2.13.227 Inventaris van archieven op het gebied van verbetering van de rechtspositie van en eerbetoon aan verzetsstrijders in de Tweede Wereldoorlog (Collectie Vergroesen), (1942) 1976-1989 (1994)

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Zoekhulpen bij dit archief

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Sinds 1945 is door belanghebbenden, van de zijde van de Tweede Kamer en door organisaties uit het voormalig verzet aandacht gevraagd voor de positie van de tijdens de bezetting ondergedoken of in Duitse krijgsgevangenschap gezeten hebbende militairen en gewezen militairen en van de deelnemers aan het verzet die in mei 1940 als militair daadwerkelijk onder de wapenen waren geweest. Van meet af aan werd hierbij gewezen op het feit dat in krijgsgevangenschap gevoerde militairen bezoldiging hadden genoten en pensioenrechten hadden opgebouwd, terwijl degenen die zich aan krijgsgevangenschap hadden onttrokken vaak aanzienlijke schade en ontberingen hadden geleden zonder dat daartegenover enige materiële vergoeding stond. Aanvankelijk werd door deze laatste categorie militairen om betaling van gederfde militaire inkomsten (wedde), bezoldiging, schadeloosstelling en andere financiële voorzieningen gevraagd. Later kwam het accent meer te liggen op pensioen afspraken. Voor degenen die in 1940 tot het militaire beroepspersoneel behoorde, heeft de overheid gemeend in de loop van de tijd in het kader van het ¿rechtsherstel¿ voorzieningen te moeten treffen, ervan uitgaande dat zij ten aanzien van haar werknemers bijzondere verplichtingen had. Degenen die hetzij als beroepsmilitair, hetzij als burgerambtenaar voor 1945 in overheidsdienst waren, hebben met name wat hun pensioenaanspraken betrof, geen schade ondervonden; voor hen gold de hele bezettingstijd als voor pensioengeldige diensttijd. De problemen, die in de laatste jaren ¿ mede door het bekend worden van het zogenaamde postconcentratiekamp-syndroom ¿ in het middelpunt van de belangstelling kwamen te staan, betroffen in het bijzonder degenen die in 1940 in actieve dienst waren, na de capitulatie met groot verlof werden gezonden (derhalve dus weer de burgerstatus kregen) en vervolgens, na kortere of langere tijd, zich in het verzet begaven.
Voor deze categorie, en met name voor degenen, die na de bevrijding in actieve militaire dienst zijn teruggekeerd werd op 29 januari 1975 (pleitbezorger van deze wet was de luitenant-kolonel b.d. G.W. Baron van Dedem) een voorstel van wet (initiatiefwet) ingediend - door het lid van de Tweede Kamer, mr. H.E. Koning, ¿tot verbetering van de rechtspositie van militairen, die zich gedurende de vijandelijke bezetting van Nederland aan krijgsgevangenschap hebben onttrokken en van die van hun nagelaten betrekkingen¿ Het voorstel van wet werd tenslotte door beide Kamers aangenomen en daardoor werden voorbereidingen getroffen, tot een zo spoedige mogelijke uitvoering van de wet. Dit voorstel heeft geleid tot de Wet van 20 januari 1976 (Stb. nr. 19), tot verbetering van de rechtspositie van (verzets-) militairen die zich gedurende de vijandelijke bezetting van Nederland aan krijgsgevangenschap hebben onttrokken en van die van hun nagelaten betrekkingen (welke bij Koninklijk Besluit (KB) van 23 februari 1976 nr. 22 en in werking is getreden per 1 maart 1976 (Stb. 1976, 88) (=Wet Verbetering rechtspositie verzetsmilitairen (WVRVM)). De Minister van Defensie is belast met de uitvoering van deze wet.

