Terug naar zoekresultaten

2.13.121 Inventaris van het archief van de Directie Materieel Koninklijke Landmacht (DMKL), voorheen Dienst Kwartiermeester Generaal (DKMG), (1968) 1970-1979 (1981)

Voer een zoekterm in
VorigeVolgende

Archief

Titel

2.13.121
Inventaris van het archief van de Directie Materieel Koninklijke Landmacht (DMKL), voorheen Dienst Kwartiermeester Generaal (DKMG), (1968) 1970-1979 (1981)

Auteur

R. van den Bout

Versie

30-10-2025

Copyright

Nationaal Archief, Den Haag
1992 cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok

Ministerie van Defensie: Directie Materieel Koninklijke Landmacht (DMKL), voorheen Dienst Kwartiermeester Generaal (DKMG)
KL / Directie Materieel

Periodisering

archiefvorming: 1945-1985
oudste stuk - jongste stuk: 1939-1995

Archiefbloknummer

D26

Omvang

743 inventarisnummer(s) 19,80 meter

Taal van het archiefmateriaal

Het merendeel der stukken is in het Nederlands

Soort archiefmateriaal

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.

Archiefdienst

Nationaal Archief

Locatie

Den Haag

Archiefvormers

Ministerie van Defensie / Directie Materieel Koninklijke Landmacht (DMKL) (1968) (1970-1979 (1981)) Dienst Kwartiermeester-Generaal (DKMG)

Samenvatting van de inhoud van het archief

De taak van de Directie Materieel Koninklijke Landmacht (DMKL) was het voeren van het materieelbeleid, gericht op het voorzien in, beheer en onderhoud van materieel voor het krijgsmachtdeel. Zij was de eerst verantwoordelijke voor het materieel-logistieke proces. De directie was opgebouwd uit verschillende afdelingen ieder met hun eigen doelstelling, waaronder Bijzondere Opdrachten, Kabinet, Plannen, Controller, Aanschaf, Techniek, Logistiek, Personeel.
Het archief bestaat uit twee delen. Het eerste loopt tot 1 januari 1975, het tweede tot 1 januari 1980. Het bevat naast (jaar)verslagen van diverse afdelingen, (tijdelijke) commissies, werk- of projectgroepen, stukken betreffende de structuur van de organisatie, automatisering, personeelsaangelegenheden en rechtspersonen. Veel stukken, veelal geordend op onderwerp, hangen samen met de taakuitoefening van de DMKL: materieelbehoefte en aanschafbeleid, beheer en onderhoud, wapensystemen en munitie, vaar- en voertuigen, bevoorrading, operationele aangelegenheden, veiligheid, research, communicatie- en detectiematerieel en onroerende goederen. Ook zijn er stukken te vinden over samenwerking met internationale organisaties.

