Archief
Titel
2.09.104 Inventaris van het archief van de Algemene Inspectie van het Korps Rijkspolitie, 1945-1992
Auteur
PWAAVersie
18-06-2018
Copyright
Nationaal Archief, Den Haag
2009 cc0Beschrijving van het archief
Naam archiefblok
Ministerie van Justitie, Algemene Inspectie van het Korps Rijkspolitie Justitie / Inspectie Korps Rijkspolitie
Periodisering
oudste stuk - jongste stuk: 1952-1992
Archiefbloknummer
J33Omvang
; 500 inventarisnummer(s) 11,00 meterTaal van het archiefmateriaal
Het merendeel der stukken is in het.
Nederlands
Soort archiefmateriaal
Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.Archiefdienst
Nationaal ArchiefLocatie
Den HaagArchiefvormers
Ministerie van Justie/Algemene Inspectie Korps RijkspolitieSamenvatting van de inhoud van het archief
Het betreft met name vergaderverslagen, onderzoeksrapporten en stukken inzake de taakuitoefening van de eigen organisatie.Archiefvorming
Geschiedenis van de archiefvormer
Vlak na het einde van de Tweede Wereldoorlog verkeerde Nederland in chaos. Om de orde snel te herstellen, was een goed draaiende politieorganisatie nodig. Om de politieorganisatie na de Duitse bezetting te regelen nam de Nederlandse regering al in Londen het Buitengewoon Politiebesluit (Stb. 1944, E 123). Dit besluit bestempelde alle politiezorg tot rijkspolitiezorg en plaatste de gehele politie onder de leiding van de minister van Justitie. Dit besluit was niet onomstreden en maakte al snel plaats voor het Politiebesluit 1945 (Stb. 1945, F 250), gevolgd door de Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244).
Het eerste artikel van het Politiebesluit 1945 bepaalde dat de politie bestond uit het Korps Rijkspolitie en gemeentepolitie, elk met hun eigen bewakingsgebieden. Rijks- en gemeenteveldwacht, marechaussee en politietroepen verdwenen uit het politiebestel. Grotere gemeenten waren het werkterrein van de gemeentepolitie en de plattelandsgemeenten van de rijkspolitie. In dit verband kan worden gesproken van dualisme binnen de organisatie. In de Politiewet van 1957 bleef deze tweedeling gehandhaafd. De algemene leiding, de organisatie en het beheer van de rijkspolitie kwam te berusten bij de minister van Justitie. De dagelijkse leiding over het Korps Rijkspolitie werd opgedragen aan de Algemeen Inspecteur, daarin bijgestaan door zijn staf, de Algemene Inspectie.
Hoofdfuncties
Beleidsvertaling is één van de vier pijlers waarop de Inspectie is gefundeerd. Bepaalde ontwikkelingen in de samenleving en de politiek dienen vertaald te worden in strategisch beleid voor de eigen organisatie. Na het vaststellen van een strategie door de Inspectie op eigen initiatief of van buitenaf, is het de beurt aan managementcontrole om te inspecteren of de districtsafdelingen meegaan in de afgesproken richting of dat ze achterblijven. Kortom, hoe verhoudt de huidige situatie binnen een afdeling zich met de afgesproken strategie? Hierbij wordt op een actieve wijze begeleiding en ondersteuning aangeboden aan de onderzochte afdelingen binnen het Korps. Advisering en ondersteuning zijn hierom gezamenlijk de derde pijler en hierbij is ondersteuning twee richtingsverkeer. Niet alleen de Inspectie kan het initiatief nemen om te ondersteunen, maar ook een district ergens in het land kan om hulp vragen om bijvoorbeeld een situatie op het terrein van rechtspositionele aangelegenheden op te lossen. De vierde en laatste hoofdtaak van de Inspectie is het ondersteunen van operationele zaken. Het laten inzetten van de ME is hier een goed voorbeeld van.
