Verantwoording van de bewerking
Voor het archievenblok werd gekozen omdat hiermee werd aangesloten op het reeds geïnventariseerde archief van het RAB 1940 - 1945. Aangezien het voorgaande archief de oorlogsperiode bestrijkt vangt het beschreven archiefblok aan na de algehele bevrijding in 1945.
Het beschreven archievenblok 1945 - 1959 bestond oorspronkelijk uit de blokken 1945 - 1950 en 1951 - 1960. Besloten werd tot integratie van de blokken over te gaan omdat het eerste blok slechts 2,5 strekkende meter omvatte. Voor de aanvang van de inventarisatie werd geconstateerd dat het archievenblok niet juist was afgesloten omdat het eindigde op het jaar 1960 en niet op 1959. Dit betekende dat een aantal dossiers overgeheveld moesten worden naar het volgende 10 jaren-blok.
Daarnaast waren een viertal dossiers in dit blok ondergebracht, die in het blok RAB 1940 - 1945 c.q. in het archief van de Afdeling Arbeidsbemiddeling van de Rijksdienst der Werkloosheidsverzekering en Arbeidsbemiddeling meegenomen hadden moeten worden. Besloten werd deze dossiers (inventarisnummers 250, 644, 895 en 896) in het kader van deze inventarisatie in dit blok mee te nemen omdat de inventarisatiewerkzaamheden ten aanzien van de betreffende archieven reeds in 1977 waren afgerond. Voorts bevonden zich in een aantal dossiers enige archiefbescheiden van de Afdeling Arbeidsbemiddeling van de Rijksdienst der Werkloosheidsverzekering en Arbeidsbemiddeling, de DUW, de Rijksdienst voor de Werkverruiming en het Werkfonds (begincesuur 1928) in dit blok. Deze bescheiden waren afkomstig van de betreffende archieven, nadat deze diensten werden opgeheven. De zaken in kwestie werden door het RAB respectievelijk de Directie voor de Arbeidsvoorziening afgehandeld. De eindcesuur van dit blok (het jaar 1963) werd bepaald door de volgende inventarisnummers:
- 185 - 190 "Dossier inzake het organisatie-onderzoek uitgevoerd door het Raadgevend Efficiency Bureau Bosboom en Hegener, 1955 - 1963".
- 968 - 969 "Maandblad van het personeel getiteld "Stemmen van eigen erf", 1954 - 1963.
Besloten werd om deze bestanddelen in dit blok mee te nemen omdat:
ad a. de uitkomsten van het onderzoek de aanleiding zijn geweest tot de grote reorganisatie van 1958 en derhalve nauwe verbanden heeft met de overige stukken in het archief.
ad b. in 1963 het laatste exemplaar van dit blad is verschenen.
Voorts loopt het inventarisnummer 366 "Stukken betreffende de regeling van de uitvoering van het extra werkgelegenheidsprogramma 1958, 1957 - 1960" over naar het volgende tien-jarenblok. Teneinde de chronologische volgorde van de betreffende programma's niet te onderbreken is ervoor gekozen om dit dossier onderdeel te laten van dit blok. Tevens bevonden zich enige niet-archiefbescheiden in het archief zoals een collectie van het bovengenoemde maandblad voor het personeel. Deze unieke collectie is apart opgenomen in deze inventaris en beschreven onder het hoofdstuk "Verzamelde documentatie". Daarnaast werden de notulen van de Centrale Commissie van Bijstand en Advies voor het Rijksarbeidsbureau 1945 - 1950, de stukken betreffende haar Subcommissie van Advies voor de Amusementskunstenaars en de notulen van de Commissie van Advies voor de Beroepsclassificatie tijdens de inventarisatie niet aangetroffen. Voor de indeling van de inventaris is gebruik gemaakt van de door de administratie in samenwerking met de VNG ontwikkelde archiefcode.
Na inventarisatie en schoning omvat het archief van het hoofdbureau RAB/centrale dienst Directie voor de Arbeidsvoorziening 13,5 strekkende meter en het archief van de CCBA/Centrale Commissie van Advies voor de Arbeidsvoorziening 0,3 strekkende meter. De archieven zullen na overbrenging naar het Algemeen Rijksarchief zonder beperkingen volledig openbaar zijn.
Deze inventaris is tot stand gekomen in het kader van de cursus Voortgezette Vorming Archiefbeheer (VVA), onder begeleiding van de heer R.H.J. Stultjens, hoofd van de Afdeling Departementaal Archief van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Voor deze begeleiding wil ik hem hierbij hartelijk danken.