Inhoud
Het archief van het Ministerie van Oorlog, bestaat uit drie afdelingen: het gewoon archief, het geheim archief, beide over de periode 1798-1810, en de archieven van de liquidateurs van het ministerie gedurende de inlijving van Holland bij het Franse keizerrijk (1811-1813). Deze archieven zijn, zoals in die tijd gebruikelijk, chronologisch ingedeeld. Zij bestaan uit een serie minuut-besluiten en -brieven, het verbaal genaamd, een serie ingekomen stukken, de relatieven tot het verbaal, Met daarop als toegang een serie alfabetische en onderwerpsgewijze indices, resp. de klapper en de index.
1 Gewoon archief
Het gewoon archief van het ministerie laat zich in twee delen onderscheiden, en wel het archief over de periode 17 februari 1798 tot en met 20 april 1800 en het archief over de periode 21 april 1800 tot en met 31 december 1810.
1.1 Periode 1798-1800
In dit tijdvak heeft iedere afdeling van het ministerie een eigen archief gevormd, elk bestaande uit een verbaal, de relatieven tot het verbaal en agenda's, met als toegang een later vervaardigde centrale index naar alle agenda's verwijzend. Het verbaal van iedere afdeling bestaat uit de concepten of minuten van de besluiten, adviezen en uitgaande brieven, voorbereid door die afdeling. Deze chronologisch geordende concepten of minuten zijn niet genummerd. De adviezen aan het uitvoerend bewind bevinden zich echter niet in het verbaal van de betreffende afdeling, maar in een algemene serie 'adviezen aan het Uitvoerend Bewind' (inv.nrs. 11-26). De relatieven tot het verbaal, de ingekomen brieven, liggen op nummer dat ieder stuk bij het opleggen in het archief heeft gekregen. Deze maandelijkse nummering is min of meer chronologisch en staat ook vermeld in de derde kolom van de agenda. De ingekomen decreten van het uitvoerend bewind zijn eveneens per maand genummerd, evenwel niet voor iedere afdeling afzonderlijk, maar in één serie voor het gehele ministerie (inv.nrs. 1-10).
In de agenda zijn alle ingekomen en uitgaande stukken ingeschreven. Het agendablad is in negen kolommen verdeeld:
-
eerste kolom:
In deze kolom is de datum van het ingekomen stuk zelf vermeld.
-
tweede kolom:
Hierin zijn de namen en eventueel kwaliteiten en woonplaatsen van de afzenders vermeld.
-
derde kolom:
De in deze kolom vermelde getallen verwijzen naar de ingekomen stukken in de serie 'relatieven tot het verbaal' of in de serie 'ingekomen decreten van het Uitvoerend Bewind'. Als in deze derde kolom geen getal vermeld staat, dan kan in één kolom van de volgende kolommen een verdere verwijzing staan. Staat daar evenwel niets of enkel 'in advys' dan is het stuk niet bewaard gebleven. Slechts zelden treft men een ongenummerd in advies gehouden stuk in de serie relatieven aan.
-
vierde kolom:
In de vierde kolom staat, naast de korte inhoud van het ingekomen stuk soms vermeld 'stukken van eerste expeditie', waarmee dan een initiatiefbrief is bedoeld, waaraan geen ingekomen stuk is voorafgegaan.
-
vijfde kolom:
In de vijfde kolom staat zelden een aantekening. Deze kolom werd enkel gebruikt door het Comité te Lande, dat een overigens niet bewaarde centrale agenda gebruikt heeft.
-
zesde kolom:
In de zesde kolom staan doorgaans aantekeningen als 'in advys', 'ter notificatie'.
-
zevende kolom:
In deze kolom staat zelden een getal. Zo het er staat, dan heeft het geen andere betekenis dan het afnummeren van de besluiten in de agenda. De besluiten en uitgaande brieven tezamen het verbaal vormend, zijn immers niet genummerd.
