2.15.46 Inventaris van de archieven van het Rijksarbeidsbureau, 1945-1954 en van de Directie Arbeidsvoorziening, 1954-1959

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Inhoud en structuur van het archief

Selectie en vernietiging

Uit de archieven heeft regelmatig vernietiging plaatsgevonden, waarbij tevens verklaringen van vernietiging werden opgemaakt en aangetroffen. Deze vernietiging vond plaats op basis van:
  • de lijst van 1940 van het RAB
    Lijst houdende opgave van stukken behorend tot het archief van het Rijksarbeidsbureau van het Departement van Sociale Zaken, welke nadat zij vijf jaar oud zijn geworden, voor vernietiging in aanmerking komen, vastgesteld bij gemeenschappelijke beschikking van de Secretarissen-Generaal van de departementen van Sociale Zaken en van Opvoeding, Wetenschap en Cultuurbescherming d.d. 4 november 1940 nr. 703 W.V. Afdeling RAB respectievelijk 10 december 1940 nr. 4907 Afdeling KW.
    ;
  • de lijst van 1948 van de DUW, die in 1956 van toepassing werd verklaard voor de Directie voor de Arbeidsvoorziening
    Lijst houdende opgaaf van voor vernietiging in aanmerking komende stukken in de archieven van de Rijksdienst voor de uitvoering van werken, vastgesteld bij de beschikking van de Ministers van Wederopbouw en Volkshuisvesting en van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen van 28 oktober/3 december 1948, nr. 114302 respectievelijk nr. 86755, afdeling O.K.N. -gewijzigd bij: Beschikking van de Ministers van Sociale Zaken en Volksgezondheid en van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen van 14 november/23 november 1956, Directie voor de Arbeidsvoorziening nr. 23911 respectievelijk Afdeling Oudheidkunde en Natuurbescherming nr. 31387.
    ;
  • incidentele machtigingen van de Algemene Rijksarchivaris (de laatstgevonden machtiging is gedateerd 24 september 1952);
  • eigen lijsten van voor vernietiging vatbare stukken die voor akkoord geparafeerd werden door de afdelingshoofden en directeuren en tenslotte ondertekend werden door de Directeur-Generaal voor de Arbeidsvoorziening. Deze procedure werd toegepast omdat de geldende lijst geen gelijke tred heeft gehouden met de veranderingen in de taakstelling van het archief-vormend orgaan. Overigens werden sinds 1952 geen machtigingen voor incidentele vernietiging aangevraagd. Pas in 1984 werd een lijst voor het Directoraat-Generaal voor de Arbeidsvoorziening vastgesteld
    Vernietigingslijst archiefbescheiden Directoraat-Generaal voor de Arbeidsvoorziening, vastgesteld bij de beschikking van de Ministers van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 14 augustus 1984,nr. MMA/Ar-12366 en nr. CA/KAZ-178.
    ;
  • de lijst van 1967 van het Ministerie
    Lijst van voor vernietiging in aanmerking komende stukken behorende tot de archieven van het Ministerie van Sociale Zaken en Volksgezondheid, vastgesteld bij gemeenschappelijke beschikking van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 16 januari 1967, afd. KAZ, nr.185111 en van de Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, Afd. OKN, nr. 134762.
    toegepast voor de archiefbescheiden m.b.t. organisme.
Tenslotte werd op grond van de vastgestelde vernietigingslijst van 1984
Vernietigingslijst archiefbescheiden Directoraat-Generaal voor de Arbeidsvoorziening, vastgesteld bij de beschikking van de Ministers van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 14 augustus 1984, nr. MMA/Ar-12366 en nr. CA/KAZ-178.
0,5 strekkende meter archief bescheiden geselecteerd en afgescheiden.