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer
Geschiedenis van de Directie Materieel Koninklijke Landmacht
Na de Tweede Wereldoorlog werd er in de Koninklijke Landmacht (KL) een nieuwe organisatie voor de materieelverzorging in het leven geroepen, de Kwartiermeester-Generaal (KMG). Deze had drie taken: materieelvoorziening, instandhouden van materieel en het afstoten van materieel. In 1950 kwam de Directeur Materieel Landmacht (DML) in de plaats van de KMG. De DML had veel minder taken dan de voormalige KMG. De verantwoordelijkheid over de materieelverzorging moest hij delen met de Chef Generale Staf (CGS). De DML was alleen nog verantwoordelijk voor de technische ontwikkeling van nieuwe artikelen, waaronder het vaststellen van technische eisen, en het verwerven daarvan, ook tot 1953 ten behoeve van de Luchtmacht. In 1960 werd de KMG weer in het leven geroepen en de DML verdween weer uit beeld. De KMG kreeg bovendien de Dienst Kwartiermeester-Generaal (DKMG) onder zich. De DKMG nam de taken van de DML over. De KMG was verantwoording schuldig aan de CGS voor het logistieke en technische deel van zijn taak. De DKMG had een coördinerende en dirigerende taak. In 1964, bij een functionele taakverdeling, kwam de KMG onder rechtstreeks bevel van de Staatssecretaris KL te staan, nevengeschikt aan de CGS. Na een aantal jaren van organisatorische kalmte presenteerde de Staatssecretaris KL, J.C.E. Haex, in 1968 ingrijpende herstructureringsplannen. Zijn voorstellen hadden betrekking op de gehele KL, uitgezonderd het Eerste Legerkorps (1 LK). De doelstelling was bezuinigen, of liever 'het terugdringen van exploitatiekosten ten gunste van de investeringen'. Daarnaast hoopte Haex ook de bestuurbaarheid van de KL-organisatie te vergroten. Binnen de top van de KL wilde hij een duidelijkere taakscheiding realiseren. De constituerende oftewel beleidsvormende taak moest toevallen aan de Legerraad. De leden van deze raad waren de Staatssecretaris KL, de plaatsvervangend (plv) Secretaris-Generaal KL (welke functies later werden opgeheven, waarmee dus ook het lidmaatschap van de Legerraad werd opgeheven), de CGS (later Chef Landmachtstaf, CLAS), Opperofficier Personeel KL (OOPKL, later Directeur Personeel Koninklijke Landmacht, DPKL), de Directeur Administratieve Diensten Landmacht (DAD/La, later Directeur Economisch Beheer Koninklijke Landmacht, DEBKL) en de KMG (later Directeur Materieel Koninklijke Landmacht, DMKL). De dirigerende taken werden in handen gelegd van hun staven en diensten/directies. De taak van de DKMG was en bleef het voeren van het materieelbeleid van de KL, gericht op het voorzien in en instandhouden van materieel. Zij was de eerst verantwoordelijke instantie voor het materieel-logistieke proces binnen de KL. Aan het hoofd stond de KMG. Hij was lid van de Legerraad en van de Materieelraad. Van 1 november 1969 tot en met 30 april 1974 vervulde luitenant-generaal J.L. Anthonissen deze functie. Zijn opvolger was luitenant-generaal Ir. T.A. van Zanten, die deze post bemande van 1 mei 1974 tot en met 30 april 1976. De laatste KMG, van 1 mei tot en met 30 november 1976, was generaal-majoor Ir. P.W. Maris. De dagelijkse leiding van de DKMG was in handen van de plaatsvervangend (plv) KMG. Hij zette het geformuleerde beleid om in concrete directieven voor de uitvoering. Dan even iets over de afdelingen: Het Bureau Bijzondere Opdrachten (BBO) had de taak voor de KMG en de plv. KMG (handels)inlichtingen in binnen- en buitenland in te winnen, vertrouwelijke opdrachten uit te voeren, inlichtingen te verstrekken met betrekking tot de integriteit en financiële achtergrond van leveranciers en adviezen te geven naar aanleiding van de begrotingsbehandeling of incidenteel door kamerleden gestelde vragen. Het BBO diende de goede naam en faam van de DKMG te bewaken. De Afdeling Personeelszaken en Algemene Zaken (PZAZ) tevens Kabinet verzorgde de personeelsaangelegenheden, deed de post- en archiefzaken en behandelde die zaken, die niet tot de competentie van één van de andere afdelingen van de DKMG konden worden gerekend. Tot de afdeling behoorden onder meer het Bureau Hinderwetzaken Ontplofbare Stoffen en het Bureau Hinderwetzaken Schietinrichtingen en -Veiligheid, die beide adviezen gaven aan autoriteiten die hinderwetvergunningen afgaven. Het Kabinet verrichtte secretariaatswerkzaamheden ten behoeve van de DKMG, verzorgde de voorbehandeling van stukken voor de Legerraad en de Materieelraad en gaf advies in algemene beleidsvragen. Het hoofd van de Afdeling PZAZ was tevens chef Kabinet. De Sectie Plannen informeerde en adviseerde de plv. KMG inzake ontwikkelingen, doctrines en plannen met betrekking tot de logistiek. Zij was verantwoordelijk voor het opstellen, bewaken en bijstellen van (concept)materieelplannen. De Sectie Controller adviseerde de plv. KMG over economische, financiële en administratieve aangelegenheden. Zij gaf ook raad inzake automatiseringsvraagstukken. Daarnaast was zij ook verantwoordelijk voor het economisch beheer van de DKMG en de tot het ressort van de DKMG behorende eenheden. De doelstelling van de Materieel Voorzieningsafdelingen (MVA'n) was het voorzien in en instandhouden van het aan hun toegewezen materieelpakket, het opstellen van technische eisen, het doen verwerven van materieel en het opstellen van onderhoudsplannen. Deze in 1970 aan de DKMG toegevoegde MVA'n verrichtten een groot deel van de werkzaamheden van de voormalige materieelinspecties. Oorspronkelijk waren er zeven MVA'n, maar in 1974 werd MVA 1, verantwoordelijk voor het geniematerieel, opgeheven. Haar taken werden verdeeld over de resterende zes. Deze hadden de volgende materieelpakketten:
  • MVA 2: elektronisch materieel (o.a. verbindingsmaterieel, radar vuurleidingsapparatuur en rekentuig);
  • MVA 3: voertuigen, mechanische uitrusting, aggregaten en boten;
  • MVA 4: munitie. Hieronder viel ook het Munitie Grondstoffen en Doorvoer Magazijn (MGDM). Deze had als taak de toelevering van de grondstoffen aan de civiele industrie, die deze dan omwerkte tot bruikbare munitie en de inname van de her te gebruiken munitie. Dit magazijn werd op 1 juli 1973 opgeheven. De taken en het personeel werden overgenomen door 580 en 581 Munitie Depot Compagnie;
