Archiefbescheiden betreffende de Rijksveeartsenijschool/Veeartsenijkundige Hogeschool te Utrecht, 1898-1925
Het gedeelte dat in 1954 werd overgebracht, werd in 1962 ten onrechte betrokken in de inventarisatie van de Afdeling Onderwijs van het Ministerie van Binnenlandse Zaken.
Het Algemeen rijksarchief heeft in 1983 een voorlopige inventaris van vervaardigd over het archiefgedeelte 1919-1925.
De archiefperiode is bepaald op 1898-1957. In 1898 vond de instelling plaats van de Afdeling Landbouw bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Deze afdeling had als deeltaak het middelbaar onderwijs in land- en tuin- bouw. In 1957 vond de invoering plaats van de zaaksgewijze ordening en het fichedoorschrijfsysteem. Voor de afdeling werd de naam Afdeling Landbouwonderwijs aangehouden. Zo werd de afdeling genoemd in de periode 1947- 1957.
Bewerking door de CAS
De selectie vond plaats aan de hand van de volgende twee vernietigingslijsten:
- De lijst van voor vernietiging in aanmerking komende stukken in de archieven van het Ministerie van Landbouw en Visserij en in de archieven van de onder dat ministerie ressorterende commissies en ambtenaren van 29 december 1966.
- De concept-lijst van voor vernietiging in aanmerking komende archief bescheiden van de onder het Ministerie van Landbouw en Visserij ressorterende Directie Landbouwonderwijs.
Bij de selectie en inventarisatie van dit archief is uitgegaan van het feit dat er bij de meeste land- en tuinbouwscholen weinig tot geen eigen archief bewaard is gebleven. Om toch een zo duidelijk mogelijk beeld van de individuele scholen te krijgen, is er meer archief ter bewaring aan- gewezen dan op basis van de vernietigingslijsten verwacht zou mogen worden. De ordening binnen de inventaris is gebaseerd op het ordeningsplan van de Directie van de Landbouw van 1947. In de inventaris staan de rubrieksnummers voor de rubriekskopjes. Deze rubriekenlijst van de Afdeling Land- en Tuinbouwonderwijs van de Directie van de Landbouw is op enkele punten aangepast om een uniforme sub-indeling van de inventaris te verkrijgen.
De archiefbescheiden betreffende de Rijksveeartsenijschool/Veeartsenijkundige Hogeschool te Utrecht, waarvan bij het Algemeen Rijksarchief reeds een inventaris was vervaardigd, zijn alsnog geselecteerd en het te bewaren gedeelte is als rubriek 61 in het kernarchief gevoegd. De archiefbescheiden betreffende de Rijkslandbouwschool en de Rijkstuinbouwschool te Wageningen zijn als voorganger van de Landbouwhogeschool in rubriek 60 gevoegd.
De archiefbescheiden van de Inspecteur van het Landbouwonderwijs die uit het kernarchief waren gelicht, zijn weer bij de betreffende rubrieken van het kernarchief tussengevoegd. Stukken betreffende niet-onderwijstaken die niet permanent tot de Afdeling Landbouwonderwijs hebben behoord, maar pas na de reorganisatie van 1931 zijn toegevoegd, bevinden zich niet in dit archief, aangezien ze enkele jaren later al weer werden overgedragen aan andere afdelingen. Het grootste deel van het Meijneke-archief is na selectie vernietigd, aangezien de bewaartermijnen reeds waren verstreken. De voor bewaring aangewezen bescheiden zijn, voorzover ze het personeel van de Afdeling Landbouwonderwijs betreffen, geplaatst onder de rubriek personeel. Waar ze het personeel van scholen betroffen zijn de bescheiden bij die betreffende scholen geplaatst.
Achter in de inventaris zijn de archieven opgenomen van commissies waarvan het secretariaat werd gevoerd door personeel van de afdeling.
Kort voor het in druk uitbrengen van de inventaris kwam er bij het ARA nog een traktementsregister betreffende personeel van de Rijksveeartsenijschool te voorschijn. Dit register is onder inventarisnummer 271a alsnog tussengevoegd. Hiermee is echter in de datering van het archief geen rekening meer gehouden.
De omvang van het archief voor de bewerking bedroeg in totaal 161 m1. Hiervan is 21,5 m1 bewaard gebleven. Dit leverde een vernietigingspercentage op van 86,6. Na de bewerking is het archief teruggezonden naar het Algemeen Rijksarchief.