De afdeling Politiële Bedrijfsvoering (PBV) heeft de taak ervoor te zorgen dat het Korps op de relevante terreinen tot beleidsvorming komt. Zaken die bijvoorbeeld van het departement komen, hebben op politieel terrein vaak een vertaling nodig. Deze vertaalslag is in feite tweerichtingsverkeer, want ook zaken die problematisch blijken in het Korps moeten goed ingekleed richting het departement worden gecommuniceerd. De beleidsvorming van PBV speelt zich voornamelijk af op strategisch en organisatorisch niveau. Naast beleidsvorming is controle ook een taak van PBV, maar deze wordt gedeeld met Personeelszaken (PZ) en de afdeling Financieel-economische en Technische Bedrijfsvoering (FTB).
De afdeling FTB is belast met een belangrijk stuk begrotingsvoorbereiding, draagt verantwoordelijkheid voor een aantal beleidstaken op het gebied van materiële zaken en is verantwoordelijk voor de afhandeling voor het hele Korps van de zogenaamde schadezaken.
Waar de PBV en de FTB voornamelijk beleidsvoorbereidende taken kennen, houden de afdelingen Personeelszaken (PZ) en Informatievoorziening en Automatisering (IenA) zich voornamelijk bezig met ondersteuning van de districten.
Algemeen Inspecteur
De vier genoemde afdelingen ressorteren onder de Algemeen Inspecteur. De Inspecteur wordt in zijn dagelijks functioneren ondersteund door drie aparte afdelingen, te weten:- het Directiesecretariaat /afdeling Intern Beheer (DIB),
- afdeling Voorlichting en
- de afdeling Operationele Ondersteuning.
De afdeling Intern Beheer is verantwoordelijk voor het geolied laten verlopen van de Centrale Staf, inclusief de ondersteuning van de Algemeen Inspecteur. Hierbij moet worden gedacht aan onder andere DIV-werkzaamheden, het beheer van het budget van de Centrale Staf en het verzorgen van het secretariaat van het managementteam. De afdeling Voorlichting, licht niet alleen het publiek in over acties en voornemens van de Algemene Inspectie en het Korps in het algemeen, maar verzorgt ook de interne communicatie tussen de districten en de Algemene Inspectie. Over de afdeling Operationele Ondersteuning tenslotte wordt wel gezegd dat dit de enige lijnafdeling binnen de Centrale Staf is. In opdracht van het bevoegd gezag (minister van Justitie) kan de Operationele Ondersteuning bijvoorbeeld de opdracht geven om extra ondersteuning te mobiliseren. Hierbij moet worden gedacht aan bijvoorbeeld de eerder genoemde inzet van de ME.Stafafdeling Inspectie
De Stafafdeling Inspectie valt onder het directe toezicht van de Algemeen Inspecteur en is belast met de jaarlijkse inspecties van alle districten van het Korps Rijkspolitie. Het accent bij deze jaarlijkse inspecties ligt op het verwerven van inzicht in de manier waarop het management van die onderdelen de verkregen middelen en beleidsrichtlijnen omzet in resultaten, zoals politietoezicht, voorkoming en opsporing van misdrijven en het bieden van slachtofferhulp. De organisatie wordt kortom in haar geheel doorgelicht om zo inzicht te krijgen in hoe de organisatie omgaat met het beheer van mensen en middelen om zo uiteindelijk tot een evaluatie te komen.
Geschiedenis van het archiefbeheer
In 1968 brak er brand uit bij het Korps Rijkspolitie aan de Koningskade te Den Haag. Nagenoeg het gehele archief van het Korps ging hierbij in vlammen op. De Centrale Archief Selectiedienst (CAS) te Winschoten heeft op basis van vernietigingslijsten een inventaris opgesteld in plaats van op basis van selectielijsten. Het archief kent een toegang die op basis van de Basis Archiefcode (BAC) op onderwerp is ingedeeld. Binnen de verschillende onderwerpen is de secundaire ordening chronologisch. De inventaris van de CAS laat hiaten zien, waaronder het ontbreken van een beschrijving van de eerste 65 dozen in het archief. De oorzaak hiervan is niet bekend, mogelijk zijn deze dozen verbrand. Tevens heeft de CAS het een en ander vernietigd. Hier zijn geen verklaringen van vernietiging van bekend, ook niet meer bij de CAS. Het archief is hierdoor niet compleet. Het archief is door firma Hoogduin gecontroleerd op de aanwezigheid van schimmel en stof. Dit heeft geen bijzonderheden opgeleverd.
