Archief
Titel
2.04.11 Inventaris van het archief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken: Afdeling Onderwijs: Hoger Onderwijs, 1875-1918
Auteur
J.A.A. BervoetsVersie
03-10-2022
Copyright
Nationaal Archief, Den Haag
1985 cc0Beschrijving van het archief
Naam archiefblok
Ministerie van Binnenlandse Zaken: Hoger Onderwijs BiZa / Hoger Onderwijs
Periodisering
oudste stuk - jongste stuk: 1875-1918
Archiefbloknummer
B24042Omvang
; 986 inventarisnummer(s) 15,80 meterTaal van het archiefmateriaal
Het merendeel der stukken is in het. Enkele stukken zijn gesteld in het,en.
Nederlands
Engels
Frans
Duits
Soort archiefmateriaal
Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.Archiefdienst
Nationaal ArchiefLocatie
Den HaagArchiefvormers
Ministerie van Binnenlandse Zaken / afdeling Hoger OnderwijsSamenvatting van de inhoud van het archief
Het archief, dat geheel op onderwerp is geordend, bevat vooral stukken over de rijksinstellingen van hoger onderwijs (over de Technische Hogeschool Delft eerst vanaf 1905; vóór dat jaar zie de afdeling Middelbaar Onderwijs). Van elke onderwijsinstelling zijn er stukken over: organisatie, personeel, financiën, gebouwen, onderwijs, studentenaangelegenheden, wetenschappelijk onderzoek en verzamelingen. Het archief bevat verder een serie dossiers over gemeentelijke en bijzondere gymnasia, alfabetisch geordend op plaatsnaam; voorts stukken betreffende de opleiding van godsdienstleraren en dossiers over vicarieën en beurzenstichtingen.Archiefvorming
Geschiedenis van de archiefvormer
1. ORGANISATIE
( De gegevens voor deze inleiding zijn ontleend aan: ) F.J.M. Otten, Gids voor de archieven van de ministeries en de Hoge Colleges van Staat 1813-1940 (Den Haag, Instituut voor Nederlandse Geschiedenis, 2004) Vanouds ressorteerden de beleidsterreinen onderwijs, kunsten en wetenschappen onder het departement van Binnenlandse Zaken. In 1875 werd de afdeling Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen gesplitst in de 5e afdeling Onderwijs en de 6e afdeling Kunsten en Wetenschappen. In 1908 werd de afdeling Onderwijs gesplitst in een afdeling `Lager Onderwijs' en een afdeling `Hooger en Middelbaar Onderwijs'; een situatie die echter al in 1912 weer ongedaan werd gemaakt.
De bewindslieden van Binnenlandse Zaken hebben zich lange tijd verzet tegen inkrimping van hun arbeidsterrein door afscheiding van het beleidsterrein onderwijs. Vermoedelijk is vooral de Schoolstrijd de reden, dat de oprichting van een apart departement van Onderwijs lange tijd is tegen gehouden: het onderwijs was als het ware veroordeeld om te ressorteren onder een politiek zwaargewicht als de minister van Binnenlandse Zaken. Met de grondwetsherziening van 1917 werd de Schoolstrijd definitief beslist. In dat jaar werd vanuit het onderwijsveld krachtig gepleit voor de instelling van een eigen departement. De wetgeving was inmiddels sterk verouderd en diende bovendien te worden aangepast aan de nieuwe Grondwet en het daarin vastgelegde beginsel van financiële gelijkstelling. Bij de kabinetsformatie van 1918 is dan ook besloten tot de oprichting van een departement van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen.
2. Taken
Ingevolge de Hoger Onderwijswet van 1876 kregen de hogescholen de status van rijksuniversiteit, waarbij curatoren, hoogleraren en lagere beambten hun aanstelling en ontslag uit Den Haag kregen. Het athenaeum in Amsterdam werd een gemeentelijke universiteit, dat in Deventer werd opgeheven. Onder het hoger onderwijs viel ook het voorbereidend hoger onderwijs, waar de Latijnse school definitief plaats maakte voor het gymnasium. Er kwam alleen een inspectie voor de gymnasia, niet voor de universiteiten. De vrijheid van onderwijs maakte de stichting van bijzondere universiteiten mogelijk: de Vrije Universiteit in Amsterdam was in 1880 de eerste. Bij een herziening van de Hoger Onderwijswet in 1905 is de Polytechnische School te Delft tot Technische Hogeschool opgewaardeerd. In 1918 tenslotte kregen de in 1876 opgerichte Rijkslandbouwschool te Wageningen en de van 1821 daterende Rijksveeartsenijschool te Utrecht de status van hoger onderwijsinstelling.
