Verantwoording van de bewerking
Het archief was oorspronkelijk in het bezit van de nakomelingen van Albert Carel Snouckaert van Schauburg (nr. 25), de oudste broer van Reyndert Snouckaert van Schauburg. Diens zoon, eveneens Albert Carel Snouckaert van Schauburg geheten (nr. 37), ordende het archief en voorzag het in het jaar 1864 van een inventaris.
Zie inv. nr. 1.
De allerlaatste ordening die in 1879 door de familie werd aangebracht werd - wederom - door een Albert Carel Snouckaert van Schauburg (nr. 40) ondernomen.
Zie inv. nr. 6.
Bij zijn inventarisatiewerkzaamheden volgde hij tot nr. 595 de ordening die eerder door zijn vader was aangebracht. Deze laatste ordening is de basis geweest voor de plaatsingslijst die in 1980 door J.A.A. Bervoets van het familiearchief Snouckaert van Schauburg werd gemaakt.
Ibidem.
Een belangrijke aanwinst die in de loop der jaren aan het archief werd toegevoegd is de zogenaamde "Vlaamse Verzameling" die door Albert Carel Snouckaert van Schauburg (1841-1902) tijdens een reis door Vlaanderen (1895) werd aangetroffen. Het gaat hier om ca. 2 meter archiefstukken, hoofdzakelijk betreffende de tak Snouckaert van Zomergem. Deze aanvulling op het familiearchief werd door hem in aparte inventarissen beschreven.
Zie inv. nrs. 3 en 8. Het betreft hier grotendeels processtukken. Zie hiervoor eveneens: Smit, J. Th. de, Chronologische lijsten van de geëxtendeerde sententiën en procesbundels (dossiers) berustende in het archief van de Grote Raad van Mechelen, 4 delen, 1966-1979.
Uit deze aanwinst werden, nadat het achter het oorspronkelijke familiearchief Snouckaert van Schauburg was geplaatst, vele stukken gelicht en tussen de familiepapieren Snouckaert van Schauburg gevoegd waardoor de relatie tussen de stukken en de bijbehorende inventarissen van de "Vlaamse Verzameling" ernstig verstoord raakte. Bovendien werd de inventaris Snouckaert van Schauburg niet aangepast aan de vele aanvullingen die op deze wijze op het bestaande archief werden gemaakt.
Voor zo ver de stukken die uit de zogenaamde "Vlaamse Verzameling" door mij konden worden achterhaald zijn deze in de concordans als de onderstreepte nummers te herkennen.
Ordening van het archief
Het oudste stuk van het archief stamt uit 1498 en het jongste uit 1986 zodat als datering voor de voorliggende inventaris 1498-1986 is gekozen.
Respectievelijk inv. nr.s 1421 en 7.
Voor de aanvang van de door mij in 1986 voltooide inventarisatiewerkzaamheden aan het familiearchief Snouckaert van Schauburg vielen twee oudere ordeningen te traceren. De oudst aantoonbare ordening was degene die door Albert Carel Snouckaert van Schauburg in 1864 werd aangebracht.
Inv. nr. 1.
In 1879 werd er door genoemde Albert Carel Snouckaert van Schauburg een nieuwe inventaris van het archief gemaakt. Deze laatste inventarisatie heeft als basis gefungeerd voor de bewerking van het archief door J. Bervoets welke in 1980 werd voltooid.
Inv. nr. 6.
Geen van deze oude ordeningen heeft als basis kunnen dienen voor de huidige inventarisatie. De beschrijving en indeling van de oude inventarissen werd namelijk vrijwel geheel beheerst door het belang dat de stukken voor de familiegeschiedenis en de genealogie van het geslacht Snouckaert van Schauburg hadden. Zo werden bijvoorbeeld vele financiële stukken niet beschreven aangezien deze vanuit het oogpunt van de familiegeschiedenis bezien van ondergeschikt belang werden geacht. In de oude inventarissen waren de stukken die van belang waren voor de familiegeschiedenis en afstamming van het geslacht Snouckaert van Schauburg, globaal gesproken, vrij zorgvuldig beschreven en onder de naam van de desbetreffende persoon in een grote rubriek geplaatst. Vele volgens de opeenvolgende inventarisatoren onbelangrijk geachte stukken werden niet beschreven of onder een beschrijving met de aanduiding "varia" ondergebracht.
