1.11.06.14 Inventaris van de digitale duplicaten van de WIC-archieven, aanwezig in de New York State Archives te Albany, 1630-1682

Dit archief bestaat uit de overgebleven administratie van de WIC tijdens de aanwezigheid in Noord-Amerika.
Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

De WIC in Noord-Amerika

De Nederlandse aanwezigheid in Noord-Amerika strekt zich uit over de periode 1609 tot 1664. In 1624 werd de kolonie Nieuw-Nederland gesticht. In 1667 deed de Republiek der Verenigde Nederlanden bij de Vrede van Breda officieel afstand van deze kolonie. In 1673 werd de kolonie voor een korte periode heroverd, waarna in 1674 met de Vrede van Westminster een definitief einde kwam aan het Nederlandse bestuur. De Nederlandse aanwezigheid in Noord-Amerika begon al voor de oprichting van de West-Indische Compagnie (WIC) in 1621. In opdracht van de VOC voer Henry Hudson in 1609 naar het Amerikaanse continent, op zoek naar een andere route naar Azië. De daaruit ontstane bonthandel met het Amerikaanse kustgebied leidde in 1614 tot de oprichting van de Nieuw-Nederland compagnie. Dit was een samenwerking tussen verschillende Amsterdamse handelshuizen. Deze werd in 1621 opgeheven en ging op in de WIC. De in 1621 opgerichte WIC uit vijf kamers: Amsterdam, Zeeland, Maze, Stad en Lande en het Noorderkwartier. De Staten-Generaal verleende de nieuwe compagnie een octrooi voor 24 jaar. Het bestuur bestond uit de Heren XIX waarin de verschillende kamers vertegenwoordigd waren. De permanente aanwezigheid van de WIC in Noord-Amerika begon in 1624 met de stichting van de nederzetting Nieuw-Amsterdam op het zuidelijke puntje van de plek die we nu kennen als New York of specifieker als Manhattan. In de eerste decennia bleef de omvang de kolonie en het aantal kolonisten beperkt en lag de nadruk op het belang van Nieuw-Amsterdam als handelspost. Vanaf de jaren 50 van de 17e eeuw nam het aantal kolonisten toe. De belangrijkste andere koloniale macht in dit deel van de wereld waren de Engelsen, die zich zowel ten noorden als ten zuiden van de Nederlandse kolonie al hadden gevestigd.

Raad van Nieuw Nederland

Een groot aantal series in deze toegang betreffen series die gevormd zijn door de vertegenwoordigers van de WIC in de kolonie. Het bestuur van de kolonie bestond uit een gouverneur of directeur, die werd geassisteerd door een raad, de Raad voor Nieuw-Nederland, en een secretaris/griffier. In de beginperiode van de kolonie waren de gouverneur en raad zowel de rechtsprekende, wetgevende als uitvoerende macht in de kolonie. De griffier van de raad was verantwoordelijk voor het vastleggen en herkennen van officiële documenten die mogelijk in rechtszaken konden worden gebruikt. Samen met de directeur-generaal en andere raadsleden was hij ook lid van de Raad voor Nieuw-Nederland, het belangrijkste bestuursorgaan in de kolonie. De Raad en de directeur-generaal ontwierpen en voerden wetten uit die verband hielden met het reilen en zeilen van de kolonie. De raad was ook een rechtsprekend orgaan, verantwoordelijk voor zaken die tot de doodstraf konden leiden. Het was het beroepsorgaan voor uitspraken van de schepenbanken in de kolonie en de lokale schepenbank voor Nieuw Amsterdam. Met de groei van de kolonie kwam er behoefte aan een uitgebreider bestuurlijk en juridisch systeem. In 1647 werd de Raad van Negen ingesteld, een raad bestaande uit vooraanstaande kolonisten. Deze raad was verantwoordelijk voor arbitrage in zaken tussen kolonisten, bijvoorbeeld in zaken als conflicten over grondbezittingen en handelsrechten. Tegen beslissingen van de Raad van Negen kon beroep worden ingesteld bij de Raad van Nieuw-Nederland. Vanaf 1653 kreeg Nieuw-Amsterdam stadsrechten. Dat betekende dat de Raad van Negen vervangen werd door een schout en een college van burgemeesters en schepenen. De Raad van Nieuw-Nederland werd hierna het hof van beroep voor beslissingen van de stad Nieuw-Amsterdam en de andere nederzettingen in de kolonie. Daarnaast concentreerde de Raad zich op het bestuur van de kolonie als geheel en de contacten met de aangrenzende Engelse, Franse en Zweedse kolonies. De door de Raad gevormde stukken zijn in verschillende series te vinden. De belangrijkste serie zijn de minuten van de vergaderingen van de Raad tussen 1638 en 1665.