Vanuit het Justitiedepot in Rijswijk is het archiefonderdeel in mei 2008 overgebracht naar PWAA. Hier heeft de selectie en bewerking plaatsgevonden. De dossiers zijn ontdaan van schadelijke hecht- en bindmiddelen, in zuurvrije omslagen en dozen verpakt en met een inventarisnummer voorzien.
Het archief is in 2008 door ministerie van Justitie overgebracht naar het Nationaal Archief, krachtens artikel 23 van de Archiefwet 1995.
Krachtens art. 12 van de Archiefwet 1995 is het archiefonderdeel in 2008 vanuit Rotterdam overgebracht naar het Nationaal Archief.
De verwerving van het archief
Het archief is krachtens bepalingen van de Archiefwet overgebracht.
Inhoud en structuur van het archief
Inhoud
Het archief bestaat uit correspondentie, notities, een serie vergaderverslagen en persoonsdossiers. Andere series zijn niet in het archief aanwezig. Er zijn geen documenten in een buitenlandse taal en bijzondere of audiovisuele materialen aangetroffen en alle documenten zijn goed leesbaar.
De stukken betreffende de eigen organisatie bestaan voornamelijk uit vergaderverslagen en onderzoeksrapporten naar het eigen functioneren. De stukken betreffende de taken van de Algemene Inspectie zijn meer divers van aard, maar bevatten nog steeds veel vergaderverslagen. Voornamelijk de taken beleidsvertaling en advisering komen in verschillende eindprodukten naar voren in de vorm van rapporten, verslagen van vergaderingen, notulen, notities en correspondentie.
Vanwege de brand in 1968 en de bewerking van het archief door de CAS is het blok niet meer compleet. Welke stukken zijn vernietigd is onbekend, maar door de brand kan worden aangenomen dat de neerslag van de taken vóór de brand niet meer compleet is. Er zijn geen andere delen van het archief die nog kunnen worden aangeboden. Momenteel is er geen archief in bewerking bij de CAS. Er is nog niets overgedragen aan het NA en er is geen inhoudelijk gerelateerd archiefmateriaal in andere archieven aanwezig.
Selectie en vernietiging
Dit archiefonderdeel is geselecteerd op basis van de volgende BSD’s en handelingen: in alle gevallen is de actor de minister van Justitie (eventueel als vakminister)
| - Politie 1945-1993 (RIO 100) |
Stcr. 2007/215 |
| - P-direct 1945- (RIO 168) |
Stcr. 2007/225 |
| - Organisatie Rijksoverheid 1945- (RIO 143) |
Stcr. 2007/199 |
| - Rijksbegroting (RIO 15) |
Stcr. 2006/1947 |
| - Overheidspersoneel arbeidsverhoudingen (RIO 72) |
Stcr. 2001/867 |
| - Overheidspersoneel arbeidsvoorwaarden (RIO 73) |
Stcr. 2001/867 |
| - Overheidspersoneel formatiebeleid (RIO 75) |
Stcr. 2001/867 |
| - Overheidsinformatievoorziening (RIO 92) |
Stcr. 2004/1694 |
In de Historisch-Maatschappelijke Analyse van Politie worden een aantal incidenten genoemd die bijzondere aandacht verdienen en bewaard moeten worden wanneer deze in het archief van de Inspectie naar boven komen. Dit zijn de Amsterdamse ordeverstoring in 1966, de derde terrorismegolf, de verlening van bijstand tijdens het ontzetten van krakers, de protestacties van de bonden tegen de bezuinigingen in de Kabinetten Lubbers, de protestacties tegen kernraketten en de gevolgen van het Schengenakkoord. Voor wat betreft de terroristische acties van de Molukkers in de jaren zeventig is een nieuwe handeling opgenomen (handeling 646).