-
achtste kolom:
Deze besluiten en uitgaande brieven zijn in de achtste kolom in het kort omschreven.
-
negende kolom:
Hier staan aantekeningen vermeld die voor zichzelf spreken.
Hierop is als centrale toegang de index, welke verwijst naar de agenda's van elk der bureaus en afdelingen. De verwijzing in de index bestaat uit één of twee letters en een getal. De letters verwijzen naar de afdelingsagenda's:
-
A
Departement van Administratie
-
BG
Generaal Bureau
-
BW
Departement van Burgerbewapening
-
F
Departement van Financiën
-
FrZ of FZ
Franse Zaken
-
M
Departement Militair
Het getal wijst naar het folio van de betreffende agenda. In de index is ieder besluit en ingekomen stuk onderwerpsgewijs onder bepaalde 'hoofden' of 'respekten' ingeschreven. Voorin de index bevindt zich een zgn. hoofdenlijst, een alfabetische lijst van alle in de index voorkomende onderwerpen. Bij onderwerpen die in de index niet onder een eigen hoofd zijn genoemd, staat in deze hoofdenlijst veelal een verwijzing naar het hoofd waaronder dat onderwerp in de index is opgenomen. In de index zelf staan de hoofden ook alfabetisch.
Een klapper op namen van afzenders, verwijzend naar de agenda's, is enkel gehouden in 1798. Deze klapper is alfabetisch, doch niet lexicografisch.
Schematisch is de onderzoeksmethode als volgt:
Het onderwerp wordt in de hoofdenlijst opgezocht, die verwijst naar de index. De index verwijst naar één van de zes agenda's. De agenda verwijst naar het besluit of uitgaande brief in het betreffende verbaal of naar de adviezen aan het uitvoerend bewind (datum). De agenda verwijst ook naar de ingekomen brief of het ingekomen decreet van het uitvoerend bewind (getal in de derde kolom).
1.2 Periode 1800-1810
Na de administratieve reorganisatie in april 1800 heeft men de stukken van de afdelingen van het Ministerie van Oorlog in één centraal archief opgeborgen. Het archief vanaf 21 april 1800 bestaat uit een maandelijks verbaal, de minuutbesluiten, -adviezen en -brieven, met daarachter afzonderlijk de ingekomen stukken, de relatieven tot het verbaal, eveneens per maand. De tot het verbaal behorende besluiten, adviezen en uitgaande brieven zijn over de periode 1800 tot 1807 ingebonden. Ieder blad, ongeacht of er één of meer besluiten of slechts een gedeelte van een besluit op vermeld is, is genummerd. Deze foliëring van het verbaal, die ieder jaar opnieuw begint, is volgehouden tot 1 juli 1808.
Daarnaast is ieder besluit of uitgaande brief van een afzonderlijk dagnummer voorzien. Van april tot en met oktober 1800 werd hiervoor het agendanummer van de ingekomen brief gebruikt. De besluiten zijn in deze periode dan ook niet van een doorlopend nummer voorzien, omdat de ingekomen stukken niet in dezelfde volgorde werden afgedaan, waarin ze zijn binnengekomen. Vanaf 28 oktober 1800 zijn de besluiten en uitgaande brieven van het verbaal per dag van een doorlopend nummer voorzien. De ingekomen stukken de relatieven, zijn niet opgeborgen op datum van ontvangst 'receptum' of 'exhibitum', maar op datum van afdoening 'factum'. Ze liggen in dezelfde volgorde als ze in het verbaal zijn vermeld en vanaf 28 oktober 1800 op dagnummer van het besluit in het verbaal. Niet afgedane, in adviesgehouden stukken zijn tot een afzonderlijke serie verenigd (inv.nrs. 1260-1271).
Agenda's zijn niet bewaard gebleven.
