2.15.08 Inventaris van het archief van het Ministerie van Sociale Zaken: Afdeling Arbeidersverzekering en voorgangers; Afdeling Sociale Verzekering, (1893) 1901-1958

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Inhoud en structuur van het archief

Selectie en vernietiging

Het archief van de Afdeling Arbeidersverzekering

Een gedeelte van het archief is vernietigd. Goedkeuring voor vernietiging werd verleend door de Algemene Rijksarchivaris bij brief van 28 januari 1975, no. F45.
    Lijst van vernietigde archiefbescheiden
  • Periode 1901-1949
I. Algemeen.
  1. Geleidebrieven, voorzover zij geen bijzondere opmerkingen bevatten.
  2. Afschriften, duplicaten, rappelbrieven, ontvangstbevestigingen en correspondentie inzake de overdracht van stukken ter afdoening door andere instanties.
  3. Stukken betreffende verzoeken om toezending van stukken alsmede dankbetuigingen voor de toezending.
  4. Mededelingen omtrent adres en adreswijziging.
  5. Stukken betreffende de voorbereiding en bijwoning van congressen, met uitzondering van de verslagen.
  6. Stukken betreffende voorlichting en het verstrekken van gebruikelijke en eenvoudige inlichtingen betreffende de verschillende sociale verzekeringswetten.
  7. Stukken betreffende de voorbereiding van wetten die niet mede-ondertekend zijn door de Minister van Sociale Zaken.
  8. Stukken betreffende aanvrage van audiënties bij de minister.
  9. Stukken betreffende vaststelling en vergoeding van de reis- en verblijfkosten van leden van commissies van advies.
II. Ongevallenwet en Land- en Tuinbouwongevallenwet.
  1. Stukken betreffende de (her)indeling in gevarenklassen.
  2. Stukken betreffende restitutie van premie.
  3. Stukken betreffende premie-inning en premiebetaling.
  4. Stukken betreffende het aanhouden van loonlijsten alsmede betreffende ontheffingen in deze.
  5. Correspondentie met de Minister van Justitie betreffende gratieverzoeken bij overtredingen van de Ongevallenwet (m.n. het niet- bijhouden van loonlijsten).
  6. Correspondentie betreffende het vaststellen van een uitkering ingevolge de Ongevallenwet.
  7. Stukken betreffende de vaststelling van de bijdrage, bedoeld in art. 40 van de Ongevallenwet.
  8. Stukken betreffende voorschotten, gelddeclaraties, het overmaken van gelden, opening van een postgirorekening van de commissie van Scheidslieden.
  9. Brieven van particulieren betreffende uitkeringen krachtens de Ongevallenwet. (nr. 111 van de depart. vernietigingslijst)
  10. Brieven van particulieren betreffende aanvulling van ongevallenrenten. (nr. 112. van de depart. vernietigingslijst)
  11. Enquêteformulieren en circulaires betreffende gegevens voor statistieken van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
  12. Stukken betreffende subsidieverlening voor cursussen en opleiding voor eerste hulp bij bedrijfsongevallen.
III. Zee-ongevallenwet.
  1. Declaraties inzake de administratiekosten voor de uitvoering van de Zee-ongevallenwet.
  2. Stukken betreffende de vaststelling van het wel of niet bestaan van kostwinnerschap m.b.t. uitkeringen ingevolge de Zee-ongevallenwet.
  3. Verzoeken om ondersteuning en uitkering van nabestaanden van slachtoffers van scheepsrampen.
  4. Correspondentie betreffende schadeloosstellingen ingevolge de Z.O.W.
  5. Stukken betreffende de herziening van de dagloontabellen voor de Z.O.W.
  6. Afschriften van beschikkingen van de Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel tot bepaling van de termijn van het vermoedelijk vergaan van schepen.
  7. Correspondentie en beschikkingen houdende verklaring dat schepen geacht worden te zijn vergaan. 1915-1916
  8. Correspondentie met de Minister van Waterstaat en afschriften van beschikkingen van de Minister van Waterstaat tot vaststelling van de premie en de aflossing van in pand gegeven fondsen ter uitvoering van art. 6 eerste en tweede lid van de Z.O.W. 1922-1939
IV. Invaliditeitswet, Ouderdomswet, Noodwet Ouderdomsvoorziening.
  1. Stukken betreffende declaratie van administratiekosten voor de uitvoering van de Ouderdomswet.
  2. Stukken betreffende toeslagen en premie-heffing ingevolge de Ouderdomswet.
  3. Opgaven aan de Minister betreffende de ouderdomsverzekering voor de samenstelling van de begroting.
  4. Stukken betreffende de verrekening van de invaliditeitsrenten over afgesloten dienstjaren.
  5. Stukken betreffende zegelverkoop voor de Invaliditeitswet.
  6. Stukken betreffende de benoeming van personen voor de verkoop van rentezegels.
  7. Stukken betreffende restitutie van invaliditeitspremie.
  8. Stukken betreffende de kosten van invordering van premie voor de Invaliditeitswet door dwangbevelen.
  9. Stukken betreffende de aanwijzing van tussenpersonen voor de Invaliditeitswet.
  10. Stukken betreffende de uitbetaling van duitse invaliditeitsrenten.
  11. Brieven van particulieren betreffende uitkering van invaliditeitsrenten (nr. 114 van de depart. vernietigingslijst).
  12. Correspondentie betreffende het plakken van rentezegels.
  13. Stukken betreffende het verstrekken van voorschotten in rekening-courant aan de Rijksverzekeringsbank voor uitgaven ingevolge de Kinderbijslagwet, voor invaliditeits-, ouderdoms- en wezenrententrekkers.
  14. Stukken betreffende de declaratie van administratiekosten en rentevergoeding in verband met toeslagen op invaliditeits- en ouderdomsrenten.
