Bezig met laden van scans...

2.05.437 Inventaris van het archief van de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging in Algerije, 1975-2013 [DEELS GEANONIMISEERD]

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Sluiten

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Staatsinrichting Algerije

Algerije is een presidentiële republiek met een multi-partijensysteem, waarbij de president het staatshoofd is en de premier het hoofd van de regering. De uitvoerende macht is in handen van de regering en de wetgevende macht bestaat uit in de regering en de twee kamers van het parlement, de eerste kamer of Conseil de la Nation en de tweede kamer of Assemblée Populaire Nationale.
Hoewel Algerije een constitutionele republiek is met een democratische gekozen parlement, zijn de militairen en een aantal machtige 'burgers' , de zogeheten 'décideurs', de belangrijkste machtsfactoren in het land.
Volgens de grondwet hebben alle provincies verregaande bevoegdheden op het gebied van economie en diplomatie en worden bestuurd door een Assemblée Populaire Wilayale (APW). Aan het hoofd van een provincie staat een door de president van Algerije aangestelde gouverneur of 'wali', die de besluiten van het parlement moet uitvoeren. De voorzitter van het parlement wordt gekozen door de leden van het parlement, die via verkiezingen door de Algerijnen worden gekozen.
In november 1996 werd door middel van een referendum de grondwet herzien. Deze herziening legde veel macht in handen van de president (staatshoofd). Hij is onder andere verantwoordelijk voor defensie, buitenlands beleid, de benoeming of het ontslag van de premier, de benoeming van de gouverneur van de Nationale Bank en de rechters. De president wordt voor een periode van vijf jaar gekozen en kan sinds een verandering in de grondwet in 2008 steeds opnieuw herkozen worden.

