2.02.24 Inventaris van het archief van de Raad van State: Afdeling Geschillen van Bestuur: Toegangen en Notulen, 1945-1996

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Sluiten

Zoekhulpen bij dit archief

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Positie van de Raad van State in het staatsbestel

De Raad van State behoort met onder andere de Staten-Generaal, de Algemene Rekenkamer en de Nationale Ombudsman tot de Hoge Colleges van Staat. De geschiedenis van de Raad van State gaat terug tot de zestiende eeuw, toen door Keizer Karel V onder de naam Conseil d'Etat een adviserend lichaam in het leven werd geroepen. In ons huidige staatsbestel vervult de Raad belangrijke adviserende en rechtsprekende functies die voortvloeien uit de zorg voor een goede, evenwichtige en harmonische wetgeving alsmede uit de zorg voor de bescherming van de rechtspositie van de burger ten opzichte van de overheid en van een lagere tegenover een hogere overheid. De Grondwet wijdt enkele artikelen aan de Raad van State. De verdere regeling is neergelegd in de Wet op de Raad van State. Ingevolge het Statuut voor het Koninkrijk treedt de Raad van State op als Raad van State van het Koninkrijk.
    Samenstelling van de Raad van State:
  • Voorzitter: Hare Majesteit de Koningin
  • Leden van het Koninklijk Huis die zitting hebben (N.B. Situatie per 31 december 1996):
    1. ZKH Claus, Prins der Nederlanden
    2. ZKH Willem-Alexander, Prins van Oranje, Prins der Nederlanden
  • Vice-President
  • Staatsraden: ten hoogste 28; onder wie de Voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak
  • Staatsraden in buitengewone dienst; ten hoogste 25

Taken Raad van State

  • Het uitbrengen van adviezen aan het Staatshoofd op het terrein van de wetgeving en bestuur. Deze adviserende taak wordt uitgeoefend door de Volle of Plenaire Raad, daartoe verdeeld in afdelingen die elk betrekking hebben op een departement.
  • Het tijdelijk uitoefenen van het koninklijk gezag onder bepaalde omstandigheden. De Grondwet noemt een aantal situaties waarin de Raad van State het koninklijk gezag waarneemt, zolang noch een koning, noch een regent dit uitoefent. Dergelijke situaties hebben zich sedert 1861 slechts gedurende twee korte tijdvakken in de jaren 1889 en 1890 voorgedaan.
  • De behandeling van administratieve beroepen en andere geschillen, voor zover de beslissing opgedragen is aan de Kroon. Deze adviserende taak van de Raad wordt uitgeoefend door de Afdeling voor de Geschillen van Bestuur, verdeeld in een aantal kamers. Met ingang van 1 januari 1988 is de regeling met betrekking tot het Kroonberoep door het inwerkingtreden van de Tijdelijke wet Kroongeschillen, TwK, nogal ingrijpend veranderd.
  • Het beslissen in bij de Wet administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen (Wet Arob) opgedragen geschillen. Deze rechtsprekende taak van de Raad wordt uitgeoefend door de Afdeling Rechtspraak, verdeeld in een aantal kamers.
Voor een uitgebreide institutionele inleiding verwijs ik naar PIVOT-rapport nr. 17 DRIEMAAL 's RAADS RECHT.