  15. Stukken betreffende de maandelijkse afrekening van uitgekeerde toeslagen op renteuitkeringen ingevolge de Invaliditeits- en Ouderdomswet door de Rijksverzekeringsbank.
  16. Correspondentie met gemeenten en College van Rijksbemiddelaars betreffende de klasseindeling van gemeenten voor de uitvoering van de Noodwet Ouderdomsvoorziening.
  17. Brieven van particulieren betreffende uitkeringen krachtens de Ouderdomswet en de Noodwet Ouderdomsvoorziening.
  18. Brieven van particulieren betreffende de uitkering van toeslagen op ouderdoms- en invaliditeitsrenten.
V. Ziektewet.
  1. Afschriften van ministeriële beschikkingen regelende de vergoeding voor de leden van de commissie van advies voor de uitvoering van de ziekteverzekering door de Raden van Arbeid.
  2. Stukken betreffende de vereenvoudiging in de loonadministratie van de bedrijfsverenigingen.
  3. Declaraties van Raden van Arbeid, Bedrijfsverenigingen en Rijksverzekeringsbank wegens uitkeringen van ziektegeld aan gerepatrieerden.
  4. Stukken betreffende voorlichting en inlichtingen omtrent het bestaan van verzekeringsplicht ingevolge de Ziektewet en het recht op uitkering ingevolge de Ziektewet.
  5. Brieven van en aan particulieren betreffende uitkering van ziektegeld (nr. 113 van de depart. vernietigingslijst).
  6. Stukken betreffende verzoeken om premierestitutie.
  7. Stukken betreffende verhoging, verlaging, betaling, inhouding, kwijtschelding en restitutie van premie ingevolge de Ziektewet.
  8. Stukken betreffende goedkeuring door de gemachtigde voor de prijzen van besluiten van de Raden van Arbeid tot verhoging van de premie voor de vrijwillige ziekteverzekering. 1944
  9. Stukken betreffende het niet gelijkstellen van instellingen met instellingen van weldadigheid.
  10. Stukken betreffende uitkering bij bevalling.
  11. Stukken betreffende het verstrekken van inlichtingen door verschillende instanties voor de uitvoering van de Ziektewet.
VI. Personeel van de Rijksverzekeringsbank en Raden van Arbeid.
  1. Personeelstaten.
  2. Stukken betreffende het verlenen van gratificaties.
  3. Stukken betreffende de kindertoelagen voor personeel der R.V.B. en R.v.A.
  4. Stukken betreffende de kindertoelagen voor de Voorzitters der R.v.A.
  5. Stukken betreffende de huisvesting van ambtenaren en bestuursleden.
  6. Stukken betreffende de aanschaf en de financiering van dienstwoningen.
  7. Stukken betreffende geneeskundig onderzoek, sollicitatie en op wachtgeldstelling.
  8. Stukken betreffende de aanstelling, bevordering, bezoldiging, ontslag, vaststelling van pensioengrondslag, toelagen, ziekte en militaire dienst van ambtenaren beneden de rang van administrateur bij R.V.B. en R.v.A. 1910-1921
  9. Stukken betreffende de benoeming, ontslag en bezoldiging van agenten en assistentcontrolerend geneeskundigen bij de R.V.B. 1910-1921
  10. Correspondentie betreffende de benoeming van leden van de Raad van Toezicht op de Rijksverzekeringsbank, met uitzondering van de Koninklijke besluiten en ministeriële beschikkingen.
  11. Sollicitatiestukken van niet-benoemden.
  12. Correspondentie betreffende de personeelsvoorzieningen van de R.V.B. en R.v.A.
  13. Stukken betreffende de verlenging van het dienstverband bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd.
  14. Stukken betreffende de verlenging van het dienstverband bij huwelijk van vrouwelijk personeel.
  15. Stukken betreffende verzoeken van personeel der R.V.B. om promotie en salarisverhoging.
  16. Stukken betreffende vrijstelling van het klerken-examen en vak-examen.
  17. Stukken betreffende de rijksbijdrage in de kosten van het personeel der R.V.B.
  18. Stukken betreffende de financiële verantwoording van de kosten voor de bezoldiging van het personeel der R.V.B.
  19. Stukken betreffende de vergoeding van reisen verblijfkosten.
  20. Berichtgevingen van overlijden.
  21. Correspondentie betreffende ambtsjubilea.
  22. Stukken betreffende het verlof van personeel en bestuursleden.
  23. Correspondentie betreffende de vergoeding voor het waarnemend voorzitterschap bij de R.v.A. met uitzondering van de betreffende beschikkingen.
  24. Stukken betreffende vergoedingen aan commissieleden.
  25. Stukken betreffende binnenlandse en buitenlandse dienstreizen met uitzondering van uitgebrachte verslagen en rapporten.
VII. Financiële Aangelegenheden, Benodigdheden, Hulpmiddelen en Gebouwen der Rijksverzekeringsbank en Raden van Arbeid.
  1. Stukken betreffende financiële verantwoordingen aan de Minister.
  2. Stukken betreffende de vergoeding van onderzoekkosten aan de R.V.B.
  3. Stukken betreffende geldleningen en subsidieverleningen.
  4. Stukken betreffende de belegging van gelden der R.V.B.
  5. Stukken betreffende de aanschaf van kantoorbenodigdheden en administratieve hulpmiddelen via het Rijksinkoopbureau.
  6. Correspondentie en regelingen betreffende de administratie der R.V.B.
  7. Stukken betreffende de administratieve bezuiniging bij de R.v.A.
  8. Correspondentie betreffende de uitgave en distributie van jaarverslagen.
  9. Stukken betreffende de behandeling van poststukken bij de R.V.B.
  10. Stukken betreffende het onderhoud van de gebouwen.
  11. Stukken betreffende de aanschaffing van boekwerken en abonnementen op tijdschriften.

