1.10.16.01 Inventaris van het archief van de familie Calkoen, 1623-1970

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Inhoud en structuur van het archief

Inhoud

Zoals bij de meeste familiearchieven bevinden zich ook stukken van aanverwante families in het archief Calkoen, o.a. van de families van Akerlaken, Alewijn, Bicker, Corver Hooft, Dedel, van Doorn, Fontaine, Huydecoper, Huyghens, Lampsins, van Loon, Mercus, Muntor, Huyssart, Pols, van de Poll, Quina, Rendorp, Snouckaert van Schauburg, Vrolik, en van Weede. Alleen de kleine familiearchiefjes Bicker-Pels, van Loon en van Doorn-Akerlaken-Vrolik zijn van enig omvang, de overige bestaan uit enkele stukken.
Het overgrote gedeelte van de archivalia vormen de stukken van leden van de familie Calkoen, wat betreft de afstammelingen van Claes Calkoen en Elisabeth Danckerts. Van mr. Cornelis Calkoen, ambassadeur in Turkije en Saksen-Polen is het grootste gedeelte van het ambassade-archief uit zijn Turkse periode en het gehele ambassade-archief van zijn Saksisch-Poolse periode uit het archief bewaard gebleven.
In het archief treft men tevens interessante stukken aan over een flink aantal andere vooraanstaande families. Deze zijn in afzonderlijke rubrieken opgenomen. Het gaat om de families van Beek Calkoen, Bicker en Pels, Corver Hooft en Snouckaert van Schauburg, Van Doorn, Van Akerlaken en Vrolik, Fontaine, Huygens, Lampsins en De Wilt, Van Loon, Merkus, Muyssart, Van de Poll, Quina en Rendorp.

Gedeponeerde archieven

Aan het familiearchief zijn ook een drietal gedeponeerde archieven toegevoegd.
  • Ambachtsheerlijkheid Kortenhoef
  • Het Fontainehofje
  • Familiefonds 'Ad Pias Causas'
Ambachtsheerlijkheid Kortenhoef
De inv.nrs. 1699-1738 geven een interessante hoeveelheid informatie over de ambachtsheerlijkheid Kortenhoef. Deze ambachtsheerlijkheid is tegenwoordig gelegen in de provincie Noord-Holland, maar behoorde tijdens de republiek onder het Nederkwartier van het Sticht Utrecht.
In 1768 kocht mr. Abraham Calkoen (1729-1796) in die tijd baljuw en dijkgraaf van Amstelland, dijkgraaf van de Hoge Zeebrug en Diemerdijken, de ambachtsheerlijkheid Kortenhoef aan voor f. 12.500,--. Hij bezat daarmee in Kortenhoef het recht om o.a. de schout, secretaris, schipper en schoolmeester aan te stellen te ontslaan. Een belangrijk recht was dat hij verschillende tienden en cijnsen kon innen. Met de koop zijn ook enkele oudere stukken betreffende deze ambachtsheerlijkheid in het archief gekomen. Bij de aankoop werd een lijst met aanwezige archiefstukken overgedragen (zie inv.nr. 1699). In de Middeleeuwen beschikte het kapittel van St. Marie over het bezit van de rechtspraak, de cijnsen en alle tienden in Kortenhoef. Belangrijke bron vormt dan ook het archief van het kapittel van St. Marie in het Rijksarchief in Utrecht.
De ambachtsheerlijkheid Kortenhoef is in de loop der eeuwen in diverse handen overgegaan. In 1624 verkocht het kapittel van St. Marie de ambachtsheerlijkheid aan Jhr. Godard van Rheden, heer van Nederhorst (zie inv.nr. 1705). Aan de hand van transportakten, die grotendeels in het archief zijn opgenomen, kan men alle eigenaren, de heren van Kortenhoef, reconstrueren (zie inv.nrs. 1706, 1707, 1709, 1710). In 1717 komt de ambachtsheerlijkheid in het bezit van de Regenten van het St. Pietersgasthuis in Amsterdam en nemen zij daarmee de rechten over. De bemoeienissen van de familie Calkoen met Kortenhoef daten uit 1768, toen mr. Abraham Calkoen de ambachtsheerlijkheid aankocht (zie inv.nr. 1711).
Zie verder voor een beknopt historisch overzicht inv.nr. 1702. Zie voor een overzicht van de rechten van Abraham Calkoen als ambachtsheer van Kortenhoef inv.nr. 1720. Voor de lotgevallen van Kortenhoef t.t.v. de zgn. Franse Tijd (zie inv.nr. 1727). Mr. Abraham Calkoen en zijn gelijknamige zoon verzetten zich hevig tegen de teloorgang van de heerlijke rechten die de Franse tijd met zich meebrengt (inv.nr. 1729).
Het Fontainehofje
Petronella Fontaine-Calkoen (1680-1753) gaf bij testamentaire beschikking de executeurs van haar nalatenschap om op de Keizersgracht in Amsterdam een Fontainehofje te laten bouwen. Voor het stichten van dit hofje werd in 1753 een bedrag van f. 118.000,-- uit de nalatatenschap apart gezet. In 1754 kwam het Fontainehofje gereed. Leden van de familie Calkoen en aanverwante families werden erfelijk regenten.
De eerste archiefstukken betreffende dit hofje vangen echter pas een eeuw later, in l849, aan. Het jongste stuk dateert uit 1935. Het archief is van zeer beperkte omvang. Het behelst slechts een achttal inventarisnummers. Ruggegraat van dit archief vormt de serie ingekomen en enkele minuten van uitgaande brieven van leden van de familie Calkoen als regenten van dit hofje.
Familiefonds 'Ad Pias Causas'
Dit familiefonds is bij testamentaire beschikking gesticht door mr. Pieter Calkoen (1677-1723) (zie inv.nr. 1748). Het doel van dit familiefonds was om de renten van de in het fonds belegde gelden uit te keren aan familieleden die in financiële nood waren gekomen. In betere tijden konden ook niet familieleden een beroep op het fonds doen.
Het door de beheerders van dit familiefonds gevormde archief heeft een bescheiden omvang (slechts zeventien inventarisnummers) en bevat voornamelijk financiële bescheiden, bestaande uit een serie rekeningenboeken (1724-1935) met een aparte serie bijlagen bij deze rekeningen (1764-l821).

