Terug naar zoekresultaten

2.13.115 Inventaris van de archieven van de Strijdkrachten in Nederlands Nieuw-Guinea van het Ministerie van Defensie, 1949-1962 [GEANONIMISEERD]

Voer een zoekterm in
VorigeVolgende

Archief

Titel

2.13.115
Inventaris van de archieven van de Strijdkrachten in Nederlands Nieuw-Guinea van het Ministerie van Defensie, 1949-1962 [GEANONIMISEERD]

Auteur

Centrale Archief Selectiedienst

Versie

04-02-2025

Copyright

Nationaal Archief, Den Haag
2005 cc0
( Geanonimiseerde versie. )

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok

Ministerie van Defensie: Strijdkrachten in Nederlands Nieuw-Guinea
Strijdkrachten Nederlands Nieuw-Guinea

Periodisering

archiefvorming: 1949-1962
oudste stuk - jongste stuk: 1943-1968

Archiefbloknummer

D20

Omvang

2917 inventarisnummer(s) 65,00 meter

Taal van het archiefmateriaal

Het merendeel der stukken is in het
Nederlands

Soort archiefmateriaal

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.

Archiefdienst

Nationaal Archief

Locatie

Den Haag

Archiefvormers

Ministerie van Marine Nederlands Nieuw-Guinea (1945 - 1962) Afwikkelingsbureau Landmacht Nieuw-Guinea (1952 - 1955) Secretariaat Landmacht Nieuw-Guinea (1949 - 1955) Juridische Dienst Landmacht Nieuw-Guinea (1950 - 1953) Detachement Landmacht Manokwari (1950 - 1954) Bureau Coördinatie Militair Vervoer Landmacht Nieuw-Guinea (1950 - 1955) Dienst Welzijnszorg Landmacht Nieuw-Guinea (1950 - 1955) Intendance Landmacht Nieuw-Guinea (1950 - 1955) Dienst der Genie Landmacht Nieuw-Guinea (1950 - 1955) Technische Dienst Landmacht Nieuw-Guinea (1950 - 1955) Verbindingsdienst Landmacht Nieuw-Guinea (1950 - 1955) Staf Landmacht Nieuw-Guinea (1950 - 1962) Commandant Zeemacht Nederlands Nieuw-Guinea (1950 - 1962) Detachement Landmacht Sorong (1951 - 1954) Commandant Maritieme Middelen Fak Fak (1955 - 1960) Brigade Nederlands Nieuw-Guinea (1958 - 1962) Commando Luchtverdediging Nieuw-Guinea (1958 - 1962) Collectie Mikmak (1958 - 1962) Kwartiermakers Detachement Sorong (1960) Garnizoenscommando Merauke (1960 - 1962) Garnizoenscommando Sorong (1960 - 1962) 6e Infanterie bataljon Nieuw-Guinea (1960 - 1962) 7e Afdeling lichte luchtdoelartillerie Biak (1960-1962) Detachement Woendi (1962)

Samenvatting van de inhoud van het archief

Gedurende de Tweede Wereldoorlog was nagenoeg geheel Nieuw-Guinea bezet geweest door de Japanse strijdkrachten. Slechts een klein gebied rondom Merauke bleef in Nederlandse handen. In 1949 werd Nieuw-Guinea buiten de soevereiniteitsoverdracht van Indonesië gehouden. In de jaren 50 leidde dit tot een politiek en militair gespannen sitiuatie. Het takenpakket van de strijdmacht bleef ongewijzigd: het voorkomen en bestrijden van Indonesische militaire actie en het verlenen van assistentie aan de civiele autoriteiten bij het handhaven van de openbare orde. Na enkele gewapende confrontaties stelde de regering in Den Haag -vooral onder grote druk van de Amerikanen- haar beleid bij, en kwam het op 15 augustus 1962 in New York tot een akkoord tussen Nederland en Indonesië.
In de hier opgenomen 23 archiefblokken zijn diverse kleine archiefvormers opgenomen, die echter niet als zodanig herkenbaar zijn. Dit complex archieven loopt in principe over de periode 1950 - 1962, de periode waarin Nederland het gezag over Nederlands Nieuw-Guinea had.

