 Nederlaag van de Turkse vloot. Relaas van het oproer en de moord op de Grieken te Smirna uit vrees voor de komst der Russen.
1776 Mededeling van de Hochepied dat hij sedert verscheidene jaren gehonoreerd met het Imperiaalse Toscaanse en Deense consulaat thans ook met het Zweedse begiftigd was doch zonder honorarium. (missive 26 Februari)
1778 Tarief eed van de kanselier. Concept instructiel.
1784 Daniël Fremeaux gedurende 40 jaren assessor vraagt zijn ontslag. Overleed 9 November 1795. Fremeaux werd 82 jaar.
1792 Copie tarief en ampliatie door de ambassadeur Van Dedem met de oppertollenaar op 26 Februari gesloten omtrent de in- en uitvoer der Hollandse natie in het Turkse Rijk. (missive 2 April).
1792 Memorie over het succes der proeven met olijfolie gedaan, tot genezing van de pestziekte. (missive 17 Oktober)
1795 De assessor David van Lennep neemt zijn ontslag en sterft 13 April 1797. (85 jaar oud).
1797 Relaas van de op 15 Maart 1797 te Smirna gepleegde gruwelen. (bijlage missive 2 April)
1797 Geldelijke vergoeding van de Turkse regering in 1800. (zie missive Van Dedem Constantinopel 26 Februari 1800).
1800 Capitulatie van Caïro. (bijlage missive 17 April)
1803 1. opgave van de lakens en wollen stoffen en hun waarde in Smirna aangebracht van 1784-1793. 2. vergelijkende staat van de appointementen der vreemde consuls te Smirna 1797-1803. (bijlagen der missiven van 16 April)
1803 Vice-consul op het eiland Mitylene Isaac Pevachi Scuffi.
1806 Instructies voor de kanselier en adjunct-kanselier. (missive coll. 2 Juni)
1807 Decreet d.d. 21 November 1806 Potsdam, door Napoleon tegen Engeland uitgevaardigd. (bijlage Missive van Brakel 31 Januari)
1810 Inventaris der registers, minuten en effecten van de Thesaurie van het Hollands consulaat te Smirna, op de 1e Oktober 1810 aan het Franse consulaar overgegeven.
1817 Staat der koopwaren uit Smirna uitgevoerd van 1 Januari – 30 Juni 1817. (bijlage missive 17 Juli)
4 Aleppo
Consul
1613-1622 Cornelis Reijniersz. Pauw Benoemd R. 26 Oktober 1612. Legt eed af bij Haga 1 Mei 1613, met wie hij naar Constantinopel was vertrokken. Pauw was consul over Aleppo, omliggende kwartieren en landen. (R. 14 Januari 1611 en 13 Augustus 1611). Zijn instructie R. 8 December 1612 en 30 Mei 1614. Vertrekt uit Constantinopel naar Allepo 28 Augustus 1613. Zijn tractement vastgesteld bij R. 16 Mei 1614 en 6 Juni 1615. Bij R. 3 Mei 1618 wordt hem toegestaan een reis naar Damascus te maken, eveneens naar Aleayro en omliggende plaatsen, ter onderhouding der gesloten capitulaties. Daarna naar Holland om verslag uit te brengen over de negotie, na een vice-consul te hebben aangesteld. Hij kwam waarschijnlijk in 1619 in Holland en vertrekt weer naar Aleppo in November 1620 (R. 14 November 1620). Pauw neemt definitief ontslag, zie R. 6 Maart 1625. Zijn tijd was om 18 Oktober 1625.
o.m. 1619, 1624 onder protectie van consuls van andere naties Gedurende de afwezigheid van Pauw o.a. in 1619 had deze de natie gesteld onder protectie van de Franse consul (R. 27 Januari 1619), later nog onder dienst opvolger Viguier. Daarna in 1624 door Haga gesteld onder protectie van de Engelse consul Eduardo Chircham of Kircham.
1625- ? Cornelio Witsen Benoemd R. 9 September 1625. Hoofdconsul ? 1626-1638 ? Is in April 1626 te Aleppo. Komt in het volgende jaar terug. Compareert in de vergadering der Staten-Generaal van 13 December 1627. Zie zijn commissie in het Commissieboek 19 Juli 1625 fol. 410 en 411.
1627-1629 Jan van Peenen Waarnemend consul gedurende afwezigheid van Witsen Mei 1627 – Oktober 1629.
1631-1634 onder protectie van consuls van andere naties In 1631 stond de Nederlandse natie onder protectie van de Engelsen, in 1632 onder de Franse consul. De Franse vice-consul Barthelemy Delestrade o.a. in 1633 en Januari 1634 waarnemend consul.
1654-1661 onder protectie van de consul van de Franse natie Sedert 1654 bleef onze natie onder protectie van de Franse consul tot 1661. (zie missive L. Warnerus Constantinopel 29 Oktober 1661).