  • MVA 5: wapens, geschut, instrumenten, machines en gereedschappen;
  • MVA 6: persoonlijke standaarduitrusting (PSU) en overig intendancematerieel;
  • MVA 7: voeding, benzine, oliën, smeermiddelen en chemicaliën.
De overige onderdelen van de DKMG behoorden tot één van de drie functiegebieden: Aanschaffingen, Techniek en Logistiek. Alle drie werden zij geleid door een sous-chef. De Afdeling Aanschaffingen voerde het aanschaffings- en afstotingsbeleid voor de DKMG. Dit hield onder meer in het opstellen van algemene richtlijnen voor de te volgen procedures bij aanschaffing en afstoting van materieel. Een andere taak was het voorbereiden en bewaken van de werkzaamheden verbonden aan de procedure voor opname van leveranciers in de centrale leverancierscartotheek. Op dit punt bestond nauwe samenwerking met het BBO. De Afdeling Aanschaffingen gaf ook richtlijnen voor de uitvoering van de werkzaamheden van het Bureau Douane Aangelegenheden (BDA) dat de douanetechnische handelingen met betrekking tot in-, uit- en doorvoer van goederen voor of van het Ministerie van Defensie verrichtte. Ook het Detachement Overtollig en Onbruikbaar Technische Dienst Materieel (DOOTDM), dat tot 1970 onder de Inspectie der Technische Dienst viel, ressorteerde onder de Afdeling Aanschaffingen. Het DOOTDM was verantwoordelijk voor het beheren en opslaan van het aan de Inspectie der Domeinen over te dragen materieel. In 1970 werd de Cantinedienst (CADI), die daarvóór ressorteerde onder de Inspectie der Intendance, onder het bevel van de plv. KMG geplaatst. De taak van de CADI was het inrichten, in bedrijf stellen en exploiteren van kantines en gezinswinkels voor het personeel van de KL en de KLu, zowel in Nederland als in West-Duitsland. Zij verstrekte ook goederen aan de officiers-, onderofficiers- en andere messes en aan de onderdeelskantines. De Afdeling Techniek voerde het onderzoeks- en ontwikkelingsbeleid voor de DKMG en tevens het beleid met betrekking tot de materieelkeuze en kwaliteitszorg. Zij stelde de militair-technische eisen aan het materieel. De Materieel Beproevingsafdelingen (MBA'n) voerden beproevingen uit. Zij verrichtten wetenschappelijk en technisch onderzoek, adviseerden inzake keuringseisen en -technieken, leverden een bijdrage aan de behoeftebepaling en aan het opstellen van onderhoudsplannen. De MBA 1, tevens Commissie van Proefneming (CVP), beproefde voornamelijk het materieel ten behoeve van MVA 2, 4 en 5. De MBA 2 deed dit voor MVA 3 en 6. Het Centrale Materieeldocumentatie en Constructiebureau (CMDCB) leverde een bijdrage aan het materieelbeleid door het uitvoeren van artikeldocumentatie, de identificatie, de voorbereiding van de codificatie en de vervaardiging van tekeningen. De Afdeling Logistiek had als taak het voeren van het bevoorradings-, onderhouds- en bedrijfsvoeringsbeleid, alsmede de afstemming daarvan op het operationele beleid. De Centrale Voorraadadministratie (CVA) was verantwoordelijk voor het op doelmatige wijze administreren van Klasse II, III en IV in de basisdepots en bij algemene en direct steunende eenheden van de KL. Het ging hier om benzine, olie en smeermiddelen (de zgn. BOS-goederen) en bijna alle verbruiksgoederen waarover de KL beschikte. De Explosieven Opruimingsdienst (EOD) had de taak alle conventionele en geïmproviseerde explosieven in Nederland op te ruimen. De Afdeling Logistieke Installaties (ALI) voerde het capaciteit beheersingsbeleid van de logistieke installaties van de KL waar basisonderhouds- en bevoorradingswerkzaamheden werden uitgevoerd. In 1970 waren als gevolg van de opheffing van de materieelinspecties de 5e echelons bevoorradings- en hersteleenheden onder logistiek operationeel bevel geplaatst van de plv. KMG. Zij bleven voorlopig onder administratief-tactisch bevel van één van de Territoriale Bevelhebbers. Na de eerste stappen van de reorganisatie van de top- en territoriale structuur bleek in 1970 dat de gewenste personeelsbesparingen uitbleven. Nieuwe bezuinigingen waren noodzakelijk. Het organisatieadviesbureau Bakkenist, Spits & Co kreeg de opdracht voor de KL de doelmatigste organisatiestructuur te ontwerpen. In mei 1972 bracht het bureau rapport uit. Het was een uitvoerige schets van de in 1976 te verwezenlijken KL-organisatie, waarin met minder personeel dezelfde taken konden worden verricht. De principes van Haex waren er duidelijk in te herkennen. De voorstellen van Bakkenist werden verder uitgewerkt door de Centrale Stuurgroep Structuur Koninklijke Landmacht 1976 (CSSKL). Naast het sinds 1970 bestaande Commando Opleidingen KL (COKL) kwamen er nog vier functionele commando's (Commando Verbindingen KL (CVKL, per 1 juni 1975), Nationaal Territoriaal Commando (NTC, per 1 september 1975), Nationaal Logistiek Commando (NLC, per 1 september 1975) en Geneeskundig Commando KL (GCKL, per 1 maart 1976)). Binnen het NLC werden de logistieke taken samengebracht die daarvóór door de drie Territoriale Bevelhebbers waren uitgevoerd. Een uitzondering vormden de 2e echelons taken, die overgingen naar het NTC. Het NLC kreeg het bevel over de 3e tot en met de 5e echelons bedrijven in de nationale sector. De KMG behield echter zijn functionele bevelsbevoegdheid. In 1975 werd in het zogeheten Taakscheidingsmemorandum een precieze taakverdeling tussen de DKMG en het NLC vastgelegd. Sindsdien bestonden er twee categorieën logistieke bedrijven:
  • De A-bedrijven, die voornamelijk directe steun verleenden. Zij werden rechtstreeks geleid door het NLC, uiteraard met inachtneming van de functionele richtlijnen van de KMG.
  • De B-bedrijven, die voornamelijk algemene steun verleenden. Zij werden rechtstreeks geleid door de ALI van de DKMG.