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer
In 1949 werd Nieuw-Guinea buiten de soevereiniteitsoverdracht van Indonesië gehouden. ( De tekst 'Geschiedenis van de archiefvormer' is vervaardigd door het Instituut voor Maritieme Historie van de Koninklijke Marine ) Gedurende de Tweede Wereldoorlog was nagenoeg geheel Nieuw-Guinea bezet geweest door de Japanse strijdkrachten. Slechts een klein gebied rondom Merauke bleef in Nederlandse handen. Het strategisch belang van Nieuw-Guinea nam toe nadat de Amerikaanse opperbevelhebber in de Pacific, generaal Douglas MacArthur, hier in april 1944 besloot te landen en nabij de bestuurspost Hollandia een enorme basis liet aanleggen, die in totaal 140.000 man aan troepen met hun materiaal kon herbergen. Ook op het eiland Biak en het nabij gelegen atol Woendi werd de nodige militaire infrastructuur opgezet.
Nederlandse strijdkrachten 1945 - 1950
Nog voor de algehele Japanse capitulatie in augustus 1945, waren er vanaf januari van dat jaar op diverse locaties op Nieuw-Guinea kleine contingenten van het Koninklijke Nederlands-Indisch Leger (KNIL) gestationeerd. Ook de Nederlandse luchtstrijdkrachten hadden een kleine basis op Biak. Nadat de Nederlandse autoriteiten in de loop van 1949 besloten om Nieuw-Guinea buiten de soevereiniteitsoverdracht te houden, werd het noodzakelijk de militaire aanwezigheid in dit gebied te versterken om zo orde en rust te kunnen handhaven en eventuele Indonesische infiltratiepogingen teniet te doen. De ruim 3700 km lange kustlijn en de dichte begroeiing van de oerwouden op het eiland maakten een effectieve controle van de buitengrenzen nagenoeg onmogelijk. Niettemin kwam politiek Den Haag in november 1949 tot het besluit dat de omvang van de eigen strijdkrachten op Nederlands Nieuw-Guinea beperkt diende te blijven tot een klein fregat van de Koninklijke Marine, alsmede enig luchttransport dat verzorgd werd door tien toestellen van de Marineluchtvaartdienst (de luchtstrijdkrachten van het KNIL hielden op te bestaan) en enige garnizoenen van de Koninklijke Landmacht met een totale sterkte van een infanteriebataljon. Al deze eenheden arriveerden in de weken rondom de jaarwisseling van 1950 op het eiland.
Politieke manoeuvres 1950 - 1959
In de jaren vijftig werd er meermalen tussen Nederland en Indonesië onderhandeld over de toekomst van Nieuw-Guinea, maar deze besprekingen verliepen moeizaam. Zowel in 1954 als in 1957 werd de kwestie respectievelijk door Indonesië en een groep Afro-Aziatische landen in een bij de Verenigde Naties (VN) ingediende resolutie aanhangig gemaakt. Beide malen werd de resolutie verworpen. Voor de regering in Jakarta was dit een indicatie dat het vraagstuk Nieuw-Guinea enkel met behulp van geweld kon worden opgelost. De Westerse landen, waaronder de Verenigde Staten, namen in deze veelal een neutrale positie in.
De defensie van Nederlands Nieuw-Guinea 1950 - 1959
In 1950 liet de gouverneur van Nederlands Nieuw-Guinea weten, dat de strijdkrachten die hem op dat moment in het overzeese gebiedsdeel ter beschikking stonden, niet afdoende waren voor de verdediging. Hierop werden de nodige versterkingen ontvangen, zodat de militaire strijdmacht die de autoriteiten in Hollandia in de jaren 1950-1955 ten dienste stond, bestond uit twee grote oppervlakteschepen (fregatten of torpedobootjagers), een vijftal amfibische vliegtuigen en een compagnie mariniers, alle deel uitmakend van de Koninklijke Marine. Daarnaast waren er door de inbreng van de Koninklijke Landmacht een infanteriebataljon en een compagnie Papoea's gelegerd.