1661-1662? Frederico Warnerus Door zijn broer L. Warnerus aangesteld. (missive Levantse Handel aan Directeuren 29 Oktober 1661, R. 24 Januari 1662). Hij had ruim vier jaren bij hem te Constantinopel gewoond. Komt te Aleppo 23 Januari 1661. Zie R. 29 November 1661, missive Levantse Handel 25 Oktober 1662.
? Warnerus Warnerus o.a. in 1666 in Holland, hij diende n.l . 21 December 1666 een request in bij H.H.M.M. inzake de nalatenschap van zijn broer Levinus, wiens erfgenaam hij was.
1663-1666 Egidio Mesteecker Benoemd bij R. 25 Januari 1662, komt te Aleppo 21 September 1663. Bij R. 16 Februari 1662 werd zijn commissie uitgebreid tot Tripoli di Soria, Cyprus en St. Jean d’Acre. Vertrekt in 1666 naar Holland om mondeling rapport te doen. Draagt de waarneming van het consulaat aan de Franse consul op. Grote onenigheid tussen Mesteecker en de natie, die aandringt op zijn ontslag (R. Directeuren 13 Augustus 1666). Bij R. 7 Oktober 1666 gelast zich voorlopig niet met het consulaat te bemoeien.
1680-1685 Laurens d’Arvieux Frans consul.
1685-1688 Francois Jullien Frans consul. Commissie Staten-Generaal 12 Juni 1685. Op grond van klachten uit Aleppo werd de provisionele commissie aan Jullien ingetrokken, bij R. 4 November 1687.
1689-1694 Coenraet Calckberner Benoemd bij R. 4 November 1687. Vertrekt nog niet en belast zijn compagnon Jan Bobart met de waarneming als vice-consul van het consulaat. Vertrekt naar Aleppo einde 1689. Overleed aldaar 15 Oktober 1694.
1695-1703 Gio Gosche Waarnemend consul na Calckberner, benoemd na diens overlijden bij R. 24 Juni 1695, over Aleppo, Tripoli di Soria, St. Gio D’Acri en Cyprus. Vraagt zijn ontslag en vertrekt 3 Juli 1703. Gosche was in dienst van Abraham Heldewier, naar Aleppo vertrokken einde 1686 om zich als koopman te vestigen. R. Directeuren 18 December 1686.
1703-1706 Georg Brandon Engels consul, neemt op daartoe gedaan verzoek de Hollandse natie onder zijn bescherming. Geapprobeerd door de ambassadeur te Constantinopel. Bij R. 10 Juli 1706 geautoriseerd om het consulaat provisioneel waar te nemen, totdat een Hollandse consul zal zijn aangesteld. Overleed 22 November 1706.
1707-1717 William Pilkington Engels consul aangesteld, om bij provisie het Hollands consulaat waar te nemen. R. 5 December 1707. Komt te Aleppo 27 November 1707 aan. 1707- Vertrekt 15 Februari 1717.
1722-1727 John Purnell Engels consul sedert 15 Februari 1717 bij R. 19 Maart 1722 geautoriseerd om het Hollands consulaat bij provisie waar te nemen. Purnell wordt in 1727 vervangen.
1728-1733 Daniël Boumeester Provisioneel door de ambassadeur benoemd tot consul goedgekeurd bij R. van 5 Juli 1728. Op verzoek ontslagen bij R. 15 Januari 1733.
1733-1740 Jan Jacob van Liebergen Benoemd bij R. 15 Januari 1733. Vertrekt 7 April 1740. Op verzoek ontslagen R. 25 Januari 1741.
1746-1747 Hendrik Abram Heirmans Waarnemend consul 1740-1745. Benoemd tot consul bij R. 26 Februari 1746. overleed 7 Oktober 1747.
1748-1751 Arthur Pollard Engels consul aldaar, nam de Hollandse natie onder zijn bescherming. Vertrekt in 1751.
1752-1755 Hendrik Haanwinckel Bij R. 21 Juli 1752 aangesteld tot consul pro interim voor drie jaren, met een tractement van 1000 Leeuwendaalders en de helft van de ambassade en consulaatrechten, onder voorwaarde alle onkosten zelf te dragen. Vlucht 9 Oktober 1755.
1755-1756 Matthias van Asten Door de ambassadeur gezonden tot regeling der zaken te Aleppo.
1756-1760 Jan van Kerchem Benoemd bij R. 9 Augustus 1756. Overleden Juli 1760.
1761-1763 Jan Heemskerk Waarnemend consul na het overlijden van Van Kerchem, tot consul aangesteld bij R. 11 Februari 1761. Op verzoek ontslagen bij R. van 20 Juni 1763, nadat hij reeds van te voren voor zijn particuliere belangen naar Constantinopel was vertrokken. Vertrekt naar Holland 26 December 1763.