Geschiedenis Algerije

In 1976 kwam er een nieuwe grondwet. Algerije werd officieel een éénpartijstaat en Boumédienne president. Boumédienne was een voorzichtig en vooral pragmatisch man, die zich met name richtte op het verbeteren van de economische toestand van het land. Die economie had enorm te lijden gehad onder het vertrek van vooral veel bekwame Europese bestuurders en technici. Een ander groot probleem was de zeer hoge werkloosheid, waardoor veel Algerijnen voor een baan toch maar hun toevlucht zochten in Frankrijk. De economische toestand van Algerije werd uiteindelijk gered na de vondst en exploitatie van olie- en gasvelden in Zuid-Algerije, hoewel het vele geld dat daarmee verdiend werd, niet echt bij de gewone man in de straat terecht kwam.
Kolonel Boumédienne overleed in december 1978 en kolonel Chadli Bendjedid werd intern door het Front de Libération Nationale (FLN) gekozen als derde president van Algerije. In de regeringsperiode van Bendjedid, die twaalf jaar duurde tot 1992, liepen de sociale spanningen steeds verder op. Berber-studenten liepen te hoop tegen de voortgaande arabisering van regering en onderwijs. De regering deed de studenten wat kleine toezeggingen, maar dat leverde weer woedende protesten op van conservatieve, rechtlijnige islamisten, die de straat opgingen om hun ongenoegen kenbaar te maken. De politie greep hard in, maar aan de andere kant werden er als goedmakertje nieuwe moskeeën geopend en werden de rechten van vrouwen verder beperkt. Ook de maatregelen die Bendjedid nam om de treurige toestand van de economie te verbeteren werden met zeer veel argwaan bekeken door de oude FLN-mastodonten. Hét bastion van de socialistische economische controle, een centrale planningsautoriteit, werd opgeheven en bedrijven en banken kregen veel meer vrijheid om te ondernemen.
Dit alles leverde echter weinig op qua sociale rust, want vanaf 5 oktober 1988 liepen massale stakingen uit op rellen in Algiers, en vervolgens ook in steden als Annaba, Blida en Oran. Het geweld in de 'Oktoberrellen' of 'Zwarte Oktober' kostte ongeveer vijfhonderd mensen het leven. De regering hield echter voet bij stuk en liberaliseerde vanaf 1989 de samenleving steeds verder. Er kwam meer persvrijheid en ook het politieke systeem werd flink opgeschud door het grondwettelijk toestaan van andere politieke partijen dan het FLN. Abassi Madani en Ali Belhadj richtten in 1989 het Front Islamique du Salut (FIS) of Islamitisch Reddingsfront op, dat snel aan populariteit won en lokale verkiezingen begon te winnen.
Op 26 december 1991 werden de eerste vrije parlementsverkiezingen gehouden waaraan meerdere politieke partijen mochten deelnemen. De FIS zorgde voor een aardverschuiving door van de 231 te winnen parlementszetels er 188 te winnen, de FLN won er maar 15, zelfs tien minder dan de Front des Forces Socialistes (FFS), een Berber-partij met vooral veel aanhang in de regio Kabylië. Dit ging het leger echter veel te ver en zij greep hard in. Het parlement werd begin 1992 ontbonden, Bendjedid werd gedwongen af te treden, de tweede ronde van de verkiezingen werd geannuleerd, in februari 1992 werd de noodtoestand afgekondigd en het FIS werd verboden. De FIS-leiders Madani en Belhadj werden gearresteerd en andere leiders vluchtten naar het buitenland.
Bendjedid werd in eerste instantie vervangen door een uit vijf personen bestaande Haut Conseil d'Etat (HCE) onder leiding van president Mohammes Boudiaf. Boudiaf werd echter al na zes maanden onder zeer verdachte omstandigheden vermoord door een 'lone wolf' die religieuze motieven zou hebben gehad, maar het lag meer voor de hand dat Boudiaf het slachtoffer was geworden van zijn streven om de geïnstitutionaliseerde corruptie in zijn land aan te pakken. Boudiaf werd op 2 juli 1992 door de FLN-hardliner Ali Kafi (1928-2013) opgevolgd, die op zijn beurt op 31 januari 1994 werd vervangen door een voormalige generaal, Liamine Zéroual, die als negende president van Algerije aantrad in een periode dat Algerije op de rand van een burgeroorlog stond.
De burgeroorlog, door militanten meteen al de 'tweede bevrijdingsoorlog' genoemd, had in april 1994 al meer dan 3000 mensen het leven gekost, waaronder relatief gezien vrij veel buitenlanders. De guerrilla's, verenigd in groeperingen als Groupes Islamiques Armés (GIA) en de Mouvement Islamique Armé (MIA), richtten zich vooral op politiemensen, burgemeesters, rechters en francofiele intellectuelen. De regering beantwoordde het geweld van deze groeperingen met massale arrestaties van verdachten en het instellen van paramilitaire doodseskaders die wraak namen op activiteiten van de guerrilla's. Het lukte president Zéroual echter niet om het geweld terug te dringen, want in juli 1995 ontplofte er een door de GIA gezette bom in de Parijse metro en in december van dat jaar werd er een vliegtuig van Air France gekaapt in Algiers. In november 1996 werden er constitutionele hervormingen toegezegd, maar de situatie werd steeds erger. In de eerste twee weken van de ramadan werden meer dan 300 mensen vermoord, vaak door middel van rituele massaslachtingen.