Aangezien deze wijze van beschrijven voor de moderne archivistische techniek onvoldoende aanknopingspunten bood om hier een aanvaardbaar ordeningssysteem op te kunnen grondvesten, is de oude ordening nagenoeg geheel losgelaten en vervangen door een nieuwe ordening. De inventaris bestaat uit de volgende vijf hoofdafdelingen:
- Stukken van algemene aard
- Stukken van persoonlijke aard
- Stukken van zakelijke aard
- Verzamelde stukken
- Stukken waarvan het verband met het archief niet duidelijk is
Overeenkomstig de aard van een familiearchief is de hoofdafdeling "Stukken van persoonlijke aard" onderverdeeld naar de personen waarvan deze bescheiden afkomstig zijn. Bij de ordening van de "Stukken van zakelijke aard" werd voor een topografische indeling gekozen. Indien de duidelijkheid en/of de hoeveelheid stukken dit noodzakelijk maakte is een nadere onderverdeling in subrubrieken toegepast:
- Privéleven
- Financiën (en eigendommen)
- Loopbaan
- Nalatenschap(pen)
Bij de inventarisatie van de persoonlijke stukken is gekozen voor een persoonsgewijze indeling van het gehele archief welke eveneens consequent is doorgezet bij de gehuwden. De echtgenoten hebben beiden een gelijkwaardige rubriek onder hetzelfde nummer (bijv. 10a en 10b). Om problemen bij het ineenzetten en het raadplegen van de inventaris te vermijden zijn de stukken die op hen beiden betrekking hebben ondergebracht bij de echtgenoot.
Daar het de overzichtelijkheid van de inventaris ten goede kwam is in enkele gevallen gekozen voor een fijnere onderverdeling van de hiervoor genoemde vier rubrieken in subrubrieken. Binnen de rubrieken en hun subrubrieken is, behalve bij de hoofdafdeling "Stukken van algemene aard" een chronologische ordening toegepast.
In enkele gevallen is er van afgeweken de naam van de man doorslaggevend te laten zijn voor de plaatsing van de archiefbescheiden (zie 11a en b, 12a en b, 45a en b, 47a en b, 67a en b en 72a en b). Dit leek de meest logische oplossing aangezien mag worden aangenomen dat degenen die het voorliggende archief zullen raadplegen hoofdzakelijk geïnteresseerd zullen zijn in een snelle en doeltreffende wijze van zoeken waarbij de familienaam als handvat kan worden gehanteerd. Op grond van dezelfde overwegingen is de correspondentie zoveel mogelijk onder aparte nummers per correspondent uitgesplitst. Hierdoor word de intensieve en omvangrijke correspondentie tussen de diverse familieleden zo toegankelijk mogelijk gemaakt. Met behulp van de index en de aparte nummering per correspondent vallen de talloze brieven op eenvoudige wijze te traceren en te raadplegen.
De genealogische aantekeningen zijn in een afdeling bijeengeplaatst. De overwegingen bij deze beslissing zijn geweest dat deze stukken op een dergelijke wijze maximaal toegankelijk zijn geworden terwijl plaatsing van bij de personen die deze stukken hebben geproduceerd het raadplegen niet eenvoudiger zou hebben gemaakt. Bovendien was het onmogelijk de stukken alle in de juiste rubriek onder te brengen aangezien het in de meeste gevallen niet was te achterhalen bij welk familielid deze stukken oorspronkelijk waren ingekomen of opgemaakt. Een dergelijke werkwjze zou door de vele hieraan inherente arbitraire beslissingen de ordening meer schade dan voordeel hebben opgeleverd.
Inv. nrs. 1.82.
.
Mevrouw van Iterson was voor het zetwerk verantwoordelijk.
W.D. Post,
06/11/1986