1763-1784 Nicolaas van Maseijk Benoemd bij R. 20 Juni 1763 tot consul voor Aleppo, Cyprus, St. Jean d’Arci en andere onderhavige aan de kust van Syrië gelegen delen. Hij komt aan 22 Oktober 1764. overleed 28 Februari 1784. Gedurende zijn afwezigheid in 1769 na de Venetiaanse consul Domenico Serioli waarnemend consul. R. 2 Oktober 1769.
1784-1810 Jan van Maseijk Oudste zoon van Nicolaas. Benoemd bij R. 4 Oktober 1784. Hij was toen vice-consul voor Napels, Zweden, Denemarken, waarvoor hij nu moest bedanken. In Juni 1798 vertrekt hij naar Constantinopel om met de ambassadeur de belangen van de handel te Aleppo te bespreken. Hij laat zijn broer Pieter Jan van Maseijk als waarnemend consul. Op de terugreis van Constantinopel naar Aleppo wordt hij door een oproerig pacha gevangen gehouden. Kwam met losgeld van 3000 piasters vrij en komt in Juni 1799 weder te Aleppo. Zie een omstandig verhaal hiervan in zijn missive van 24 Juni 1799 nr. 2. Bij Koninklijk Besluit van 7 November 1815 nr. 51 krijgt hij een pensioen van f. 1500,- met de bevoegdheid het vice-consulaatschap uit te oefenen. (vice-consul 1815-1824). Zijn laatste brief aan Directeuren is van 22 Januari 1824. Hij genoot zijn pensioen nog in 1825. Overleden 18 April 1826.
Vice-consul
Jacomo Mille vice-consul in Cyprus in 1614.
Willem Pinas 16 Juli – 14 September 1615.
Cornelis van Ostage vice-consul te Cyprus o.a. 1615 en 1616 (zie R. 13 Juli 1620) Missive Pauw 12 September 1615. Van hem een missive uit Aleppo 14 Mei 1615 (in lias Constantinopel). N.B. Hij zelf ondertekent Cornelis van Ostaijen Haga en Pauw schrijven Van Ostagie of ge (zie onder Smirna).
Pietro Savioni: (Venetiaan) vice-consul te Cyprus door Pauw aangesteld, door Haga geconfirmeerd, tot aan de komst van Witsen in 1626, die Steenwinckel daartoe benoemde. (missive Witsen aan H.H.M. 3 Maart 1633). Volgens missive Haga 21 Juni (18 Augustus 1625 was in 1625 Jan van der Wielen vice-consul in Cyprus en Palestina.
Daniël Steenwinckel door de consul Witsen, 2 April 1626 aangesteld tot vice-consul te Cyprus (R. 17 Februari 1632), nog in September 1655. In 1636 was Steenwinckel in Holland (zie R. 1 Augustus 1636).
Abraham Aertsens vice-consul in Palestina (St. Jean d’Acre). in 1626 door Witsen aangesteld. (R. 17 Februari 1632). Van Peenen weigerde betaling der ontvangen consulaatrechten te doen (R. 17 Februari 1632). Evenzo weigerde Steenwinckel en Aertsens.
Anthonius Jansen Duijvelaer consul te Cyprus o.a. in 1637, die het consulaat later aan een Engelsman overdroeg (Remonstrantieboek I 307).
Eduard Blijenberck vice-consul te St. Jean d’Acre in ?? (zie Remonstrantieboek I fol. 136).
Anthony Lagize consul o.a. in 1652 en 1653 (R. Directie Levantse Handel 28 Maart 1653).
Martinus de Meijere vice-consul te Tripoli di Soria o.a. in 1674 en 1675. Zie ook onder Smirna.
Jacob Wendt Kanselier te Tripoli in 1674.
Balthasar Sauvan De Franse vice-consul, vice-consul te Cyprus o.a. 1680-1686.
Jacomo van der Weyden ontving van de ambassadeur commissie als consul ad interim te Tripoli en de Syrische kust. Overleden vóór 1684. (Notulendirectie 8 Maart 1684). Geschillen omdat de Hollandse natie zich in September 1683 begaf onder protectie van de Engelse consul (R. Directeuren 13 December 1684).
Gamalial Nightingale Colijer zond hem een barat als consul. Beklag van de Franse ambassadeur alhier. Directeuren besluiten de Generaliteit te verzoeken te gelasten dat barat weder in te trekken. R. 30 December 1684, R. 10 Februari 1685, en de Franse consul d’Arvieux weder in zijn functie te worden gesteld.
Hercules de Haan vice-consul te Alexandrette of Scandrona, door Calckberner in 1692 aangesteld.
Paulus Maashouck vice-consul te Acri, o.a. 1702.
Turner Te Cyprus was in 1698 geen Hollandse consul, de Hollandse belangen werden door de Engelse consul Turner waargenomen (Notulen Directie 16 Juli 1698).