De militaire dreiging van Indonesische zijde was in die jaren, ondanks de scherpe toon van Jakarta, relatief gering. Slechts incidenteel was er sprake van op kleine schaal doorgevoerde infiltraties. Niettemin meende de regering in Den Haag in april 1954 dat de structuur van de defensie van Nieuw-Guinea moest worden gewijzigd. Vanaf maart 1955 waren enkel nog de Nederlandse zeestrijdkrachten verantwoordelijk voor de verdediging van dit gebiedsdeel. Het bataljon van de landmacht werd hierbij vervangen door een contingent mariniers van gelijke omvang. De op 28 februari 1955 geïnstalleerde commandant der Zeemacht in Nederlands Nieuw-Guinea (CZMNNG) kreeg het commando van alle strijdkrachten in dit gebied. Tot zijn beschikking stonden een torpedobootjager/snel fregat en een klein fregat (na 1957 respectievelijk een onderzeebootjager en een snel fregat), een opnemingsvaartuig, diverse landingsvaartuigen, zes amfibische vliegtuigen van het type Martin Mariner, negen jachtbommenwerpers en een bataljon mariniers. In 1953 was reeds beslist dat Biak de voornaamste marinebasis zou worden. De CZMNG met zijn staf bleven evenwel in Hollandia gestationeerd. Het takenpakket van de strijdmacht bleef ongewijzigd: het voorkomen en bestrijden van Indonesische militaire actie en het verlenen van assistentie aan de civiele autoriteiten bij het handhaven van de openbare orde.
Politieke situatie 1959 - 1961
Terwijl in Indonesië vanaf 1958 de binnenlandse situatie onrustiger werd doordat president Soekarno openlijk flirtte met het communisme, gingen er in het Nederlandse parlement voor het eerst stemmen op om het bestuur over Nieuw-Guinea te internationaliseren. De regering zelf wenste hier niet op in te gaan en liet bij monde van minister van Buitenlandse Zaken J.M.A.H. Luns in oktober 1960 in de Assemblee van de Verenigde Naties weten dat Nederland vastbesloten was zo spoedig mogelijk een situatie te bewerkstelligen waarin het zelfbeschikkingsrecht van de Papoeabevolking van Nieuw-Guinea tot zijn recht kon komen, eventueel onder auspiciën van de VN. De Indonesische afgevaardigde bij de VN gaf evenwel te kennen dat de enige oplossing was, dat Nederland de soevereiniteit van het gebied overdroeg aan Soekarno en de zijnen. In de Verenigde Staten was inmiddels de regering van president J.F. Kennedy aan het bewind gekomen die er, met het oog op de wereldwijde strijd tegen het communisme, naar streefde het conflict tussen Nederland en Indonesië snel te beëindigen en het regime in Jakarta te apaiseren. Washington zag namelijk met lede ogen aan dat de regering Soekarno haar voor eventuele invasie van Nieuw-Guinea benodigde militaire materieel grotendeels aankocht in de Sovjet-Unie of in met Moskou gelieerde staten.
Militaire opbouw en organisatie in Nederlands Nieuw-Guinea 1958 - 1961
Door de toename van de Indonesische militaire dreiging, die zich in eerste instantie uitte in de vorm van schendingen van het luchtruim, werd de luchtverdediging van de basis op Biak in 1958 versterkt met luchtafweer van de Koninklijke Landmacht en radarstations van de Koninklijke Luchtmacht. In 1960 volgden nieuwe versterkingen in de vorm van radar- en gevechtsleidingsstations en de komst van 24 Hawker Hunter straaljagers. Daarnaast arriveerde in datzelfde jaar een infanteriebataljon van de Koninklijke Landmacht. Ook werden negen nieuwe P2V-7B Neptune patrouillevliegtuigen van de Marineluchtvaartdienst op het eiland gestationeerd. Inmiddels waren de technisch onbetrouwbare amfibische vliegtuigen van het type Martin Mariner vervangen door DC 3 Dakota's. Tenslotte verbleef het vliegkampschip Hr.Ms. Karel Doorman met zijn escorte in de maanden augustus-september 1960 in de wateren van Nederlands Nieuw-Guinea voor vlagvertoon. Het schip had de eerste twaalf Hawker Hunter straaljagers aan boord.
De commandostructuur onderging ten gevolge van bovengenoemde militaire opbouw in november 1960 enige verandering. Alle eenheden werden geplaatst onder een gecombineerd operationeel commando, met de zogeheten commandant der strijdkrachten in Nederlands Nieuw-Guinea (COSTRING) schout-bij-nacht G.J. Platerink als bevelhebber. In augustus 1961 werd hij opgevolgd door schout-bij-nacht L.E.H. Reeser. Het logistieke commando bleef evenwel onder de verantwoording van de afzonderlijke krijgsmachtdelen vallen.
Gedreven naar een climax 1962
