Geschiedenis van de archiefvormer
Geschiedenis van het archiefvormend orgaan.
Aan het eind van de vorige eeuw wenste de rijksoverheid haar bemoeienis met de landbouw te centraliseren. Er waren namelijk vier departementen belast met een deel van de landbouwaangelegenheden: Financiën; Justitie; Waterstaat, Handel en Nijverheid en Binnenlandse Zaken.
Binnenlandse Zaken had bovendien een Afdeling Onderwijs die onder andere tot taak had de uitvoering en toepassing van de wetten en verordeningen omtrent het hoger, middelbaar en lager onderwijs, waaronder het landbouwonderwijs.
Op 1 januari 1898
Beschikking Minister van Binnenlandse Zaken van 29 januari 1898, no. 26 Kabinet.
werd bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken een centrale Afdeling Landbouw ingesteld, met als taken o.m. de zorg voor:
- het middelbaar onderwijs in land- en tuinbouw;
- de cursussen hoefbeslag;
- de rijkslandbouwproefstations;
- de land- en tuinbouwproefvelden en wetenschappelijke proefnemingen in het belang van de landbouw.
Bij besluit van 26 augustus 1901
Koninklijk besluit van 26 augustus 1901, stbl. 206.
werd de afdeling Landbouw geplaatst onder het Ministerie van Waterstaat, Handel en Nijverheid.
Per 7 september 1905
Beschikking Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel van 11 september 1905, no. 5 Kabinet.
werd de afdeling als Tweede Afdeling Landbouw bij het ook op die datum ingestelde Ministerie van Landbouw, Nijverheid en Handel ondergebracht. Onder het nieuwe departement werd de Afdeling Land- bouw in 1906 omgevormd tot Directie van de Landbouw.
De organisatie van deze directie werd geregeld bij besluit van de Directeur-Generaal van de Landbouw, d.d. 9 maart 1906.
Besluit Directeur-Generaal van de Landbouw van 9 maart 1906, no. 1 Kabinet.
Dit besluit gaf aan dat er onder de Directie van de Landbouw een Afdeling Onderwijs ressorteerde, waarvan de taken konden worden onderscheiden in een vijftal deelgebieden:
- organisatie en beheer van rijkslandbouwscholen;
- subsidiëring van het onderwijs;
- verstrekking van studiebeurzen en -toelagen;
- regeling/kosten van de examens;
- diversen.
Zie het takenoverzicht 1906-1956. De Afdeling Onderwijs bleef door de jaren heen onder de Directie van de Landbouw ressorteren, echter onder steeds andere namen. Van 1906-1910 werd ze de Afdeling Onderwijs genoemd waarna in de periode 1911-1931 de naam gewijzigd werd in Eerste Afdeling Onderwijs.
Beschikking Directeur-Generaal van de Landbouw van 9 maart 1906, no. 1 Kabinet en beschikking Directeur-Generaal van de Landbouw van 26 maart 1910, no. 1 Kabinet, Directie van de Landbouw.
Vanaf 1931
Beschikking Minister van Binnenlandse Zaken en Landbouw van 13 augustus, no. 827 Kabinet, CAB Directie van de Landbouw.
was het de Eerste Afdeling, totdat in de oorlogsperiode werd gesproken van Eerste Afdeling Landbouwonderwijs. In 1947
Wijziging de facto: er bestaat geen formele beschikking.
werd de naam wederom gewijzigd in Afdeling Landbouwonderwijs. Als gevolg van de Organisatiebeschikking van 1957
Beschikking van de Minister van Landbouw, Voedselvoorziening en Visserij van 29 april 1957, no. 234 Kabinet, m.i.v. 15 mei 1957.
werd de afdeling verheven tot Directie Land- bouwonderwijs.
De Eerste Afdeling Onderwijs raakte in 1921 het landbouwnijverheidsonderwijs als taak kwijt aan het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. In 1931 vond een reorganisatie van de Directie van de Landbouw plaats, waarna aan de Eerste Afdeling niet langer de betiteling Onderwijs werd toegevoegd. Dit is begrijpelijk, aangezien het takenpakket van de afdeling werd uitgebreid met taken die niet op het gebied van het onderwijs lagen. Deze taken ressorteerden tot 1931 hoofdzakelijk onder de
Tweede Afdeling van de Directie van de Landbouw (zie bijlage 1, punt e 2-20).