Verantwoording van de bewerking

Voor het archievenblok werd gekozen omdat hiermee werd aangesloten op het reeds geïnventariseerde archief van het RAB 1940 - 1945. Aangezien het voorgaande archief de oorlogsperiode bestrijkt vangt het beschreven archiefblok aan na de algehele bevrijding in 1945.
Het beschreven archievenblok 1945 - 1959 bestond oorspronkelijk uit de blokken 1945 - 1950 en 1951 - 1960. Besloten werd tot integratie van de blokken over te gaan omdat het eerste blok slechts 2,5 strekkende meter omvatte. Voor de aanvang van de inventarisatie werd geconstateerd dat het archievenblok niet juist was afgesloten omdat het eindigde op het jaar 1960 en niet op 1959. Dit betekende dat een aantal dossiers overgeheveld moesten worden naar het volgende 10 jaren-blok.
Daarnaast waren een viertal dossiers in dit blok ondergebracht, die in het blok RAB 1940 - 1945 c.q. in het archief van de Afdeling Arbeidsbemiddeling van de Rijksdienst der Werkloosheidsverzekering en Arbeidsbemiddeling meegenomen hadden moeten worden. Besloten werd deze dossiers (inventarisnummers 250, 644, 895 en 896) in het kader van deze inventarisatie in dit blok mee te nemen omdat de inventarisatiewerkzaamheden ten aanzien van de betreffende archieven reeds in 1977 waren afgerond. Voorts bevonden zich in een aantal dossiers enige archiefbescheiden van de Afdeling Arbeidsbemiddeling van de Rijksdienst der Werkloosheidsverzekering en Arbeidsbemiddeling, de DUW, de Rijksdienst voor de Werkverruiming en het Werkfonds (begincesuur 1928) in dit blok. Deze bescheiden waren afkomstig van de betreffende archieven, nadat deze diensten werden opgeheven. De zaken in kwestie werden door het RAB respectievelijk de Directie voor de Arbeidsvoorziening afgehandeld. De eindcesuur van dit blok (het jaar 1963) werd bepaald door de volgende inventarisnummers:
  1. 185 - 190 "Dossier inzake het organisatie-onderzoek uitgevoerd door het Raadgevend Efficiency Bureau Bosboom en Hegener, 1955 - 1963".
  2. 968 - 969 "Maandblad van het personeel getiteld "Stemmen van eigen erf", 1954 - 1963.
Besloten werd om deze bestanddelen in dit blok mee te nemen omdat:
ad a. de uitkomsten van het onderzoek de aanleiding zijn geweest tot de grote reorganisatie van 1958 en derhalve nauwe verbanden heeft met de overige stukken in het archief.
ad b. in 1963 het laatste exemplaar van dit blad is verschenen.
Voorts loopt het inventarisnummer 366 "Stukken betreffende de regeling van de uitvoering van het extra werkgelegenheidsprogramma 1958, 1957 - 1960" over naar het volgende tien-jarenblok. Teneinde de chronologische volgorde van de betreffende programma's niet te onderbreken is ervoor gekozen om dit dossier onderdeel te laten van dit blok. Tevens bevonden zich enige niet-archiefbescheiden in het archief zoals een collectie van het bovengenoemde maandblad voor het personeel. Deze unieke collectie is apart opgenomen in deze inventaris en beschreven onder het hoofdstuk "Verzamelde documentatie". Daarnaast werden de notulen van de Centrale Commissie van Bijstand en Advies voor het Rijksarbeidsbureau 1945 - 1950, de stukken betreffende haar Subcommissie van Advies voor de Amusementskunstenaars en de notulen van de Commissie van Advies voor de Beroepsclassificatie tijdens de inventarisatie niet aangetroffen. Voor de indeling van de inventaris is gebruik gemaakt van de door de administratie in samenwerking met de VNG ontwikkelde archiefcode.
Na inventarisatie en schoning omvat het archief van het hoofdbureau RAB/centrale dienst Directie voor de Arbeidsvoorziening 13,5 strekkende meter en het archief van de CCBA/Centrale Commissie van Advies voor de Arbeidsvoorziening 0,3 strekkende meter. De archieven zullen na overbrenging naar het Algemeen Rijksarchief zonder beperkingen volledig openbaar zijn.
Deze inventaris is tot stand gekomen in het kader van de cursus Voortgezette Vorming Archiefbeheer (VVA), onder begeleiding van de heer R.H.J. Stultjens, hoofd van de Afdeling Departementaal Archief van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Voor deze begeleiding wil ik hem hierbij hartelijk danken.