Na het eerder verbreken van de diplomatieke relaties tussen Den Haag en Jakarta, bleef het aantal militaire infiltraties van Indonesische zijde beperkt. Niettemin kwam het, mede door goed werk van de kant van de Nederlandse inlichtingendiensten, in de nacht van 15 op 16 januari 1962 bij Vlakke Hoek tot een treffen tussen drie Indonesische motortorpedoboten met infiltranten aan boord enerzijds en eenheden van de Koninklijke Marine anderzijds. Deze confrontatie eindigde in een nederlaag voor de Indonesiërs.
In de loop van 1962 bouwde Indonesië haar militaire apparaat steeds verder uit, waarop een reactie van Nederlandse zijde niet uit kon blijven. De marine werd versterkt met twee onderzeebootjagers, twee onderzeeboten, diverse hulp- en landingsvaartuigen, twee Neptune patrouillevliegtuigen, twee compagnieën mariniers en ruim 150 man vlootpersoneel. Ook de land- en luchtstrijdkrachten brachten extra materieel in, te weten: twee bataljons en twee luchtafweergroepen, en acht Hawker Hunter straaljagers.
Om de toenemende Indonesische inzet en infiltraties zo goed mogelijk te kunnen pareren, werd door de Nederlandse strijdkrachten de bij de NAVO gebruikelijke Task Organization toegepast. Op flexibele wijze konden hiermee strijdkrachten voor bepaalde taken worden samengesteld. De grootste eenheid was de Task Force (TF). Deze kon naar behoeven worden onderverdeeld in successievelijk Task Groups (TG), Task Units (TU) en Task Elements (TE). Op snelle wijze kon een TU of TE worden geformeerd, met een of meer eenheden van een of meer krijgsmachtdelen. Ook kon de samenstelling van een TU worden aangepast aan nieuwe omstandigheden.
In 1962 werden in totaal bijna achttienhonderd Indonesische infiltranten door de lucht of overzee aangevoerd, waarvan bijna achthonderd alleen al medio augustus. Van hen werden er ongeveer 1175 gedood, vermist of gevangen genomen. De Indonesische invasie, die in augustus 1962 door iedereen werd verwacht, kwam er uiteindelijk niet. Vooral onder grote druk van de Amerikanen stelde de regering in Den Haag haar beleid bij en kwam het op 15 augustus in New York tot een akkoord tussen Nederland en Indonesië.
Overdracht 1962
In het hierboven genoemde akkoord stemde Nederland ermee in, met ingang van 1 oktober 1962 het bestuur van Nederlands Nieuw-Guinea over te dragen aan de United Nations Temporary Executive Authority (UNTEA). Deze autoriteit kreeg (Pakistaanse) veiligheidstroepen ter beschikking om de aanwezige Papoeapolitie in haar taakuitoefening bij te staan. De UNTEA zelf zou op haar beurt op 1 mei 1963 het gebied aan Indonesië overdragen. In het tijdbestek voor de overdracht van Nieuw-Guinea aan de Pakistaanse VN-troepen begon reeds de terugtrekking van de Nederlandse strijdkrachten. De laatste Nederlandse militairen verlieten dit gebied eind november 1962.
Geschiedenis van het archiefbeheer
In deze 23 archiefblokken zijn diverse kleine archiefvormers opgenomen, die echter niet als zodanig herkenbaar zijn. Door de vele reorganisaties zijn dossiers/stukken in de desbetreffende archieven met elkaar vermengd. Daarnaast is voor de vervaardigde studies "De Nederlandse strijdkrachten in Nieuw Guinea" een collectie opgebouwd bestaande uit archiefbescheiden van de collectie Mikmak en het archief van de Commandant Zeemacht in Nederlands Nieuw-Guinea in opdracht van de Verenigde Chefs van Staven. Deze collectie is door de auteurs van deze studies, de commandeur buiten dienst. I.C. de Regt en J.F. Bastiaans, volgens een door henzelf bedachte systematiek toegankelijk gemaakt zonder acht te slaan op de oorspronkelijke archiefvormers. Een andere collectie is het overzicht van het aandeel van de Koninklijke Luchtmacht in de Stafstudie De Nederlandse Strijdkrachten in Nederlands Nieuw-Guinea, samengesteld door luitenant-kolonel buiten dienst J.P. Mikmak. De aldus ontstane archiefvermenging was niet anders dan met een grote investering terug te draaien.
De verwerving van het archief
Het archief is krachtens bepalingen van de Archiefwet overgebracht.