Wet op de Raad van State

De Wet op de Raad van State, zoals voor de eerste keer tot stand gekomen op 21 december 1861 (Stb. 1861, 129), was de vervulling van de in de Grondwet gestelde opdracht, om de samenstelling en bevoegdheden van de Raad van State bij wet te regelen.
Deze wet bevatte tevens de instelling van een Afdeling voor de Geschillen van Bestuur, belast met de behandeling van het zogeheten Kroonberoep. Dit was een procedure voor burgers, maar ook voor lagere overheden om meningsverschillen over beslissingen op grond van een groot aantal wetten voor te leggen aan de Kroon, dat wil zeggen de centrale overheid.
De Kroon nam op basis van het advies van de Afdeling voor de Geschillen van Bestuur, die de rechtmatigheid en de doelmatigheid van het geval had onderzocht, de eindbeslissing.
Bij Wet van 1 mei 1975, Stb. 283, tot wijziging van de Wet op de Raad van State is de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State ingesteld. Deze instelling hing samen met de inwerkingtreding op 1 juli 1976 van de Wet administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen (AROB), die de mogelijkheid opent tegen de daarin bedoelde administratieve beschikkingen van zowel de centrale als van de lagere overheid voorziening te vragen bij de Afdeling Rechtspraak.
Nadien is de wet onder meer gewijzigd bij de Wet openbaarheid van bestuur van 9 november 1978 (Stb. 581), waarbij de bepaling is opgenomen dat de adviezen van de Raad inzake wetgeving als regel openbaar worden gemaakt.
Als gevolg van een beslissing van het Europese Hof voor de rechten van de mens, waarbij werd bepaald dat het beroep op de Kroon niet als onafhankelijke rechtspraak kon worden beschouwd, was het noodzakelijk de wetgeving inzake het Kroonberoep aan te passen
Europese Hof voor de rechten van de mens, 25 oktober 1985 (Benthem), AB 1986, nr. 1.
. Dit heeft geleid tot de Tijdelijke wet Kroongeschillen (TwK), met een werkingsduur van vijf jaar (Stb. 1987, 317).
Bij de inwerkingtreding van de TwK op 1 januari 1988, is de Afdeling Geschillen van Bestuur zelfstandig en onafhankelijk rechter geworden inzake de meeste geschillen die tot dan door de Kroon in administratief beroep werden beslist.
Bij de inwerkingtreding van de Algemene Wet Bestuursrecht is ook deze wet ingetrokken.
Ik wil mij in deze inleiding verder alleen bezighouden met de Afdeling voor de Geschillen van Bestuur en de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State.