De colleges van curatoren bleven de schakel met het departement: zij adviseerden en informeerden de minister en beheerden de door het Rijk verstrekte gelden.
Inhoud en structuur van het archief
Verantwoording van de bewerking
Hoewel er in deze periode, met een uitzondering in de jaren 1908-1912, sprake was van één afdeling Onderwijs, is het afdelingsarchief vrijwel geheel naar categorie onderwijs opgedeeld in een viertal deel-archieven, elk met een eigen toegang. De agenda's, indices en klappers (die voor het onderzoek hun belang goeddeels hebben verloren) vormen een ongesplitst bestand..
De toegang van het deel-archief Hoger Onderwijs bevat een gedetailleerd rubriekenschema.. Het archief bevat overwegend stukken betreffende de rijksuniversiteiten en -hogescholen, vrij weinig over de te Amsterdam en Rotterdam gevestigde instellingen. De stukken over de Technische Hogeschool Delft vangen eerst aan in 1905, omdat de voorganger, de Polytechnische School, tot het middelbaar onderwijs werd gerekend. Het rubriekenschema is voor elke instelling van hoger onderwijs uniform: algemene organisatie, personeel, materiële voorzieningen (hierin financiën en gebouwen), onderricht, studentenaangelegenheden, wetenschappelijk onderzoek, verzamelingen.
Het archief bevat ook een serie dossiers over gemeentelijke en bijzondere gymnasia, alfabetisch op plaatsnaam; voorts stukken betreffende de opleiding van godsdienstleraren en dossiers vicarieën en beurzenstichtingen.
Deze voorlopige inventaris is een onderdeel van de fichesbak, waaruit te gelegener tijd de inventaris van het archief van het ministerie van Binnenlandse Zaken, afdeling Onderwijs 1875-1918, zal worden gevormd. De gehele inventaris zal zijn onderverdeeld in de rubrieken:
- Onderwijs in het algemeen
- Lager onderwijs
- Middelbaar onderwijs
- Hoger onderwijs
- Nijverheidsonderwijs of: overige vormen van onderwijs.
De indeling zal de taken volgen die de Afdeling ingevolge de wetten op de desbetreffende onderdelen van het onderwijs kreeg opgelegd. Het gymnasiaal onderwijs, dat door de Wet op het Hoger Onderwijs van 1876 werd geregeld en niet door de Wet op het Middelbaar Onderwijs van 1864, wordt dus onder het hoger onderwijs ingedeeld. De Polytechnische School in Delft valt tot 1905 onder het middelbaar onderwijs, evenals de Rijkslandbouwschool in Wageningen.
Aanwijzingen voor de gebruiker
Openbaarheidsbeperkingen
Volledig openbaar.
Beperkingen aan het gebruik
Reproductie van originele bescheiden uit dit archief is, behoudens de algemene regels die gelden voor het kopiëren van stukken, niet aan beperkingen onderhevig. Er zijn geen beperkingen krachtens het auteursrecht.
Materiële beperkingen
Het archief kent geen beperkingen voor het raadplegen van stukken als gevolg van slechte materiële staat.
Andere toegang
2.04.08, archief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken: Afdeling Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, 1848-1876;
2.04.13, archief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken: Afdeling Kunsten en Wetenschappen, 1875-1918;
Ook onder 2.14 zijn verschillende archieven met betrekking tot het Hoger Onderwijs opgenomen.
Aanvraaginstructie
Openbare archiefstukken kunnen online worden aangevraagd en gereserveerd. U kunt dit ook via de terminals in de studiezaal van het Nationaal Archief doen. Om te kunnen reserveren dient u de volgende stappen te volgen:
- Creëer een account of log in.
- Selecteer in de archiefinventaris een archiefstuk.
- Klik op ‘Reserveer’ en kies een tijdstip van inzage.
Citeerinstructie
Bij het citeren in annotatie en verantwoording dient het archief tenminste éénmaal volledig en zonder afkortingen te worden vermeld. Daarna kan worden volstaan met verkorte aanhaling.
VOLLEDIG:
Nationaal Archief, Den Haag, Ministerie van Binnenlandse Zaken: Hoger Onderwijs, nummer toegang 2.04.11, inventarisnummer ...
VERKORT:
NL-HaNA, BiZa / Hoger Onderwijs, 2.04.11, inv.nr. ...
Verwant materiaal
Inventarisnummers van dit archief zijn niet in kopievorm beschikbaar