Verantwoording van de bewerking
Het bij PWAA ter bewerking aangeleverde archiefonderdeel bestond oorspronkelijk uit 83,3 meter en na bewerking uit 13,1 meter. Het archiefonderdeel beslaat de periode 1945 tot en met 1992.
Het blok bevat stukken inzake de Organisatie van de Inspectie en de districten, vergaderdossiers van diverse groepen, personeeldossiers en Piofach-gerelateerde zaken. De taal is Nederlands, de stukken zijn goed leesbaar en er zijn geen bijzondere of audiovisuele materialen aangetroffen.
Bij binnenkomst bleek er een primaire ordening op basis van onderwerp en een secundaire ordening op basis van chronologie te bestaan in de dossiers. Uiteindelijk is de keuze gemaakt om het blok in twee delen op te knippen. De knip is gemaakt om onderscheid te kunnen maken tussen stukken betreffende de eigen organisatie en stukken betreffende de taakuitoefening. Aangezien de Algemene Inspectie vier taken had, is de rubriek taken onderverdeeld in vier rubrieken, te weten: beleidsvertaling, inspectie en toezicht, advisering en ondersteuning.
Alle stukken zijn van nietjes, plakband en overige hechtmiddelen ontdaan en verpakt in zuurvrije omslagen en zuurvrije archiefdozen. Ze zijn daarna genummerd volgens de inventaris. De omslagen en dozen zijn voorzien van etiketten. Van de te vernietigen stukken zijn vernietigingslijsten opgesteld en deze zijn aan het ministerie van Justitie overgedragen.
Ordening van het archief
De ordening van deze toegang is ingrijpend gewijzigd in vergelijking met de oorspronkelijke taakomschrijving. Omdat de dossiers moeilijk te koppelen waren met de oorspronkelijke taken, is gekozen om deze toegang op een traditionele manier in te delen. Gekozen is voor de rubrieken stukken van algemene aard, organisatie, personeel en taakuitvoering. De eerste drie rubrieken zijn weer onderverdeeld in dossiers inzake de Algemene Inspectie en dossiers inzake het bredere Korps Rijkspolitie. De rubriek taakuitvoering is onderverdeeld in drie hoofdtaken: regelgeving, operationele zaken en onderzoek.
Aanwijzingen voor de gebruiker
Openbaarheidsbeperkingen
Deels openbaar, deels beperkt openbaar (B). Voor publicatie is toestemming van minister van Justitie noodzakelijk.
Beperkingen aan het gebruik
Reproductie van originele bescheiden uit dit archief is, behoudens de algemene regels die gelden voor het kopiëren van stukken, niet aan beperkingen onderhevig. Er zijn geen beperkingen krachtens auteursrecht.
Materiële beperkingen
Het archief kent geen beperkingen voor het raadplegen van stukken als gevolg van slechte materiële staat.
Aanvraaginstructie
Openbare archiefstukken kunnen online worden aangevraagd en gereserveerd. U kunt dit ook via de terminals in de studiezaal van het Nationaal Archief doen. Om te kunnen reserveren dient u de volgende stappen te volgen:
- Creëer een account of log in.
- Selecteer in de archiefinventaris een archiefstuk.
- Klik op ‘Reserveer’ en kies een tijdstip van inzage.
Citeerinstructie
Bij het citeren in annotatie en verantwoording dient het archief tenminste éénmaal volledig en zonder afkortingen te worden vermeld. Daarna kan worden volstaan met verkorte aanhaling.