Tijdens de Tweede Wereldoorlog ressorteerde de Afdeling Landbouwonderwijs formeel onder het Departement van Opvoeding Wetenschap en Kultuurbescherming. Feitelijk veranderde er echter niets. In de periode 1941-1958 viel het tuinbouwonderwijs eveneens formeel onder de Tweede Afdeling (Tuinbouw en Tuinbouwonderwijs); feitelijk-administratief ressorteerde het echter onder de Eerste Afdeling.
Organisatieschema:
Takenoverzicht 1906-1956
De taken van de (Eerste) Afdeling (Landbouw) Onderwijs in de periode 1906-1957 kunnen onderscheiden worden in een vijftal deelgebieden
- Organisatie en beheer van rijksscholen;
- subsidiëring van het onderwijs;
- verstrekking van studiebeurzen en toelagen;
- regeling/kosten van de examens;
- diversen.
ad. a. Organisatie en beheer van rijkslandbouwscholen
- Rijks Hogere Land-, Tuin- en Bosbouwschool te Wageningen met de daaraan verbonden instituten, 1906-1918
Op 9 maart 1918 verheven tot Landbouwhogeschool te Wageningen
- Landbouwhogeschool te Wageningen, met de daaraan verbonden instituten, 1918-1957
- Rijks Hogere Burgerschool te Wageningen, 1906-1907
Deze school werd per 1 april 1907 overgebracht naar de Afdeling Onderwijs van het Ministerie van Binnenlandse Zaken.
- Rijkslandbouwschool te Wageningen, 1906-1912
In 1912 verheven tot Rijks Middelbare Landbouwschool te Groningen
- Rijks Middelbare Landbouwschool te Groningen, 1912-1957
- Middelbare Koloniale Landbouwschool te Deventer, 1912-1947
In 1947 getransformeerd tot (Rijks) Middelbare School voor Tropische Landbouw
- (Rijks) Middelbare School voor Tropische Landbouw, 1947-1957
- Rijksveeartsenijschool, 1910-1918
In 1918 verheven tot Veeartsenijkundige Hogeschool
- Veeartsenijkundige Hogeschool, 1918-1925
In 1925 opgeheven en als 6e faculteit aangesloten bij de Rijksuniversiteit te Utrecht
- Rijkszuivelschool te Bolsward, 1906-1935
Van 1935-1937 ressorterend onder de Vijfde Afdeling Veeteelt en Zuivel van de Directie van de Landbouw.1937-1957. Vanaf 1949 geheten Rijks Middelbare Zuivelschool.
- Rijksland- en tuinbouwwinterscholen, 1906-1957
- Rijkslandbouwhuishoudschool "De Rollecate", 1914-1921
In 1921 overgegaan naar het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen.
- Rijks Middelbare Landbouwschool te Dordrecht, 1945-1957
ad. b. Subsidiëring van
- het onderwijs in landbouw, tuinbouw en houtteelt (bosbouw), 1906-1957
- bijzondere landbouwwinterscholen, 1945-1956
- bijzondere lagere land- en tuinbouwscholen, 1921-1957
- lagere land- en tuinbouwscholen, 1926-1939
- (algemene) wintercursussen, 1906-1925
Vanaf 1926 algemene landbouw- en tuinbouwcursussen
- algemene landbouw- en tuinbouwcursussen, 1926-1957
- cursussen voor volwassenen en voor oud-leerlingen van algemene landbouwcursussen over bijzondere onderdelen van de landbouw, 1906-1956
- landbouwcursussen voor miliciëns, 1906-1922
- landbouwcursussen voor meisjes, 1910-1921
In 1921 overgegaan naar het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen
- cursussen in bijenteelt, 1921-1939
- cursussen in sorteren en verpakken van fruit, 1926-1939
- cursussen in bloemschikken en -binden, 1926-1939
- cursussen voor zaakvoerders, 1926-1957
- landmeterscursus te Wageningen, 1921-1934
- bijzondere cursussen tot opleiding voor de akten van bekwaamheid tot het geven van lager onderwijs in land- en tuinbouwkunde,1921-1925
- cursussen tot opleiding voor de akte van bekwaamheid tot het geven van lager onderwijs in landbouwkunde, 1906-1957
- cursussen tot verdere ontwikkeling van ambtenaren bij en onderwijzers in de landbouw, 1921-1957
