2.05.273 Inventaris van het archief van de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging bij de Verenigde Naties te New York, 1955-1974

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Sluiten

Inhoud en structuur van het archief

Selectie en vernietiging

Voor de bewerking van het archief is gebruik gemaakt van de volgende selectielijsten:
  • Selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de minister van Buitenlandse Zaken en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein Buitenland over de periode 1945 - 1990, 9 september 2002/nr.C.2002/2848, (Stcrt. 14 november 2002, nr. 220/pag. 11) (RIO 103a)
  • Selectielijst voor de neerslag van de handeling van de minister van Buitenlandse Zaken als vakminister en als actor op het beleidsterrein Rijkshuisvesting, 12 maart 2007/nr. C/S&A/07/524, (Stcrt. 26 juli 2007, nr.142/pag. 6) (RIO 45)
  • Selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de minister van Buitenlandse Zaken als vakminister en als vakminister in Londen, binnen het beleidsterrein Beheer van de Rijksbegroting over de periode 1940 - 1993, vastgesteld bij beschikking van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en de minister van Buitenlandse Zaken, nr. 98.22.RWS/JW d.d. 8 januari 1998 (Stcrt. 30 juli 1998, nr. 142), laatstelijk gewijzigd bij beschikking van de staatssecretaris van Onderwijs. Cultuur en Wetenschappen en de minister van Buitenlandse Zaken, 25 januari 2005/nr. C/S/05/138 (Stcrt. 31 maart 2005, nr. 62/pag. 34) (RIO 015)
  • Selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de minister van Buitenlandse Zaken en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein Organisatie van de Rijksoverheid over de periode 1945 - 1999, 5 juli 2005/nr. C/S&A/051197 (Stcrt. 16 december 2005, nr. 245/pag. 25), rekening houdend met publicatie in de Stcrt. 14 juni 2007, nr.112/pag.10 (RIO 143)
  • Basisselectiedocument voor de Minister Buitenlandse Zaken en de onder hem ressorterende actoren op het deelbeleidsterrein van personeelszaken, t.w. het personeelsdossier, vastgesteld volgens kenmerk 16 augustus 2007/Nr. C/S&A/07/1513 (Stcrt. 20 november 2007, nr. 225 / pag. 15), rekening houdend met publicatie in de Stcrt. 18 december 2007, nr. 245) (RIO 168)
Verder zijn, op verzoek van het Nationaal Archief, de bestaande toegangen op het archief ook in deze inventaris opgenomen.
Bij aanvang bestond het archief uit 38,9 meter. Na bewerking hiervan is in totaal 26,5 meter archief voor bewaring overgebleven. De archiefstukken welke voor bewaring in aanmerking kwamen zijn overgedragen aan het Nationaal Archief. De archiefstukken die voor vernietiging in aanmerking kwamen, zijn na verkregen toestemming van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, afgevoerd door Van Gansewinkel Nederland BV en daar op de gebruikelijke wijze vernietigd.

Verantwoording van de bewerking

1. Algemene toelichting

Dit archiefblok is bewerkt als uitvloeisel van het meerjarenconvenant zoals dit is afgesloten tussen het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Centrale Archief Selectiedienst (CAS) op 29 september 1994.
Het archiefblok omvat het archief van de Nederlandse permanente vertegenwoordiging bij de Verenigde Naties te New York. De begincesuur voor deze inventaris is het jaar 1955. De eindcesuur is gelegen in het jaar 1974.
Het uiteindelijke resultaat van de bewerking is een klassieke toegang op de archiefbestanden van het archief van de Nederlandse permanente vertegenwoordiging bij de Verenigde Naties te New York over de periode 1955 - 1974.
Voor de schrijfwijze van buitenlandse aardrijkskundige namen is de schrijfwijze gehanteerd die de Nederlandse Taalunie heeft gepubliceerd op haar website. De Grote Bosatlas is gehanteerd als de vorige genoemde site geen uitsluitsel bood.

2. Materiële verzorging

Ten behoeve van de overbrenging naar het Nationaal Archief dient het archief te voldoen aan de in de Regeling duurzaamheid archiefbescheiden (2001) gestelde eisen. Concreet betekent dit dat de volgende stappen zijn uitgevoerd:
  • Alle ijzerwerk (paperclips, nietjes, hechtmechanieken e.d.) is verwijderd;
  • Foto's, lichtdrukken en andere materialen die aan sterkere chemische reacties dan goed papier onderhevig zijn, zijn voorzien van afzonderlijke fourflaps;
  • Omslagen, archiefdozen en etiketten voldoen aan de ICN-kwaliteitseis

Ordening van het archief

Het oorspronkelijke archief was onderverdeeld in twee tienjarenblokken. Het eerste blok bestrijkt de periode 1955 - 1964 en het tweede blok de periode 1965 - 1974. Beide blokken zijn in de nieuwe bewerking samengevoegd. Het oorspronkelijke archief omvat twee blokken namelijk het algemeen archief over de periode 1955 - 1964 en het geheim archief over de periode 1965 - 1964. Deze zijn apart beschreven. In deze toegang is echter ook een aantal archiefbescheiden opgenomen, waarvan de datering niet binnen de archiefblokperiode vallen.
De toegang is geordend op de 9 hoofdrubrieken van de archiefcode van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, zoals deze in 1978 is vastgesteld. De hoofdrubrieken zijn:
  • code 0 Algemeen
  • code 1 Organisatie
  • code 2 Protocol
  • code 3 Juridische aangelegenheden
  • code 4 Aangelegenheden van openbare orde, openbare zedelijkheid, openbare gezondheidszorg, openbare veiligheid, volkshuisvesting, leefmilieu
  • code 5 Waterstaat, verkeer en vervoer, verbindingen en elektronica
  • code 6 Economie, migratie, arbeid
  • code 7 Sociale aangelegenheden
  • code 8 Culturele en wetenschappelijke aangelegenheden, voorlichting
  • code 9 Staatkunde, landsverdediging, internationale organisaties
De benamingen van deze rubrieken, met bijbehorende nummers, zijn voor zover daar stukken van werden aangetroffen overgenomen in deze nieuwe toegang. Binnen deze indeling is, afhankelijk van de aanwezigheid van gerelateerde archiefbescheiden, een nadere onderverdeling gemaakt al dan niet gebaseerd op de archiefcode.
Het codenummer is feitelijk een onderwerpsnummer. Dit betekent dat onder één onderwerp meerdere dossiers kunnen vallen die hetzelfde codenummer hebben. Voor het bepalen van de plaats van een archiefstuk binnen de inventaris is gekeken naar de code welke oorspronkelijk aan het archiefstuk is gegeven. Op basis van die code is het archiefstuk onder een rubriek geplaatst. Alleen in die gevallen waarin de gegeven code niet overeenkwam met de inhoud van het dossier, is deze code losgelaten en zijn de stukken geplaatst in de rubriek waar ze inhoudelijk thuis horen. De verschillende archiefstukken zijn zoveel mogelijk chronologisch geordend.