Inhoud en structuur van het archief

Inhoud
Dit complex archieven loopt in principe over de periode 1950 - 1962, de periode waarin Nederland het gezag over Nederlands Nieuw-Guinea had.
In een aantal gevallen zijn er ook stukken van vóór 1950 aangetroffen, welke om praktische redenen bij dit archief zijn gelaten. Zoals hiervoor werd opgemerkt was Merauke één van de weinige plaatsen tijdens de Tweede Wereldoorlog, die niet door de Jappanners bezet was. Dit verklaart waarom er enkele stukken van de havenmeester van Merauke bewaard zijn gebleven uit die periode.
De andere stukken van vóór 1950 hebben te maken met de aanloopperiode voor de legering op Nederlands Nieuw-Guinea.
Selectie en vernietiging
Ca. 11,25 meter is van dit bestand afgescheiden, waarvan 1 meter is vernietigd en 10,25 meter personeelsdossiers retour gezonden naar het Ministerie van Defensie.
De uiteindelijke omvang van dit archief bedraagt 65 meter.
Verantwoording van de bewerking
Het Ministerie van Defensie heeft 23 archiefblokken in bewerking gegeven, te weten:
  • - archieven van in Nederland gevestigde onderdelen van de Ministeries van Oorlog, Marine of Defensie
    • Ministerie van Marine Nederlands Nieuw-Guinea 1945 - 1962
    • Afwikkelingsbureau Landmacht Nieuw-Guinea 1952 - 1955
  • - archieven van militaire instanties in Nieuw-Guinea:
    • Secretariaat Landmacht Nieuw-Guinea 1949 - 1955
    • Juridische Dienst Landmacht Nieuw-Guinea 1950 - 1953
    • Detachement Landmacht Manokwari 1950 - 1954
    • Bureau Coördinatie Militair Vervoer Landmacht Nieuw-Guinea 1950 - 1955
    • Dienst Welzijnszorg Landmacht Nieuw-Guinea 1950 - 1955
    • Intendance Landmacht Nieuw-Guinea 1950 - 1955
    • Dienst der Genie Landmacht Nieuw-Guinea 1950 - 1955
    • Technische Dienst Landmacht Nieuw-Guinea 1950 - 1955
    • Verbindingsdienst Landmacht Nieuw-Guinea 1950 - 1955
    • Staf Landmacht Nieuw-Guinea 1950 - 1962
    • Commandant Zeemacht Nederlands Nieuw-Guinea 1950 - 1962
    • Detachement Landmacht Sorong 1951 - 1954
    • Commandant Maritieme Middelen Fak Fak 1955 - 1960
    • Brigade Nederlands Nieuw-Guinea 1958 - 1962
    • Commando Luchtverdediging Nieuw-Guinea 1958 - 1962
    • Collectie Mikmak 1958 - 1962
    • Kwartiermakers Detachement Sorong 1960
    • Garnizoenscommando Merauke 1960 - 1962
    • Garnizoenscommando Sorong 1960 - 1962
    • 6e Infanterie bataljon Nieuw-Guinea 1960 - 1962
    • 7e Afdeling lichte luchtdoelartillerie Biak 1960-1962
    • Detachement Woendi 1962
Voor de bewerking is gekozen voor een archiefschema dat in een aantal hoofdcommando's is verdeeld met onder elk hoofdcommando de bijbehorende ondercommando's en lagere instanties met inachtneming van de chronologie op het moment dat deze operationeel waren.
De Koninklijke Landmacht is daarom als eerste opgenomen. Ook in deze hoofdrubriek is de chronologie in acht genomen. Dit verklaart waarom de Brigade Nederlands Nieuw-Guinea niet vooraan, maar bijna achteraan in de inventaris staat.
