2.13.98 Inventaris van het archief van het Ministerie van Defensie: Collectie betreffende krijgsgevangenen, 1940-1946

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Inleiding

De collectie krijgsgevangenen bevat archiefjes, archiefdelen en archiefbescheiden inzake de krijgsgevangenschap van Nederlandse militairen, meest officieren, in Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog, hun repatriatie en de eerste opvang in Nederland. In de collectie zijn veel archiefvormers te onderkennen.

Geschiedenis van enkele archiefvormers welke voorkomen in de collectie krijgsgevangenen

Algemeen
Op 11 mei 1942 werd in de avondkranten geannonceerd dat (aspirant-) beroepsofficieren die in mei 1940 in actieve dienst waren geweest zich de 15e daaropvolgend moesten melden bij kazernes in Assen, Ede, Bussum, Roermond dan wel Breda. Nagenoeg alle betrokkenen voldeden aan deze oproep. Uitgezonderd enkele categorieën - leden van de NSB of WA, kaderleden van de Nederlandse Arbeidsdienst - werden allen, in totaal 2727 militairen, in krijgsgevangenschap afgevoerd. Dit gebeurde op directe order van Hitler, omdat Nederlandse beroepsofficieren in OD-verband in het verzet actief waren geweest.
L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog (14 delen, 's-Gravenhage, 1995) V, hoofdstuk 12.
Deze groep beroepsmilitairen werd als krijgsgevangenen afgevoerd naar Stanislau. Aangevuld met 140 reserveofficieren -deze waren in Nederland ondergedoken maar ontdekt -werd de aldus uitgebreide groep in januari 1944 overgebracht naar Neubrandenburg.
Mei 1944 werden 350 personen overgeplaatst naar Tittmoning. In januari 1945 werden in Neubrandenburg nog eens 500 reserveofficieren vanuit de buurt van Lissa overgeplaatst naar Neubrandenburg.
De Jong, Koninkrijk, VIII, hoofdstuk 2.
Het kamp bij Neubrandenburg werd op 28 april 1945 door Russische troepen bevrijd.
De
Jong, Koninkrijk, Xb,1184.
PWX Branch SHAEF
Op 28 september 1944 verplaatste lt-kol E.M.A. Suylen zijn bureau, dat bovengenoemde naam droeg, naar het vasteland.
Zijn opvolger, de reserve-kolonel der infanterie J.A.G. van Andel, nam op 20 maart 1945 zijn taak over als hoofdverbindingsofficier bij G 1 Division bij PWX Branch SHAEF Main. Hij werd belast met de repatriëring van Nederlandse krijgsgevangen militairen in Duitse handen, voor zover zij zich bevonden in gebieden ressorterend onder SHAEF. Hij was toegevoegd aan SHAEF en verplicht bevelen en aanwijzingen te volgen welke hem door of vanwege de opperbevelhebber van de geallieerde expeditionaire macht werden gegeven. De hoofdverbindingsofficier was verplicht alles te doen hetwelk het belang en het welvaren van de Nederlandse krijgsgevangen in welk opzicht ook kon bevorderen. Zijn taak strekte zich speciaal uit over hun verzorging in de krijgsgevangenkampen, hun spoedige evacuatie naar het vaderland, eventuele plaatsing in transitkampen, voorziening met voedsel, kleding, rookgerei, versnaperingen, lectuur, hygiënische verzorging, kortom alles wat hun geestelijk en lichamelijk welzijn betrof in de ruimste zin. Behoudens zijn verantwoordelijkheid aan de opperbevelhebber was de hoofdverbindingsofficier rechtstreeks verantwoordelijk aan de minister van Oorlog.
Met ingang van 1 juni 1945 werd de hoofdverbindingsofficier onder bevel gesteld van de chef staf Militair Gezag en werd zijn instructie gewijzigd. (MB van 31 mei 1945, nr. 970 P).
De Dutch Liaison Section PWX werd op 21 november 1945 geliquideerd.
Nederlands Reception Center te Godinne, België
Omstreeks 10 mei 1945 werd het Nederlands Reception Center
(Nederlands Ontvangstcentrum Krijgsgevangenen) te Godinne
geopend onder leiding van kampcommandant majoor J. de Kruijff. Daar
ter plaatse had men de beschikking gekregen over enkele villa's, gelegen
op de rechteroever van de Maas. Er was plaats voor 700 personen en
vanuit Godinne werden de ex-krijgsgevangenen doorgevoerd naar
Breda (officieren) dan wel Tilburg (onderofficieren en manschappen).
Op 1 juli 1945 werd het Nederlands Ontvangstcentrum
Krijgsgevangenen te Godinne op last van de Belgische regering
gesloten.
Het registratiebureau Nederlandse Krijgsgevangenen te Brussel werd met ingang van 15 augustus 1945 opgeheven.
Centraal Indeelingsbureau Koninklijke Landmacht
Het Centraal Indeelingsbureau Koninklijke Landmacht (voortaan: CIKL) werd ingesteld op 15 januari 1945 nadat de behoefte werd gevoeld de indeling van oorlogsvrijwilligers, vrijwilligers op de voet van gewoon soldaat, reserve- en dienstplichtigen en wederom in werkelijke dienst hersteld beroepspersoneel in bevrijd Nederland door een centrale instantie te doen regelen. Aldus speelde het instituut ook een rol bij de eerste opvang van terugkerende krijgsgevangenen.
Tot hoofd van het CIKL werd generaal-majoor A.A. van Nijnatten benoemd. Hij stond rechtstreeks onder de bevelen van de minister van Oorlog.
Voordat personeel (opnieuw) kon worden aangenomen moest de betrokkene een geneeskundig- en betrouwbaarheidsonderzoek ondergaan.
Het CIKL werd opgeheven per 1 januari 1946 onder gelijktijdige instelling van het afwikkelingsbureau onder dezelfde naam. Dit bestond tot 1 maart 1946.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Het is niet meer te achterhalen waarom deze collectie bescheiden is gevormd.
Waarschijnlijk eind jaren 70 begin jaren tachtig heeft een medewerker een plaatsingslijst vervaardigd op de onderhavige collectie.

De verwerving van het archief

Overbrenging van een overheidsarchief

De verwerving van het archief

Het archief is krachtens bepalingen van de Archiefwet overgebracht.