- cursussen ter opleiding van onderwijzer in de bijenteelt, 1921-1939
- cursussen ter opleiding voor de akte van bekwaamheid tot het geven van middelbaar onderwijs inlandbouw, tuinbouw en houtteeltkunde, 1906-1920
- cursussen ter opleiding van tuinbouwvakonderwijzers, 1921-1939
- fruitteeltscholen 1938-1939
- cursussen in hoefbeslag, 1911-1935 en 1937-1957
Behoorde van 1906-1910 en van 1935-1937 tot de Vijfde Afdeling Veeteelt en Zuivel
- cursussen in paarden- en veekennis, 1911-1935 en 1937-1957
Behoorde van 1906-1910 en van 1935-1937 tot de Vijfde Afdeling Veeteelt en Zuivel. Ook de hierna te noemen taken 24-28 behoorden van 1935-1937 tot de Vijfde Afdeling Veeteelt en Zuivel.
- cursussen in gezondheidsleer van het vee, 1926-1935 en 1937-1957
- cursussen in pluimveeteelt, 1921-1935 en 1937-1957
- melk(ers)cursussen 1926-1935 en 1937-1957
- cursussen ter opleiding van onderwijzers in de pluimveeteelt, 1921-1935 en 1937-1957
- cursussen ter opleiding van onderwijzers in praktisch hoefbeslag, 1921-1935 en 1937-1957
- cursussen van de Nederlandse Heidemaatschappij te Arnhem, 1945-1951
Na 1951 de bosbouw- en cultuurtechnische scholen van de Nederlandse Heidemaatschappij te Arnhem
- de bosbouw- en cultuurtechnische scholen van de Nederlandse Heidemaatschappij te Arnhem, 1952-1957
- de vakschool voor kaasmakers te Hoorn, 1945-1951
Na 1951 de vakschool voor zuivelbereiders te Hoorn
- de vakschool voor zuivelbereiders te Hoorn, 1952-1957
- de scholen voor vlaswerkers, 1945-1957
- de RK Middelbare Landbouwschool te Roermond, 1947-1957
- de RK Zuivelschool te 's-Hertogenbosch, 1948-1957
- mechanisatiecursussen en cursussen in landbouwbedrijfsleer, 1950-1957
- cursussen ter opleiding van onderwijzers in landbouwtechniek en landbouwbedrijfsleer, 1950-1957
- de pluimvee- en veeteeltvakscholen, 1954-1957
- de bijzondere Middelbare Landbouwschool te Leeuwarden, 1956-1957
ad. c. Verstrekken van studiebeurzen en -toelagen
- aan hen die zich voorbereiden op examens tot onderwijzer in land- en tuinbouwkunde, 1906-1939
- aan hen die deze examens met gunstig gevolg hebbenafgelegd, 1906-1939
- aan hen die zich voorbereiden op een betrekking bij de land- en tuinbouw (en bosbouw vanaf 1921), 1906-1939
- aan gevestigde landbouw- en tuinbouwonderwijzers, 1921-1922 en 1935-1957
- tot verdere ontwikkeling van ambtenaren bij en onderwijzers in de land-, tuin- en bosbouw, 1921-1957
- rijksbeurzen (en vanaf 1945 renteloze studievoorschotten) voor studerenden aan de Landbouwhogeschool (en tot 1925 aan de Veeartsenijkundige Hogeschool), 1921-1957
- rijksbeurzen en -toelagen
1956: rijkstoelagen en renteloze studievoorschotten
ter tegemoetkoming in de kosten van land- en tuinbouwonderwijs aan on- of minvermogende jongelieden van goede aanleg, 1921-1957
- subsidies aan verenigingen, welke zich het verlenen van geldelijke steun aan on- of minvermogende jonge lieden van goede aanleg, die landbouw- of tuinbouwonderwijsinstellingen wensen te bezoeken, ten doel stellen, 1921-1957
ad. d. Regeling/kosten van examens
- van de land- en tuinbouwscholen, 1906-1939
- van de middelbare landbouwscholen, 1945-1957
- van de Landbouwhogeschool, 1926-1957
- van de Rijkszuivelschool, 1906-1935 en 1937-1957
Behoorde van 1935-1937 bij de Vijfde Afdeling
- van de Rijksveeartsenijschool c.q. Veeartsenijkundige Hogeschool, 1910-1925
Behoorde van 1906-1910 tot de Afdeling Veeartsenijkundige Dienst
- ter verkrijging van het diploma van veearts, 1910-1920
- voor het rijksdiploma hoefsmid, 1937-1957