Om praktische redenen is ervoor gekozen de stukken van de havenmeester van Merauke in de inventaris te integreren en als voorstukken te beschouwen op de andere rubrieken zoals het Detachement Merauke e.d. Dit in plaats van het als een gedeponeerd archief op te nemen dan wel naar een ander archief van die tijd over te brengen. Uit dit archiefgedeelte valt de ontwikkeling van de haven van Merauke op te maken.
Bij dit complex archieven horen tekeningen, welke deels apart zijn geborgen. Dit heeft te maken met het formaat van de tekeningen en de benodigde materiële zorg. Het gaat om een afgezonderde serie van 711 tekeningen met inventarisnummers 5000 - 5710. Tekeningen met een formaat tot ca. A3 zijn in principe in de dossiers achtergebleven. Wanneer tekeningen apart zijn geborgen, is dat bij de betreffende dossieromschrijving in een nota bene aangegeven, alsmede onder welke inventarisnummers de tekeningen zijn geborgen.
Aan het eind van de inventaris zijn drie bijlagen opgenomen: een afkortingenlijst, een concordantie van oude collectieaanduidingen naar nieuwe inventarisnummers en een namenindex. Deze index bevat namen van de niet in de beschrijvingen zelf genoemde personen.
Ordening van het archief
In deze inventaris zijn de archieven van 23 verschillende archiefvormers samengebracht en verwerkt in 4 hoofdrubrieken, t.w.:
  1. Het algemeen beleid. Hierin vindt men de beleidsstukken op regerings- en defensieniveau en diplomatiek overleg.
  2. De Landmacht. Hierin vindt men stukken die een beeld geven over het functioneren van de Landmacht zelf in de periodes 1950 - 1955 en 1960 - 1962. Deze laatste periode viel onder het commando van de Commandant van de Strijdkrachten in Nederlands Nieuw-Guinea. Ook vindt men er stukken over het land Nieuw-Guinea. Bijvoorbeeld in de dossiers die betrekking hebben op patrouilles. Deze vindt men onder Detachementen. Onder de Marine vindt men soortgelijke stukken (zie rubriek 3.6.03 Inspecties, patrouilles en andere reizen).
  3. De Marine. In deze rubriek vindt men behalve stukken over de Marine ook stukken over de Landmacht. Dit komt omdat in 1955 het commando van alle strijdkrachten overging naar de commandant der Zeemacht in Nederlands Nieuw-Guinea (zie ook inleiding pagina 12). Bijvoorbeeld onder de rubriek Personeel, 3.3.2 Loopbaan en Personeelsbestand en onder de rubriek 3.6.01.10 Genie.
  4. De Luchtmacht. Deze rubriek loopt voornamelijk over de periode 1960 - 1962. Hierin vindt men de stukken over de luchtverdediging. Tevens is hier ondergebracht de collectie Overzicht van het aandeel van de Koninklijke Luchtmacht, samengesteld door luitenant-kolonel buiten dienst J.P. Mikmak. (zie de verantwoording van de bewerking)
Het verdient dus de voorkeur wanneer men bijvoorbeeld iets over personeel zoekt in meerdere rubrieken te zoeken.