In 1998 werd president Zéroual gedwongen om op te stappen en de militairen deden een beroep op de vroegere minister van buitenlandse zaken, Abdelaziz Bouteflika, om president te worden. Bouteflika 'won' de verkiezingen van 1999, er waren zeven gegadigden die zich echter op de dag van de verkiezingen terugtrokken, en hij kondigde een politiek van verzoening en nationale eenheid aan. Een aantal islamistische strijders werd zelfs amnestie aangeboden als ze hun wapens zouden inleveren en hij corrigeerde het beeld dat in de burgeroorlog tot dan toe 'maar' 26.000 doden zouden zijn gevallen volgens het officiële regeringsstandpunt. Bouteflika gaf toe dat het er minstens 100.000 waren geweest, en bovendien gaf hij toe, voor de eerste keer ooit door de regering, dat het schrappen van de verkiezingen in 1992 een 'daad van geweld' waren geweest ten opzichte van de FIS.
In juni 1999 kreeg Bouteflika van de leider van de FIS de garantie dat de guerilla-tak, de GIA, zich niet meer gewapend tegen de regering zou keren, en verzocht ook andere terroristische groeperingen om hetzelfde te doen. Er begint zich een scheuring in de GIA af te tekenen, waarvan sommige leden aan de vredesproces willen deelnemen. Deze tekenen van optimisme worden nog versterkt als amnestie wil verlenen aan een aantal moslimterroristen. In juli 1999, op de 37e verjaardag van een onafhankelijk Algerije, werden ca. 5000 gevangenen vrijgelaten.
In 2004 werd president Bouteflika voor een tweede termijn herkozen en zette hij zijn programma van nationale verzoening, hervorming van de nationale economie en de opening naar het buitenland voort. Die tweede termijn was trouwens alleen mogelijk door een verandering in de grondwet over het maximumaantal zittingstermijnen voor een president. Ook in zijn tweede termijn als president bleef Algerije gebukt gaan onder hoge werkloosheid, een huizentekort, elektriciteits- en waterproblemen en een inefficiënte en corrupte ambtenarij.
In 2006 ging de Groupe Salafite pour la Prédiction et le Combat (GSPC), een afsplitsing van de GIA, samen met Al-Qaeda en veranderde op 25 januari 2007 haar naam in Al-Qaïda au Maghreb Islamique (QMI), die onder andere in de Verenigde Staten, Canada en Groot-Brittannië gekenmerkt wordt als een terroristische organisatie.
In 2007 waren er veel bomaanslagen en ontvoeringen door QMI in Algerije, gericht tegen de regering en westerse personen en belangen in Algerije. In juni 2008 benoemde president Bouteflika Ahmed Ouyahia tot nieuwe premier. Ouyahia werd toen al voor de derde keer premier van Algerije, van 31 december 1995 tot 15 december 1998, van 5 mei 2003 tot 24 mei 2006 en van 23 juni 2008 tot 3 september 2012.
In november 2008 nam het parlement een grondwetswijziging aan waarmee de weg werd vrijgemaakt voor een derde termijn voor Bouteflika, die de presidentsverkiezingen in april 2009 overduidelijk won en aan zijn derde termijn als president kon beginnen.
In de periode 2010-2012, de periode van de Arabische Lente, vonden er vanaf 28 december 2010 in heel Algerije voortdurend protesten plaats, geïnspireerd door soortgelijke protesten in het Midden-Oosten en de rest van Noord-Afrika. Oorzaken van deze demonstraties waren onder meer werkloosheid, woningnood, steeds hogere voedselprijzen, corrupte overheid, beperkingen van de vrijheid van meningsuiting en de slechte leefomstandigheden. Lokale protesten waren al lang vóór 2010 gemeengoed, maar de golf van demonstraties en rellen, aangewakkerd door een plotselinge stijging van de voedselprijzen, waren tot nu toe ongekend. De overheid greep snel in door de voedselprijzen te verlagen, maar de geest was al uit de fles en de situatie escaleerde door een aantal zelfverbrandingen voor overheidsgebouwen. Oppositiepartijen, vakbonden en mensenrechtenorganisaties begonnen, ondanks het uitroepen van de noodtoestand, wekelijks zonder toestemming van de overheid demonstraties te houden. De overheid onderdrukte deze demonstraties zoveel mogelijk, maar hief de noodtoestand op. Protesten van werkloze jongeren tegen de hoge jeugdwerkloosheid, onderdrukking en infrastructurele problemen kwamen verspreid over het land nog bijna dagelijks voor in de meeste grote steden.
In 2011 stelde de Algerijnse regering naar aanleiding van de Arabische Lente in bijvoorbeeld Tunesië en Egypte politieke hervormingen voor, zoals het opheffen van de al 19 jaar durende noodtoestand en een verhoging van het aantal vrouwen dat voor de overheid werkte.
Op 3 september 2012 werd Abdelmalek Sellal door president Bouteflika tot premier benoemd als opvolger van Ahmed Ouyahia. Parlementsverkiezingen in mei 2012 en provinciale verkiezingen in november 2012 werden gewonnen door de FLN, terwijl de islamitische oppositiepartijen slecht presteerden.
Op 16 januari 2013 bestormden militante moslims een gasfabriek bij Amenas in Zuidoost-Algerije en gijzelden Algerijnse en buitenlandse arbeiders. Een Algerijnse beveiliger en 38 buitenlanders werden gedood voordat elitetroepen van het Algerijnse leger het complex heroverden.
In april 2013 werd Bouteflika in Frankrijk verpleegd na een beroerte. Politieke protesten van de bevolking bleven in 2013 beperkt, op wat gewelddadige sociaal-economische demonstraties na van verschillende groepen.
In juli 2014 keerde Bouteflika weer terug naar Algerije waar hij in 2014 opnieuw kandidaat werd voor de presidentsverkiezingen en in april voor een vierde termijn werd herkozen. Hij kreeg daarbij hulp van Sellal, die korte tijd terugtrad als premier en in de verkiezingsperiode fungeerde als campagneleider voor Bouteflika. Zijn vervanger was Youcef Yousfi, op 28 april 2014 nam Sellal zijn functie als premier weer op. Bouteflika behaalde een grote meerderheid met 81,53% van de stemmen.