ad. e. Diversen
- de bewerking van de verslagen over het landbouwonderwijs, 1923-1925
Na de reorganisatie in 1931 uitgebreid met taken die tot dan hoofdzakelijk ressorteerden onder de Tweede Afdeling
- dienst van de rijkstuinbouwconsulenten, 1931-1939
- dienst van de rijksbijenteeltconsulenten, 1931-1939
taken 2 en 3 gingen in 1940 over naar de Tweede Afdeling
- dienst van de rijksveeteeltconsulenten, 1931-1935
- dienst van de rijkspluimveeteeltconsulenten, 1931-1935
- dienst van de zuivelconsulenten, voorzover hun bemoeiingen de veeteelt betreffen, 1931-1935
- tuinbouwaangelegenheden van algemene aard, 1931-1939
- het tuinbouwproefveldwezen en de proefnemingen
vanaf 1938 proeftuinen
, 1931-1939
- het landbouwproefveldwezen en de proefnemingen, 1931-1937
- proefboerderijen en voorbeeldbedrijven, 1931-1937
- het bodemkundig instituut, 1931-1937
- tentoonstellingen in het binnenland, 1931-1937
- rijkslandbouwproefstation voor wetenschappelijk onderzoek te Groningen, 1931-1937
De hierna genoemde taken 14-19 gaan in 1935 over naar de Vijfde Afdeling
- rijkslandbouwproefstation voor wetenschappelijk onderzoek te Hoorn, 1931-1935
- rijksinstituut voor de pluimveeteelt, 1931-1935
- voeder- en selectieproeven met rundvee en kleinvee, 1931-1935
- trekhondenfokkerij, 1931-1935
- subsidies en andere uitgaven ten behoeve van de rundvee-, varkens-, schapen- en geitefokkerij en van de pluimveeteelt, 1931-1935
- Jachtwet 1923, 1931-1935
- subsidies en andere uitgaven ten behoeve van de bijenteelt, 1931-1939
- de Landbouwuitvoerwet 1929, wat betreft de tuinbouwprodukten, 1938-1939
Leidinggevend personeel 1898-1962
| Datum | Gebeurtenis |
Afdeling Landbouw (1898-1905)
| 1898-1900 |
mr. C.J. Sickesz (Directeur-Generaal, chef der afdeling) |
| 1901-1905 |
H.J. Lovink (Directeur-Generaal, chef der afdeling) |
| Datum | Gebeurtenis |
Inspecteurs van het middelbaar onderwijs, in het bijzonder belast met het toezicht op het landbouwonderwijs
| 1892-1901 |
F.B. Löhnis |
| 1901-1906 |
P. van Hoek |
| Datum | Gebeurtenis |
(Eerste) Afdeling (Landbouw) Onderwijs (1906-1962)
| 1906-1910 |
P. van Hoek (Hoofd van de Afdeling, Inspecteur van het Landbouwonderwijs) |
| 1910-1927 |
dr. K.H.M. van der Zanden (Inspecteur van het Landbouwonderwijs) |
| 1928 |
Vacature |
| 1929-1930 |
mr. J.J. Wintermans (Inspecteur van het Landbouwonderwijs) |
| 1931-1945 |
ir. D.S. Huizinga (Inspecteur van het Landbouwonderwijs, Hoofd van de Binnenlandse Landbouwvoorlichtingsdienst) |
| 1945-1955 |
ir. N. van Vliet (Hoofd, Directeur van het Landbouwonderwijs) |
| 1956-1962 |
ir. N.J.A. van Keulen (Hoofd, Directeur van het Landbouwonderwijs) |
| Datum | Gebeurtenis |
Twee Inspecteurs van het Landbouwonderwijs, ieder met een specifiek taakgebied
| 1953-1957 |
ir. G. Veenstra, belast met de inspectie van de landbouwwinterscholen en met de opleiding en verdere ontwikkeling van leerkrachten bij het Landbouwonderwijs |
| 1953-1957 |
ir. N.J.A. van Keulen (1956-1957 J. Roggeveen), belast met de inspectie op het lager landbouwonderwijs en met de vraagstukken betreffende het vakonderwijs in de landbouw. |
Geschiedenis van het archiefbeheer
Het archief bestond aanvankelijk uit vier verschillende gedeelten:
- het kernarchief, 1898-1957;
- het zgn. archief Meijneke, stukken betreffende personeelszaken, 1898-1939;
- archiefbescheiden betreffende de Rijksveeartsenijschool/Veeartsenijkundige Hogeschool te Utrecht, 1898-1925;
- archiefbescheiden van de Inspecteur van het Landbouwonderwijs, 1906-1945.