Galerneau vice-consul te Acri of St. Jean d’acre (kust van Syrië) o.a. in 1698 (zie Remonstrantieboek fol. 182).
Robbert Wakeman door de ambassadeur Colijer aangesteld bij provisie te Cyprus (missive 6 Mei 1707).
Harvey Pretty door de ambassadeur Colijer bij R. 10 November 1718 aangesteld tot consulte Cyprus.
Richard Usgate 1745. Vice-consul van Acri, Beyrouth en Seide, o.a. 1745-1760.
Louis Longy vice-consul te Alexandrette o.a. 1748-1760.
Gio Wakeman (Brits consul). Vice-consul te Cyprus o.a. 1745-1757. Overleed in Januari 1757.
John Boddington Brits consul te Cyprus, door van Keulen in Januari 1757 tot Hollands vice-consul aldaar benoemd (zie missive 13 September 1757).
Richard Usgate 1763. Wordt 15 Maart ontzet uit zijn post van vice-consul aldaar.
Joseph Blanc aangesteld. Deze overleed in 1776 of 1777.
Louis Longe vice-consul te Alexandrette o.a. sedert 1748. Overleed aldaar 12 Maart 1773.
William Sholl vice-consul te Scandrona (Alexandrette) o.a. 1776, vertrekt in 1784.
Felix Geoffroy vice-consul te St. Jean d’Acre 1777.
Turner Vice-consul te Cyprus.Overleden Augustus of September 1768.
John Balduin Vice-consul te Cyprus. November 1768.
John Boddington vice-consul o.a. 1776. Vertrekt 1777.
D. A. Sciperus vice-consul te Latachia (Ladikieh) in 1776, vertrekt in 1777.
Thomas van Maseijk vice-consul te Latachia (Ladikieh) in 1777.
Augustin Fornetti agent te Alexandrette van alle consuls te Aleppo, reeds voor 1810, ook in 1815. In 1816 wordt hij door de Chargé d’Affaires Testa tot vice-consul aangesteld. Hij was dit nog in 1819.
Marco Antonio Santi vice-consul te Cyprus o.a. 1826.
Kanselier
Gio van Peenen secretaris o.a. Oktober 1613 (bijlage missive Haga 30 April 1616).
Daniël Mostart o.a. in 1614. (lias Constantinopel 1615).
Cornelis van Dale o.a. in 1615, nog in Maart 1616, April 1617, waarschijnlijk tot 1622, toen hij naar Constantinopel vertrok.
J. Gool o.a. in 1627 17 Mei.
Theodoro Strijcker o.a. 21 Mei 1627.
Johannes Tellinger o.a. in 1662, 1666.
Andreas Schreder o.a. 1690-1694. Vraagt zijn ontslag in Januari 1696.
Paolo Camerlinck kanselier 1696, 1697.
Ambrosius Gosche broer van de consul, kanselier 1698, 1699.
Gio Battista Mouton 1700, 1702.
John Taylor Engels kanselier, o.a. 1706.
Roberto Pory Engels kanselier o.a. 1724.
Jouvene kanselier o.a. in 1730.
Joseph Etienne Longis kanselier o.a. in 1757.
Giovanni Gollmart 1760. Kanselier pro interim, nog in 1766.
Theodoor Hendrik Goverts kanselier pro interim in 1768.
Alexander Laars kanselier pro interim. Benoemd tot kanselier in 1772. Wegens dronkenschap wordt hij in 1782 in zijn bediening geschorst en overleed 17 Februari 1784.
Antoine Michel benoemd tot kanselier R. Directeuren 28 Juli 1784. Vertrekt evenwel naar Smirna.
Nicolaas Dinamary benoemd 3 Augustus 1785. o.a. 1806, overleden 1807.
Jean Charles Reinard neef van Van Maseijk, in 1808 benoemd door Directeuren.
Thesaurier
Giacomo Mille 1615 (bijlage missive Haga aan H.H.M.M. R. 17 Januari 1616). Waarnemend kanselier op die datum. Vice-consul op Cyprus (missive Pauw 12 September 1615).
George Clockner consul in Tripoli, de kusten van Syrië en Cyprus 1684. (zie R. Directeuren 29 Maart 1684). Besloten werd hem tot die aanstelling bij Colijer aan te bevelen.
Henrico Lub aangesteld bij R. Directeuren 28 December 1689. Komt te Aleppo 15 December 1690. Bedankt in September 1693, ontslag 26 Januari 1694. Vertrekt.
Gio Gosche benoemd R. Directeuren 26 Januari 1694.
Jan van Liebergen benoemd 11 Oktober 1695, geïnstalleerd 25 April 1696, vertrekt in Augustus 1696 naar Europa en Egypte. Ter vergadering directeuren 12 December 1696. Zijn compagnon Abraham Broegh waarnemend thesaurier. Van Liebergen komt 8 Augustus 1697 weer in Aleppo. 1700 weer naar Holland. Bedankt bij missive 31 Maart 1701, Caïro. Was reeds 7 Oktober 1699 naar Holland vertrokken.
