Tweede Wereldoorlog: verzet in Nederland

Bent u op zoek naar informatie over iemand die tijdens de Tweede Wereldoorlog in verzet is gekomen tegen de Duitse bezetter? Gebruik dan deze zoekhulp.

Alles uitklappen

Het NIOD (Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie) heeft veel gegevens over het verzet. U vindt hier ook verwijzingen naar andere instellingen.

Het Nationaal Archief heeft de volgende archieven met informatie over verzetslieden:

Deze archiefbestanden zijn deels openbaar, deels beperkt openbaar:

  • Inventarisnummers uit openbare archieven die u wilt inzien in de studiezaal van het Nationaal Archief kunt u zelf van te voren reserveren of aanvragen tijdens uw bezoek. Van deze archieven mogen reproducties van de stukken gemaakt worden.
  • Beperkt openbare archieven zijn niet zonder meer in te zien of te reserveren.  Soms kan het inventarisnummer, uitsluitend tijdens uw bezoek, door een medewerker van de informatiebalie  worden aangevraagd. In andere gevallen is een voorafgaand verzoek per e-mail (via info@nationaalarchief.nl) en daarna maken van een afspraak, een vereiste om een stuk in te kunnen zien. In alle gevallen geldt dat er van beperkt openbare archiefstukken géén reproducties/scans/foto’s mogen worden gemaakt. U kunt bij dit onderzoek in de studiezaal wel aantekeningen maken.

#Een beperkt openbaar onderdeel van het archief Binnenlandse Strijdkrachten (2.13.137), zijn de personeelsdossiers van personen die in dienst zijn geweest van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (en het Militair Gezag), inventarisnummers 1918-4823. Het gaat vaak om personen uit het verzet. Voor inzage dient u een verzoek in via info@nationaalarchief.nl. Wij gaan dan op zoek of er in deze serie een dossier over de door u gezochte persoon aanwezig is. Uw verzoek bevat de volgende gegevens:

  • naam plus volledige voornamen van de betrokkene
  • zijn of haar geboortedatum
  • een bewijs van overlijden als het gaat om iemand die korter dan 100 jaar geleden is geboren: een scan of fotokopie van de rouwkaart, overlijdensakte, bidprentje of foto van (duidelijke tekst op) grafsteen. Een (link naar de) vermelding van overlijden op een genealogische website accepteren wij helaas niet als bewijs.

Bij een aanvraag om uw eigen BS-dossier in te zien, hebben wij de volgende gegevens nodig:

  • uw schriftelijke verzoek (met handtekening);
  • een kopie van uw identiteitsbewijs;
  • opgave van uw e-mailadres.

Wanneer u een aanvraag indient om een BS-dossier in te zien van iemand die nog in leven is, hebben wij de volgende gegevens nodig:

  • de toestemming per brief van de betrokkene, met zijn/haar handtekening waarin hij/zij u met name noemt;
  • een kopie van zijn/haar identiteitsbewijs;
  • een kopie van uw eigen identiteitsbewijs;
  • opgave van uw e-mailadres.

U krijgt binnen maximaal zes weken onze reactie. Wordt er een personeelsdossier gevonden, dan maken wij kosteloos scans die per e-mail aan u verstuurd worden.

In een BS-dossier kunnen de volgende formulieren en gegevens zitten:

  • registratieformulieren;
  • uitbetalingslijsten;
  • incidenteel gegevens over een onderscheiding.

U kunt zelf nog onderzoek doen in het openbare gedeelte van het BS-archief:

#Is de betrokken verzetsdeelnemer (verraden en) gearresteerd? Dan kan hij/zij voorkomen in de database Verzetsslachtoffers Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR). Deze database kunt u niet zelf inzien. Stuur uw verzoek via het contactformulier of per mail aan info@nationaalarchief.nl met daarbij:

  • naam en voornamen van de verzetsman/vrouw
  • geboortedatum

Binnen maximaal 6 weken laten wij weten of de door u gezochte persoon in de database voorkomt. Als dit het geval is, dan kunt u na afspraak het dossier van de dader komen bekijken. Soms vindt u alleen maar de naam van het verzetsslachtoffer naar wie u op zoek bent. Soms bevat het dossier echter meer bijzonderheden over de verzetsman/vrouw en de arrestatie

#Leden van het verzet kunnen een onderscheiding hebben gekregen. Hieronder volgt een lijst met de verschillende onderscheidingen:

Kabinet der Koningin

Als de onderscheiding bij Koninklijk Besluit (KB) is toegekend kunt u dit KB, met als bijlage de ministeriële voordracht, in de studiezaal van het Nationaal Archief bekijken. De KB’s zijn onderdeel van het archief Kabinet der Koningin (2.02.20). Als u de datum (en bij voorkeur ook het dagnummer) van het KB weet, kan het inventarisnummer meteen bepaald worden. Zo niet, dan vraagt u eerst één of meer naamklappers aan uit de serie inventarisnummers die begint met 13334. De datum en nummer van het KB worden meteen al bij de persoonsnaam in de naamklapper vermeld.

Deze Koninklijke Besluiten kunt u niet zelf reserveren. Tijdens uw bezoek kan een medewerker van de informatiebalie dit voor u doen. Dit geldt ook voor het aanvragen van de naamklappers als de datum van het KB u niet bekend is. Er mogen geen reproducties/foto’s/scans gemaakt worden van KB’s van na mei 1945.

Een onderscheiding, toegekend bij KB, is het Verzetskruis. Op Wikipedia vindt u een overzicht van namen met datum en dagnummer.

Let op: als een onderscheiding ingesteld is bij Koninklijk Besluit wil dat niet zeggen dat het ook toegekend werd bij KB. Een voorbeeld hiervan is het Verzetsherdenkingskruis. U vindt de toekenningen niet bij de Koninklijke Besluiten.

Oorlogsonderscheidingen voor het Koopvaardij- en Luchtvaartpersoneel 1940-1975

Archief Oorlogsonderscheidingen voor het Koopvaardij- en Luchtvaartpersoneel 1940-1975 (2.16.32)
Archief is openbaar.

Ministerie van Defensie, Fonds Onderscheidingen 1940-1986

Archief Ministerie van Defensie, Fonds Onderscheidingen 1940-1986 (2.13.184)
Archief is deels beperkt openbaar. De beperkt openbare inventarisnummers kunnen in de studiezaal, uitsluitend tijdens uw bezoek, door een medewerker van de informatiebalie worden aangevraagd.

#Veel verzetsstrijders hebben gevangen gezeten in de Scheveningse gevangenis die het Oranjehotel werd genoemd. In de digitale index van het archief Stichting Oranjehotel: Doodenboeken (2.19.136) kunt u op naam zoeken. In dit archief bevinden zich de persoonsgegevens en foto’s van gevangenen in de gevangenis Scheveningen die de oorlog niet overleefd hebben. De vier Doodenboeken zijn gedigitaliseerd en online via onze website in te zien en via een index te doorzoeken.

Het Nationaal Archief bewaart alleen de Dodenboeken, het archief van de gevangenis Oranjehotel ligt niet bij het Nationaal Archief. Het NIOD kan u meer informatie geven over dit archief.

In het oorlogsarchief Rode Kruis kan zich een dossier van de verzetsdeelnemer bevinden als hij/zij in een concentratiekamp in het buitenland is terecht gekomen.

Voor bestudering van de dossiers van het Rode Kruis is vooronderzoek nodig. Het archief is beperkt openbaar vanwege de bescherming van de privacy van mogelijk nog levende personen die in de dossiers kunnen voorkomen. 

Om inzage te krijgen in de Rode Kruis archieven dient u een verzoek in via het webformulier Aanvraag van informatie uit het Rode Kruis oorlogsarchief of in het geval van meerdere personen via info@nationaalarchief.nl 

of u stuurt een brief naar: 

Nationaal Archief
afd. Dienstverlening
Postbus 90520
2509 LM  Den Haag 

In uw verzoek neemt u de volgende gegevens op:

  • naam van de persoon (of personen) naar wie u onderzoek wilt doen, met volledige voornamen
  • zijn of haar geboortedatum en bij voorkeur ook de geboorteplaats
  • woonplaats van de betrokkene gedurende de oorlogsjaren (indien bekend)
  • uw naam en contactgegevens en bij voorkeur ook een e-mailadres
  • bewijs van overlijden van de betrokkene als hij/zij korter dan 100 jaar geleden is geboren; wanneer hij/zij nog in leven is: toestemming van betrokkene. Wanneer de persoon van wie u het dossier wilt inzien geboren is vóór 1 januari 1919, hoeft u geen bewijs van overlijden mee te sturen.
    Wanneer de betreffende persoon geboren is ná 1 januari 1919, moet u wel een overlijdensbewijs meesturen. We begrijpen dat dit wellicht als pijnlijk kan worden ervaren, maar in verband met de privacy van mogelijk nog levende personen moeten wij u vriendelijk verzoeken een bewijs van overlijden te overleggen. Een vermelding op de website van het Joods Monument of de Oorlogsgravenstichting is voldoende. U kunt een link naar de persoon meesturen. U mag altijd extra bijzonderheden toevoegen aan uw inzageverzoek. Bijvoorbeeld het beroep van de betrokkene of andere informatie. 

Wanneer uw verzoek bij het Nationaal Archief is binnengekomen, ontvangt u hiervan een bevestiging.

In 1940-1945 hebben sommige mensen op de een of andere manier weerstand geboden aan de Duitse bezetter. Er zijn verschillende vormen van verzet: passief tegenover actief; openlijk tegenover ondergronds; gewelddadig tegenover niet-gewelddadig. De meest voorkomende vorm in Nederland was actief, ondergronds, niet-gewelddadig verzet: de illegale pers, hulp aan onderduikers, inlichtingenwerk voor de Nederlandse regering in Londen. Tijdens de oorlog is uiteraard geen ledenbestand van het verzet bijgehouden. Het is daardoor niet zo eenvoudig om over individuele verzetsmensen informatie te vinden.

Al meteen vanaf het begin van de Duitse bezetting kwamen er Nederlanders in verzet tegen de Duitsers. In de eerste jaren van de oorlog had het verzet een bescheiden karakter. Vanaf 1943 nam het duidelijk in omvang toe. In grote lijnen zijn er drie vormen van verzet te onderscheiden: passief verzet, actief niet-gewelddadig verzet en gewelddadig verzet. Tot slot worden enkele bijzondere vormen van verzet genoemd.

Passief verzet

Passief verzet houdt in dat men niet meewerkte aan de door de Duitsers opgelegde maatregelen. Velen leverden bijvoorbeeld hun radio niet in, toen dat werd bevolen. Op Koninginnedag (toen 31 augustus) zetten veel mensen oranje bloemen voor de ramen, hoewel iedere uiting van oranjegezindheid verboden was. Overtreding werd met een boete bestraft.

Actief niet-gewelddadig verzet

Actief niet-gewelddadig verzet was de belangrijkste verzetsvorm. Onmiddellijk na de capitulatie op 14 mei 1940 kwamen de eerste verzetsstrijders in actie. Zij tilden organisaties van de grond die zich bezighielden met spionage. Ze verzamelden inlichtingen over Duitse militaire installaties en gaven die door aan de Nederlandse regering in Londen. Voorbeelden van dit type verzetsgroepen zijn: de Geuzenactie (leider Bernard IJzerdraat), de Stijkelgroep (genoemd naar zijn leider Han Stijkel), de Oranjewacht en de Dienst-Wim. De Sicherheitspolizei wist een aantal van deze groepen in een vroeg stadium op te rollen. Dit kwam doordat men het verzetswerk onvoldoende geheim hield.
Al spoedig was er ook een illegale pers van een zekere omvang. Het vervaardigen en verspreiden van deze kranten was een gevaarlijke onderneming. Voorbeelden van verzetskranten zijn Het Parool, Vrij Nederland, De Waarheid, Je Maintiendrai en Trouw.
De almaar scherper wordende Duitse maatregelen bedreigden steeds meer groepen mensen: joden en anderen werden vervolgd wegens de rassenwetten; mannen die de Arbeitseinsatz wilden ontlopen; geallieerde piloten die uit de lucht waren geschoten.
Al deze mensen hadden hulp nodig in de vorm van onderduikadressen en voedselbonnen. De organisatie die zich hiervoor verdienstelijk maakte was de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers, kortweg LO genoemd. Belangrijke leiders van de LO waren mevrouw H.Th. Kuipers-Rietberg (verzetsnaam 'Tante Riek') en dominee F. Slomp ('Frits de Zwerver'). De organisatie, die een protestantse achtergrond had, zorgde voor onderduikadressen, voedselbonnen en valse persoonsbewijzen. Hiervoor was weer de Persoonsbewijzen Centrale (PBC) onmisbaar, want zonder persoonsbewijs kon je geen voedselbonnen krijgen. Van groot belang voor de financiering van het verzet was het Nationaal Steunfonds (NSF).