Het Kabinetsarchief van de Afdeling Arbeidersverzekering

Een deel van het archief is vernietigd op grond van voorkomen op de bij Beschikking van de Ministers van Sociale Zaken en Volksgezondheid en van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk de dato 16 januari 1967, nrs. 185111 en 134762 vastgestelde lijst van voor vernietiging in aanmerking komende stukken.
    Lijst van vernietigde stukken
  1. Uitnodigingen tot het bijwonen van feestelijkheden, jubilea, aanbieding van gelukwensen aan personen en instellingen, voor zover deze niet tot nadere correspondentie hebben geleid, 1926-1954.
  2. Stukken betreffende benoeming, aanwijzing of ontslag van leden van commissies, ingesteld door of namens de Minister van Sociale Zaken (en Volksgezondheid), 1953.
  3. Stukken betreffende representatie, 1954, 1957.
  4. Stukken betreffende de verlening van gratificaties, 1951-1955.
  5. Stukken betreffende de toekenning van kindertoelage en de vergoeding van studiekosten, 1954-1956.
  6. Stukken betreffende gevraagde inlichtingen over ambtenaren van de Afdeling of van de uitvoeringsorganen, beneden de rang van administrateur, 1925.
  7. Stukken betreffende detachering en vergoeding van reiskosten, 1951, 1953.
  8. Stukken betreffende aanstelling, bevordering, bezoldiging, ontslag, pensionering en militaire dienst van ambtenaren van de Afdeling of van de uitvoeringsorganen, beneden de rang van administrateur, 1937-1956.
  9. Sollicitatiestukken van niet-benoemden, 1948.
  10. Stukken betreffende de jaarlijkse personeelsvoorstellen, 1927-1956.
  11. Stukken van algemene aard betreffende verlof, 1950.
  12. Stukken betreffende vergoeding voor overwerk, 1954.
  13. Stukken betreffende reisdeclaraties voor buitenlandse dienstreis, 1952.
  14. Stukken betreffende vergoeding voor pensionkosten, 1953-1956.
  15. Stukken van algemene aard inzake cursussen, 1950.
  16. Stukken betreffende cursussen van het Defensie Studiecentrum, 1954-1957.
  17. Stukken betreffende gevraagde en verleende inlichtingen over ambtenaren die elders solliciteren, beneden de rang van administrateur, 1941-1956.
  18. Stukken waarvan geen volgende of voorgaande correspondentie aanwezig is, 1936, 1956.