Overzicht ambassadeurs

  • 1972-1976: G.W.B. Bentinck
  • 1976-1979: E.O. Suchtelen
  • 1979-1982: H.A.H. Schouten
  • 1982-1985: G.A.H. Wehry
  • 1986-1989: J.T. Warmenhoven
  • 1989-1992: P.S.J. Rutgers
  • 1992-1994: L.M.P.M. van Ulden,
  • 1996-1998: C.W.A. de Groot
  • 1998-2000: G. Meihuizen
  • 2000-2004: J.W. de Waal
  • 2004-2008: H.J.W.M. Revis
  • 2008-2011: J.G. Schouten
  • 2011-2014: F.G. Bijvoet
Taken ambassade
De werkzaamheden van de bilaterale posten kunnen grofweg verdeeld worden in politieke aangelegenheden, economische aangelegenheden, pers- en culturele aangelegenheden, consulaire aangelegenheden en algemene zaken. Hieronder volgt een weergave van de taken:
Politieke Zaken (PZ):
  • het volgen van de binnenlandse en buitenlandse politieke ontwikkelingen in het land van accreditatie;
  • het rapporteren aan de Nederlandse regering omtrent de voor Nederland relevante ontwikkelingen opdat die bij het formuleren van haar beleid daar rekening mee kan houden;
  • het uitdragen van het Nederlandse politieke beleid;
  • het behartigen van de belangen van andere landen.
Economische Zaken (EZ): de economische werkzaamheden kunnen worden onderscheiden in macro-, meso- en micro-economische aangelegenheden.
Macro-economisch:
  • het opstellen van algemene economische rapportage over macro-economische ontwikkelingen in het buitenland, overheidsmaatregelen, monetaire kwesties, energievoorziening, milieuhygiëne, lucht- en scheepvaartaangelegenheden;
  • het vergaren van handelspolitieke informatievergaring en inspanningen, met name daar waar de handel op beperkende maatregelen stuit;
  • het toezenden van economisch-statistisch materiaal;
  • het verstrekken van inlichtingen aan de overheid en het bedrijfsleven van het land van vestiging over economische ontwikkelingen en mogelijkheden tot economische samenwerking met Nederland;
  • het uitdragen van het Nederlandse beleid op economisch terrein.
Meso-economisch:
  • het berichten over afzetmogelijkheden, ontwikkelingen in het bedrijfsleven, fusies, buitenlandse investeringen, concurrentie van derde landen;
  • het geven van voorlichting over Nederlandse leveringsmogelijkheden van goederen en diensten;
  • het doen van meldingen over ontwikkelingsprojecten en overheidsaanbestedingen;
  • het aantrekken van industriële projecten voor Nederland door middel van voorlichting, bemiddeling, etc.;
  • het berichten over economische missies die West-Europa bezoeken en hulp aan Nederlandse missies in het ambtsgebied;
  • het berichten over beurzen en tentoonstellingen in het land van vestiging en hulp bij Nederlandse deelname aan beurzen.
Micro-economisch
Het ondersteunen en begeleiden van Nederlandse exporteurs in de vorm van:
  • het ondersteunen en begeleiden van Nederlandse exporteurs in de vorm van: handelsbemiddeling;
  • het voorlichten van Nederlandse zakenlieden en introducties bij overheid en bedrijfsleven;
  • het bemiddelen bij handelsgeschillen.
Ontwikkelingssamenwerking (OS):
De werkzaamheden in het kader van ontwikkelingssamenwerking houden in:
  • het analyseren van het ontwikkelingsbeleid van het betrokken land;
  • het nagaan van de plaats die Nederland in de samenwerking op dit gebied zou kunnen innemen;
  • het vaststellen van doelgroepen waarop het samenwerkingsbeleid gericht kan zijn;
  • het adviseren omtrent de aanvaardbaarheid en uitvoerbaarheid van individuele projecten;
  • het voorbereiden, uitvoeren en evalueren van Kleine Ambassade Projecten (KAP);
  • het begeleiden van uit te zenden deskundigen, huisvesting, financiering, hulp bij import van goederen;
  • het bemiddelen bij de invoer van materieel voor hulpprojecten;
  • het behandelen van financiële aspecten.
Consulaire Zaken (CZ):
Ten behoeve van Nederlanders:
  • het zorgdragen voor de Nederlandse kolonie en Nederlandse toeristen in het buitenland. De meest voorkomende werkzaamheden hiervoor zijn:
  • het verstrekken, verlengen en wijzigen van reisdocumenten voor Nederlanders, alsmede diplomatieke, consulaire en dienstpaspoorten;
  • het opmaken van legalisaties;
  • het verstrekken van juridische adviezen;
  • het verlenen van bijstand bij het opstellen van notariële akten
  • het opmaken van akten van huwelijkstoestemming;
  • het in bewaring nemen van holografische en geheime testamenten;
  • het opmaken van volmachten
  • het registreren van opgemaakte akten in een repertorium;
  • het opmaken van akten van de burgerlijke stand;
  • het regelen van dienstplichtzaken;
  • het zorgen voor repatriëring
  • het overbrengen van gerechtelijke stukken, het bijstaan van rogatoire commissies, het opmaken van legalisaties en het verrichten van andere juridische handelingen.
Ten behoeve van buitenlanders:
  • het verlenen van visa voor bezoeken aan Nederland korter dan drie maanden of verstrekken van een ‘machtiging voorlopig verblijf’ bij een verblijf langer dan drie maanden;
  • het doorzenden van asielverzoeken;
  • het inlichten van buitenlandse autoriteiten betreffende Nederland.
Pers- en culturele zaken (PCZ):
het bevorderen en verbreiden van kennis van het leven en denken van het Nederlandse volk, zijn staatkundige, economische en sociale structuur, zijn cultuur en zijn historie, en over de beginselen en feitelijke gegevens die daarbij een rol spelen. De diplomatieke post heeft tot taak het ontwikkelen van activiteiten en het aankweken en onderhouden van relaties die de banden tussen beide landen kunnen verstevigen. Concreter betekent dit:
  • het medewerken aan de uitvoering van bilaterale afspraken en verdragen op cultureel en wetenschappelijk gebied;
  • het deelnemen aan het internationale culturele verkeer;
  • het profijt trekken uit multilaterale samenwerkingsvormen op dit gebied alsmede het uitdragen van Nederlandse standpunten;
  • het onderhouden van contacten met de lokale pers teneinde publicaties over Nederland te stimuleren en waar nodig onjuiste voorlichting te corrigeren.
Algemene Zaken (AZ):
De afdeling algemene Zaken is belast met de ondersteunende, secundaire taken op een post, dat wil zeggen zaken met betrekking tot:
  • personeel;
  • informatievoorziening, automatisering;
  • organisatie;
  • financieel beheer;
  • archief;
  • communicatie;
  • huisvesting;
  • vervoer