De index is vrijwel identiek ingericht als die over de periode februari 1798 tot april 1800. Ook in de periode 1800 tot 1810 is ieder besluit en ingekomen stuk onderwerpsgewijs onder bepaalde hoofden of respekten ingeschreven. De index verwijst evenwel niet naar de agenda, maar naar het verbaal. Voor de jaren 1800, 1801 en 1802 bestaat de verwijzing uit de datum en het folionummer van het verbaal, b.v.: Res. 28 februari 1801 fol. 3617. De index van 1804 tot en met 1810 verwijst naar de datum en nummer van het besluit, b.v.: Res. 27 november 1806, nr. 14. De index van 1803 noemt zowel de datum en het nummer van het besluit, als het folionummer van het verbaal.
Een klapper op namen van afzenders, verwijzend naar de index, is gehouden van december 1801 tot en met 1810. De klapper is alfabetisch doch niet lexicografisch.
Schematisch is de onderzoeksmethode als volgt:
Het onderwerp wordt in de hoofdenlijst opgezocht, die verwijst naar de index. De index verwijs naar het verbaal, d.m.v. de datum van het besluit of de uitgaande brief en het folio (1800-1803) of het dagnummer van dat besluit (1803-1810). Het ingekomen stuk dat tot het besluit aanleiding heeft gegeven, ligt in dezelfde volgorde als de besluiten in het verbaal.
1.3 Buiten verbaal gehouden stukken
Naast de series verbalen, relatieven en indices is er een hoeveelheid stukken die daarbuiten is gebleven. Deze stukken zijn in een afzonderlijke onderafdeling ondergebracht. Hiertoe zijn vooral te rekenen enige verzamelingen extract-resoluties, omvangrijke bijlagen tot het verbaal en comptabele registers, waartoe ook de stamboeken en pensioenregisters te rekenen zijn. Deze beide laatste vormen evenwel een aparte verzameling en zijn in een afzonderlijke inventaris beschreven door middel van een klapper op naam van de militair toegankelijk gemaakt.
Een aantal uittreksels uit de stamboeken, die naar het ministerie waren ingezonden, is uit de serie relatieven gelicht en eveneens bij de verzameling stamboeken geplaatst. Verwijzing van en naar het verbaal en van en naar deze verzameling zijn uiteraard aangebracht.
2 Geheim archief
In het geheim archief zijn het verbaal, de minuten van besluiten en uitgaande brieven, en de relatieven tot het verbaal, de ingekomen stukken, in één serie samengevoegd. De ingekomen stukken zijn niet op datum van ontvangst 'receptum' gelegd, doch op datum van afdoening 'factum', tezamen met de minuut. Over de periode november 1798 tot 20 april 1800 zijn de ingekomen stukken en minuten elk van een maandelijks doorlopend nummer voorzien. De index verwijst in deze periode naar de datum van het besluit en naar het folionummer van een agenda. Deze agenda is niet meer aanwezig. Over de periode 21 april 1800 tot 8 december 1801 is alleen het verbaal gefouilleerd. De index verwijst naar het folionummer van het verbaal. Van 15 december 1801 tot ultimo 1810 is het verbaal per dag genummerd. De index die over 1807 slechts gedeeltelijk en over 1808, 1809 en 1810 in het geheel niet aanwezig is verwijst dan naar de datum en het nummer van het verbaal.
3 Archieven liquidateurs
In het archief van de secretaris-generaal als liquidateur van het ministerie (januari-augustus 1811) zijn het verbaal, de minuten van besluiten en uitgaande brieven, en de relatieven tot het verbaal, de ingekomen stukken, in één serie samengevoegd. De ingekomen stukken zijn niet op datum van ontvangst 'receptum' gelegd, maar op datum van afdoening 'factum', tezamen met de minuut. De ingekomen stukken, elk voorzien van een dagnummer zijn ingeschreven in een agenda, die tevens verwijst naar de datum en het nummer van het afdoeningsbesluit. Het verbaal is maandelijks genummerd, waarvan het nummer tevens het nummer is van de in dat besluit vermelde uitgaande brief. De uitgaande brieven zijn afgeschreven in registers, waarop klappers op de namen van de geadresseerden zijn vervaardigd. Ingekomen stukken die niet zijn afgedaan, bevinden zich, voorzover bewaard gebleven, in het archief van de liquidateur Kesman (inv.nr. 1468).