Schepenbank (Fort Oranje)

De WIC verleende op 10 april 1652 zelfbestuur aan fort Oranje en de nederzetting Beverwijck. Een Raad van Justitie (schepenbank) werd opgericht met uitvoerende, wetgevende en rechtsprekende taken binnen het aangewezen grondgebied. Deze bestuursraad hield verslagen bij van haar zittingen, en beheerde documenten over verschillende transacties en interacties tussen leden van de gemeenschap. De rechtshandelingen werden in aanwezigheid van de secretaris vastgelegd in geschreven contracten met de handtekening van de contractpartijen.

Gouverneur in Curaçao/directeur-generaal van Nieuw-Nederland en de Caraïbische eilanden

Deze toegang bevat een belangrijke serie archivalia met betrekking tot de Nederlandse kolonien in het Carabisch gebied, Curaçao, Aruba en Bonaire. Het gaat hier tevens om de oudste archiefstukken met betrekking tot de Nederlandse aanwezigheid in dat deel van de wereld. De inname van Curaçao door de WIC ten koste van een kleine Spaans garnizoen in 1634 had verschillende redenen. De WIC zocht een uitvalsbasis voor handel en de kaapvaart in dit gebied, ten opzichte van de belangrijkste concurrent Spanje. Ook zocht de WIC naar zout op de eilanden. Onder het gezag van Petrus Stuyvesant, die in 1642 tot gouverneur werd benoemd, werd Curaçao een belangrijk handelscentrum. Er werd ook volop handel gedreven tussen Nieuw Nederland en Curaçao. Nieuw Nederland leverde bouwmaterialen aan de Carabische eilanden, vanaf Curaçao kwam er campechehout (grondstof voor verf) en slaven naar Nieuw Nederland. Vanaf Aruba kwamen er wilde paarden naar Nieuw Nederland en vanaf Bonaire kwam er zout voor de haringverwerking. In 1645 werd Peter Stuyvesant door de WIC benoemd als gouverneur van Nieuw-Nederland. Bij vertrek uit Curaçao in 1644 nam hij het bestuursarchief mee.Het gevormde archief uit deze periode had daar volgens het herkomstbeginsel moeten blijven. Een aantal stukken zou Stuyvesant formeel moeten overgedragen aan de WIC. Stuyvesant liet echter afschriften maken van de stukken en nam zelf de originelen mee naar Nieuw Amsterdam. Afschriften die op Curaçao achterbleven of die aan de WIC werden overgedragen zijn verloren gegaan, de stukken die door Stuyvesant naar Nieuw Amsterdam werden meegenomen zijn daar bewaard gebleven.

New York Colony Council

Na de Engelse machtsovername in 1664 bleven er Nederlandse kolonisten actief in het lokale bestuur en in de lokale rechtspraak. Dit gebeurde weliswaar onder het gezag van de Engelse koloniale raad, gevestigd in New York, maar het Nederlands werd nog enige tijd gebruikt in de gevormde documenten.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Na de Britse verovering van de Nederlandse kolonie in 1664 kwam de WIC administratie in Engelse handen. In 1673 kwamen de archieven nog weer kort in Nederlandse handen om een jaar later definitief in Engelse handen te komen. De Engelse secretaris van de Colony of New York bleef de archieven uit de Nederlandse periode beheren, tot het begin van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog in 1775. In deze periode verbleven de archieven in het huis van een lid van het New Yorkse stadsbestuur en werden ze bijna vernietigd terwijl ze aan boord lagen van een Brits schip in de haven van New York. In 1776 werden de archieven op last van het New Yorkse Provincial Congress verplaatst naar Kingston, de eerste hoofdstad van de staat New York. Aan het einde van de oorlog keerden de archieven terug in New York. Toen Albany in 1797 de hoofdstad werd van de staat New York werden de archieven naar deze stad verplaatst en vielen ze onder het beheer van de Secretary of State. Rond 1850 werd Dr. E. B. O’Callaghan gevraagd om de Nederlandse archivalia te reorganiseren. Van de oorspronkelijke 46 ingebonden delen met Nederlandse documenten werden 22 nieuwe ingebonden delen gemaakt. Er werd daarbij een onderscheid gemaakt tussen verschillende documenttypes en de documenten werden chronologisch geordend. In 1881 werden deze 22 delen overgedragen aan de Manuscripts Division van de New York State Library in Albany. In 1911 werd het gebouw van de New York State Library vernietigd in een brand, maar het grootste deel van de Nederlandse archivalia werd daarbij gered. De in de 19e eeuw aangebrachte ordening is niet meer wezenlijk veranderd. In de jaren ’80 van de twintigste eeuw zijn alleen de archivalia die gevormd zijn in Curaçao afgescheiden in een aparte serie. Zodoende werd het onderscheid tussen in Nieuw Nederland gevormde archivalia en Nederlandstalige archivalia duidelijker gemaakt. In deze toegang vind u wel alle archieven die in beide categorieën vallen.