Balthasar Ardinois Vice-thesaurier sedert 7 Oktober 1699. thesaurier R. Directeuren 26 Mei 1701 – 1 Januari 1709. Op verzoek ontslagen R. Directeuren 8 Mei 1709.
Michiel Heldewier vice-thesaurier sedert 1 Januari 1709. R. Directeuren 8 Mei 1709 – 1719. Vertrekt in Mei 1720 in Holland o.a. Mei 1721. Instructie Remonstrantieboek 1709 fol. 529.
Jacob Bouwmeester benoemd tot thesaurier 18 November 1720. Sedert 1709 werkzaam ten kantore van de consul Broegh te Livorno. Aankomst te Aleppo 13 Augustus 1721 (tegelijk met hem kwam ook zijn broer Daniël). Jacob overleed 8 Mei 1724.
Daniël Bouwmeester 1724-1727.
Jan Jacob van Liebergen 1728-1733.
Hendrik Abram Heirmans 1734-1740. Aangesteld in de vergadering van Directeuren 26 Oktober 1733.
Jan Hendrik Pury benoemd door Directeuren krachtens R. 9 September 1771. Komt te Aleppo aan omstreeks Juni 1773, neemt zijn ontslag en vertrekt eind Augustus 1777.
Sedert 1777 vaceerde het thesauriersambt en werd ad interim waargenomen door de consul Van Maseijk en assessoren ingevolge R. Generale Vergadering Directeuren 1 Oktober 1777.
Belangrijkste berichten e.d.
Als nederzetting is Aleppo niet zo belangrijk als Smyrna, doch veel ouder dan Smyrna.
1608 Bij R. 13 Februari 1608: werd op verzoek van kooplieden, die handel dreven op Syrië, aanstelling van een consul. Aangesteld R. 17 September 1609 Arnould de la Valee.
1612 Acteboek Staten-Generaal 1612 fol. 442 :vso Acte d.d. 8 December 1612 voor de consul te Aleppo en anderen, rakende de goederen der af te sterven personen in die kwartieren.
1614 Nicolo de Moniglia: dragoman van de Nederlandse natie in 1614.
1624 R. 23 Januari 1624 :aan de orateur Haga de bevoegdheid gegeven om consuls aan te stellen in Aleppo Cyprus en andere plaatsen waarover de hoofdconsul Pauw gestaan heeft, behoudens de emolumenten voor deze tot aan het einde van de tijd zijner aanstelling. (zie R. 25 Januari, 27 December 1624 en 10 Maart 1625).
1627-1633 Verschillen tussen de hoofdconsul Witsen met zijn vice-consuls over het doen van rekening van de consulaatrechten.
1665-1668 Verzameling stukken betreffende de procedure tussen Eg. Mesteecker en de Nederlandse natie te Aleppo.
1675 Van Peenen: zie over het proces betreffende zijn nalatenschap R. 5 December 1675.
1684 Tarief van consulaatrechten.
1685 Instructie voor de consul Fr. Jullien.
1693 Moeilijkheden met de Turken over een paar groene muilen van de vrouw van Richard Verschuur.
Zie de Instructie van Gosche in het Placaatboek Levantse Handel Deel I nr. 44.
1699 Approbatie bij R. Staten-Generaal 29 September, Justus Oosterdijk door Directeuren 26 Augustus 1699 benoemd tot predikant (geboren te Amsterdam, 33 jaren oud), komt 29 Juni 1700 te Aleppo aan. Wordt 30 September 1705 door Directeuren naar Smirna beroepen. Vertrekt na Februari 1706.
1726 Uit het stellen van de Hollandse kooplieden onder Engelse protectie ontstonden zovele moeilijkheden dat de “General Court of the Levant Company” in 1726 besloot, om voor het toekomende aan haar consuls niet toe te staan, om de Hollanders onder zijn protectie te nemen.
1741 Dienovereenkomstig weigerde dit de General Court bij besluit van 27 Augustus 1741 aan heren consul Micklethwait. (zie missive van de gezant Hop d.d. 25 December 1742, R. 4 Januari 1743, in lias Engeland).
1747-1769 Na het overlijden van Heirmans belastte zich William Cooper op verzoek van Directeuren met de bewaring van de papieren en beeken van de Kanselarij. Er was toen geen enkele Hollander meer in Aleppo.
1755 Stukken betrekking hebbende op de dood van Theodorus Peltzer. 2 Januari 1755, in het Brits consulaat, tevens Hollands vice-consulaat op Cyprus.
1755-1756 Verzameling stukken betrekking hebbende op de vlucht van de consul Haanwinckel.