In het archief van de liquidateur Kesman (september 1811 - november 1813) zijn het verbaal, de minuten van besluiten en uitgaande brieven, en de relatieven tot het verbaal, de ingekomen stukken, in één serie samengevoegd. Het verbaal en de relatieven zijn elk afzonderlijk genummerd, hoewel de ingekomen stukken bij de minuten liggen, waarbij ze zijn afgedaan. Daar de nummering niet geheel overeenstemt met de chronologie der stukken, bestaat de indruk dat deze later is aangebracht. Een klapper of index als toegang op dit archief ontbreekt. Het archief van de Commission de la Liquidation (1812-1813) is gevormd door M. Piepers. Het bestaat uit het secretariaatsarchief en uit stukken van Piepers als lid van deze commissie.
Verantwoording van de bewerking
In deze inventaris heb ik de archieven beschreven van organen van de centrale overheid, die belast geweest zijn met de defensie te lande. Al deze archieven waren reeds eerder beschreven, doch de beperkte bruikbaarheid van deze oude inventarissen maakte herinventarisatie noodzakelijk. Voor de archieven van het Comité te Lande, het Ministerie van Oorlog en de eerste commissaris der Franse troepen werd nog steeds gebruik gemaakt van de manuscript-inventaris van J.H. Hingman, vervaardigd kort na de overname van deze archieven door het Rijksarchief in 1855. In deze inventaris van Hingman werden de archieven van het Ministerie van Oorlog en van het daaraan voorafgaande Comité te Lande als één geheel beschreven, als betrof het een archief van één orgaan onder verschillende namen. Daar de taak en de organisatie van het Comité te Lande wezenlijk verschilden van die van het Ministerie van Oorlog, heb ik beide archieven nu afzonderlijk beschreven. Dit temeer omdat het Comité te Lande niet alleen de voorloper is van het Ministerie van Oorlog, maar ook van het Ministerie van Financiën en van de Hoge Militaire Vierschaar. Het Comité te Lande is in 1798 als het ware in drieën uiteen gevallen. Met het archief is dit letterlijk gebeurd. In 1803 en 1808 zijn van de archieven van de Raad van State en van het Comité te Lande stukken afgesplitst en overgedragen aan het Ministerie van Financiën en aan de Hoge Militaire Vierschaar. Uitgangspunt bij deze inventarisatie is de organisatie van het Comité te Lande en van het Ministerie van Oorlog. De stukken zijn zoveel mogelijk geordend naar afdelingen en bureaus en daarbinnen van algemeen (verbaal, relatieven) naar bijzonder (stukken waarvan het onderwerp in de beschrijving is vermeld). De toepassing van dit ordeningsbeginsel leidde tot het terugvoeren van diverse stukken uit andere archieven naar de hier beschrevene.
De stukken van het Departement (Afdeling) van Financiën van het Comité te Lande zijn gedeeltelijk door het Ministerie van Financiën overgedragen en reeds door Hingman bij het archief van het Comité te Lande geplaatst en gedeeltelijk door mij van het archief van het Ministerie van Oorlog afgesplitst. De stukken van de advocaat-fiscaal en van de commissarissen tot de zaken der justitie zijn gedeeltelijk afkomstig uit het archief van de Hoge Militaire Vierschaar en gedeeltelijk uit het familiearchief Thomassen à Thuessink, berustend in het Rijksarchief in Overijssel. Ook uit particulier bezit zijn de stukken gekomen van de commissarissen tot de Franse Zaken (Heldewier) en van de personele commissie der defensie (Loncq). De stukken van het Bureau van Liquidatie tenslotte zijn door mij afgesplitst van het ministeriearchief.