In 1976 trad de matrixstructuur in werking. Op 1 december van dat jaar werd de DKMG omgedoopt tot Directie Materieel KL (DMKL). Belangrijker dan deze naamsverandering was dat de positie van de Directeur Materieel KL (ook DMKL) veranderde. Het doel van de matrixstructuur was om, ten koste van de zelfstandigheid van de krijgsmachtdelen, het horizontale (of functionele) element binnen het departement te verstevigen. De politieke leiding moest zo in staat zijn een goede greep te hebben op het defensiebeleid. De toenmalige KMG, generaal-majoor Ir. P.W. Maris, werd per 1 december 1976 de eerste DMKL. Hij werd op 1 november 1979 opgevolgd door generaal-majoor A.W. Beersma, die deze functie tot 27 april 1984 vervulde. Een nieuwe topfunctionaris, de Directeur-Generaal Materieel (DGM), die deel uitmaakte van de sterk vergrote centrale organisatie van het departement, kreeg de bevoegdheid de DMKL bindende aanwijzingen te geven. De DGM werd voorzitter van het Comité Materieel (COM), de opvolger van de Materieelraad, waarin ook de materieeldirecteuren van de drie krijgsmachtdelen zitting hadden. Het COM was één van de onderraden van de Defensieraad, waarin de Minister, de Staatssecretarissen, de Secretaris-Generaal en de Chefs van Staven/Bevelhebbers zitting hadden. De DMKL bleef dus binnen zijn krijgsmachtdeel de hoofdverantwoordelijke voor het materieel-logistieke proces. Hij diende het materieelbeleid nu echter te voeren met inachtneming van functionele aanwijzingen en richtlijnen gegeven door de DGM. De organisatiestructuur van de DMKL kwam in grote lijnen overeen met die van de DKMG. De Bureaus Hinderwetzaken Ontplofbare Stoffen en Hinderwetzaken Schietinrichtingen en -Veiligheid maakten nu deel uit van het ressort techniek. Ook het Bureau Controle Opslag en Vervoer, komend van MVA 4, kwam in dit ressort. De Centrale Voorraad Administratie (CVA) werd in 1978 overgedragen aan de Afdeling Rekencentra van de Directie Automatisering van het Directoraat-Generaal Economie en Financiën.
Schema's:
Embedded Image Embedded Image Embedded Image
Kwartiermeesters-Generaal/Directeuren Materieel Koninklijke Landmacht over de periode 1970-1979
Datum Gebeurtenis
1 november 1969 - 30 april 1974 J.L. Antonissen, generaal-majoor, luitenant-generaal der Intendance
1 mei 1974 - 30 april 1976 Ir. T.A. van Zanten, luitenant-generaal der Technische Staf
1 mei 1976 - 30 oktober 1979 Ir. P.W. Maris, generaal-majoor der Technische Staf
1 november 1979 - 27 april 1984 A.J. Beersma, generaal-majoor der Militaire Administratie
Geschiedenis van het archiefbeheer
Het archief is ontstaan bij de Sectie Secretarie van de Dienst Kwartiermeester-Generaal, later genaamd Directie Materieel Koninklijke Landmacht. Deze sectie bestond uit een algemene secretarie, waar de ongerubriceerde en dienstgeheime stukken werden geregistreerd en opgeslagen, en een secretarie geclassificeerd/NAVO, waar de hoger gerubriceerde en NAVO-stukken werden geregistreerd en opgeslagen. De sectie startte op 26 januari 1970 met het eerste gedeelte van het in deze inventaris beschreven blok, welke op 31 december 1974 werd afgesloten. In januari 1975 werd begonnen met het tweede gedeelte, welke op 31 december 1979 werd afgesloten. Alleen voor de zeer geheime stukken werd één tienjarenblok gevormd. Per categorie stukken werd er voor deze twee gedeelten toch één nummerserie gebruikt. Er waren vier categorieën stukken, namelijk ongeclassificeerd tot en met dienstgeheim, confidentieel (vertrouwelijk), geheim en zeer geheim. Voor iedere categorie werd dus één nummerserie gehanteerd. Stukken, welke bij andere stukken werden gevoegd kregen het nummer van het voorgaande stuk, gevolgd door een schuine streep "/" en een volgletter, waarbij uitgaande stukken voorzien werden van een hoofdletter en inkomende stukken van een kleine letter. Waren er meer dan 27 stukken in één map gevoegd, dan volgde een volgnummer "/2/" gevolgd door een volgletter (30.001/2/a enzovoorts).
Geprobeerd werd de stukken zaaksgewijs te ordenen, maar er ontstonden meestal meerdere verzameldossiers over stukken materieel, bijvoorbeeld tanks, artilleriestukken en richtkijkers.
De mappen werden numeriek gerangschikt. De organisatie- en naamswijziging van de Dienst Kwartiermeester-Generaal in Directie Materieel Koninklijke Landmacht in oktober 1976 heeft geen invloed gehad op de registratie en archiefvorming.
Van 1981 tot en met 1987 is het archief in gedeelten overgedragen aan het Limbo-archief (afgeleid van het Engelse woord limbo en oorspronkelijk bedoeld voor de opslag van NAVO-archief) en de opvolger daarvan, het Semi-statisch archief Koninklijke Landmacht, gevestigd op de Frederikkazerne te Den Haag. Het archief omvatte toen 217,5 meter, waarvan 162 meter ongeclassificeerde/dienstgeheime stukken en 55,5 meter hoger geclassificeerde stukken.
Eerst werden de stukken, die onmiddellijk voor vernietiging in aanmerking kwamen, verwijderd. Daarbij bleek, dat alle zeer geheime stukken voor vernietiging in aanmerking kwamen. In 1987 werd begonnen met het samenvoegen van de twee overgebleven geclassificeerde delen (confidentieel en geheim) tot één geheel. Daarbij werden stukken van beide delen, die bij elkaar hoorden, samengevoegd en stukken, die niet bij elkaar hoorden, maar toch bij elkaar waren gevoegd, gescheiden. Dit kwam de dossiervorming ten goede. In 1988 zijn deze werkzaamheden afgerond. In datzelfde jaar is ook het ongeclassificeerde deel op dezelfde manier bewerkt. 12 1/4 meter bleef over, waarvan ongeveer 9 1/2 meter voor vernietiging op lange termijn in aanmerking komt. Van het geclassificeerde gedeelte bleef 10 meter over waarvan ongeveer 6 1/4 meter voor vernietiging op lange termijn in aanmerking komt.
In november 1991 werd begonnen met de inventarisatie van de resterende 2 3/4 meter ongeclassificeerde stukken, die in deel 1 beschreven worden en de resterende 3 3/4 meter geclassifieerde stukken, die in deel 2 worden beschreven.
Dankwoord
Graag wil ik iedereen bedanken, die mij heeft geholpen bij het opzetten van deze inventaris. In het bijzonder wil ik graag drs. J.P.C.M. van Hoof van de Sectie Militaire Geschiedenis van de Directie Operatiën Koninklijke Landmacht bedanken voor de begeleiding tijdens mijn opleiding aan de Voortgezette Vorming Archiefbeheer, in het kader waarvan deze inventaris is opgezet en verschenen. Ook wil ik drs. B. Schoenmaker van dezelfde sectie bedanken voor de hulp, die hij heeft verleend bij het opzetten van hoofdstuk 1 van de inleiding, handelend over de geschiedenis van Dienst Kwartiermeester-Generaal/Directie Materieel Koninklijke Landmacht.
Overbrenging van een overheidsarchief
De verwerving van het archief
Het archief is krachtens bepalingen van de Archiefwet overgebracht.