Geschiedenis van het archiefbeheer

De archieven van de buitenlandse posten van het ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ) werden geordend en geselecteerd conform instructies, opgesteld door de centrale archiefafdeling op het departement en neergelegd in een archiefinstructiebundel. De archiefinstructiebundel heeft in de loop der jaren grotere en kleinere revisies ondergaan. De belangrijkste was de introductie van de archiefinstructiebundel ‘Archiefzorg op de posten’ in 1999. Deze archiefinstructie introduceerde een nieuwe primaire, hiërarchische ordening op trefwoord en verving de oude ordening op basis van de Archiefcode BZ, afgeleid van de Universele Decimale Code (UDC).
In 2014 is besloten om alle postenarchieven uit de periode 1975-2013 te bewerken. Het zogenaamde archiefblok ‘Postenarchieven’ bestaat uit de volgende onderdelen:
  • Archiefbescheiden over de periode 1975-1984, code-archief
  • Archiefbescheiden over de periode 1985-1990, code-archief
  • Archiefbescheiden over de periode 1990-2013
Archiefbescheiden uit de periode voor 1975 zijn in eerder stadium overgebracht naar het Nationaal Archief. Zie daarvoor ‘Verwante archieven’.
De archiefbescheiden over de periode 1975-1984 zijn grotendeels rond 2005 overgedragen aan Nederland. Ook het archief over de periode 1985-1990 is later voor een belangrijk deel overgedragen aan Nederland. De archiefbescheiden over de periode vanaf 1990 zijn voor aanvang van de archiefbewerking in zijn totaliteit overgedragen aan Nederland in het kader van actie ‘Papier Hier’, een project dat gericht is op het afbouwen van de bestaande papieren archieven op departementen en posten. Met deze actie worden eveneens de nog niet aan Nederland overgedragen dossiers uit de periode voor 1990 meegenomen.

De verwerving van het archief

Het archief is in 2018 door Ministerie van Buitenlandse Zaken overgebracht naar het Nationaal Archief, krachtens artikel 12 van de Archiefwet 1995
De archieven zijn tot aan de overdracht aan het Nationaal Archief in beheer bij Doc-Direkt. In 2018 is het archief van de ambassade in Algerije bewerkt door Doc-Direkt, locatie Tweelingenlaan 62, Apeldoorn.