VOLLEDIG:
Nationaal Archief, Den Haag, Ministerie van Justitie, Algemene Inspectie van het Korps Rijkspolitie, nummer toegang 2.09.104, inventarisnummer ...
VERKORT:
NL-HaNA, Justitie / Inspectie Korps Rijkspolitie, 2.09.104, inv.nr. ...
Verwant materiaal
Inventarisnummers van dit archief zijn niet in kopievorm beschikbaar
Bijlagen
Besluit van de Minister van Justitie, houdende beperking van de openbaarheid van het archief van de Algemene Inspectie van het Korps Rijkspolitie van het Ministerie van Justitie (1945 – 1992)
(als bedoeld in artikel 10 van het Archiefbesluit 1995)
Met het oog op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van nog levende personen, worden op grond van artikel 15, eerste lid, onder a, van de Archiefwet 1995 aan de openbaarheid van het naar het Nationaal Archief over te brengen archief van de Algemene Inspectie van het Korps Rijkspolitie van het Ministerie van Justitie bevattende de hierboven genoemde archieven, de volgende beperkingen gesteld:
| 1. |
De dossiers die in de toegang zijn opgenomen onder de inventarisnummers 422, 453 en 474 en die jonger zijn dan 75 jaar, zijn beperkt openbaar; uitgangspunt daarbij is het jaar waarin het betreffende dossier is afgesloten. |
| 2. |
Deze beperking is niet van toepassing op de overige inventarisnummers van de toegang. |
| 3. |
Raadpleging van de archiefbescheiden is, gelet op art. 15, derde lid van de Archiefwet 1995, slechts mogelijk na schriftelijk verkregen toestemming van de directeur van het Nationaal Archief. Deze toestemming kan worden verleend, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:- De verzoeker doet een gemotiveerd schriftelijk verzoek tot inzage van de archiefbescheiden, waarin wordt aangegeven: de omschrijving van het onderzoeksdoel, de onderzoeksopzet en de wijze waarop de vertrouwelijkheid van de persoonsgegevens zal worden gewaarborgd.
- De verzoeker vult hiertoe het Formulier voor toestemming tot raadpleging van niet-openbare archieven van het Ministerie van Justitie in en ondertekent het formulier. De verzoeker verklaart daarmee tevens zich te zullen houden aan de in het formulier opgenomen bepalingen. Een exemplaar van het formulier is als bijlage 2 bij de Verklaring van Overbrenging gevoegd.
|
| 4. |
De directeur van het Nationaal Archief bereidt de beschikbaarstelling van de dossiers voor. In de belangenafweging betrekt hij de belangen van alle personen waarvan persoonsgegevens in het dossier zijn opgenomen. |
| 5. |
Het is niet toegestaan reproducties te vervaardigen van documenten uit de dossiers, zonder toestemming van de directeur van het Nationaal Archief. Deze kan uitsluitend toestemming verlenen voor:- Reproducties van in dossiers aangetroffen openbare stukken, zoals krantenknipsels.
- Reproducties van in persoonsdossiers aangetroffen foto’s, persoonlijke brieven, dagboeken, andere soortgelijke documenten, indien deze aantoonbare persoonlijke emotionele waarde hebben voor de verzoeker, indien deze documenten geen belastende aanwijzingen bevatten en het bezit daarvan de belangen van nog levende personen niet onevenredig kan schaden.
|
| 6. |
De directeur van het Nationaal Archief geeft voor publicatie uit deze bescheiden voor stukken houdende bijzondere persoonsgegevens in de zin van artikel 16 Wet bescherming persoonsgegevens, geen toestemming zonder voorafgaand overleg met de Minister van Justitie. |
Getekend te Den Haag,
De Minister van Justitie,
namens deze,
de Secretaris-generaal,
J. Demmink
Datum:
Nummer: 5581664/08
Voordat hij toestemming verleent, beoordeelt de directeur van het Nationaal Archief het verzoek.De directeur van het Nationaal Archief kan voorwaarden verbinden aan het verlenen van zijn toestemming.