Geschiedenis van het archiefbeheer

De archieven van het Bureau uitvoering Wet verbetering verzetsmilitairen en van de Adviescommissie Wet Verbetering rechtspositie verzetsmilitairen zijn niet onafhankelijk van elkaar aangetroffen, maar bleken vermengd. Dit kan wellicht verklaard worden door de bekleding van de hoeveelheid functies van dhr. Vergroesen als hoofd Bureau Verzetsmilitairen en als secretaris van de eerder genoemde Adviescommissie WVRVM (en niet te vergeten zijn latere taken t.b.v. het Comité VHK). Hierdoor liepen verschillende zaken door elkaar. Daarbij bleek dat Vergroesen in zijn rol als verzetsexpert binnen Defensie ook archiefbescheiden van vóór en na de instelling en opheffing van beide archiefvormers bij het archief voegde. Wel was er een eenvoudige toegang (een plaatsingslijst) vervaardigd met de naam ¿Collectie Vergroesen¿, maar deze bleek niet zoveel houvast te bieden. De naam hebben we tenslotte aangehouden - zeker gezien zijn naam binnen de verzetswereld ¿ maar hebben voor de overzichtelijkheid de toegang op beide archiefvormers ingedeeld aan de hand van de diverse taken van Vergroesen bij beide organisaties.Beide archieven werden beheerd door Vergroesen. Daarom is er voor gekozen om als ondertitel van deze inventaris de `collectie Vergroesen¿ te gebruiken. De archieven beslaan de periode (1942) 1976-1989 en hebben bij elkaar een omvang van 3,24 strekkende meter. Na opheffing van beide organisaties zijn de archieven in april 1990 overgedragen aan het voormalig Centraal Archievendepot (CAD) van Defensie (tegenwoordig Semi-Statisch Informatiebeheer (SIB)). Het archief besloeg niet alleen archiefbescheiden van genoemde archiefvormers maar ook bescheiden die de heer Vergroesen zelf in de loop der jaren had verzameld, vandaar ook bescheiden van voor 1976.
Het secretariaatsarchief van het Nationaal Comité VHK staat los van bovengenoemd archief maar had als bindende factor dat later het Bureau Verzetsmilitairen als hoofd onderzoeksteam VHK van Defensie belast werd met het verlenen van administratieve ondersteuningswerkzaamheden aan dit comité bij de binnenstromende aanvragen van een Verzetsherdenkingskruis (VHK). Belangrijkste bestanddeel van dit archief is de serie individuele dossiers met aanvragen (en afwijzingen) voor het verzetsherdenkingskruis. In totaal gaat het om 18.870 persoonsdossiers van individuele aanvragers die erkenning wilden op grond van hun lidmaatschap van erkende verzetsgroepen/deelnemers aan het verzet, alsmede aanvragen van militairen die in bezet gebied hebben behoord tot de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten tijdens de jaren 1940-1945 in Nederland. Ook in aanmerking kwamen personen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Oost-Azië op door Japan bezet gebied of op Japans gebied verzetshandelingen hebben gepleegd tegen de vijand. Ook kaartsystemen die een toegang vormen op de genoemde dossiers zijn aangetroffen. Verder bevat dit archief algemene zaken zoals agenda¿s, verslagen van vergaderingen, vergaderstukken, jaarverslagen van het Nationaal Comité VHK, alsmede overzichten van werkzaamheden uitgevoerd door het onderzoekingsteam VHK Defensie ¿ bij de aanvraag van een VHK. Het secretariaatsarchief van het Nationaal Comité VHK over de periode 1981-1988 (1994) heeft een omvang van 30,24 strekkende meter, en het eerste gedeelte is in in 1986 door de secretaris van het Comité overgedragen en ingeleverd bij het voormalige CAD. Een jaar later werd door de minister van Binnenlandse Zaken aangekondigd dat de definitieve sluitingsdatum voor aanvragen van het VHK op 31 december 1987 werd gesteld. Gelijktijdig werd bekend gemaakt dat het tweede gedeelte van de persoonsdossiers per genoemde datum werden overgedragen aan het CAD.
De administratieve dossiers werden overgedragen aan het ministerie van Binnenlandse Zaken.