2.10.36.21 Inventaris van het archief van het Ministerie van Koloniën: Stamkaarten Oost-Indische Ambtenaren, 1917-1952

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Hoewel Nederlands-Indië een kolonie van Nederland was, had het Indische bestuur in Batavia toch een zekere autonomie. Deze autonomie is vastgelegd in het regeringsreglement, later in de Wet op de Indische Staatsregeling van 1925. Ambtenaren werden op verzoek van de Indische regering door het Ministerie van Koloniën, later het Commissariaat voor Indische Zaken uitgezonden naar Nederlands-Indië. Ze werden vervolgens door het Indisch bestuur, meestal door de gouverneur-generaal aangesteld in een bepaald functie, bevorderd, overgeplaatst en ontslagen. Ook het verlof naar Nederland werd verleend door het Indisch bestuur. De personeelsadministratie werd dan ook in Batavia (Jakarta) bijgehouden. Omdat de pensioenvoorziening in Nederland geregeld was, bleek het noodzakelijk om in Nederland eveneens gegevens over Indische ambtenaren vast te leggen. Deze gegevens werden gebruikt bij de vaststelling van pensioenaanspraken en bij de toekenning van bepaalde toelagen in Nederland.

Geschiedenis van het archiefbeheer

​De kaarten zijn aangelegd en bijgehouden door ambtenaren van het Ministerie van Koloniën (periode 1917-1927) en van het Commissariaat voor Indische Zaken (periode 1927-1949), op basis van informatie, verstrekt door het Indisch bestuur in Batavia. Aanvankelijk werden op het ministerie de gegevens over de loopbaan van de ambtenaren in registers (stamboeken, zie nummer toegang 2.10.36.22) bijgehouden. Vanaf 1917 werden de gegevens van nieuw aangestelde ambtenaren vermeld op groot formaat kaarten (stamkaarten). Mutaties van reeds in dienst zijnde ambtenaren werden in de bestaande stamboeken vastgelegd. Vanaf 1927 tot 1950 werden de stamkaarten bijgehouden door het Commissariaat voor Indische Zaken. Na de souvereiniteitsoverdracht zijn de kaarten in beheer gekomen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Directie Overgangszaken Indonesië, later van Binnenlandse Zaken, Afdeling Overzeese Pensioenen. Incidenteel werden toen nog mutaties op de kaarten bijgeschreven. In latere jaren zijn ze vooral gebruikt bij het vaststellen van de diensttijd ter bepaling van pensioenaanspraken van voormalige Indische ambtenaren.
De kaarten zijn geborgen in speciaal vervaardigde houten kistjes.

De verwerving van het archief

Het archief is krachtens bepalingen van de Archiefwet overgebracht.
In 1982 zijn de kaarten tesamen met een aantal andere archieven van het voormalige Ministerie van Koloniën, door het Ministerie van Binnenlandse Zaken overgebracht naar het Algemeen Rijksarchief.