Verantwoording van de bewerking

In augustus 1965 schonk A. baron Calkoen, wonende in 's-Gravenhage, het archief aan het Algemeen Rijksarchief. Hier werd het archief in de periode 1965-1966 door G.W.J. van Bree, destijds als stagiair verbonden aan de Eerste Afdeling, geordend en beschreven. Na voltooiing van deze inventarisatiewerkzaamheden werd in december 1966 de rechtstitel waarop het archief berustte van inbewaringgeving veranderd in een schenking.
Wat de inventarisatiewerkzaamheden betreft valt op te merken dat er al eerder sprake van een zekere inventarisatie van het archief is geweest. Bij het inventariseren na de overdracht van het archief aan de Eerste Afdeling van het Algemeen Rijksarchief bleek dat het archief rond 1930 reeds globaal geordend en beschreven was. Hierbij was het herkomstbeginsel echter niet overal gerespecteerd.
Het archief raakte in de oorlogsjaren 1940-1945 dusdanig in wanorde dat een nieuwe ordening noodzakelijk bleek
Voor de lotgevallen van het archief tijdens de oorlogsjaren zie inv.nr. 1517.
. Bij de herinventarisatie zijn de stukken betreffende genealogie en heraldiek, waarvan de samensteller niet (meer) te achterhalen was, ondergebracht in de eerste hoofdafdeling: 'Stukken van algemene aard'. De stukken die zijn ontvangen en/of opgemaakt door een persoon zijn bij die persoon ondergebracht in de tweede hoofdafdeling: 'Stukken betreffende afzonderlijke families en personen'. In de groepen van stukken betreffende afzonderlijke families is, indien deze zeer uitgebreid zijn, zo mogelijk een onderverdeling aangebracht in de volgende rubrieken: correspondentie, personalia, functies, financiën en andere onderwerpen. Er is geen verdeling gemaakt tussen realia en personalia, daar de leden van de familie Calkoen niet veel en dan nog meestal voor kortere tijd vaste goederen en rechten hebben bezeten.
Tien jaar na de overdracht van het familiearchief aan het Algemeen Rijksarchief bleek dat er nog een belangrijk aantal stukken in familiebeheer waren achtergebleven. Deze werden in juni 1975 door de douairière baronesse Calkoen-van Sminia in eigendom aan de Eerste Afdeling overgedragen. Deze nagekomen stukken werden door G.P. Nijkamp geïnventariseerd en in oktober 1975 in de 'Collectie Calkoen supplement' ondergebracht.
Toen ondergetekende de inventaris van een nieuwe lay-out wilde voorzien leek het zinvol en zeer wenselijk om bovengenoemd aanhangsel met het 'moederarchief' zoals dat door Van Bree was geïnventariseerd te integreren. De stukken afkomstig uit de 'collectie Calkoen supplement' zijn op hun juiste plaats in het familiearchief Calkoen opgenomen en daarbij van een 'a' nummer voorzien. Dit kon zonder al te veel moeilijkheden gebeuren, ware het niet dat hoofdstuk II van het supplement 'Stukken, waarvan niet duidelijk is van welke persoon zij afkomstig zijn' als een apart onderdeel aan hoofdstuk IV van de inventaris zijn toegevoegd. Ondergetekende heeft aan de inventaris twee concordanties van stukken uit het supplementsarchief toegevoegd. De omvang van het archief was aanvankelijk 12 meter en na integratie van het supplementsarchief 12.5 meter.
Aan enige elementaire redigeerwerkzaamheden viel niet te ontkomen, doch deze zijn tot een minimum beperkt gebleven. Tenslotte werd een beknopte gebruikersaanwijzing aan de inventaris toegevoegd. Hopelijk is met deze werkzaamheden een betere raadpleging van het archief gewaarborgd, zodat nog meer onderzoekers hun weg naar dit belangrijke familiearchief weten te vinden.
Het geheel wordt afgesloten met een drietal bijlagen, die genealogische overzichten van de families Calkoen, Bicker en Van Loon behelzen. Een index op persoons- en aardrijkskundige namen complementeert het geheel.
's-Gravenhage, maart 1992
Drs. H. Spijkerman
In juli 2010 zijn de toegangen 1.10.16.01 en 1.10.16.02 samengevoegd tot één geheel, de huidige versie.
Deze archiefinventaris omvat de vervallen archiefinventarissen:
Oud nummer Titel
1.10.16.01 Inventaris van het archief van de familie Calkoen, 1623-1970
1.10.16.02 Inventaris van de collectie Calkoen Supplement, (1677) 1738-1970