Aanwijzingen voor de gebruiker

Openbaarheidsbeperkingen
Deels openbaar, deels beperkt openbaar (A).
Beperkingen aan het gebruik
Reproductie van originele bescheiden uit dit archief is, behoudens de algemene regels die gelden voor het kopiëren van stukken, niet aan beperkingen onderhevig. Er zijn geen beperkingen krachtens het auteursrecht.
Materiële beperkingen
Het archief kent geen beperkingen voor het raadplegen van stukken als gevolg van kwetsbare of slechte materiële staat.
Aanvraaginstructie
Openbare archiefstukken kunnen online worden aangevraagd en gereserveerd. U kunt dit ook via de terminals in de studiezaal van het Nationaal Archief doen. Om te kunnen reserveren dient u de volgende stappen te volgen:
  1. Creëer een account of log in.
  2. Selecteer in de archiefinventaris een archiefstuk.
  3. Klik op ‘Reserveer’ en kies een tijdstip van inzage.
Citeerinstructie
Bij het citeren in annotatie en verantwoording dient het archief tenminste éénmaal volledig en zonder afkortingen te worden vermeld. Daarna kan worden volstaan met verkorte aanhaling.
VOLLEDIG:
Nationaal Archief, Den Haag, Ministerie van Defensie: Strijdkrachten in Nederlands Nieuw-Guinea, nummer toegang 2.13.115, inventarisnummer ...
VERKORT:
NL-HaNA, Strijdkrachten Nederlands Nieuw-Guinea, 2.13.115, inv.nr. ...