Inhoud en structuur van het archief

Verantwoording van de bewerking
De inventarisatie van het archief geschiedde in het kader van de cursus Voortgezette Vorming Archiefbeheer in de periode november 1991 tot september 1992, op grond van artikel 27 van het Koninklijk Besluit Algemene Secretarie Aangelegenheden Rijksadministratie (KB ASA), waarin wordt bepaald, dat de over te brengen archiefgedeelten in een inventaris worden beschreven. De begindatum van 26 januari 1970 is aangehouden, omdat toen de nieuwe nummering voor de verschillende archiefdelen is ingevoerd. De einddatum van 31 december 1979 werd gehanteerd ingevolge artikel 24 van KB ASA, waarin is bepaald dat het archiefblok iedere tien jaar wordt afgesloten. Bovendien eindigden de nummerseries van de ongeclassificeerde, confidentiële en geheime delen toen ook.
Omdat de secretarieën van de delen ongeclassificeerd en geclassificeerd gescheiden waren, zijn de stukken van beide delen apart beschreven.
Bij de herordening van deze archiefdelen in 1987 en 1988 is gebruik gemaakt van het registratuurplan van het Ministerie van Defensie. Voor het geclassificeerde gedeelte is de uitgave gebruikt, die is vastgesteld op 30 juni 1983 door de Minister van Defensie, nummer D 83/35/31154. Voor het ongeclassificeerde gedeelte is de uitgave gebruikt, die op 24 mei 1988 is hernieuwd.
Na het apart leggen van de stukken van algemene aard, zoals jaarverslagen van onderdelen van de Directie Materieel Koninklijke Landmacht, is er vervolgens in beide delen een onderscheid gemaakt tussen stukken betreffende het orgaan van de Directie Materieel Koninklijke Landmacht en de stukken, voortvloeiende uit de uitvoering van de taken van de Directie Materieel Koninklijke Landmacht. Binnen deze twee gedeelten is er vervolgens, met het registratuurplan als kapstok, een nadere onderverdeling gemaakt, waarbij er wel op gelet is, dat, binnen de delen ongeclassificeerd en geclassificeerd, de rubrieken wederkerig exclusief zijn. Voor de rubriek "roerende goederen" is, net zoals bij dezelfde rubriek in het registratuurplan, het "Nederlands handboek over het NATO-codificatiesysteem, deel 1: Groepen en klassen" van het Defensie Codificatiebureau Materieel als kapstok gebruikt, waarbij ook weer de wederkerige exclusiviteit van de rubrieken in het oog is gehouden.
Voorts zijn er nog stukken beschreven met betrekking tot werkverbanden (werkgroepen, commissies, projectgroepen e.d.). Deze werden meestal ad hoc geformeerd en hun stukken werden nooit als afzonderlijke archieven beschouwd. Daarom is bij de inventarisatie besloten ze niet als apart gedeponeerde archieven te beschouwen. In plaats daarvan zijn de stukken opgenomen in de rubrieken, waarop de werkzaamheden van de werkverbanden betrekking hadden.
Tenslotte is een verklarende woordenlijst als aparte bijlage opgenomen.
Supplement
Dienstonderdelen van het DMKL-archief hebben op meerdere momenten archieven naar het Centrale Archieven Depot (CAD) in Rijswijk overgebracht. In 1982 werden 71 dozen met archiefmateriaal uit de periode 1951-1969 naar het CAD overgebracht. Gelijktijdig met deze overdracht is er ook materiaal uit dezelfde periode uit het archief door de zorgdrager vernietigd. PWAA heeft op 23 januari en 6 en 20 februari 2008 het archief geschouwd. De schimmelcheck door de Firma Hoogduin is uitgevoerd op 12 februari 2008 en heeft geen bijzonderheden opgeleverd. Dit archiefblok is een aanvulling op een archiefblok dat reeds bij het NA ligt, te weten de Directie Materieel Koninklijke Landmacht (DMKL), voorheen Dienst Kwartiermeester Generaal (DKMG) met als looptijd (1968) 1970-1979 (1981), onder inventarisnummer 2.13.121. Verder hangt de inhoud van het archiefblok samen met het archiefblokken Materieel Koninklijke Marine, Directie Materieel Luchtmacht, 1950-1977, Chef Technische Zaken en Materieel en de Chef Verbindingen en Elektronica van de Luchtmachtstaf, 1951-1957.
Het supplementarchief heeft bij het Centrale Archievendepot (CAD)in Rijswijk gestaan en is voor de selectie overgebracht naar het PWAA in Rotterdam. Het is in 2008 door het ministerie van Defensie overgebracht naar het Nationaal Archief, krachtens artikel 12 van de Archiefwet 1995.
Vernietiging
De vernietiging geschiedde aan de hand van de, bij het besluit van de Ministers van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk en van Defensie van 30 december 1969, Dir OKN, afd. O/M.A. nr. 154391 en de Afdeling Efficiency en Administratieve Organisatie, nr. 259.880/2B vastgestelde, lijst van te vernietigen archiefbescheiden van het Ministerie van Defensie, laatstelijk gewijzigd bij besluit van de Ministers van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur en Defensie van 11 juni 1987, kenmerk MMA/Ar-1973I (Staatscourant 1987, nr. 140).
Ordening van het archief
Bij het Ministerie van Defensie wordt in plaats van de term rubricering, de term classificatie gebruikt. Derhalve kan, waarin deze inventaris de term classificatie voorkomt, de term rubricering worden gebruikt.

Aanwijzingen voor de gebruiker

Openbaarheidsbeperkingen
Volledig openbaar.
Beperkingen aan het gebruik
Reproductie van originele bescheiden uit dit archief is, behoudens de algemene regels die gelden voor het kopiëren van stukken, niet aan beperkingen onderhevig. Er zijn geen beperkingen krachtens het auteursrecht.
Materiële beperkingen
Het archief kent geen beperkingen voor het raadplegen van stukken als gevolg van kwetsbare of slechte materiële staat.
Aanvraaginstructie
Openbare archiefstukken kunnen online worden aangevraagd en gereserveerd. U kunt dit ook via de terminals in de studiezaal van het Nationaal Archief doen. Om te kunnen reserveren dient u de volgende stappen te volgen:
  1. Creëer een account of log in.
  2. Selecteer in de archiefinventaris een archiefstuk.
  3. Klik op ‘Reserveer’ en kies een tijdstip van inzage.
Citeerinstructie
Bij het citeren in annotatie en verantwoording dient het archief tenminste éénmaal volledig en zonder afkortingen te worden vermeld. Daarna kan worden volstaan met verkorte aanhaling.
VOLLEDIG:
Nationaal Archief, Den Haag, Ministerie van Defensie: Directie Materieel Koninklijke Landmacht (DMKL), voorheen Dienst Kwartiermeester Generaal (DKMG), nummer toegang 2.13.121, inventarisnummer ...
VERKORT:
NL-HaNA, KL / Directie Materieel, 2.13.121, inv.nr. ...