De Afdeling voor de Geschillen van Bestuur

Op het taakgebied administratieve rechtsbescherming, doet deze afdeling sinds 1861 de voorbereiding van de koninklijke uitspraak in publiekrechtelijke geschillen, waarvan de beslechting in afzonderlijke wetten aan de Kroon is opgedragen. De Afdeling draagt de uitspraak voor, de Kroon beslist.
Voor 1976 werd de instructiefase uitgevoerd op het betreffende ministerie. Zodra een dossier kompleet was en niet ingetrokken, werd dit gehele dossier "aanhangig gemaakt" bij de Afdeling voor de Geschillen van Bestuur van de Raad van State. Omdat de gehele instructiefase op het departement plaatsvond, kwam het slechts zelden voor dat een aanhangig gemaakte zaak nog werd ingetrokken.
Wanneer een zaak ter zitting was geweest, werd het ontvangen dossier tesamen met het advies van de Afdeling voor de Geschillen van Bestuur naar het betreffende ministerie retourgezonden. De stukken die in het dossier van de Raad van State achterbleven betroffen voornamelijk de intern opgemaakte stukken, zoals nota's, opmerkingen van de leden, notulen, presentielijst en concept-advies. (N.B. Notulen en presentielijsten werden niet in het dossier gelaten, doch in aparte series geplaatst.)
In 1976 trad de Wet AROB inwerking. De administratie ten behoeve van de Afdeling Rechtspraak werd onafhankelijk van de Afdeling Geschillen van Bestuur opgezet, waarbij werd besloten een zaak vanaf het ingestelde beroep tot en met de intrekking danwel uitspraak, in de eigen administratie op te nemen. Tevens werd besloten dat ook de Afdeling Geschillen van Bestuur de instructiefase zelf zou gaan doen.
Registratuur
Bij ontvangst van een beroepschrift werd door de registratuur een intructienummer toegekend. Dit nummer werd vooraf gegaan door een nul, daarna de Secretariekamer (1 t/m 11) en als laatste het volgnummer en jaartal. Werd een zaak overgedragen aan de sectie uitvoeringsfase, ter voorbereiding op de vergadering, dan werd door deze sectie een uitvoerings-/zaaknummer toegekend. Dit nummer vermeldt kamer, volgnummer en jaartal en had in het geheel geen relatie met het instructienummer.
In de loop der tijd werden er meerdere Secretariekamers ingesteld, elk belast met een bepaalde taak. Om verwarring met de kameraanduiding te voorkomen werd dit als volgt aangegeven:
De nummering van kamer I begon bij 1/76 etc. Het volgnummer werd niet voorafgegaan door de kameraanduiding "1", dit om verwarring met de aanduiding van kamer X te voorkomen. Daar het aantal zaken van kamer X niet de 100 overschreed, werd het volgnummer voorafgegaan door "10", dus 1001/77 t/m 1099/77.
Van 1968 t/m 1975 bestond ook Kamer XI. De nummering vangt aan met 11 (01/74). Omdat het aantal zaken boven de 100 kwam, nummerde men gewoon verder, bijvoorbeeld 1208/74, 1563/74, zodat in feite het kamernummer niet direkt meer aangegeven werd.
Dossiers van de afdeling Geschillen van Bestuur werden in het archief van de Raad van State als volgt geordend:
  1. Afgehandelde zaken, waarin het KB is verschenen, en zaken die tijdens de uitvoeringsfase zijn ingetrokken, worden per kamer, per jaar volgens het uitvoeringsnummer gerangschikt.
  2. Tijdens de instructie-fase ingetrokken zaken, die alleen een instructienummer hebben, werden in een aparte serie "Ingetrokken zaken" per kamer, per jaar op volgorde van instruktienummer gerangschikt.
  3. Afgedane Schorsingszaken stonden in een aparte serie 'S' nrs. tot 1983 gerangschikt.
Op 1 januari 1983 werd het uniforme stamnummer ingevoerd, waarop ook in het archief alle dossiers werden geordend.
Bij de ontvangst van een beroepschrift werd door de Registratuur het stamnummer vermeld. Dit nummer bleef gehandhaafd, ook al werd in de uitvoeringsfase nog een uitvoeringsnummer met jaartal hieraan toegevoegd. Bij de ordening van de dossiers in het archief speelden deze uitvoeringsnummers geen enkele rol.
Het in 1983 ingevoerde stamnummer ziet er als volgt uit:
G01.83.0075.249.83 of G02.83.0195/2298.84, waarin "G" de Afdeling Geschillen van Bestuur voorstelt, 02 de kamer welke de zaak behandelt en 0075 het volgnummer van binnenkomst is.
Omdat de afhandeling van zaken lange tijd in beslag kan nemen (soms jaren) komt het voor dat een zaak uit 1979 een uitvoeringsnummer heeft van 1983 (of later). Deze dossiers werden in een aparte serie op uitvoeringsnummer gerangschikt. Kamers hebben dossiers die voor 1983 (en dus een instructie- en uitvoeringsnummer hebben), omgezet in nummers met de huidige stamnummer-structuur, het zogenaamde 'fictieve stamnummer':