Verwant materiaal

Beschikbaarheid van kopieën
Inventarisnummers van dit archief zijn niet in kopievorm beschikbaar
Verwante archieven
Ministerie van Koloniën: Gouvernement Nederlands Nieuw-Guinea, 1943-1973. (2.10.60)
Ministerie van Koloniën: Kabinet van de Gouverneur van Nederlands Nieuw-Guinea: Serie C, 1959-1962. (2.10.36.13)
Ministerie van Koloniën: Kantoor Bevolkingszaken Nieuw-Guinea te Hollandia: Rapportenarchief, 1950-1962. (2.10.25)
Ministerie van Koloniën: Code- en Openbare Telegrammen Nederlands Nieuw-Guinea, 1945-1963. (2.10.36.17)
Ministerie van Koloniën: Paspoortadministratie en Nationaliteitsonderzoek Nieuw-Guinea, 1950-1962. (2.10.15)
Ministerie van Koloniën: Registers Burgelijke Stand Nederlands Nieuw-Guinea, 1941-1962. (2.10.48)
Ministerie van Defensie: Marine Inlichtingendienst (MARID) en voorgangers in Nederlands Oost-Indië en Nederlands Nieuw-Guinea, (1905) 1945-1963 (1989). (2.13.39)
Ministerie van Marine: Collectie Nederlands Nieuw-Guinea, 1949-1962. (2.12.50)
Directeur van het Demografisch Onderzoek Nederlands Nieuw-Guinea, 1959-1963. (2.20.60.05)
Nationaal Nieuw-Guinea Comité, 1949-1963. (2.20.26)
NV Nederlandse Nieuw-Guinea Petroleum Maatschappij (NNGPM), 1935-1960.
Rapporten Agrarisch Proefstation in Hollandia over de bodem in Nederlands Nieuw-Guinea, 1949-1962. (2.20.60.06)
Stichting Agrarische Bedrijven Nederlands Nieuw-Guinea (SAB), 1957-1963. (2.20.60.01)
Stichting Agrarisch Onderzoek Nederlands Nieuw-Guinea (SAONG), 1957-1964. (2.20.60.02)
Stichting Geologisch Onderzoek Nederlands Nieuw-Guinea (SGONG), 1959-1966. (2.20.60.03)
Stichting "Het Exportbevorderingsfonds Nederlands Nieuw-Guinea", 1957-1963. (2.20.60.04)
Kaarten:
Ministerie van Koloniën: HYDRO Hydrografische rapporten Nederlands Nieuw-Guinea vanaf 1945.
SAONG: Stichtingen nederlands Nieuw-Guinea: Stichting Agrarisch Onderzoek; Stichting Agrarische Bedrijven; Stichting Demografisch Onderzoek; Stichting Geologisch Onderzoek: Kaarten, 1957-1964.
Deze archieven en kaarten bevinden zich in het Nationaal Archief.
Publicaties
Bronnen en literatuur
  • Brongersma, L.D. en G.F. Venema, Het witte hart van Nieuw-Guinea. Met de Nederlandse expeditie naar het Sterrengebergte (Amsterdam, 1960).
  • Beks, Geert, 'Inlichtingen uit de Oost, perscensuur en Nieuw-Guinea' Onderzoeksjournalistiek in de praktijk, in: Archievenblad , 107 nr. 8 (oktober 2003), p. 16-19.
  • Doe, Erik van der, 'Onbekend Nieuw-Guinea opgetekend. Het archief van de Marine Inlichtingendienst als cultureel-antropologische bron.' In: Archievenblad 107 nr. 0, (oktober 2003), p. 10-15; nr 9 (november 2003), p. 16-19.
  • Doorenmalen, W.A.L. van, De 6 Afdelingen in Vogelvlucht , (december 1959) Zie inventarisnummer 1439 van deze inventaris.
  • Elands, M., en A. Staarman (red.), Afscheid van Nieuw-Guinea. Het Nederlands-Indonesisch conflict 1950-1962 (Bussum, 2003).
  • Gouvernementsblad Nederlands Nieuw-Guinea , 1950-1962.
  • Handelingen Nieuw-Guinea Raad , 1961-1962.
  • Holst Pellekaan, R.E. van, I.C. de Regt en J.F. Bastiaans, Patrouilleren voor de Papoea's. De Koninklijke Marine in Nederlands Nieuw-Guinea deel 1: 1945-1960 (Amsterdam, 1989).
  • Holst Pellekaan, R.E. van, I.C. de Regt en J.F. Bastiaans, Patrouilleren voor de Papoea's. De Koninklijke Marine in Nederlands Nieuw-Guinea deel 2: 1960-1962 (Amsterdam, 1990).
  • Hoogendijk, C. en J.W.G. Nijssen, Bandbox. Een halve eeuw Nederlandse gevechtsleiding. (Den Haag, 2000), p. 197 e.v.
  • Klinkert, dr. W, drs. R.U.M.M. Otten en drs. J.F. Piasmans, 75 jaar Luchtdoelartillerie. Uitgegeven door Sectie Militaire Geschiedenis te Den Haag, 1992), p. 173 e.v.
  • Meijer, H.M., Den Haag-DJakarta. De Nederlands-Indonesische betrekkingen 1950-1962 (Utrecht, 1994).
  • Schoorl, P.W. (red.), Besturen in Nederlands Nieuw-Guinea, 1945-1962. Ontwikkelingswerk in een periode van politieke onrust (1996).
  • Vademecum voor Nieuw-Guinea (uitgave Nederlands-Nieuw-Guinea Instituut, Rotterdam 1956).
  • Vlasblom, D. Papoea. Een geschiedenis (Amsterdam 2004).
  • De Nederlandse Strijdkrachten in Nieuw-Guinea. Aanwezig in het archief van de Marine Inlichtendienst en voorgangers in Nederlands Oost-Indië en Nederlands Nieuw-Guinea, (1905) 1945 - 1963 (1989), nummer toegang 2.13.39, inventarisnummers 2405 -2416.
  • Het aandeel van de Koninklijke Luchtmacht in de Gebeurtenissen rondom Nederlands Nieuw-Guinea gedurende de periode november 1958 - november 1962. Aanwezig in het archief van de Marine Inlichtingendienst en voorgangers in Nederlands Oost-Indië en Nederlands Nieuw-Guinea (1905) 1945 - 1963 (1989), inventarisnummer 2417.
  • Historische ontwikkelingen van de Defensiegrondslagen voor Nederlands Nieuw-Guinea, 1942 - 1962. Aanwezig in het archief van de Marine Inlichtingendienst en voorgangers in Nederlands Oost-Indië en Nederlands Nieuw-Guinea (1905) 1945-1963 (1989), inventarisnummer 2418.

Bijlagen

Archiefbestanddelen