Verwant materiaal

Beschikbaarheid van kopieën
Inventarisnummers van dit archief zijn niet in kopievorm beschikbaar

Bijlagen

Verklarende woordenlijst
Afvoer De overbrenging naar en/of overdracht aan materieeldiensten en/of de verzorgingselementen (van gebruikende eenheden) van goederen die herstel behoeven.
Autorisatiestaat 09 Een overzicht waarin voor een eenheid geautoriseerde goederen zijn opgenomen.
Basisdepot Een depot, waar o.a. door de industrie goederen worden afgeleverd, in de landvoorraad worden opgenomen en van daaruit aan een verstrekkingsdepot worden toegeleverd.
Basisonderhoud Vijfde (5e) echelons onderhoud.
Beheer Het voeren van een verantwoordingsadministratie over alle onder de beschikkingsmacht van de eenheid zijnde, goederen en personen.
Bevoorrading
  1. Het verstrekken/leveren van goederen
  2. Het ontvangen, in voorraad houden, distribueren en ter beschikking stellen van goederen.
Bevoorradingsdienst Het verzorgingssubsysteem, waarbinnen eenheden c.q. organisaties belast zijn met de materieelvoorziening van bevoorradingsgoederen, alsmede met de organisatie en de uitvoering van die diensten op verzorgingsgebied.
BOS Benzine, oliën en smeermiddelen.
Bulkbevoorrading Bevoorrading in grote hoeveelheden.
Classificeren
  1. Het in klassen onderbrengen van personeel, materieel en kunstwerken, o.m. naar aard, hoedanigheid, vermogen en gewicht.
  2. Het rangschikken van documenten en materieel in bepaalde groepen met het doel passende maatregelen te kunnen nemen om militaire gegevens te beveiligen tegen kennisneming door onbevoegden.
  3. (logistiek) Het vaststellen van de bruikbaarheidscategorie van een artikel.
Codewoord
  1. Een woord waaraan een andere dan de letterlijke betekenis is toegekend met het doel de veiligheid te vergroten.
  2. Een woord of uitdrukking, vastgesteld om ongeclassificeerd te worden gebruikt ten einde:
    • een bepaalde toestand of situatie in te stellen of te bereiken;
    • een graad van alarmering vast te stellen;
    • de uitvoering van een reeds voorbereid(e) plan of operatie te doen aanvangen.
Controller De functionaris die de leiding voorziet of doet voorzien van de informatie die nodig is voor de besluitvorming ter vaststelling, uitvoering en beheersing van de bedrijfsprocessen. Tot het functiegebied van de controller behoren o.a.:
  1. budgetvoorbereiding, -verificatie en -analyse;
  2. het geven van adviezen met betrekking tot (administratieve) organisatie, interne controle en financiële procedures;
  3. het zorgdragen voor een goedgestructureerde (geautomatiseerde) informatievoorziening.
Cryptofonie Een methode om spraak met behulp van een elektronisch vercijferapparaat om te zetten in een vorm die alleen verstaanbaar is bij gebruik van identieke apparatuur en met de juiste cryptosleutel (code).
Cryptografie Een methode waarbij geschreven informatie volgens een bepaald systeem wordt omgezet in een tekst die alleen leesbaar is met gebruik van de juiste sleutel (code).
Depot Een statische bevoorradingsinrichting waar goederen in grote hoeveelheden worden ontvangen, eventueel geassembleerd of gesplitst, in voorraad gehouden, zonodig onderhouden en verstrekt.
Derde (3e) echelons onderhoud Het onderhoud dat onder verantwoordelijkheid van de operationele commandant wordt verricht door hersteleenheden waarvan de technische mogelijkheden afhankelijk zijn van de operationele eisen en de bevoegdheden, vastgesteld door de Directeur Materieel Koninklijke Landmacht.
Detachement Een deel van een eenheid, dat gescheiden van zijn organieke onderdeel elders een taak vervult.
Echelon
  1. Een aanduiding van een bevelsniveau.
  2. Een deel van een eenheid, waaraan een specifieke taak is toegewezen.
    1. voor de diverse bevelsniveaus: de reikwijdte van het onderhoud dat per niveau mag worden uitgevoerd.
    2. voor de diverse onderhoudshandelingen: het niveau waarop de handelingen mogen worden uitgevoerd.
Eenheid
  1. (organisatorisch) De door een bevoegde autoriteit goedgekeurde samenstelling van troepen en middelen tot een geheel.
  2. (tactisch) Een aanduiding voor een troepensamenstelling waarvan de omvang/grootte kan vari걥n van groep/sectie tot en met bataljon of overeenkomstige eenheid.
Eerste (1e) echelons onderhoud Het deel van het onderdeelsonderhoud dat wordt/moet worden verricht door de gebruikers van de goederen; ook wel genoemd gebruikersonderhoud.
Elektronische oorlogvoering De handelingen waarbij elektromagnetische energie wordt aangewend om het gebruik van het elektromagnetische spectrum door de vijand te bepalen, uit te buiten, te beperken of te verhinderen en de handelingen om zelf het elektromagne-tische spectrum met succes te kunnen blijven gebruiken.
Forward Storage Site Een in de voorwaartse zone gelegen opslagplaats met als doel:
  1. het aanhouden van initiële voorraden voor de aanvullingsplaatsen.
  2. herbevoorrading (in incidentele gevallen).
Gebruikende eenheid Een eenheid die een eigen materieeladministratie voert of ten behoeve waarvan een eigen materieeladministratie wordt gevoerd.
Heereskonferenze Overleg tussen materieeleenheden van de Koninklijke Landmacht en de Bundeswehr.
Herstel(ling) Het algemene begrip voor de aanduiding van alle handelingen die aan en ten behoeve van goederen moeten worden verricht, teneinde deze in bruikbare staat te brengen. Toelichting: het omvat derhalve naast de handelingen aan deze goederen ook het organiseren van deze handelingen. (Zie ook: onderhoud).
Herstelwerkplaats Een organieke met personele en materiële middelen toegeruste eenheid met het doel onderhoud en herstellingen te verrichten aan defect materieel.
Hoger onderhoud Verzamelnaam voor 4e en 5e echelons onderhoud ongeacht de aard van de werkzaamheden.
Houwitser Artilleriewapen (kanon), getrokken of zelfbewegend.
Informatie (automatisering) Feitenmateriaal dat na verwerking door de computer ter beschikking van de gebruiker staat.