Verantwoording van de bewerking

De beschrijving van stukken betreffende de vaststelling en wijziging van algemene maatregelen van bestuur is aangehouden conform de omschrijving zoals die ook gegeven is in de staatsbladen, d.i. met citering van de artikelen van de wet waaruit de algemene maatregel van bestuur is voortgevloeid. Een weergave hiervan in een woordelijke omschrijving bleek niet altijd mogelijk en bovendien een grote mate van subjectiviteit te kunnen inhouden.
De inventarisatie van dit archief is begonnen door de heer A.M. Bosters in het kader van zijn opleiding tot middelbaar archiefambtenaar. Door hem werd onder leiding van zijn mentor drs. F.J.M. Otten grotendeels de structuur van de inventaris vastgelegd. Vervolgens heeft de heer H. A. Telgt zijn beste krachten aan de inventarisatie van het archief gewijd. Het geheel werd tenslotte afgerond door ondergetekende G.V.W.L. van Rooij.
De inventarisatie en beschrijving van het Kabinetsarchief van de afdeling Arbeidersverzekering is in 1985 vervaardigd door J.Th. Janssen, oorspronkelijk in een aparte toegang, te weten toegang 2.15.16.
In juli 2010 zijn de toegangen 2.15.08 en 2.15.16, die delen van de beschrijvingen van het archief van de afdeling Arbeidsverzekering van het Ministerie van Sociale Zaken bevatten, tot één geheel samengevoegd tot de huidige versie van deze toegang (2.15.08).