1771 R. 9 September 1771: Het consulaar te Aleppo op dezelfde voet gebracht als dat van Smyrna en Constantinopel. Aan de consul een vast tractement van 3000 leeuwendaalders toegezegd met verplichting geen handel te drijven en daaruit te betalen de nodige presenten en het onderhoud van kanselier, drogman, Janitzuren enz. Door Directeuren zal een thesaurier worden aangesteld enz.
1787-1792 Verzameling brieven, extracten, kanselarijteregisters en andere stukken betreffende het proces tussen de gebroeders Mordahai en Samuel de David Cohen.
1815 Bij Koninklijk Decreet van 7 November 1815 werd het consulaat te Aleppo als zijnde niet meer van enig nut, opgeheven. Aleppo wordt een vice-consulaat (van Constantinopel).
1817 (bijlage missive 5 September). Opgaven der in het jaar 1816 aangekomen en vertrokken schepen en handelswaren te Latachia en Alexandrette. Verhouding tussen de maten en gewichten te Aleppo en te Marseille.
1820 (bijlage missive 7 Februari 1820) Revolutie in Apello in 1819.
5 Egypte, Alexandrië en Caïro.
Consul
Santo Segezzi : 1633. Venetiaan van geboorte resideerte te Caïro, wordt op verzoek van enige Amsterdamse kooplieden en van Directeuren van de Levantse Handel bij R. van 24 Februari 1633 benoemd tot consul over de Nederlandse natie in Egypte. Zie zijn commissie in het Commissieboekje fol. 115 en 122. R. 17 December 1633 Mededeling, dat de Fransen met behulp van hun consul hem de uitoefening van zijn consulaat pogen te beletten. Er wordt besloten aan de Orateur Haga te schrijven, dat hij alle middelen moet aanwenden om Segezzi in zijn post te handhaven. Hem en de gehele Hollandse natie werden door de Franse consul onbehoorlijke proceduren aangedaan. (Miss. Haga aan de Staten-Generaal, 1 Mei 1634). R. 1 November 1633.
Reggio : Vóór 1662 door de Resident tot consul aangesteld. (Miss. van Theijls aan de Staten-Generaal 1 Mei 1663, aan de Directie 17 September 1663).
Jan Jansz. Theijls de Jonge : 1663-1671. Burger en koopman te Enkhuizen en Directeur van de Levantse handel wordt bij R. 4 Maart 1662 benoemd tot consul in Grand Caïro, Alexandrië, Rosette en Damiate in Egypte. Zie ook R. 11 Mei 1662. Theijls vertrekt 7 Juni uit Amsterdam, is te Livorno o.a. in Juli, Augustus en September 1662, is te Caïro 1 Mei 1663. Hij schreef aan Directeuren dat de vorige consuls 18 à 20000 realen schuld hadden gemaakt, hetwelk de Nederlandse natie te Caïro en Alexandrië zeer drukte. Zijn verzoek om betaling daarvan door Directeuren afgeslagen. (Miss.boek 1662, folio 306). Overleed in April 1671 aan de besmettelijke ziekte.
De Resident Colijer, die bij missive van 25 Juli 1671 dit overlijden mededeelde, raadt de Staten-Generaal aan dit ambt te mortificeren met het oog op de schulden aldaar, waarvoor hij te Constantinopel anders zou worden aangesproken. Een consul toch, niet een particulier persoon, is voor de oude schulden van zijn natie in Turkije verantwoordelijk.
6 Tripoli
Consul
R. 23 April 1626. Request van Directeuren van de Levantse handel dat te Tripoli een consul of vice-consul mag worden aangesteld “om te verhoeden de schade, die de piraten vandaar “zijn doende aan te schepen dezer landden”. Besloten hierop het advies te horen van de Gecommitterde Raden ter Admiraliteit te Amsterdam. R. 27 December 1659.
Zending van de Luitenant-Admiraal de Ruyter in 1661-1662 Tractaat door hem in 1662 gesloten. Missive van de Ruyter van 22 Augustus 1662, meldende het aftreden van de vredestractaten door die van Tripoli. (R. 29 September 1662). Tractaat tussen Tripoli en Engeland gesloten 29 October 1662 (R. 13 December 1662). R. 9 Juni 1662 Instructie aan de Ruijter, om aan die van Tripoli afbreuk te doen ten einde hen tot een tractaat van vrede te dwingen.
Zending van de Commissaris Thomas Hees in 1682, met last om, na de lossing der slaven te Algiers, naar Tunis en Tripoli te gaan om vrede te sluiten. (R. 11 April en 6 Mei 1682). Hij sluit vrede met Tripoli op 21 Juni 1683 (R. 20 Augustus en 23 September 1683), goedgekeurd R. 23 December 1683; uitwisseling der ratificaties in 1684, (R. 25 November 1684, ook R. 17 Maart 1684; 2 Juli 1683). R. 16 September 1684 Thomas Hees aangesteld om als resident naar Tunis en Tripoli te gaan, om de presenten over te leveren en de tractaten van vrede te perfectioneren. Hij vertrekt uit Holland in Januari 1685, is te Tripoli o.a. 2 Mei 1685 en doet verslag van zijn zending in de vergadering van 27 October 1685. Zie verder over de presenten, kosten der tractaten enz. R. 9 September, 19 September, 6 October en 22 November 1684, 15 Juni en 9 October 1685, 5 April 1686, 7 Maart 1697.