Infrastructuur Het geheel van blijvende onroerende voorzieningen in of op de bodem aangebracht.
Inrichting Een gebouw, voorziening of plaats in het terrein waar enigerlei vorm van (logistieke) dienstverlening wordt verleend, ingericht door (delen van) één of meer verzorgende eenheden.
Inspectie Het nagaan of beoordelen van de waarde van één of meer conditie-eigenschappen van het object. Toelichting: in het onderhoud heeft inspectie ten doel tot een uitspraak te komen over de wenselijkheid van onderhoudsingrepen.
Interimsysteem 1971 Een geautomatiseerd registratiesysteem van onderhoudsgegevens.
Interne controle Inspectie van werkzaamheden binnen de eigen eenheid.
Interne verzorging De verzorging van personeel en materieel van een gebruikende eenheid door een verzorgingselement van die gebruikende eenheid.
Inzetbaarheid (materieel) De mate van aanwezigheid en van gebruiksgereedheid van het essentieel materieel, waarover een eenheid beschikt.
Klasse I-goederen Voedingsartikelen.
Klasse II-goederen Hiertoe worden gerekend:
  • persoonlijke standaarduitrusting (PSU);
  • legeringsgoederen voor gebruik te velde;
  • stafbenodigdheden;
  • sport-, ontspannings- en ontwikkelingsartikelen;
  • diverse verpakkingsmiddelen;
  • eenvoudige onderwijsmiddelen;
  • geneeskundige dienstgoederen.
Klasse III-goederen Brandstoffen, oliën en smeermiddelen, niet voor luchtvaartuigen.
Klasse IIIa-goederen Brandstoffen, oliën en smeermiddelen voor luchtvaartuigen.
Klasse IV-goederen In principe dezelfde goederen als Klasse II-goederen, maar in tegenstelling tot deze goederen worden Klasse IV-goederen tijdelijk aan een eenheid toegewezen:
  • boven de in de autorisatiestaten vermelde hoeveelheden; c.q.
  • zonder dat zij in de autorisatiestaten zijn vermeld.
  • veldversterkingsmaterieel;
  • constructie- en wegenbouwmaterieel.
Klasse V-goederen
  • Munitie van alle kalibers;
  • niet aan wapens gerelateerde munitie (handgranaten, mijnen, springmiddelen, chemische strijdmiddelen);
  • artikelen voor het gebruik van bovengenoemde goederen (wurgtangen, ontstekingstoestellen, slagmoerklemmen enz.)
Laadplaats Een locatie, inrichting of gebied, waar vervoermiddelen worden geladen.
Logistiek Het vaststellen van het beleid en de uitvoering ervan voor het verkrijgen van, het ter beschikking stellen en het instandhouden van de materiële middelen en diensten die de eenheden behoeven om hun taak te kunnen uitvoeren. Toelichting: de logistiek omvat:
  • materieelvoorziening
  • geneeskundige verzorging
  • verkeer en vervoer
  • infrastructuur
  • overige materiële dienstverleningen.
Logistiek concept Deel van het operationeel concept waarin wordt vastgesteld hoe het toekomstig operationeel optreden logistiek wordt ondersteund.
Logistieke organisatie De samenstelling en de groepering van de logistieke eenheden en installaties en de daaraan gerelateerde klantenbindingen.
Manuren Een bij planning en calculatie gebruikte norm, waarbij een arbeidsprestatie wordt aangegeven die door een werknemer per uur kan worden gerealiseerd.
Materieel Goederen, waarin door de Krijgsmacht wordt voorzien, exclusief publicaties.
Materieel logistiek proces Proces gericht op het voorzien en in stand houden van materiële middelen en de daarbij behorende logistieke middelen met als doel een zo groot mogelijke gevechtskracht onder alle omstandigheden alsmede het afvoeren van die middelen. Het materieel logistiek proces kent de deelprocessen 'voorzien in', 'instandhouden' en 'afvoeren'.
Materieelbeleid De wijze waarop en de middelen waarmee de materieel logistieke functie in de Koninklijke Landmacht wordt vervuld met inbegrip van gestelde prioriteiten en planning (tijdschaal).
Materieelbestand Sortering van KL-materieel naar type of soort.
Materieeldienst Het verzorgingssysteem, waarbinnen eenheden of organisaties belast zijn met de materieelvoorziening van alle materieeldienstgoederen.
Materieelverzorging Het complex van handelingen voor de bevoorrading met, alsmede het onderhoud en afvoer van goederen.
Matrixorganisatie Organisatie ontstaan door de functioneel gerichte verticale en productgerichte horizontale samenwerkingsverbanden. Doelstelling van deze organisatievorm is een geïntegreerd defensiebeleid te voeren waarop de politieke leiding voldoende greep heeft.
Mobilisabele eenheid Een eenheid, die reeds in tijd van vrede in de organisatie van de Koninklijke Landmacht is opgenomen, maar pas bij mobilisatie daadwerkelijk wordt gevuld met personeel en materieel en vervolgens beschikbaar wordt gesteld aan een operationele commandant.
Mobilisatie Het op voet van oorlog brengen van de krijgsmacht. Hierbij wordt onder meer reserve- en dienstplichtig personeel met groot verlof onder de wapenen geroepen.
Mobilisatiecomplex Een magazijn of complex van magazijnen waar organieke uitrusting en voorraden van mobilisabele eenheden en in uitzonderingsgevallen van mobilisabele aanvullingen en kleinverlofeenheden in opslag worden gehouden.
Modificatie Een geautoriseerde, als regel door een hersteleenheid uitgevoerde, constructiewijziging aan materieel, met het doel de operationele bruikbaarheid, de veiligheid, de betrouwbaarheid of de onderhoudbaarheid blijvend te verbeteren.
Nationale sector (NS) Het deel van het bevelsressort van de Bevelhebber der Landstrijdkrachten dat in beginsel - ook in oorlogstijd - volledig onder nationale verantwoordelijkheid blijft.
Oefenmijn Een replica van een type mijn die dezelfde karakteristieken en hetzelfde gewicht heeft. De replica's zijn zo samengesteld, dat ze roken of knallen om detonatie te imiteren.
Onder administratief bevel Een bevelsverhouding, waarbij de commandant verantwoordelijk is voor de interne verzorging en administratieve aangelegenheden van de onder zijn bevel staande, c.q. gestelde eenheden en bevoegd is terzake bevelen te geven.