Gewelddadig verzet

Deze verzetsvorm bleef beperkt van omvang, in ieder geval tot het najaar van 1944. Er was in Nederland immers geen sprake van een frontsituatie, zodat gewapend verzet weinig zinvol was. Toch waren enkele honderden personen bij deze vorm van verzet betrokken. Ze pleegden gewapende overvallen op gevangenissen om verzetsstrijders te bevrijden, of overvielen distributiekantoren om bonkaarten voor onderduikers te bemachtigen. Soms werden gevaarlijke personen geliquideerd. Bekend werd in dit verband Hannie Schaft ('het meisje met het rode haar').
De belangrijkste organisaties die zich met gewelddadig verzet bezighielden waren:

  • de Landelijke Knokploegen (LKP), die over het algemeen nauw samenwerkten met de LO (zie hierboven)
  • de Raad van Verzet (RVV), waarin met name communisten actief waren
  • de Ordedienst (OD), waarin veel oud-officieren actief waren. De OD verschilde in zoverre van de andere organisaties, dat zij primair als doel had om aan het einde van de oorlog een eventueel gezagsvacuüm op te vullen. Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog was het namelijk overal in Europa tot revolutiepogingen gekomen. Ook in Nederland leek toen een revolutie ophanden. De OD wilde een dergelijke situatie aan het eind van de Tweede Wereldoorlog voorkomen. De Koningin moest weer veilig op haar troon komen.

In 1944 bereidde men zich voor op de bevrijding van Nederland. De gewapende verzetsgroepen wilden hun hulp aan de geallieerden aanbieden. De LKP, RVV en OD werden in het najaar van 1944 samengevoegd tot de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (de NBS of kortweg BS) en onder commando van Prins Bernhard geplaatst. De BS verleende op bescheiden schaal militaire hulp aan de geallieerden, met name door de inzet van het Regiment Stoottroepen. Na de bevrijding werden leden van de BS ingezet bij de gevangenneming en bewaking van Nederlanders die verdacht werden van collaboratie of oorlogsmisdaden.

Bijzondere vormen van verzet

Tot slot noemen we enkele specifieke verzetsbewegingen. Ze vallen wel binnen de drie genoemde typen verzet, maar zijn door hun bijzondere karakter het vermelden waard. Er was een uitgebreid Artsenverzet en in de universiteitssteden was sprake van Studentenverzet.
Enkele keren kwam het tot een uiting van massaal verzet, die uniek was in het door Duitsland bezette Europa. In februari 1941 brak in Amsterdam de Februaristaking uit als protest tegen het oppakken en wegvoeren van 425 joodse jonge mannen. De staking breidde zich vooral in West-Nederland uit. In 1943 kwam het opnieuw tot een staking die de Duitsers verraste. De zogeheten April-Meistaking was een uiting van protest tegen het in krijgsgevangenschap terugroepen van Nederlandse militairen die in 1940 naar huis gestuurd waren. De staking begon in Twente en breidde zich uit over grote delen van het land. De grote spoorwegstaking, die van september 1944 tot het einde van de oorlog duurde, kwam tot stand in opdracht van de Nederlandse regering in Londen, en in overleg met het geallieerde opperbevel. De staking belemmerde het Duitse troepenverkeer en ondersteunde zo de geallieerde luchtlandingen bij Arnhem.

Aan de strijd tegen de Duitsers namen onderdelen van de krijgsmacht deel die kans hadden gezien naar Engeland uit te wijken. Dit gold met name voor de Nederlandse marine. De Nederlandse koopvaardijvloot, die in mei 1940 grotendeels buitengaats was, leverde gedurende de oorlog een belangrijke bijdrage aan het transport voor de geallieerden.

Tenslotte waren er na de capitulatie Nederlandse burgers die zich wilden inzetten voor de bevrijding van ons land door zich aan te sluiten bij militaire eenheden, die met name in Engeland werden gevormd. Zij heetten Engelandvaarders. De reis naar Engeland was moeilijk, zowel over land via Frankrijk en Spanje, als rechtstreeks met een zeilboot of vissersschip over de Noordzee. De bekendste Engelandvaarder is Erik Hazelhoff Roelfzema, die als soldaat van Oranje bekend werd door de verfilming van zijn daden.