Ordening van het archief

Een eerste kennismaking van het archief gaf het beeld van een rangschikking der stukken in groepen zoals deze zijn weergegeven in het schema met een verdeling naar wetten, dat te vinden is onder de rubriek "Geschiedenis van het archiefbeheer".
Deze rangschikking van de stukken naar de verschillende wetten in portefeuilles zou men hun primaire ordening kunnen noemen. Belangrijker dan deze primaire ordening was echter om het stelsel van ordening te begrijpen dat men binnen deze groepen had toegepast. Het was nodig een voorstelling van deze ordening te maken om eerst daarna te kunnen beoordelen of en in hoeverre deze oude orde kon worden hersteld, dan wel een andere ordening gevolgd diende te worden.
In chronologische orde waren dossiers gevormd die de stukken betreffende een bepaalde afgehandelde zaak met hun voorstukken bijeen hielden. Uiterlijk hadden deze dossiers de vorm van een aantal stukken die door de er om heen geslagen minute van een uitgaande brief werden bijeengehouden. De dossiers werden per jaar bijeen gehouden in een portefeuille. Als toegangsmiddelen dienden agenda's en klappers waarvan echter de jaren 1901 tot 1908 ontbraken. Een onderzoek naar het verblijf van deze agenda's en klappers heeft geen positief resultaat tengevolge gehad. De klappers verwezen naar de agendanummers.
Het systeeem van doorverwijzing van nummers in de agenda, hetwelk vat zou hebben gegeven op het gehele verloop van een zaak, is echter niet konsekwent doorgevoerd. Hierdoor is de toegankelijkheid tot de stukken door middel van de agenda verloren gegaan. Bijgevolg hebben ook de klappers hun waarde als ingangen op het archief verloren.
Bovendien was de dossiervorming ontaard in een waar opschuifsysteem van pakken. Zaken die b.v. in 1915 waren afgedaan, werden later weer als voorbeeld gebruikt voor een soortgelijke zaak in 1930. De stukken van 1915 werden dan zonder meer als retro-acta bij de nieuwe stukken opgenomen. Niet alleen werd hierdoor de chronologische orde doorbroken, maar tegelijkertijd ontstonden daardoor pakken van uiteenlopende dikte die de hanteerbaarheid van het archief in ernstige mate schaadden. Bovendien werden deze pakken willekeurig bij een te grote dikte afgebroken en over meerdere jaarportefeuilles verdeeld. Tenslotte kwam het meermalen voor dat in deze pakken stukken betreffende verschillende zaken bij elkaar waren geraakt. Een pak kon beginnen met de vaststelling van een algemene maatregel van bestuur ingevolge de Ongevallenwet 1901 en eindigen met de wijzi- ging van een algemene maatregel van bestuur ingevolge de Ziektewet.
Op die manier was zelfs de primaire ordening van de stukken naar de verschillende wetten in portefeuilles op losse schroeven komen te staan.
Het is begrijpelijk dat een dergelijke "oude orde" van het archief bij een definitieve ordening en inventarisatie niet kon worden gehandhaafd. Het meest voor de hand liggende en verantwoorde was om binnen de gegeven groepen van wetten (vgl. het schema hiervoor) een meer systematische onderverdeling aan te brengen naar de behandelde beleidsmaterie. Een dergelijke "materiële" verdeling van de stukken was aan de oude orde van het archief niet vreemd. Geheel de oude ordening van het archief tendeerde naar een meer systematisch groeperen van de stukken naar hun materiële inhoud. Dit blijkt in de eerste plaats al uit de groepering naar de bovenvermelde wetten en vervolgens uit de gebrekkige dossiervorming binnen een groep.
Zo is dus in overeenstemming met het restauratiebeginsel dat de Handleiding
Mrs. S. Muller Fz., J.A. Feith en R. Fruin Th. Az., Handleiding voor het ordenen en beschrijven van archieven, Groningen 1920, p. 36-40 Par. 17 en 18. Drs. J.L. van der Gouw, H. Hardenberg, W.J. van Hoboken, G.W.A. Panhuysen, Nederlandse Archiefterminologie, Zwolle 1962, p. 26-27 nr. 85.
leert een aanvullende en meer stringent doorgevoerde ordening ontstaan, die bij de oude orde van het archief ontbrak. Bovendien werd door een dergelijke werkwijze de vernietiging van daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden voorbereid. In oktober 1968 werd met de ordening en inventarisatie een begin gemaakt. Stukken die op dezelfde onderwerpen of zaken betrekking hadden werden bij elkaar gebracht evenals stukken over nauw aan elkaar verwante onderwerpen. Om een veelheid van nummers te vermijden, zijn eveneens een aantal verzameldossiers ontstaan.
Pakken waarin stukken waren terecht gekomen die handelden over verschillende zaken of onderwerpen werden, indien mogelijk, gesplitst. Tijdens de inventarisatie bleek dat het grootste deel van het archief stukken bevatten betreffende de totstandkoming en wijziging van wetten, algemene maatregelen van bestuur en Koninklijke besluiten.
Het overige deel van het archief omvat de uitvoering der sociale verzekeringswetten, voor zover deze uitvoering althans op departementaal terrein lag. De recto-acta welke bij de totstandkoming en wijziging van wetten en algemene maatregelen van bestuur een rol hebben gespeeld en bij de betreffende wet of algemene maatregel van bestuur waren gevoegd, zijn als recto-acta bij de betreffende stukken gehandhaafd.
Met betrekking tot het Kabinetsarchief van de Afdeling Arbeidersverzekering wordt het volgende opgemerkt. Het archief, zoals dat in de bewaarplaats van het Centraal Historisch Archief van het Ministerie van Sociale Zaken werd aangetroffen, was verpakt in portefeuilles. De stukken van de Afdeling Arbeidersverzekering werden, in dossiers gebundeld, in chronologische volgorde bewaard. De agenda's zijn aanwezig (inv.nrs. 1022-1025). Vanaf 1948 werd een andere registratie gevolgd. Iedere inkomende kabinetbrief kreeg een nummer. De daaropvolgende uitgaande brieven en nota's kregen hetzelfde nummer, waardoor dus alle stukken van het dossier hetzelfde nummer hadden. Soms werden gelijksoortige dossiers bij de inventarisatie bij elkaar gevoegd.