Begrenzingen archief
Het hier beschreven archief bestaat uit twee afzonderlijke archiefbestanddelen, te weten:
- het verbaalarchief van de Administratie/Directoraat-Generaal der Belastingen 1936 t/m 1975; en
- het verbaalarchief (de series ingekomen en uitgaande stukken) van het archief van de Directeur-generaal der Fiscale Zaken 1950 t/m 1960 65
De gekozen tijdsgrenzen van het door de CAS bewerkte, en hier nabewerkte en beschreven archief zijn dezelfde en worden bepaald door:
- De invoering in 1936 van het "index"-systeem om het verbaalarchief min of meer direct toegankelijk te maken op onderwerp (hierover meer onder de kop toegankelijkheid van het archief). De reden dat het archiefdeel 1936 t/m 10 mei 1940 in deze bewerking is meegenomen ligt, zoals eerder al opgemerkt, in het archieftechnische feit dat het via het indexsysteem toegankelijk was. De grens van mei 1940 (inval en bezetting door Duitsers), was een beslissing op historische gronden;
- In 1950 reorganiseerde het Ministerie van Financiën. Een van de belangrijkste wijzigingen was dat bij de AdB de uitvoeringstaken en de beleidstaken uit elkaar werden gehaald. Daardoor ontstonden het Directoraat-Generaal der Belastingen en het Directoraat (Generaal) Fiscale Zaken.
- In juli/augustus 1975 verhuisden alle over Den Haag verspreide onderdelen van het Ministerie naar het nieuwe gebouw aan het Lange Voorhout. Eind dat jaar gingen de laatste directies bij het DG-Bel, die tot dan alleen op een eigen plek hadden gezeten, over van het verbaal- naar het dossierstelsel. Het verbaalstelsel bij Financiën werd daarmee definitief afgesloten.
Na de voorlaatste bewerking door de CAS was de fysieke verhouding tussen het eigenlijke archief, de verbalen, de toegang daarop, het indexsysteem met toebehoren, opgelopen tot ca. 30 meter archief : 270 meter ingang daarop, oftewel 1 : 9.
De opzet van de bewerking, waarvan deze inventaris het resultaat is, is ingegeven door de gedachte dat het archief verlost moest worden van zijn topzware toegang en ondanks dat toegankelijk moest blijven, liefst zoveel mogelijk rechtstreeks. Dit betekende praktisch het maken van een geheel nieuwe toegang op het archief.
De stukken zijn als voorheen chrononumeriek geordend gebleven.
In 2006 heeft het Project Wegwerken Archief Achterstanden (hierna PWAA) een supplement op het verbaalarchief op basis van Basis Selectie Documenten (BSD's) bewerkt. Dit archief bestond uit twee blokken: Blok 131 "Termijnstukken 1936-1975", met een omvang van 176 m' en Blok 143 "Verbaalarchief (losse minuten) 1936-1975", met een omvang van 0,825 m'.
Vanwege het ontbreken van een selectie-instrument als de voornoemde BSD's voor de periode van vóór 1945 is het materiaal van de daaraan voorafgaande jaren grotendeels op bewaren gesteld. Dit in tegenstelling tot de periode van na 1945, waarvan op basis van de BSD's veel meer voor vernietiging in aanmerking kwam. Met uitzondering van de periode 1945-1950, waarbij stukken die feitelijk ook vernietigd hadden mogen worden, hiervan zijn uitgesloten, omdat deze oorlogsgerelateerd zijn, zoals o.a stukken betreffende rechtsherstel. Hierin zijn onder meer veel verslagen opgenomen, die betrekking hebben op de periode 1940-1945 en die daarom historisch van belang zijn. Deze stukken zijn krachtens artikel 5, lid e, van het Archiefbesluit 1995 van vernietiging uitgezonderd.
Aanvankelijk stond dit archief als twee verschillende blokken in de bestandsadministratie geregistreerd, waardoor men niet meer doorhad dat deze bij elkaar hoorden. Dientengevolge was het archief in de kelder bij een herschikking ook op verschillende plaatsen terechtgekomen. Het Ministerie van Financiën heeft het later allemaal bij elkaar gezet onder nummer 39, met als nadere specificaties de letteraanduidingen a t/m d. Hierdoor werd de chronologie binnen dit archiefblok weer hersteld.
In navolging van de bewerking door de CAS heeft het PWAA het door haar beschreven supplement eveneens chronologisch geordend. Daarbij is er van afgezien om de beide bestanden tot één toegang te integreren. In plaats daarvan is het door het PWAA geïnventariseerde blok (428-1482) achter de eerdere inventaris van de CAS geplaatst. Dit bezwaar werd ondervangen doordat de verwijzingen in de indices naar de verbaalnummers daarentegen wel op de chronologisch juiste plaats in de oude inventaris zijn ingevoegd. De later aangetroffen inventarisnummers 1496-1499 zijn als enigen wel op de chronologisch juiste plaats binnen de door de CAS geïnventariseerde serie opgenomen.
Ten slotte zijn er achter de chronologische reeks nog bijlagen zoals kadasterkaarten (1484-1485) en Instructies van de Rijksadvocatuur met de daarbij behorende bijlagen (1492-1495, 424-425) in de inventaris opgenomen.
Tijdens de bewerking werden ook enkele indices uit de periode 1936 tot 10 mei 1940 aangetroffen. Deze corresponderen echter niet met de aanwezige stukken van het verbaalarchief en zijn dus als toegang feitelijk onbruikbaar. Desalniettemin is besloten ze te bewaren, omdat deze een aanvullend beeld geven van hetgeen er oorspronkelijk in het archief zat. Niet in de laatste plaats omdat deze indices onder meer uitgebreide omschrijvingen bevatten van de stukken, die betrekking hebben op o.a. militaire zaken en maatregelen bij een vijandelijke inval.
De stukken van het Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken, 1950-1962 (nummer toegang: 2.08.70) zijn in een aparte inventaris beschreven en even als dit archief bij het Nationaal Archief te raadplegen.
Tijdens de bewerking van de losse minuten zijn ook bescheiden aangetroffen, die toebehoren aan de afgesplitste onderdelen K&S, GT, of Comptabiliteit. Die stukken zijn afgezonderd van dit bestand en zullen te zijner tijd tijdens de bewerking van de desbetreffende onderdelen aan het juiste archief worden toegevoegd en toegankelijk worden gemaakt. Na de selectie bleef er 51,125 meter van de oorspronkelijk 176,825 m' voor bewaring in aanmerking.
Nadere toegang op het archief
De serie verbalen is toegankelijk gemaakt door een aparte nadere toegang.
Voor deze toegang is gekozen voor een stuksgewijze beschrijving van het archief, en vervolgens een onderwerpsgewijze ordening van de ontstane stukbeschrijvingen. De beschrijvingen zoals die nu gemaakt zijn voor deze inventaris komen meestal niet exact overeen met wat er op de stukken zelf staat De onderwerpsaanduiding, links bovenaan op het voorblad van de minute-formulieren konden bijna nooit zondermeer worden overgenomen. Ze bestaan meestal uit niet meer dan een enkel of een paar kernwoorden, een enkele maal staat er helemaal niets op het stuk, of is de aanduiding gewoonweg niet juist. Er is niet overgegaan tot een volledige archivistische stukbeschrijving, vaak zijn de beschrijvingen niet meer dan uitgebreide versies van wat op de stukken zelf staat. De uitbreidingen van de beschrijvingen zijn bedoeld om het kader en eventuele andere aspecten van de onderwerpen (beter) aan te geven.