2.04.22 Inventaris van het archief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken: 11e Afdeling Spoorwegen en de daarbij behorende archieven, (1836) 1861-1877 (1893)

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

De 11e Afdeling 'Spoorwegen' van het Ministerie van Binnenlandse Zaken

Bij wet van 18 augustus 1860 werd door het Ministerie Van Hall de aanleg van spoorwegen voor rekening van de Staat geregeld. Op 24 augustus werd L.J.A. van der Kun, hoofdingenieur van de Waterstaat en sinds 30 april 1856 hoofd der Afdeling Waterstaat van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, benoemd tot lid van de Commissie voor de Staatsspoorwegen. Op grond hiervan werd bij ministerieel besluit van 1 januari 1861 nr. 8c met ingang van 1 januari 1861 de behandeling der spoorwegaangelegenheden afgescheiden van de 3e afdeling (Waterstaat) en opgedragen aan een nieuwe afdeling, de 11e, met als verantwoordelijk hoofd de referendaris mr. H. baron van Lewe van Middelstum.
De afdeling was belast met de uitvoering van de wet van 18 augustus 1860 betreffende de aanleg van spoorwegen voor rekening van de Staat en met de uitvoering van de wet van 21 augustus 1859 op het gebruik van de spoorwegen.
Ingevolge Koninklijk Besluit van 6 november 1877 nr. 1 ging de behandeling van spoorwegzaken met ingang van 1 januari 1878 over op het nieuw ingestelde Departement van Waterstaat, Handel en Nijverheid.

Commissie voor de Staatsspoorwegen, Adviseur voor de Staatsspoorwegenen Algemene Dienst bij de aanleg van Staatsspoorwegen

Bij wet van 18 augustus 1860 werd door het Ministerie Van Hall de aanleg van spoorwegen voor rekening van de Staat geregeld. Een commissie, bestaande uit ir. L.J.A. van der Kun, hoofdinspecteur van de Waterstaat, generaal-majoor C.T. van Meurs en mr. L.A.J.W. baron Sloet, voorzitter van de Raad van Toezicht op de Spoorwegdiensten, werd bij KB van 24 augustus 1860 nr. 51 geformeerd. Deze commissie was belast met de voorbereiding, uitvoering en leiding van, en toezicht op, de aan te leggen staatsspoorwegen. Bij KB van 17 augustus 1861 nr. 50 werd bepaald, dat voornoemde commissie uit hoogstens vier leden zou bestaan.
Met ingang van 1 september 1863 werd de commissie, ingevolge KB van 30 juli 1863 nr. 72 ontbonden, terwijl haar taak overging op de minister van Binnenlandse Zaken, geassisteerd door de adviseur jhr. G.J.G. Klerck, vroeger secretaris van voornoemde commissie.
Op 11 februari 1876 werd deze, in verband met zijn optreden als minister van Oorlog in het tweede kabinet Heemskerk, als directeur voor de Spoorwegen opgevolgd door N.T. Michaelis.
Personeel werd o.m. aangesteld ingevolge KB van 10 november 1860 nr. 71
De voorschriften voor de dienst werden uitgegeven onder de titel 'Verzameling van wetten, besluiten, verordeningen en voorschriften betrekkelijk het aanleggen der Staatsspoorwegen'.

Ir. L.J.A. van der Kun

Leopold Johannes Antonius van der Kun, geboren te Utrecht 21 september 1801, overleden te 's-Gravenhage 26 januari 1864, sinds 1822 ingenieur, later inspecteur der Waterstaat en sinds 1856 hoofd der Afdeling Waterstaat van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, was sinds 1832 belast met werkzaamheden betreffende de spoorwegaanleg. Hij was in spoorwegzaken de adviseur der regering.
Als lid van de Commissie van Drie belast met de voorbereiding en uitvoering van de Spoorwegwet 1860 had hij gedurende drie jaar de gehele leiding van de aanleg
Zie Nieuw Nederlands Biografisch Woordenboek II, blz. 738 e.v. en inventaris 2.16.06, De archieven van de inspecteurs en Commissies van de Waterstaat vóór 1850, p. 107-109

Geschiedenis van het archiefbeheer

De archieven werden in 1929 ingevolge Koninklijk Besluit van 15 juni 1929 nr. 92 overgenomen van het Departement van Waterstaat
Zie: Verslagen omtrent 's Rijks Oude Archieven 1929 blz. 42
Overbrenging van een overheidsarchief