Bijvoorbeeld: G05.79.0130.178.83, waarin G05 voorstelt kamer 5, 79 het jaartal waarin de zaak een aanvang genomen heeft, 0130 is het instruktie- (volg-) nummer, 178 is het door kamer 5 gegeven uitvoeringsnummer en 83 geeft weer het jaartal waarin de zaak bij de sectie uitvoering in behandeling is genomen.
Het fictieve stamnummer past echter niet in de jaargang die in het stamnummer is weergegeven, omdat de dossiers in voorafgaande jaren gerangschikt worden volgens het instructie- of uitvoeringsnummer. Ook een fictief stamnummer wordt op uitvoeringsnummer gerangschikt, in dezelfde serie als waarin zaken met alleen een uitvoeringsnummer opgenomen zijn:
Bijvoorbeeld: G05.79.0130.178.83 is opgeborgen onder nummer 5178/83. De 5 staat voor kamer 5 en 83 is de jaargang waarin dit dossier is opgenomen. Dit dossier is dus niet opgenomen in jaargang 1979.
Indien in een zaak eveneens een schorsingsverzoek loopt, dan heeft dit dossier tot 1988 hetzelfde stamnummer als de hoofdzaak, aangevuld met een 'S'. Vanaf 1988 hebben schorsingszaken een eigen stamnummer, voorafgegaan door de letter 'B'. Bijvoorbeeld B05.88.0001. Indien echter eveneens een hoofdzaak heeft gelopen, is het schorsingsdossier gevoegd in het hoofdzaakdossier en hieronder ook opgeborgen.
Kamers
De Afdeling voor de Geschillen van Bestuur bestaat uit de volgende kamers:
Kamer I (Woningwet, Wet op de Ruimtelijke Ordening)
Totdat andere Secretariekamers werden ingesteld werden alle zaken die bij de Raad van State aanhangig konden worden gemaakt behandeld door deze kamer.
  • Periode 1945-1963
  • Periode 1964-1993
  • Vanaf 1964: Woningwet
  • Vanaf 1967: en Luchtvaartwet en Wet op de Ruimtelijke Ordening
  • Vanaf 1970: en Toelatingsbesluit Volkshuisvesting
  • Vanaf 1973: en Wijziging bouwverordening
Kamer II (Dienstplichtwet)
  • Periode 1953-1993
  • Vanaf 1953:
    1. Dienstplichtzaken
    2. Wet op de Noodwacht
Kamer III (Verkeer en Waterstaat)
  • Periode 1953-1993
  • Vanaf 1953:
    1. Wet Autovervoer Personen
    2. Wet Autovervoer Goederen
  • Vanaf 9 oktober 1958: Alle geschillen die door de minister van Verkeer en Waterstaat aanhangig werden gemaakt, te weten:
    1. Wet Autovervoer Personen
    2. Wet Agrarisch Grondverkeer
    3. Wegenverkeerswet
    4. Wegenwet
    5. Bevoegdhedenwet
  • Vanaf 1959:
    1. Provinciale verordeningen
    2. Waterstaatswet 1900
  • Vanaf 1961:
    1. en Wet Goederenvervoer Binnenvaart
    2. en Keurenwet
  • Vanaf 1964: en Verveningenwet
  • Vanaf 1967: en Rivierenwet
  • Vanaf 1968: en Reglement Verkeer en Verkeerstekens
  • Vanaf 1971: en Wet uitkeringen wegen
  • Vanaf 1974: en Ontgrondingenwet
  • Vanaf 1975: en Wet verontreiniging oppervlaktewateren
Kamer IV (Algemene Bijstandswet)
  • Periode 1954-1993
  • Vanaf 12 oktober 1954: Dienstplichtwet
  • Tot 1 januari 1975: Wet op de noodwachten
  • Vanaf 1975:
    1. Algemene Bijstandswet
    2. Rompwet Instellingen van Weldadigheid
Kamer V (Milieuwetgeving)
  • Periode 1958-1993
  • Vanaf 1 januari 1958:
    1. Hinderwet
    2. Drankwet
    3. Visserijwet
  • Vanaf 1 februari 1960: en Armenwet (voorheen bij Kamer I)
  • Vanaf 1961: en Mijnwet
  • Vanaf 1965: en Mijnreglement 1939
  • Vanaf 1966-1968: en Algemene Bijstandswet
  • Vanaf 1967-1968: en Rompwet Instellingen van Weldadigheid
  • Vanaf 1973: en Drank- en Horecawet
  • Vanaf 1975:
    1. en Kernenergiewet
    2. en Wet inzake de luchtverontreiniging
Kamer VI (Gemeentewet, onderwijswetgeving)
  • Periode 1964-1993
  • Vanaf 1964: belast met de geschillen die voorheen door Kamer I werden behandeld, met uitzondering van de geschillen betreffende de onder het Departement van Volkshuisvesting en Bouwnijverheid ressorterende wetgeving.
Kamer VII (Woningwet, Wet op de Ruimtelijke Ordening)
  • Periode 1964-1975
  • Periode 1976-1989
  • Vanaf 1964: Belast met de behandeling van de zaken, voortvloeiende uit de Wet beroep administratieve beschikkingen (BAB).
  • Vanaf 1973: Vreemdelingenzaken
Kamer VIII (Gewetensbezwaren militaire dienst)
  • Periode 1965-1993
  • Vanaf 1965: Wet gewetensbezwaren militaire dienst
  • 1965-1970: Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen
Kamer IX (Financële geschillen)
  • Periode 1967-1993
  • Vanaf 1967: Financiële geschillen betreffende: Wet Premie Kerkenbouw
  • Vanaf 1969: en Wet op de Ruimtelijke Ordening
  • Vanaf 1973: en Monumentenwet
  • Vanaf 1974: en Delteschadewet
Kamer X (Monumentenwet, Natuurbeschermingswet)
  • Periode 1967-1993
  • Vanaf 1967: Monumentenwet
Kamer XI
  • Periode 1968-1975
  • Vanaf 1968:
    1. Algemene Bijstandswet
    2. Armenwet
    3. Rompwet Instellingen van Weldadigheid

Administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen: de Afdeling Rechtspraak

De Afdeling Rechtspraak heeft als taak het nemen van beslissingen in geschillen die haar door de Wet administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen (AROB) zijn opgedragen. Deze Wet Arob van 1 mei 1975 (Stb. 1975, 284) is op 1 juli 1976 in werking getreden (Stb. 1976, 234). De Afdeling voor de Geschillen van Bestuur blijft als vanouds belast met het adviseren van de Kroon inzake administratieve beroepszaken, die niet onder de werking van de Wet Arob vallen. De Wet Arob maakt beroep mogelijk tegen alle beschikkingen van de overheid. Niet langer is het de Kroon, die beslist na advies van de Raad van State. De Raad van State wordt een zelfstandige administratieve rechter.
De Secretarie werd in 3 kamers verdeeld. Deze kamers werden weer verdeeld in vooronderzoek en voortgezet onderzoek die weer in secties werden ingedeeld.
Registratuur
Een nieuwe zaak werd door de registratuur voorzien van een registratienummer waaruit de kamerindeling herkenbaar was:
Bijvoorbeeld: A-1.1223/76, waarbij A voor Arob staat, 1 voor kamer 1, 1223 het volgnummer is en 76 het jaartal van binnenkomst; A-31.2263/77, waarbij A weer voor Arob staat, 31 voor kamer 3 sectie 1 - of 32 sectie 2-, 2263 het volgnummer is en 77 het jaartal van binnenkomst.
De aanduidingen 31 en 32 werden na 1976 gebruikt in verband met de indeling van kamer 3 vooronderzoek sectie 1 (A t/m M) en sectie 2 (N t/m Z). Dit nummer bleef, ongeacht de verdere behandeling hetzelfde. De aanduidingen 31 en 32 werden echter niet aangegeven op de archiefomslag. Na invoering van het stamnummer in 1983 werd de nummering aangepast:
Bijvoorbeeld: R01.83.1226, waarbij R voor Rechtspraak staat en 83 voor het jaartal van binnenkomst; 1226 is het volgnummer. De sectieindeling is niet meer terug te vinden in het stamnummer.
De sectie vooronderzoek (ongeveer gelijk aan de sectie instructie bij de Afdeling Geschillen) draagt de zaken over naar de sectie voortgezet onderzoek. Hier wordt, in tegenstelling tot de bovengenoemde Afdeling, geen uitvoeringsnummer toegevoegd. De zaak wordt onder het stamnummer (of nummer van voor 1983) verder behandeld.
De Secretarie Schorsingen (tot 1988), Versnelde en Vereenvoudigde Behandeling en Buiten Zitting voegen nog wel een extra nummer toe, voorafgegaan door de aanduiding S(chorsing), Ve(reenvoudigde Behandeling) of (B)uiten (Z)itting. Zodra tegen de uitspraak van de Vereenvoudigde Behandeling verzet wordt aangetekend, wordt de behandeling in verzet aangeduid met een V(erzet) nummer. Deze nummertoevoegingen hebben echter geen gevolg voor de ordening van de dossiers. Schorsingsdossier krijgen vanaf 1988 een eigen stamnummer, voorafgegaan aan de letter 'S'. Bijvoorbeeld S03.88.0001.
Kamers
Samenstelling van de Kamers der Afdeling:
Kamer 1
Beschikkingen van de centrale overheid, voor zover niet behandeld door kamer 2.
Kamer 2
Beschikkingen van Buitenlandse Zaken en Justitie en Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Kamer 3
Beschikkingen van lagere overheidslichamen.

Geschiedenis van het archiefbeheer

De verwerving van het archief

Overbrenging van een overheidsarchief

De verwerving van het archief

Het archief is krachtens bepalingen van de Archiefwet overgebracht.