Zacharias Cousart , 1683-1693: door de commissaris Hees op 21 Juni 1683 aangesteld, om de belangen van H.H.M. waar te nemen, ontvangt in 1684 zijn commissie als consul van de Staten-Generaal (R. 24 September 1683 en 25 November 1684). Nicolaas Salomon Gabry , secretaris van Cousart, wordt door hem in 1687 naar Holland gezonden en is daar nog 17 December 1688; hij kwam 7 Juli 1692 te Tripoli terug. Cousart vraagt wegens ziekteverlof en verzoekt om Gabry in zijn plaats te mogen achterlaten. (R. 10 Juni 1692).
De vrede tussen Tripoli en Frankrijk in Augustus 1692 verbroken, bombardement van Tripoli. Tripoli verklaart ons de oorlog en gelast de Hollandse en Engelse consuls om te vertrekken. 31? Juli 1693. Cousart komt 15 Augustus 1693 te Malta, doet rapport aan de Staten-Generaal in de vergadering van 17 Juli 1694.
R. 9 en 17 December 1695. De Engelse consul Benjamin Lestington te Tripoli schrijft dat de regering aldaar genegen was, om gelijk zulks met Engeland was geschied, met H.H.M. de vrede te herstellen. In 1699 kwamen er wederom missiven van die consul en van de Gouverneur van Tripoli over het herstel van de vrede (zie R. 27 Februari, 16 September en 30 December 1700); R. 1 October 1703.
R. 9 September 1700. Jan Waldeck verzoekt om consul te worden; hij herhaalt dat verzoek in 1704 (zie R. 24 April 1704).
Bij secrete R. van 23 Juni 1702 wordt Juda Cohen volgens zijn aanbod (R. 10 November 1701) geautoriseerd om de vrede tussen deze staat en de regeringen van Algiers, Tunis en Tripoli te herstellen, met de laatste op dezelfde voorwaarden, als die in 1683 gesloten was. Cohen was te Tripoli o.a. 11 December 1703 (R. 15 Februari 1704); vóór 1 Maart 1704 sluit hij de vrede, waarvan de voorwaarden door hem worden medegedeeld in zijn missiven van 25 April en 2 Mei 1704, beide uit Livorno. (zie R. 24 April, 21 en 22 Mei 1704). De tractaten van vrede door Cohen gesloten door H.H.M. bekrachtigd, bij R. van 24? Juni 1708; memorie van Cohen over zijn zending, R. 18 Juli 1708. Bij R. van 1 December 1708 wordt de kapitein Schrijver belast met de uitwisseling van de acten van ratificatie en de mededeling dat de beloofde presenten door de te benoemen consul zullen worden overgebracht. Zie ook over die presenten R. 14 Juni 1709.
Johan van Baerle , in 1709 tot consul-generaal te Algiers benoemd, met de macht om in Tunis en Tripoli een consul aan te stellen (R. 2 Juli 1709), vertrekt eerst 25 December 1710, en komt niet voor Mei 1712 te Algiers aan ten gevolge van allerlei tegenspoeden met de presenten (zie Algiers). In 1712 worden de wederzijdse ratificatiën van vrede uitgewisseld en de presenten overhandigd.
Nicolaas Vivian 1712-1713: wordt door van Baerle in 1712 tot consul aangesteld (R. 20, 23 en 30 Maart 1713), welke benoeming geapprobeerd werd bij R. 6 Juni 1713.
Philippus Gerbrans 1713-1750: uit Hamburg afkomstig wordt door van Baerle tot consul aangesteld in plaats van Vivian (R. 23 November 1713). Deze benoeming wordt geapprobeerd bij R. 29 December 1713. Gerbrans komt 26 December 1713 te Tripoli aan. In 1715 vraagt hij directe commissie van de Staten-Generaal (R. 5 November 1715) welke hem bij R. 30 Maart 1716 verleend werd. Molesten aan Gerbrans aangedaan (zie R. 17 Juni en 28 October 1715 en 16 October 1716). Van den Heuvel vice-consul in 1715 (Not. Direct. 4 November 1715). George Ferdinando van den Hemelen , vice-consul van Gerbrans in 1716 in Holland (R. 21 Maart 1716). R. 30? Januari 1721. Aan Gerbrans een vast tractement en een vaste som voor onkosten en presenten. Verhoogd bij R. 16 Augustus 1723. Het vredestractaat met Tripoli hernieuwd 4 October 1728 door de Schout bij nacht Grave en de consul Gerbrans. R. 26 November 1728, 15 Januari en 8? Februari 1729. (zie Algiers). Verhaal van het gepasseerde te Tripoli met het Franse eskader, gecommandeerd door de Grand Pré bombardement van Tripoli in 1728.