ad 1. Tussen 1 januari 1898 en 31 december 1922 en tussen 1 juli 1931 en 31 augustus 1947 werden de poststukken van de Afdeling (Landbouw) Onderwijs centraal bij de Directie van de Landbouw ingeschreven.
Tot 1 september 1947 werd het agendastelsel gehanteerd, waarvan de neerslag een nogal rommelig geheel vormde. In verband met het streven naar meer uniformiteit bij de postbehandeling op de verschillende afdelingen van de Directie van de Landbouw werd in september 1947 een nieuw registratuurplan ingevoerd. De stukken werden nu van een rubriekscode voorzien en op code geordend.
De toegangen bij het archief bestonden uit agenda's, indicateurs en indices. In de agenda's en indicateurs werd door middel van een letteraanduiding aangegeven of het stukken betrof van de Inspecteur van het Land- bouwonderwijs (I), van de Directeur (D) of van de afdeling (L of LO).
ad.2 Het archief Meijneke bevatte personeelsstukken uit de periode 1898-1931, die in 1931 bij de verschillende afdelingen van de Directie van de Landbouw zijn gelicht ten behoeve van een centrale afdeling personeelszaken van deze directie. Ook van de Afdeling Landbouwonderwijs bestond zo'n archiefgedeelte. De heer Meijneke was hoofd van deze centrale personeelsafdeling. Het archief was rubrieksgewijs geordend en binnen de rubrieken chronologisch.
ad.3 Toen in 1925 de zorg voor het veeartsenijkundig onderwijs bij het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen kwam te liggen, heeft men de stukken betreffende de beide scholen uit het archief van de Directie van de Landbouw, Afdeling Onderwijs overgedragen aan het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, Afdeling Hoger Onderwijs.
In 1971 heeft het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen het gedeelte 1919-1925 overgedragen aan het Ministerie van Landbouw en Visserij.
ad.4 Het kernarchief was op grote schaal vermengd met bescheiden van de Inspecteur van het Landbouwonderwijs, die in principe een eigen agenda bijhield. Tussen 1906 en 1945 was het hoofd van de Afdeling (Landbouw) Onderwijs tevens inspecteur. De bescheiden van de inspecteur zijn in de jaren tachtig uit het kernarchief gelicht. De vermenging van beide archieven was echter van dien aard dat totale scheiding ondoenlijk was.
Na overdracht van het archief aan het Algemeen Rijksarchief zijn alle bescheiden van vóór 1 januari 1898 uit het archief gelicht en teruggebracht naar hun oorspronkelijk verband.
Uit het archief zijn tot 1945 wel bescheiden vernietigd, alleen is niet duidelijk welke stukken, behalve de genoemde agenda's, en welke hoeveelheden het heeft betroffen. Uit het gedeelte van na 1945 is waarschijnlijk niet vernietigd.
De verwerving van het archief
Overbrenging van een overheidsarchief
De verwerving van het archief
Het archief is krachtens bepalingen van de Archiefwet overgebracht.