Onder functioneel bevel Een bij een afzonderlijke instructie geregelde bevelsverhouding, waarbij een commandant, c.q. een functionaris de bevoegdheid is toegekend om (een) niet onder zijn bevel staande eenheid/eenheden of functionarissen in die eenheden opdrachten en/of richtlijnen te geven voor de uitvoering van een bepaalde taak.
Onder operationeel bevel Een bevelsverhouding, waarbij de commandant verantwoordelijk is voor de operationele taak van de onder zijn bevel staande c.q. gestelde eenheid/eenheden en bevoegd is terzake bevelen te geven.
Onderdeel Elk deel van een organiek samengestelde eenheid dat een vaste samenstelling heeft. Ook kan het woord gebruikt worden als synoniem voor 'eenheid' en wordt het ook gebruikt als uitdrukking voor een deel van een voertuig.
Onderdeelsonderhoud Het onderhoud dat door een gebruikende eenheid dient te worden verricht aan de bij die eenheid ingedeelde goederen; omvat 1e en 2e echelons onderhoud.
Onderhoud Het algemene begrip voor aanduiding van alle handelingen die aan en ten behoeve van goederen en programmatuur moet worden verricht, om deze in gebruiksgerede staat te houden of te brengen. Toelichting:
  1. Het omvat dus naast de handelingen aan de goederen tevens het organiseren van deze handelingen.
  2. De 'bruikbare' staat van goederen wordt bepaald door:
    • de technische gesteldheid;
    • de compleetheid;
    • de reinheid.
Organieke behoefte De hoeveelheid goederen en/of personen waarover een gebruikende eenheid bij voortduring dient te beschikken op grond van de voor deze eenheid geldende autorisatiestaten.
Overslag Alle handelingen nodig om goederen van het ene vervoermiddel naar het andere vervoermiddel over te brengen, dan wel van een vervoermiddel in een (tijdelijk/e) opslagmiddel/-ruimte of omgekeerd, met het doel het vervoer van die goederen voort te zetten.
Overtollig materieel Materieel, waaraan bij een onderdeel of binnen de Koninklijke Landmacht geen behoefte meer bestaat.
Periodiek onderhoud Onderhoud dat met een zekere regelmaat dient te worden verricht.
Persoonlijke standaarduitrusting (PSU) De verzameling van militaire kleding en uitrustingsstukken waarover een militair persoonlijk moet beschikken.
Preventief onderhoud Het deel van het onderhoud dat erop gericht is defecten en een onaanvaardbare teruggang in de hoedanigheid van het technische systeem te voorkomen.
Reservedeel Een artikel bestemd voor de vervanging van een deel van een uitrustingsstuk.
Revisie Het onderhoud van goederen dat vergaande of algehele demontage vereist, alsmede het verrichten van handelingen die nodig zijn om een nieuwe gebruiksperiode zonder bovenmatig onderhoud te kunnen overbruggen.
Saldo-locatie administratie Administratie ten behoeve van de financiële verantwoording van voorraden in depots en herstelwerkplaatsen.
Tactisch Militair Technische (TMT-)eisen De beschrijving van de eigenschappen waaraan het desbetreffende uitrustingsstuk minimaal c.q. bij voorkeur moet voldoen.
Tweede (2e echelons onderhoud Dat deel van het onderdeelsonderhoud dat wordt/moet worden verricht door het daartoe in de organisatie opgenomen personeel.
Verzamelplaats Een inrichting waar (een aantal van) de volgende taken worden verricht: ontvangst, identificatie, classificatie, onderhoud, demilitarisering, afstoting, sloop, splitsing, en/of terugspreiding en/of afvoer van ingeleverde, onbeheerd aangetroffen en buitgemaakte goederen.
Verzorging Het geheel van activiteiten gericht op het beschikbaar stellen, het beheer, de zorg voor en het op peil houden van het personeel en de materiële middelen van eenheden, om deze in staat te stellen hun taak uit te voeren. (Zie ook: logistiek, materieelverzorging.
Verzorgingsdirectief Door de Bevelhebber der Landstrijdkrachten uitgegeven instructie met als doel aanwijzingen c.q. aanvullingen te geven op de uitvoering van logistieke handelingen, voor zover deze dienen af te wijken van het in de voorschriften geformuleerde beleid.
Verzorgingseenheid Eenheid, die voorziet in de behoefte van verzorging van alle eenheden. Hier onder vallen ook materieeldiensteenheden en de Explosieven Opruimingsdienst.
Verzorgingsinstructie Uitvoeringsbepalingen, gebaseerd op goedgekeurde materieelvoorschriften voor uitwerking en/of praktische aanwijzingen. Toelichting: verzorgingsinstructies worden uitgegeven door de Bevelhebber der Landstrijdkrachten, Directeur Materieel Koninklijke Landmacht en aangewezen commandanten.
VGVK Verzameling van gemeenschappelijke verordeningen van de Krijgsmacht.
Vierde (4e) echelonsonderhoud Het operationele onderhoud vallend onder de verantwoordelijkheid van de Bevelhebber der Landstrijdkrachten, waarvoor binnen het operationele commando geen capaciteit - vanwege tijdgebrek of om economische redenen - aanwezig is en/of onderhoud dat vanwege aard, omvang, benodigde gereedschappen en testapparatuur, niet binnen de door het operationele commando gestelde tijd kan worden hersteld.
Vijfde (5e) echelonsonderhoud Het onderhoud dat een levensduurverlengend karakter heeft, planmatig van opzet is en seriematig wordt uitgevoerd. Ook basisonderhoud genoemd.
Vuursteun De steun, die door wapens die met indirecte richting vuren en/of door het uitvoeren van luchtaanvallen, wordt gegeven aan manoeuvre-eenheden.
Waadvermogen De mogelijkheid van een voertuig, al dan niet uitgerust met een ingebouwde waterdichtheid, om met zijn wielen of rupsbanden in contact met de grond, een waterloop tot de aangegeven diepte (uitgedrukt in meters) te overwinnen, zonder gebruik van een speciale uitrusting en/of bijzondere handelingen van de chauffeur of bemanning.
Werkplaats Een daartoe ingerichte locatie bestemd om ter plaatse daarvan onderhouds- en herstelhandelingen te verrichten aan defect materieel.
Zelfstandige aanschaffing De aanschaffing van goederen door daartoe gemachtigde commandanten.
Tot de Klasse IV-goederen behoren ook:

Archiefbestanddelen