Mukamel Effendi, gezant van Tripoli in Holland 1735. Aly Effendi, ambassadeur van Tripoli, naar Holland te vertrekken R. 14 November 1748. R. 7 April 1750. Mededeling van het overlijden van Gerbrans in Januari 1750.
Pellegrim Vidari , vice-consul van Gerbrans sedert 1737, vraagt het consulaat. Hij was nog in 1753 vice-consul.
Johannes Kluppel 1751-1753 (tot Juni 1749 predikant te Constantinopel) tot consul aangesteld bij R. 12 October 1750, komt te Tripoli 10 April 1751. Kanselier van de Nederlandse Natie te Tripoli o.a. in 1752 Johan Zach. Möser . Uitvoerige brief van Kluppel aan zijn zoon en dochter, bevattende een omstandig verhaal van zijn geschillen met Vidari. Kluppel overleed vóór 24 Juni 1753.
De Engelse koopman Valentijn Applegath meldt aan de Staten-Generaal 24 Juni 1753 het overlijden van Kluppel die hem tot consul ad interim benoemd had, en vraagt tevens tot consul te worden aangesteld.
Johan George Hoffman 1755-1768: (sedert 16 jaren secretaris van de minister te Keulen) tot consul aangesteld bij R. 14 Juni 1754; komt te Tripoli 9 Maart 1755. Aly Effendi, ambassadeur van Tripoli, in Holland (R. 24 Januari, 14 Maart, 27 Juni 1757). R. 15 Augustus 1768, aan Hoffman wegens ziekteverlof verleend en Christoffel Conrad Lochner tot vice-consul benoemd. Hoffman overleed 24 October 1768. Christoffel Conrad Lochner 1768-1770: Consul ad interim sedert het overlijden van Hoffman tot aan de komst van de consul Reijs.
1769 Aankomst van Mahomet Bey, ambassadeur van de Bey van Tripoli, te ’s-Gravenhage, verzoekende ijzer, lood, kruid, snaphanen, scheepsmaterialen enz., dit verzoek werd afgeslagen doch een som van 18 guldens tot aankoop daarvan gegeven. R. 17 April 1769. Hij vertrekt in September op een ’s lands oorlogsschip.
Simon Reijs 1770-1773: (kanselier te Algiers), benoemd tot consul bij R. 20 Maart 1769. Komt te Tripoli 10 Mei 1770 en vertrekt 16 Juli 1773, nadat hij bij R. van 9 December 1772 benoemd was tot consul-generaal te Algiers.
George Chalmers waarnemend consul 16 Juli-8 November 1773 (R. 23 September 1773).
Nathaniël Warnsman 1773-1793: benoemd bij R. 9 December 1772 en R. 25 Januari 1773 komt te Tripoli 8 November 1773. Bij R. 29 September 1775 wordt hem om gezondheidsredenen verlof verleend; hij vertrekt in Augustus 1777 naar Holland en belast de Deense consul C.C. Lochner wederom met het consulaat ad interim. Warnsman komt 9 Januari 1780 te Tripoli terug. Door de Bascha van Tripoli in 1789 gelast te vertrekken, in October 1789 scheept hij op het fregat de Centaurus in, kapitein ’t Hooft en komt 23 October te Malta aan. Hij had de waarneming van het consulaat opgedragen aan de Venetiaanse consul Agostino Bellato. 24 September 1791 komt hij weer te Tripoli, waar hij met alle eer door de regering ontvangen wordt. In 1793 vertrekt Warnsman om de baden van Pisa te gaan gebruiken en stelt J.G. Kaupe aan tot waarnemend consul (R. 24 December 1793). Warnsman genoot o.a. in 1798 en 1799 een pensioen van f. 1500. In 1809 verzocht N. Warnsman, oud consul-generaal te Tripoli om herstel in die post of pensioen, en om vergoeding voor geleden verliezen. Bij Koninklijk Besluit van 24 October 1809 werd dit verzoek afgeslagen.
Johan Gijsbert Kaupe 1793-1803: door Warnsman in 1793 met de waarneming van het consulaat belast, wordt bij R. 28 Augustus 1795 benoemd tot vice-consul. Was consul o.a. 1798, 1801-20 Februari 1803.
A. Zuchet 1804-1810: waarnemend Chargé d’Affaires in 1800; kanselier en chargé d’Affaires 1804-26 Juni 1810.
1 Juli 1805 request van H. Haringman om aangesteld te worden tot consul te Tripoli.
J.H. van Kempen 1815: Consul te Tripoli. Was te Genua o.a. 15 April 1815. Nog in 1819.