Inhoud
Het archief van de Stichting Toezicht Politieke Delinquenten is archieftechnisch gezien eigenlijk een vermenging van op verschillende plaatsen gevormde archieven.
Het bestand bestaat uit het archief gevormd bij het Landelijk Bureau van de Stichting (hierna te noemen directie- of beleidsarchief), aangevuld met fragmenten van de bij de afdelingen gevormde archieven. Deze fragmenten betreffen in hoofdzaak de door de afdelingen aangelegde persoonsdossiers van de onder hun hoede staande politieke delinquenten en de toegangen daarop. Van de afdelingen Alkmaar en Hilversum/'t Gooi is bovendien nog ander archiefmateriaal aanwezig, zij het weinig. De persoonsdossiers van jeugdigen bevatten soms ook stukken afkomstig uit het archief van de afdeling Bijzondere Jeugdzorg van het ministerie van Justitie, die tot 1 januari 1947 immers belast was met de zorg voor de jeugdige politieke delinquenten. Verder kunnen in de persoonsdossiers stukken uit archieven van kampen en tehuizen aanwezig zijn. Daarnaast zijn er nog archieffragmenten van enige functionarissen aangetroffen.
Overigens bestaat de indruk dat het archief, afgezien van de reguliere vernietiging, niet geheel compleet is: zo is bij steekproeven in de chronologische correspondentie van de directie gebleken, dat namen van politieke delinquenten, waarvan in die correspondentie sprake was, niet voorkomen in de klapper op de dossiers; het is onwaarschijnlijk dat van die personen geen dossiers bestaan zouden hebben. Bij genummerde persoonsdossiers kon soms geconstateerd worden dat dossiers niet meer aanwezig waren.
Bij steekproeven is gebleken dat brieven over een bepaalde politieke delinquent in de correspondentieseries van het directie-archief niet tevens voorkomen in de serie persoonsdossiers. Voor complete gegevens over een politieke delinquent moet dus zowel in zijn persoonsdossier als in de briefwisseling van het directie-archief gezocht worden.
De serie minuten van uitgaande brieven (doorslagen) is door de administratie geordend op nummer, echter niet consequent, zodat noch numeriek, noch chronologisch juist geordend is. Sommige brieven ontbreken in deze serie. Bepaalde doorslagen ervan zijn eveneens te vinden in de series correspondentie. In die series zijn de minuten van uitgaande brieven vaak minder in aantal dan de ingekomen brieven. Het sterkst is dit het geval bij de correspondentie met de afdelingen.
De enige eigentijdse toegang wordt gevormd door de klapper op de persoonsdossiers die de hele periode van het archief bestrijkt. De klapper blijkt niet correct alfabetisch-lexicografisch geordend te zijn, met name op het punt van de ordening van namen met een zelfde uitspraak maar verschillende schrijfwijze. Ook hierin is bij deze globale herinventarisatie geen verandering gebracht om bovenvermelde redenen. Op het persoonskaartje van de klapper staat met stempel aangegeven onder welk afdelingsbureau de reclassent ressorteerde en (meestal) wat zijn dossiernummer was. Met behulp van de in de inventaris opgenomen lijst van per plaats alfabetisch of numeriek geordende persoonsdossiers - in de grotere plaatsen meer dan één serie - kan het betreffende dossier gevonden worden. Overigens vertoont ook de serie persoonsdossiers daar, waar deze alfabetisch-lexicografisch geordend is, onjuistheden in de volgorde door onjuiste ordening in het verleden en door fouten bij ompakkingen. Men moet dus, wanneer men op een bepaalde plek iets niet vindt, wat daar aanwezig zou behoren te zijn, ook in de buurt daarvan zoeken.
Verantwoording van de bewerking
In het kader van de globale inventarisatie van 1988 is bewust van verdere schoning van het archief afgezien, vanwege het zeer arbeidsintensieve karakter van de selectie in de tienduizenden stukken van het beleidsarchief en de persoonsdossiers.
De omvang van het archief bedroeg vóór inventarisatie 193 m' en na inventarisatie 230,8 m' (tengevolge van betere verpakking).
Bij de inventarisatie is de oorspronkelijke interne ordening van de groepen stukken waar mogelijk gehandhaafd; de groepen zelf zijn in beter systematisch verband geplaatst.